5

LAAT IN DE MIDDAG

Amy Chang schiet in haar werkkleding, trekt een paar latex handschoenen aan en betreedt het nieuw geoutilleerde mortuarium. Het is een koud gewelf van roestvrij staal, verlicht door heldergroene en -blauwe lampen. Stalen koelcellen voor de stoffelijk overschotten, spoelbakken, karren, tafels en instrumenten staan dicht op de centrale sectietafel met zijn smakeloze kranen en kille afvoergaten, portalen voor het laatste bloed en lichaamsvocht van de dode. Naar Amy’s smaak is er veel te veel saai en dodelijk metaal. Een andere wereld, ver van de elegante vrijgezellenwoning van de tweeëndertigjarige vrouw, die staalvrij is afgezien van de messen in de mooie keuken met het grote raam dat op een klein maar ordelijk tuintje uitkijkt.

      Het mortuarium is nog geen week oud en ruikt nu al naar schoonmaakmiddelen, Deodor-X en Path Cloud. Amy kijkt met medeleven naar het vlees en bloed op de tafel. Voor haar zijn de stoffelijke resten nog steeds een persoon, een wanhopige vrouw die haar deskundige hulp nodig heeft. ‘Wie ben jij dan? Wat kun je me vertellen, schatje? Welke geheimen heb jij voor ons?’

      Zelfs op het eerste gezicht is het duidelijk dat het slachtoffer vreselijk heeft geleden voordat ze uiteindelijk doodging. De verwondingen zijn allemaal premortaal. De lippen zijn gespleten, er ontbreken tanden en dan is er dat afschuwelijke gat waar haar linkeroog had moeten zitten – een gruwelijke getuigenis van het soort marteling dat ze heeft ondergaan.

      Ze maakt wat ruimte zodat ze kan werken. Stelt de aan het plafond opgehangen sectielamp met zijn dubbele stralenbundel bij en zet een piepkleine videocamera op haar hoofd voor de close-ups. Ze wil alles vastleggen wat ze tijdens het onderzoek zegt en ziet.

      ‘Het slachtoffer is een goed gevoede vrouw van achter in de veertig of voor in de vijftig. Ze heeft veel premortale verwondingen in haar gezicht, waaronder het verlies van haar linkeroog en twee van haar bovenste snijtanden. Er zijn sporen van recente plastische chirurgie, nog genezende littekens van een facelift rond de oren en de hals.’

      Haar stem wordt somberder als ze beseft hoe de dode gehoopt moet hebben dat ze er jonger en begeerlijker uit zou zien door een minder wreed treffen met een mes. ‘Minder cosmetisch zijn de verwondingen aan de linker- en de rechterwang. Die wijzen op een reeks klappen, waarschijnlijk met de rug en de palm van de hand. Ze heeft aanzienlijk letsel aan haar linkerwang, opgelopen door een stomp voorwerp, waarschijnlijk een vuist. De wang is opengespleten en het vlees ligt tot op het bot toe open.’ Amy gaat verder naar de hals. ‘De overledene is doodgebloed uit een wond van zeven centimeter die de aderen in de carotisschede heeft geopend. Een fatale snede. Zelfs als ze de wond had overleefd, zou ze aan een luchtembolie zijn overleden.’ De precisie ontgaat Amy niet. Geen aarzelende steekwond. Gewoon een zelfverzekerde, meedogenloze actie.

      Ze pakt de verzorgde handen van de dode. Het is niet de eerste keer dat ze ze aanraakt. Op het strand heeft ze de nagels al geknipt voor sporenmateriaal en ook zijn er toxicologische monsters en vingerafdrukken genomen. ‘Geen sporen van ernstig defensief letsel, maar er zijn wel indrukken om de polsen, die erop wijzen dat ze mogelijk vastgebonden is.’ Met wat tape haalt Amy iets van de grijze huid wat volgens haar kleine stukjes touwvezel moeten zijn. Ze doet een stap achteruit en onderzoekt het hele lichaam, met bijzondere aandacht voor de voeten, knieën, ellebogen en handen. ‘Geen sporen van schaafplekken op de gebruikelijke oppervlakkige contactpunten. Geen aanwijzingen dat het stoffelijk overschot over enig oppervlak is gesleept.’

      Vervolgens onderzoekt ze de lege, rode, rauwe oogkas. De moordenaar heeft iets gebruikt om de oogbal van het slachtoffer eruit te wippen.

      Maar wat?

      Er zijn geen groeven in de oogholte die erop zouden wijzen dat daar iets van metaal binnengedrongen is. Ze beseft wat er gebeurd is. Hij heeft het met zijn vingers gedaan. De aanvaller heeft zijn duim in haar oog geduwd en het er met geweld uit gedrukt, om vervolgens de vrijgekomen spier- en zenuwaanhechtingen door te snijden. Om zoiets te doen moet je een bijzonder soort monster zijn. Ze vertrekt haar gezicht – iets wat Amy Chang zelden doet. In de hoeken van de dunne paarse lippen van de vrouw zitten schaafplekken, de onmiskenbare sporen dat haar geschreeuw gedempt is door een strakke knevel.

      Een telefoon aan de muur rinkelt en flitst, om vervolgens over te schakelen op het antwoordapparaat. Amy gaat verder. Ze onderzoekt de ontbrekende tanden. Die zijn waarschijnlijk voorafgaand aan het oogletsel getrokken. Ze kijkt nogmaals in de mond van de vrouw. Er zijn sporen op haar achterste tanden en haar verhemelte. Er was iets in geklemd om haar kaken open te houden terwijl die vent zijn gang ging. Amy houdt het hoofd van de dode schuin achterover en trekt de plafondlamp naar beneden. Met een pincet haalt ze kleine stukjes wit plastic van de binnenkant van de achterste boven- en onderkiezen. Tenzij ze zich vergist, heeft de moordenaar een golfbal in de mond gepropt om goed bij de voortanden te kunnen komen.

      Amy heeft veel akelige dingen op haar tafel gezien maar haar maag keert zich telkens weer om als ze zoiets ziet. Iets wat ze herkent als het unieke werk van het ergste soort roofdier ter wereld – de seriemoordenaar.

In Zijn Naam
Christer_Naam-1.html
Christer_Naam-2.html
Christer_Naam-3.html
Christer_Naam-4.html
Christer_Naam-5.html
Christer_Naam-6.html
Christer_Naam-7.html
Christer_Naam-8.html
Christer_Naam-9.html
Christer_Naam-10.html
Christer_Naam-11.html
Christer_Naam-12.html
Christer_Naam-13.html
Christer_Naam-14.html
Christer_Naam-15.html
Christer_Naam-16.html
Christer_Naam-17.html
Christer_Naam-18.html
Christer_Naam-19.html
Christer_Naam-20.html
Christer_Naam-21.html
Christer_Naam-22.html
Christer_Naam-23.html
Christer_Naam-24.html
Christer_Naam-25.html
Christer_Naam-26.html
Christer_Naam-27.html
Christer_Naam-28.html
Christer_Naam-29.html
Christer_Naam-30.html
Christer_Naam-31.html
Christer_Naam-32.html
Christer_Naam-33.html
Christer_Naam-34.html
Christer_Naam-35.html
Christer_Naam-36.html
Christer_Naam-37.html
Christer_Naam-38.html
Christer_Naam-39.html
Christer_Naam-40.html
Christer_Naam-41.html
Christer_Naam-42.html
Christer_Naam-43.html
Christer_Naam-44.html
Christer_Naam-45.html
Christer_Naam-46.html
Christer_Naam-47.html
Christer_Naam-48.html
Christer_Naam-49.html
Christer_Naam-50.html
Christer_Naam-51.html
Christer_Naam-52.html
Christer_Naam-53.html
Christer_Naam-54.html
Christer_Naam-55.html
Christer_Naam-56.html
Christer_Naam-57.html
Christer_Naam-58.html
Christer_Naam-59.html
Christer_Naam-60.html
Christer_Naam-61.html
Christer_Naam-62.html
Christer_Naam-63.html
Christer_Naam-64.html
Christer_Naam-65.html
Christer_Naam-66.html
Christer_Naam-67.html
Christer_Naam-68.html
Christer_Naam-69.html
Christer_Naam-70.html
Christer_Naam-71.html
Christer_Naam-72.html
Christer_Naam-73.html
Christer_Naam-74.html
Christer_Naam-75.html
Christer_Naam-76.html
Christer_Naam-77.html
Christer_Naam-78.html
Christer_Naam-79.html
Christer_Naam-80.html
Christer_Naam-81.html
Christer_Naam-82.html
Christer_Naam-83.html
Christer_Naam-84.html
Christer_Naam-85.html
Christer_Naam-86.html
Christer_Naam-87.html
Christer_Naam-88.html
Christer_Naam-89.html
Christer_Naam-90.html
Christer_Naam-91.html
Christer_Naam-92.html
Christer_Naam-93.html
Christer_Naam-94.html
Christer_Naam-95.html
Christer_Naam-96.html
Christer_Naam-97.html
Christer_Naam-98.html
Christer_Naam-99.html
Christer_Naam-100.html
Christer_Naam-101.html
Christer_Naam-102.html
Christer_Naam-103.html
Christer_Naam-104.html
Christer_Naam-105.html
Christer_Naam-106.html
Christer_Naam-107.html
Christer_Naam-108.html
Christer_Naam-109.html
Christer_Naam-110.html
Christer_Naam-111.html
Christer_Naam-112.html
Christer_Naam-113.html
Christer_Naam-114.html
Christer_Naam-115.html
Christer_Naam-116.html
Christer_Naam-117.html
Christer_Naam-118.html
Christer_Naam-119.html
Christer_Naam-120.html
Christer_Naam-121.html
Christer_Naam-122.html
Christer_Naam-123.html
Christer_Naam-124.html
Christer_Naam-125.html
Christer_Naam-126.html
Christer_Naam-127.html
Christer_Naam-128.html
Christer_Naam-129.html
Christer_Naam-130.html
Christer_Naam-131.html
Christer_Naam-132.html
Christer_Naam-133.html
Christer_Naam-134.html
Christer_Naam-135.html
Christer_Naam-136.html
Christer_Naam-137.html
Christer_Naam-138.html
Christer_Naam-139.html
Christer_Naam-140.html
Christer_Naam-141.html
Christer_Naam-142.html
Christer_Naam-143.html
Christer_Naam-144.html
Christer_Naam-145.html
Christer_Naam-146.html
Christer_Naam-147.html
Christer_Naam-148.html
Christer_Naam-149.html
Christer_Naam-150.html
Christer_Naam-151.html
Christer_Naam-152.html
Christer_Naam-153.html
Christer_Naam-154.html
Christer_Naam-155.html
Christer_Naam-156.html
Christer_Naam-157.html
Christer_Naam-158.html
Christer_Naam-159.html
Christer_Naam-160.html
Christer_Naam-161.html
Christer_Naam-162.html
Christer_Naam-163.html
Christer_Naam-164.html
Christer_Naam-165.html
Christer_Naam-166.html
Christer_Naam-167.html
Christer_Naam-168.html
Christer_Naam-169.html
Christer_Naam-170.html
Christer_Naam-171.html
Christer_Naam-172.html
Christer_Naam-173.html
Christer_Naam-174.html
Christer_Naam-175.html
Christer_Naam-176.html
Christer_Naam-177.html
Christer_Naam-178.html
Christer_Naam-179.html
Christer_Naam-180.html
Christer_Naam-181.html
Christer_Naam-182.html
Christer_Naam-183.html
Christer_Naam-184.html
Christer_Naam-185.html
Christer_Naam-186.html
Christer_Naam-187.html
Christer_Naam-188.html
Christer_Naam-189.html
Christer_Naam-190.html
Christer_Naam-191.html
Christer_Naam-192.html
Christer_Naam-193.html
Christer_Naam-194.html
Christer_Naam-195.html
Christer_Naam-196.html
Christer_Naam-197.html
Christer_Naam-198.html