82

TURIJN

Tijdens het rijden rookt Fabio Goria de ene sigaret na de andere. ‘We gaan niet ver. De rivier over, ongeveer zes kilometer naar het zuidoosten, het bos in. Craxi en zijn vrouw hebben daar een vakantiehuisje – een schuilplaats. Ze hebben het op haar meisjesnaam gezet.’

      Het regent nu flink. Als hij uit het raampje kijkt, kan Nic niet veel zien voorbij de zijberm van de straatweg. ‘Jij zei dat ze zich schuilhielden. Voor wie of wat verschuilen ze zich dan?’

      Goria kijkt zijn kant op. ‘Ik hoopte dat jij me dat zou kunnen vertellen.’

      ‘De carabinieri?’

      ‘Mogelijk maar onwaarschijnlijk.’ De detective neemt een laatste trekje van zijn sigaret en schiet het door de kier van het raampje, een rood vuurvliegje dat in de duisternis tuimelt en stuitert. ‘Als ik me voor de carabinieri zou willen verbergen, zou ik dat niet bij mij om de hoek doen op een plaats die ze makkelijk kunnen vinden.’

      ‘Dan weet ik het niet. Op dit moment ben ik het spoor een beetje bijster. Maar mijn instinct zegt me dat Craxi iets met de zaak te maken heeft en met de Wade.’

      ‘De Sacra Sindone is gehuld in heel wat raadsels. Heb jij er het een en ander over gehoord?’

      ‘Alleen van een nepkoster. Dus ik heb een vertrouwensprobleem.’

      ‘Onheil is zelden het gevolg van te weinig vertrouwen in onbekenden.’

      ‘Is dat een wijs oud Italiaans gezegde?’

      ‘Van mijn vader.’

      ‘Is hij wijs en oud?’

      Goria lacht. ‘Niet echt. Hij was in de veertig toen hij aan alcoholisme overleed, maar hij heeft wel zo zijn indrukken nagelaten, zoals de meeste ouders.’

      Nic kijkt uit het raampje naar de langsflitsende vlakke velden. De laatste stadslichten zijn verdwenen. De auto maakt vaart op een vierbaansweg door het platteland. ‘Is het een goed idee om Craxi midden in de nacht te verrassen in het licht van wat jij over hem en zijn staat van dienst hebt gezegd?’

      ‘Je hebt gelijk. Hoewel Craxi bijna zestig is, zou hij je nek kunnen breken en je kunnen begraven zoals een hond een bot begraaft. Dus zullen we niet alleen zijn en hem die kans niet geven.’

      ‘Blij dat te horen.’

      Vijf minuten later verlaat de Fiat de Corso Chieri en rijdt hij over een smal kronkelweggetje naar de Strada Communale di Valpiana. Goria doet de koplampen uit terwijl hij stapvoets rijdt en de auto behoedzaam stilzet op een hobbelig stenen karrenspoor dat naar rechts afbuigt. ‘Van hier gaan we te voet verder.’

      Nic maakt zijn autogordel los, stapt de mistige regen in en sluit de deur zo zachtjes mogelijk.

      Terwijl ze het bos in sjokken, pakt de Italiaan een mobieltje en stuurt hij een kort, vooraf geschreven sms’je naar iemand van zijn team. Even later trilt de telefoon in zijn hand. Hij blijft staan en draait zich om naar Nic. ‘Ik ga hier nu mee bellen. Degene die opneemt zal Roberto Craxi zijn.’

      Nic kijkt verbaasd.

      ‘Toen Craxi deze avond wegging, heeft een van mijn mannen een telefoon door een spleet van een raam gegooid. Als hij die vindt, zal hij hem niet aanraken. Pas als hij zeker weet dat het geen explosief is, zal hij hem opnemen.’ Goria toetst het nummer in.

      Zoals verwacht gaat hij over zonder dat er wordt opgenomen.

      ‘De toon is karakteristiek,’ zegt de detective, bijna ondeugend, als hij opnieuw belt. ‘Ken je de Pink Panther?’

      ‘Natuurlijk. Henry Mancini – heb je die gekozen omdat hij een Italiaanse componist is?’

      ‘Nee.’ Er wordt weer niet opgenomen en hij toetst het nummer voor een derde keer in. ‘Nee, geen Italiaan – Mancini was een Amerikaan. Maar zijn familie kwam uit de Abruzzen, net als die van Roberto.’ Plotseling haalt hij de telefoon van zijn oor, om die bruusk naar Nic uit te steken. ‘Dit is hem.’

      Nic pakt de telefoon aan. ‘Meneer Craxi, hangt u alstublieft niet op. Ik ben...’

      De verbinding is al verbroken.

      ‘Hij is weg.’

      ‘Blijven proberen. Druk op redial.’

      Nic probeert het nogmaals en luistert hoe de telefoon overgaat.

      Er wordt opgenomen.

      ‘Meneer Craxi, mijn naam is Nic Karakandez.’ Hij probeert zo veel mogelijk te zeggen om te voorkomen dat hij weer ophangt. ‘Ik ben van de politie van Los Angeles en ik moet u spreken.’

      Ditmaal wordt er niet opgehangen. Nic hoort dat hij nog steeds verbonden is. Er is een vreemde stilte die alleen wordt doorbroken door het geknetter van elektronische ruis. ‘Ik heb uw hulp nodig. Ik moet u spreken over Tamara Jacobs en uw relatie met haar.’

      Nog steeds geen antwoord.

      Nic ploetert door. ‘Alstublieft. Ik weet dat u er bent. Ik weet dat u luistert. Ik ben helemaal uit Los Angeles gekomen om u te spreken en ik zou u graag even willen zien om een paar vragen te stellen.’

      Nog steeds niets.

      ‘Meneer Craxi – signore – wilt u mij treffen? Kunnen we ergens afspreken?’

      Alleen het sissen van de cyberstilte.

      Nic kijkt bezorgd. Hij werpt een blik op Goria. ‘Ik weet niet zeker of hij er is.’

      ‘Hou de lijn open,’ zegt de Italiaan. ‘We lopen erheen en over een paar minuten zul je zijn huisje en mijn mannen zien.’

      Nic blijft praten terwijl ze zich zigzaggend een weg door het bos banen en van een zachte helling van natte aarde en rotte bladeren glibberen. Door de bomen zien ze gele rechthoeken van licht. Ramen. Goria klikt een militaire walkietalkie van zijn riem, van het soort dat signalen vervormt en waardoor je met mensen acht kilometer verderop kunt praten.

      Nic kijkt toe terwijl hij in het Italiaans fluistert, de boodschap herhaalt en wacht. Kijkt hoe zijn gezichtsuitdrukking langzaam verandert.

      ‘Er zit iets fout,’ zegt Goria. ‘Heel erg fout.’

In Zijn Naam
Christer_Naam-1.html
Christer_Naam-2.html
Christer_Naam-3.html
Christer_Naam-4.html
Christer_Naam-5.html
Christer_Naam-6.html
Christer_Naam-7.html
Christer_Naam-8.html
Christer_Naam-9.html
Christer_Naam-10.html
Christer_Naam-11.html
Christer_Naam-12.html
Christer_Naam-13.html
Christer_Naam-14.html
Christer_Naam-15.html
Christer_Naam-16.html
Christer_Naam-17.html
Christer_Naam-18.html
Christer_Naam-19.html
Christer_Naam-20.html
Christer_Naam-21.html
Christer_Naam-22.html
Christer_Naam-23.html
Christer_Naam-24.html
Christer_Naam-25.html
Christer_Naam-26.html
Christer_Naam-27.html
Christer_Naam-28.html
Christer_Naam-29.html
Christer_Naam-30.html
Christer_Naam-31.html
Christer_Naam-32.html
Christer_Naam-33.html
Christer_Naam-34.html
Christer_Naam-35.html
Christer_Naam-36.html
Christer_Naam-37.html
Christer_Naam-38.html
Christer_Naam-39.html
Christer_Naam-40.html
Christer_Naam-41.html
Christer_Naam-42.html
Christer_Naam-43.html
Christer_Naam-44.html
Christer_Naam-45.html
Christer_Naam-46.html
Christer_Naam-47.html
Christer_Naam-48.html
Christer_Naam-49.html
Christer_Naam-50.html
Christer_Naam-51.html
Christer_Naam-52.html
Christer_Naam-53.html
Christer_Naam-54.html
Christer_Naam-55.html
Christer_Naam-56.html
Christer_Naam-57.html
Christer_Naam-58.html
Christer_Naam-59.html
Christer_Naam-60.html
Christer_Naam-61.html
Christer_Naam-62.html
Christer_Naam-63.html
Christer_Naam-64.html
Christer_Naam-65.html
Christer_Naam-66.html
Christer_Naam-67.html
Christer_Naam-68.html
Christer_Naam-69.html
Christer_Naam-70.html
Christer_Naam-71.html
Christer_Naam-72.html
Christer_Naam-73.html
Christer_Naam-74.html
Christer_Naam-75.html
Christer_Naam-76.html
Christer_Naam-77.html
Christer_Naam-78.html
Christer_Naam-79.html
Christer_Naam-80.html
Christer_Naam-81.html
Christer_Naam-82.html
Christer_Naam-83.html
Christer_Naam-84.html
Christer_Naam-85.html
Christer_Naam-86.html
Christer_Naam-87.html
Christer_Naam-88.html
Christer_Naam-89.html
Christer_Naam-90.html
Christer_Naam-91.html
Christer_Naam-92.html
Christer_Naam-93.html
Christer_Naam-94.html
Christer_Naam-95.html
Christer_Naam-96.html
Christer_Naam-97.html
Christer_Naam-98.html
Christer_Naam-99.html
Christer_Naam-100.html
Christer_Naam-101.html
Christer_Naam-102.html
Christer_Naam-103.html
Christer_Naam-104.html
Christer_Naam-105.html
Christer_Naam-106.html
Christer_Naam-107.html
Christer_Naam-108.html
Christer_Naam-109.html
Christer_Naam-110.html
Christer_Naam-111.html
Christer_Naam-112.html
Christer_Naam-113.html
Christer_Naam-114.html
Christer_Naam-115.html
Christer_Naam-116.html
Christer_Naam-117.html
Christer_Naam-118.html
Christer_Naam-119.html
Christer_Naam-120.html
Christer_Naam-121.html
Christer_Naam-122.html
Christer_Naam-123.html
Christer_Naam-124.html
Christer_Naam-125.html
Christer_Naam-126.html
Christer_Naam-127.html
Christer_Naam-128.html
Christer_Naam-129.html
Christer_Naam-130.html
Christer_Naam-131.html
Christer_Naam-132.html
Christer_Naam-133.html
Christer_Naam-134.html
Christer_Naam-135.html
Christer_Naam-136.html
Christer_Naam-137.html
Christer_Naam-138.html
Christer_Naam-139.html
Christer_Naam-140.html
Christer_Naam-141.html
Christer_Naam-142.html
Christer_Naam-143.html
Christer_Naam-144.html
Christer_Naam-145.html
Christer_Naam-146.html
Christer_Naam-147.html
Christer_Naam-148.html
Christer_Naam-149.html
Christer_Naam-150.html
Christer_Naam-151.html
Christer_Naam-152.html
Christer_Naam-153.html
Christer_Naam-154.html
Christer_Naam-155.html
Christer_Naam-156.html
Christer_Naam-157.html
Christer_Naam-158.html
Christer_Naam-159.html
Christer_Naam-160.html
Christer_Naam-161.html
Christer_Naam-162.html
Christer_Naam-163.html
Christer_Naam-164.html
Christer_Naam-165.html
Christer_Naam-166.html
Christer_Naam-167.html
Christer_Naam-168.html
Christer_Naam-169.html
Christer_Naam-170.html
Christer_Naam-171.html
Christer_Naam-172.html
Christer_Naam-173.html
Christer_Naam-174.html
Christer_Naam-175.html
Christer_Naam-176.html
Christer_Naam-177.html
Christer_Naam-178.html
Christer_Naam-179.html
Christer_Naam-180.html
Christer_Naam-181.html
Christer_Naam-182.html
Christer_Naam-183.html
Christer_Naam-184.html
Christer_Naam-185.html
Christer_Naam-186.html
Christer_Naam-187.html
Christer_Naam-188.html
Christer_Naam-189.html
Christer_Naam-190.html
Christer_Naam-191.html
Christer_Naam-192.html
Christer_Naam-193.html
Christer_Naam-194.html
Christer_Naam-195.html
Christer_Naam-196.html
Christer_Naam-197.html
Christer_Naam-198.html