38
WALNUT PARK, LOS ANGELES
Mitzi heeft rode ogen en is zo uitgeput dat ze zich bijna ziek heeft gemeld.
Amber en Jade huilen hartverscheurend aan het ontbijt en vervolgens schreeuwen ze en geven haar de schuld. Dan huilen ze nog meer. Ten slotte dan omhelzen ze elkaar alle drie en zeggen ze hoezeer het ze spijt voordat ze er het zwijgen toe doen en zich overgeven aan duistere gedachten over het leven als een gebroken gezin.
Mitzi vermant zich. ‘Het leven gaat door,’ zegt ze tegen de meiden. ‘Niemand heeft kanker. Niemand is dood. En jullie gaan nog steeds skiën.’
Het lokkertje werkt. Maar slechts voorlopig. Ze geeft haar sleutel bij een van de buren af zodat de sloten veranderd kunnen worden, brengt de meiden met de auto naar school en gaat dan naar haar werk.
Ze probeert te doen alsof er niets gebeurd is. Alsof het een normale, saaie alledaagse dag is. Maar dat is het niet. Het is een angstaanjagend ander soort dag. Het is haar eerste dag als alleenstaande ouder. Haar eerste dag als een vrouw die een scheidingsprocedure in gang gaat zetten. Ze belt het nummer van de advocaat die ze online heeft gevonden en maakt een afspraak voor volgende week. Ze zou liever eerder afspreken, maar hij zit helemaal vol. Om de een of andere reden gaat haar hand naar haar pistool, de Smith & Wesson die ze gisteravond op haar man heeft gericht.
Zou ze op hem hebben geschoten?
Reken maar.
Zou ze geprobeerd hebben om hem te doden of hem te verwonden?
Die vraag is lastiger.
Alleen al proberen om daar een antwoord op te geven doet haar beseffen dat onder alle lagen haat, alle littekens, blauwe plekken en kneuzingen nog steeds een ragfijn draadje van echte liefde loopt, een dun linkje met de goede tijden. Ze neemt een slok uit een grote mok zwarte koffie en start de computer. Op een dag zal ze minderen met de bakkies troost, misschien volledig afkicken en de dagelijkse emmer water gaan drinken die alle brave meisjes naar het schijnt drinken. Maar niet vandaag. Vandaag rijdt Mitzi al honderdveertig op de linkerrijbaan van de koffiesnelweg en daar is ze van plan te blijven.
Ze wou nu dat ze Nic gebeld had in plaats van hem achter Tamara’s familie en vrienden aan te sturen. Ze zou zijn energie om zich heen kunnen gebruiken, wat positieve kracht om haar op gang te houden. Aan de andere kant is het in zekere zin ook goed dat hij er niet is. Als ze het hem zou vertellen van Alfie, zou hij waarschijnlijk doordraaien en iets betreurenswaardigs doen.
Haar bureau is een puinhoop. Stapels papieren en dossiers. Zeker niet zoals ze het heeft achtergelaten. Doorgaans is ze veel netter. Ze is zeker aan het doordraaien. Of anders is er iemand naar iets op zoek geweest, die het halverwege heeft opgegeven. Het bureaublad is bedekt met forensische rapporten, verklaringen van verhoren, bankrekeningen, rekeningen en documenten van Tamara Jacobs en haar van haar vervreemde man Dylan. Plus alle spulletjes die ze uiteindelijk van Sarah Kenny heeft losgepeuterd – Tamara’s memo’s, aantekeningen en een paar USB-sticks. Daarvan heeft ze een torenhoog pak vroege scenario’s weten uit te printen – talloze verschillende versies, chronologisch genummerd – ‘De Wade klad (1) 10 januari’, ‘De Wade klad (10) 26 juli’, enzovoorts.
Ze zet de knagende ongerustheid dat iemand heeft lopen snuffelen uit haar hoofd en begint ze vanaf het begin te lezen. De eerste versie is misschien het meest onaf maar misschien ook het meest waardevol. Misschien dat er in latere kladversies dingen zijn verwijderd, mooier gemaakt of weggemoffeld. Ze zwaait haar benen omhoog, legt haar voeten op haar bureau en zakt dan met het manuscript een beetje onderuit in haar stoel tot ze lekker zit. Het is lang geleden sinds ze iets anders dan een krant of tijdschrift heeft gelezen – dat is nog iets wat ze in haar nieuwe leven recht zal zetten. Ze bladert door het scenario en probeert de lay-out en de gestileerde stroom van de filmaanwijzingen en de plotontwikkeling te volgen.
DE WADE
Door Tamara Jacobs
BEGINTITELS
Duisternis.
Vanuit de dieptes van het niets klinkt het geluid van een fluitende, huilende WOESTIJNWIND.
Onweer.
Het onweer gaat over in het geluid van spijkers die in hout worden geslagen. Meer huilende wind. De wind gaat over in het geluid van huilende en schreeuwende vrouwen.
Het beeld is nog steeds zwart.
Muziek waarvan de spanning toeneemt.
Plotseling spat er een montage van zwart-witbeelden over het scherm. Positieve en negatieve beelden van het gezicht op de lijkwade van turijn.
Grote close-up van de donkere ogen op de wade.
Beukende muziek.
Snelle montage van beelden die lijken op de doornenkroon. Scherpe, stotende muziek onder ieder beeld.
Beelden verschijnen – gescheurd, gerafeld en gekrast als een oude zwart-witfilm die door een oude projector wordt vertoond.
Bloed spat op het scherm. het vloeit in het weefsel van de wade. De stof zuigt het op en beelden vervagen terwijl eeuwen verstrijken.
Close-up van een lager deel van de wade. De camera glijdt over de stof waar de handpalmen en voetzolen bedekt waren – waar nu rood bloed doorsijpelt. Het beeld van de lijkwade wordt zwart.
Geluiden van gehuil in de verte. Dit wordt in een wegstervende echo vermengd met het geluid van een felle wind die eerst toeneemt en dan gaat liggen.
Het leven is voorbij. de tijd is verstreken.
Het scherm wordt weer zwart.
OVERGANG NAAR
EERSTE SCÈNE
Na het vorige zwarte beeld zien we een sterrenhemel. De camera zoomt uit en toont een totaalshot van de nachthemel. Dan beweegt hij langzaam naar beneden naar het hedendaagse turijn, verlicht door stadslichten.
OVERGANG NAAR
TOTAAL EXTERIEUR VAN DE KATHEDRAAL VAN JOHANNES DE DOPER
(geluid van kerkklokken)
OVERGANG NAAR
CRANESHOT VAN DE INGANG VAN DE KATHEDRAAL
De oude toegangsdeuren zwaaien plotseling open. Een luidruchtige gemeente stroomt naar buiten. De mensen doen hun jas dicht, zetten hun hoed op, houden de handen van kinderen vast. Ze klinken gelukkig. Van nieuwe kracht vervuld.
TUSSENSHOT
Oude priester wandelt de sacristie in en trekt zijn misgewaden uit. Koorknapen verzamelen gezangboeken, blazen kaarsen uit, zetten bidbankjes recht.
De kerk loopt leeg. duisternis.
Geluid van een sleutel die wordt omgedraaid in het slot van de zware voordeuren. Voetstappen die buiten over de stenen trap verdwijnen.
Het gezicht van een man verschijnt in de kleine straal van een zaklamp. De straal schijnt over de tegels van de kerkvloer. We horen zijn voetstappen en volgen de kaatsende lichtbundel. Die stopt en schijnt van bovenaf op de plaats waar de lijkwade van turijn is opgeborgen. Het licht concentreert zich op het slot van de kist waarin de wade zich bevindt. Een hand in een rubberhandschoen steekt er een sleutel in en draait die om.
We horen een deur krakend opengaan. Licht valt op de wade.
Een paar tellen gebeurt er niets.
Nu zien we de glinstering van een mes in het licht.
Het lijkt alsof de wade elk moment kapotgereten, beschadigd, vernietigd kan worden. Het licht streelt de wade – er verschijnen vieze vegen en vlekken (beelden die doen denken aan die welke we net in de titelsequentie hebben gezien).
Een luide knal. De zaklantaarn wordt snel uitgedaan.
OVERGANG NAAR
TOTAAL EXTERIEUR
Twee jongens buiten hebben een voetbal tegen de kerkramen geschopt. Ze pakken de bal en rennen bang weg.
INTERIEUR
In de schaduwen zien we het gezicht van de geduldig wachtende man met het mes. Als er geen storende geluiden meer zijn, gaat hij verder met zijn werk.
CLOSE-UP
Het lemmet van het mes schraapt langzaam heen en weer over het oppervlak van de oude stof, alsof het zorgvuldig op een slijpsteen wordt geslepen.
Het mes verdwijnt uit beeld. Een korte pauze. kleeftape – zoals de technische recherche gebruikt om vingerafdrukken te nemen – wordt vastgedrukt en losgetrokken.
Mitzi bestudeert de doorgestreepte regels en ziet eronder een met de hand geschreven aantekening: te gevoelig/hs
Ze neemt aan dat hs herschrijven betekent. Na enig zoeken vindt ze in het pak papier de volgende versie van het script. Daar staat:
Het mes verdwijnt uit beeld. Een korte pauze. Een crèmekleurige envelop komt links in het kader in beeld. De wade wordt door een hand eronder opgelicht. Een vinger tikt er zachtjes tegen. We zien minuscule deeltjes afgeschraapt weefsel en bruinig stof in de envelop vallen. Die wordt nu verzegeld.
Mitzi vraagt zich af waarom Tamara de tekst heeft veranderd. Wat was er mis met de oorspronkelijke versie? Ze vergelijkt de twee. De enige verandering lijkt het verwijderen van de verwijzing in de eerste versie naar ‘zoals de technische recherche gebruikt om vingerafdrukken te nemen’. Ze draait heen en weer in haar stoel, bijna in de hoop dat door die beweging een beknelde gedachte, een vastgebakken inzicht los zal schieten.
Het mobieltje op haar bureau gaat over. ‘Mitzi Fallon,’ zegt ze, nog steeds naar het scenario starend, zich nog steeds verwonderend over de veranderingen.
‘Ik ben het.’
De woorden doen haar verstarren.
Alfie.
Haar hart bonkt. Ze haalt de telefoon van haar oor en staart er naar. Hij praat nog steeds als ze hem ophangt.
Om de een of andere reden is dat niet genoeg. Mitzi zorgt dat de telefoon volledig uitgeschakeld is. Ze weet dat ze met hem zal moeten praten. Maar niet nu. Niet tot ze heel zeker weet dat ze sterk genoeg is.