26
HET BUREAU AAN 77TH STREET, LOS ANGELES
De zestigjarige vervreemde echtgenoot van de dode schrijfster draagt een zwart pak met een wit overhemd en een keurig gestropte zwarte das. Het haar van Dylan Jacobs is grijs en elegant kort geknipt. Ondanks de lange reis die hij achter de rug heeft is hij gladgeschoren en alert. Zijn partner Viktor zit naast hem in de wachtruimte van het politiebureau en leest een krant van gisteren. Hij draagt een crèmekleurige spijkerbroek, een glinsterend Dolce & Gabbana T-shirt en een goudkleurig zijden jasje.
Nic doet met een klik de veiligheidsdeur open en kijkt naar hen. ‘Meneer Jacobs?’
Tamara’s man komt moeizaam overeind. ‘Ja.’
‘Nic Karakandez.’ Hij steekt zijn hand uit. ‘Gecondoleerd met uw verlies.’
‘Dank u.’ Jacobs schudt zijn hand en gebaart naar de man naast hem. ‘Dit is Viktor. Ik geloof dat jullie elkaar over de telefoon hebben gesproken?’
‘Inderdaad. Komt u alstublieft verder.’
Ze volgen hem een paar trappen op naar een saaie verhoorkamer met een tafel, zes stoelen en een groot blauw wapen van de politie van Los Angeles aan de muur, compleet met de Amerikaanse vlag, de weegschaal van Vrouwe Justitia en het motto ‘To Protect and to Serve’.
Nic gebaart naar de stoelen. ‘Kan ik iets te drinken halen? Koffie, fris, water?’
‘Zwarte koffie, dank u.’ Dylan Jacobs gaat in een stoel zitten met zijn rug naar het wapen.
Viktor gaat naast hem zitten en pakt zijn hand onder de tafel. ‘Alleen water, alstublieft.’
Nic loopt naar buiten voor het drinken. Als hij terugkomt, doet hij de deur dicht en geeft hij hun de koffie en het water. ‘Wanneer bent u aangekomen?’
‘Gisteren.’ Dylan leunt met zijn ellebogen op de tafel en wrijft in zijn vermoeide ogen. ‘We zijn naar het mortuarium gegaan en hebben vervolgens de uitvaart geregeld. We kregen te horen dat het stoffelijk overschot van Tamara vrijgegeven kan worden.’
‘Dat klopt. De patholoog-anatoom is klaar met haar onderzoek.’
Jacobs vertrekt zijn gezicht. ‘Wij hebben voor volgende week een crematie geregeld...’
‘Ik ben niet naar haar gaan kijken,’ onderbreekt Viktor hem. ‘Tamara en ik konden niet zo goed met elkaar overweg. Ik geloof dat ze mij niet zag zitten.’
Nic kan zich met geen mogelijkheid voorstellen waarom dat zou zijn. ‘Meneer Jacobs, wij proberen een reden voor de moord op uw vrouw te vinden. Kunt u ons iets vertellen wat ons verder zou helpen?’
Hij kijkt een beetje beduusd ‘Ze was een schrijfster, researcher – geen gangster of drugsdealer. Tammy ging met goede mensen om, voornamelijk van onze leeftijd en met een artistiek, zachtaardig karakter.’
‘Goede mensen zijn soms behept met wrok of haat. Rijke, goed opgeleide mensen zijn net zozeer in staat tot slechte dingen als arme, ongeschoolde. Het is doorgaans slechts een kwestie van motivatie, moraal en middelen.’
‘Ik begrijp wat u bedoelt, maar sorry, ik kan geen enkele reden bedenken waarom iemand haar iets zou willen aandoen.’ Jacobs lijkt opeens veel ouder dan zijn zestig jaar. Zijn stem stokt enigszins. ‘Tammy’s gezicht was gedeeltelijk bedekt toen ik haar zag en de patholoog-anatoom zei dat ze een paar diepe wonden had opgelopen. Wat is er met haar gebeurd?’
Het is het soort vragen dat alleen onschuldigen stellen. Nic weegt zijn antwoord zorgvuldig af. ‘Dat weten we niet zeker, meneer Jacobs. We zijn het zelf nog steeds aan het reconstrueren.’
‘Maar u moet toch enig idee hebben, een aanknopingspunt?’
‘Daar werken we hard aan. Wat ik u wel kan vertellen is dat uw vrouw niet lukraak is vermoord. Het was een welbewuste daad.’
Dylan Jacobs kijkt van de diender naar de tafel, en dan naar de grond. Hij kan zich niet onttrekken aan het beeld van Tammy in haar open keuken met zijn zwartgranieten aanrechtbladen en beige houten kastjes. Hij ziet hoe ze haar favoriete linguini met zalm kookt, met een glas rinse witte wijn bij de hand, terwijl haar favoriete radiozender jazzy pianomuziek draait.
Hij kijkt op en zijn ogen zijn vochtig. Viktor pakt zijn hand en houdt die nu openlijk op de tafel. ‘Dank je,’ zegt Jacobs en geeft een klopje op de troostende hand. Hij kijkt naar Nic. ‘Ik deel mijn leven nu met Viktor, maar Tammy en ik waren ooit heel intiem. We waren vijftien jaar man en vrouw en hebben het geprobeerd. Zelfs toen het niet lukte, bleven we goede vrienden, de beste maatjes. Ze was een geweldige, attente en liefdevolle vrouw. Zelfs toen we uit elkaar gingen, probeerde ze daar begrip voor te hebben.’ Hij kijkt naar de muur en denkt terug aan het moment dat hij haar vertelde dat hij haar niet voor een andere vrouw verliet, maar voor een man. ‘Volgens mij wist ze eerder dan ik dat ik homoseksueel was. Ze had een instinct, had op de een of andere manier dingen door. Daarom was ze denk ik zo’n goede schrijfster.’ Hij lacht halfhartig. ‘Natuurlijk heeft al haar medeleven haar en haar advocaten er niet van weerhouden om mij een fortuin afhandig te maken.’
‘Je hebt haar te veel betaald,’ onderbreekt zijn nieuwe levenspartner hem. ‘Veel meer dan had gehoeven.’
‘Het is maar geld, Viktor, alleen maar geld.’
Nic neemt een slokje van zijn koffie. ‘Meneer Jacobs, als u en Viktor even de tijd zouden kunnen nemen om voor mij een lijst met de kennissen van uw vrouw te maken – misschien met een korte aantekening hoe lang ze hen kende en wat hun relatie was – dat zou een hele hulp zijn.’
‘Nu?’ Jacobs kijkt bezorgd.
‘Nee, niet nu, maar het zou fijn zijn als ik hem in de loop van morgen zou kunnen hebben. Weten jullie iets over die film waaraan Tamara werkte, De Wade?’
‘O, die!’ zegt Viktor op een arrogante toon. ‘Was ze dáár mee bezig?’ Hij kijkt gespannen naar Jacobs.
‘Ja, volgens mij wel,’ antwoordt Dylan vermoeid.
Nic bespeurt de spanning tussen hen. ‘Wat is daar mee, Viktor?’
Hij aarzelt.
‘Toe maar,’ zegt Jacobs. ‘Je kunt het net zo goed zeggen.’
‘Tja, dat was toch vragen om problemen?’ Hij laat de hand van Dylan los en raakt geagiteerd. ‘Ik bedoel, de suggestie dat de Wade niet van Jezus is moet toch wel al die extreme groeperingen in de kerk tegen de haren in strijken, niet dan? Feitelijk is het blasfemie.’
‘Viktor is katholiek opgevoed,’ legt Jacobs geduldig uit. ‘Hij leest te veel detectiveromans en stelt zich voor dat er overal moordenaars met kappen rondlopen.’
‘Dat is ook zo,’ zegt Viktor met klem.
‘Niet in Hollywood, Viktor, niet in Hollywood.’ Jacobs klopt op zijn hand. ‘Toch, rechercheur Karakandez?’
‘Nou,’ zegt Nic. ‘Ik heb heel wat moordenaars met kappen gezien, maar die waren geïnteresseerd in drugs, vuurwapens en sportschoenen van tweehonderd dollar, en nooit in godsdienst.’
Dylan Jacobs weet een glimlach op te brengen. ‘Vind hem, rechercheur. Belooft u me alstublieft dat u degene te pakken krijgt die dit gedaan heeft.’
Waarschijnlijk niet.
De rechercheur zegt het niet, maar het is de waarheid. Want over een maand zal hij hier niet eens meer zijn om te horen hoe het ermee staat. In plaats daarvan doet hij wat hij altijd heeft gedaan, waaraan hij altijd heeft voldaan. ‘Ik beloof het, meneer Jacobs. Ik zal hem vinden.’