152
SAINT-JULIEN-EN-GENEVOIS
Geen van de Broussards kan een goede beschrijving geven van de man die Nics koffer heeft meegenomen. Dun en niet dik. Een olijfkleurige huid – geen baard. Kort haar – heel kort. Dat is het beste wat de rechercheur uit hen kan krijgen. Dat geldt voor miljoenen mannen in Frankrijk en tientallen miljoenen in het Middellandse Zeegebied.
De wetenschapper kijkt terneergeslagen. ‘Als hij jouw koffer heeft meegenomen, zijn zowel mijn werk als jouw tijd verspild.’
‘Nee, niet helemaal. Erica Craxi heeft me een Sint Christoffel gegeven – een medaillon aan een ketting. Daarin zaten, achter een beeltenis van de heilige, fragmenten van de Wade – ik denk dat Craxi een back-up wilde voor het geval er iets fout zou gaan. Ik heb ze naar Los Angeles gestuurd zodat ons lab ze kan onderzoeken.’
Édouard ziet een probleem. ‘Maar dan heb je nog steeds niets om ze mee te vergelijken. Ik kan me onmogelijk alle sequenties herinneren.’
Nic toont zijn BlackBerry. ‘Dit is niet de beste camera ter wereld, maar ik denk dat de beelden wel zo goed zijn dat je het DNA-profiel van de Wade kunt herkennen.’
Hij opent de mediabestanden en speelt een opgeslagen video af. ‘Deze beelden van uw profiel heb ik gemaakt toen ik op mijn kamer in het Sheraton was. Ik heb ze al als een digitaal bestand naar mijn eigen AOL-account gemaild.’
De wetenschapper tuurt naar het piepkleine schermpje. ‘Ja, ik kan bevestigen dat dit het door mij gemaakte profiel is.’
‘Mooi.’ Nic sluit het bestand. ‘Het is niet zo sterk als de oorspronkelijke prints, maar als jij met me mee komt, kun je de tests van de politie van L.A. onderzoeken en de resultaten vergelijken met die van jou.’
Édouard denkt na. ‘Het is mogelijk. Ja, dat wil ik wel doen.’
Nic bladert door de contacten in de BlackBerry. ‘Ik zal L.A. bellen en de boel in gang zetten.’