67
Onder de loodgrijze hemel van de hoofdstad van Piemonte wordt achttien kilometer trottoir overdekt door galerijen die tevens talloze cafés herbergen. De cultuur van zitten en naar de wereld kijken is een erfenis uit de tijd dat Turijn werd geregeerd door het Huis van Savoye en een van de artistieke hoofdsteden van de wereld werd.
In een bar waar meer buurtbewoners dan toeristen komen, beseft Efrem dat het doelwit dat hij volgt sinds de man een uur geleden is vertrokken op het punt staat om zijn eerste vergissing te maken.
Hij gaat naar het toilet.
De monnik zou hem daar te grazen kunnen nemen. Het zou slordig zijn, maar mogelijk. Zijn hand voelt aan het flosdoosje in zijn zak en hij stelt zich voor hoe de dunne draad rond de keel van de man op wie hij jaagt wordt gespannen. Te riskant. Te overhaast. Te publiek.
Hij verwerpt het idee. Geduld is een schone zaak. Hij moet wachten.
Na een paar minuten komt de man weer tevoorschijn. Efrem glipt uit de dekking van de poort in de galerij pal daartegenover, waar hij deed alsof hij stond te telefoneren. Het doelwit is op zijn hoede, alsof de man voelt dat hij wordt gadegeslagen, alsof hij weet dat dit het moment is dat iemand die hem volgt uit zijn dekking zou moeten komen en achter hem aan zou moeten gaan om het spoor niet kwijt te raken. Efrem is onder de indruk van zijn behoedzaamheid – zijn zelfvertrouwen – de nonchalante, beheerste manier waarop de man rondloopt en schijnbaar terloops om zich heen kijkt, in een cirkel van 360 graden zijn omgeving opneemt. Ook hij geeft geen blijk van haast of zenuwen. Ze zijn waardige vijanden.
De monnik volgt hem op wisselende afstand. Soms komt hij zo dichtbij dat hij hem kan aanraken, dikwijls zo ver achter hem dat het doelwit niet meer is dan een stip in de verte. Hij verruilt zijn zwarte wollen muts voor een groene honkbalpet, keert zijn jas binnenstebuiten, zodat die verandert van zwart in groen.
In de loop van een uur wordt Efrem minstens vier verschillende mensen, elk met zijn eigen houding en zijn eigen manier van lopen. Hij is een toerist, een zakenman, iemand die winkelt, een vriendje dat te laat is voor een afspraakje. Iedereen behalve degene die hij werkelijk is.
Een getrainde moordenaar die zijn prooi besluipt.