89
CARSON, LOS ANGELES
Zodra hij zijn voordeur opendoet begrijpt JJ wat hem te doen staat. De stank van het rottende lijk mag niet erger worden. Die zal spoedig de aandacht trekken.
Hij doet niet eens zijn jas uit om hem over de ronde stijl onder aan de trap te hangen, zoals hij gewoonlijk doet. Hij gaat meteen naar de slaapkamer. Daar is de stank misselijkmakend. JJ heeft de dood bewerkstelligd, de dood gezien, de dood in handen gehad. Maar hij heeft de dood nog nooit geroken. Niet de beestachtige rottingslucht die alleen de dood met zich mee kan brengen.
Hij loopt behoedzaam door de kamer en bedekt zijn mond als hij in de buurt van het witte laken komt waarin hij zijn geliefde Em heeft gewikkeld. Ergens zou hij graag naar haar willen kijken, maar hij is bang voor wat hij dan misschien te zien zal krijgen. Wellicht is het beter om zich haar te herinneren zoals ze die eerste avond was toen hij haar mee naar huis nam.
Hij gaat op de rand van het bed zitten en overweegt wat hij moet doen, en hoe. Haar huis wordt in de gaten gehouden. Zelfs met de sleutels uit haar handtas zal het riskant zijn om haar daar terug te brengen. Maar ze is het waard. Ze verdient het. Ze moet te ruste gelegd worden.