131
CÔTE D’AZUR
Édouard Broussard geeft zijn autosleutels aan een valet in uniform bij het Sheraton Hotel, pal tegenover het vliegveld.
Te laat voor vluchten het land uit. Nic en de Broussards hebben kamers genomen en vertrekken meteen ’s ochtends. Ursula naar het huis van een vriend in Zwitserland, een hoge diplomaat die dag en nacht bewaakt wordt. Nic en Édouard vliegen naar Parijs en nemen daar een aansluitende vlucht naar L.A., waar bij Moordzaken een volledige verklaring zal worden opgenomen. Of althans, dat is Nics plan om te zorgen dat iedereen in veiligheid is en hij van de zaak af is.
Ze krijgen de sleutels en nemen hun haastig ingepakte kleine tassen mee naar hun aangrenzende kamers op de tweede verdieping. Nic vergrendelt de deur van Ursula, doet hem op de ketting en klemt ook nog een stoel onder de deurkruk. Hij en Édouard trekken zich terug in de andere kamer waar Nic de deur op dezelfde manier barricadeert.
Édouard opent de minibar. ‘Ik heb behoefte aan een borrel. Jij?’
Nic ook wel. Hij wil een paar koude biertjes en dan een tumbler met Jack Daniels, maar een beheerste stem verwerpt zijn verlangen zich te ontspannen. ‘Alleen wat water, alsjeblieft.’
‘Wat je wilt.’ Édouard pakt een paar kleine brandyflesjes en werpt Nic een plastic fles met mineraalwater toe. ‘Volgens mij weet ik iets over de man die Mario heeft vermoord, waar hij vandaan komt.’ Hij schenkt de brandy in een glas. ‘Ik heb die schrijfster van jullie, madame Jacobs, in Italië getroffen met Roberto. Wij hebben haar samen gezien toen ik de resultaten van de DNA-tests verifieerde. Ze maakte zich zorgen om de nauwkeurigheid van tests die werden uitgevoerd op iets wat zo oud was.’
‘Dat kan ik begrijpen. Een betrouwbaar monster van eeuwen geleden – ik had gedacht dat dat niet eens kon.’
‘Jawel, het is heel goed mogelijk.’ Édouard wijst alleen al de gedachte dat hij zoiets niet zou kunnen af. ‘Mario gebruikte de standaard PCR-methode. Je weet wat dat is?’
Nic heeft bij genoeg verkrachters bloed afgenomen om basiskennis te hebben van het proces van DNA-identificatie. ‘Ik geloof het wel. Polymeraseketenreactie. In het lab wordt het gebruikt om een monster te construeren als er niet genoeg van de genetische code is voor een compleet profiel.’
Édouard glimlacht. ‘Een grove, maar redelijk correcte analyse van een wetenschappelijke uitvinding waarvoor de uitvinder meer dan vijfentwintig jaar geleden de Nobelprijs voor Scheikunde heeft gewonnen. PCR kan één enkel stukje DNA duizenden of miljoenen malen vermenigvuldigen, in elk geval tot we genoeg genetische informatie hebben voor een betrouwbaar profiel.’
‘Maar was dat niet voldoende in het geval van de Wade?’
‘Dat was het wel, maar wij wilden dat het resultaat geverifieerd werd door twee technieken en twee verschillende testers. Dus besloot ik om een nieuwe techniek te gebruiken, iets geavanceerder dan de standaard-PCR.’
‘En wat was dat?’
‘Amplificatie van micro-RNA.’
Nic kijkt niet-begrijpend.
‘Ik heb geen tijd om het uit te leggen. RNA lijkt op DNA, op een genetische code. Maar dan met één enkele streng in plaats van een dubbele, en met een veel kortere keten van nucleotiden dan DNA.’ Hij stopt, alsof hij iets besluit. ‘Laten we gewoon zeggen dat micro-RNA, samen met nieuwere commerciële pakketten zoals MiniFiler en Identifiler Plus, een betrouwbaarder resultaat opleverden, iets waarvan we zeker wisten dat de wetenschappelijke gemeenschap er meer vertrouwen in zou hebben.’
‘Wat verwachtte Tamara Jacobs te bewijzen met de resultaten?’
‘De identiteit van de man onder de Wade van Turijn. Ze dacht ermee te kunnen bewijzen dat het al dan niet Jezus Christus was.’
‘Maar hoe?’ Nic krijgt een diepe frons in zijn voorhoofd. ‘Daarvoor zou ze al een DNA-monster van Christus moeten hebben, om het daarmee te vergelijken.’
‘Niet per se.’
Nic is verward. ‘Ja, wel. Het is een steeds terugkerend probleem. Je krijgt DNA van een plaats delict, maar je moet het zien te matchen met een verdachte. De Wade is in wezen haar monster van de plaats delict, maar ze had geen verdachte.’
‘Nee, maar ze wist dat er een was.’
‘Dat begrijp ik niet.’
‘Tamara dacht dat er een ander monster was. Niet van de Wade. Maar van het kruis waaraan Christus is gestorven.’