134
CARSON, LOS ANGELES
John James staat naakt in zijn door kaarsen verlichte slaapkamer. Een dun scheermes zit geklemd tussen de wijsvinger en de duim van zijn rechterhand. Zijn hoofd doet zeer van de aanhoudende innerlijke storm van gevoelens en twijfels.
Hij kijkt strak naar de lange, smalle spiegel op de kleerkast. Zonder aarzeling maakt hij een rechte snee van acht centimeter van zijn linkerschouder naar beneden. Voordat het bloed begint te stromen, maakt hij een snee haaks op de snijwond. Hij kijkt hoe er een perfect rood kruis verschijnt.
Normaliter kan hij vanaf de eerste snee de pijn voelen. Een lichamelijke pijn die zijn geestelijke pijn evenaart. Het volmaakte evenwicht. Het is een teken dat God hem vergeeft, een signaal dat zijn ziel gelouterd wordt door het bloedvergieten. Zoals Jezus heeft geleden, zoals de Heer voor de mensheid heeft gebloed, zo moet hij bloeden voor Jezus.
Maar in de vroege uurtjes van deze sabbat voelt hij niets. Hij maakt nog een snede. Nog steeds niets. Zijn ogen lopen vol tranen. Hij wordt verlaten. De kick van de adrenaline als gevolg van de sneden, het offer, de concentratie – die helpen hem allemaal om zich te beheersen, om zichzelf te sturen. Ze maken hem rustig. Maar vanavond niet. Er is alleen leegte. Alsof God hem in de steek laat. Hij moet beter zijn best doen. Bewijzen dat hij waardiger is.
Met het scheermes snijdt JJ zijn hele borst vol kruisen. Terwijl het bloed omlaag stroomt, gaat hij aan de slag met zijn ribbenkast en zijn buik. In de spiegel ziet hij niet zijn eigen spiegelbeeld maar een doek van vlees – een portret van zijn liefde voor God. Vanaf zijn sleutelbeen tot aan zijn heupen lopen nu dunne stroompjes rood.
Het is niet genoeg. Bij lange na niet genoeg. Hij wisselt van hand. Hij herhaalt de kruisvormige insnijdingen over zijn rechterborst. Omdat hij met zijn linkerhand niet zo nauwkeurig is, snijdt hij onhandig in de zachte verhoging rond de tepel – de tepelhof. Eindelijk voelt hij een vloed van endorfinen, een teken van Gods welbehagen. De Heer verwacht meer van hem. Jezus vraagt of hij er een schepje bovenop doet en zichzelf bewijst.
Hij snijdt dieper in de roze cirkel met zijn fiere vlezige uitsteeksel en gaat dichter bij de spiegel staan. Hij fixeert zijn blik op de ogen die vanuit het door kaarsen belichte glas naar hem terugstaren. Hij heeft het gevoel alsof hij zich buiten zijn eigen lichaam bevindt. Onstoffelijk. Los van de realiteit.
Het scheermes snijdt heen en weer tot de pijn als een elektrische schok door hem heen gaat. God is tevreden. Trots in zijn delirium legt JJ zijn hoofd in zijn nek. Zijn ogen zijn dicht maar zijn vingers en het mes vinden zijn loshangende tepel en snijden het laatste scharnier van vlees door.