128
FRANKRIJK
Ursula Broussard is zedig gekleed in een witte zijden bloes en een blauwe plissérok tot op haar enkels. De enige echte blijken van haar rijkdom zijn de rijen parelsnoeren om haar nek, de dikke gouden trouwring en de enorme verlovingsdiamant aan haar vinger.
‘Ik weet dat dit vreemd klinkt,’ zegt Nic terwijl ze in de studeerkamer staan, ‘maar jullie moeten allebei dit huis uit en wel zo snel mogelijk.’ Hij richt zijn aandacht eerst op Édouard. ‘Eerder vandaag heb ik het lijk van uw ex-collega gezien, monsieur Broussard. Hij was in zijn bed in Turijn gemarteld en vermoord, door een man die hem zonder blikken of blozen van het leven heeft beroofd.’ Hij richt zich nu tot Ursula. ‘De jonge vrouw met wie Sacconi in bed lag was ook vermoord – nádat ze was vastgebonden en gekneveld.’
Madame Broussard bedekt haar mond en drukt zich tegen haar man. Omwille van zijn vrouw houdt deze zich groot. ‘Weet u waarom?’
‘Wij weten állebei waarom.’ Nic werpt hem een blik toe die zegt dat het tijd is om ter zake te komen. ‘U heeft DNA geanalyseerd dat van de Wade van Turijn is genomen – correctie, gestólen – en nu is iemand bereid u te doden om wat u heeft ontdekt.’
Ursula spreekt voordat haar man kan antwoorden. ‘Hoe komt u aan ons adres, monsieur?’
‘Erica Craxi heeft het me gegeven.’
Ze knikt en vraagt dan aarzelend. ‘Zijn zij in orde? Erica en Roberto?’
Nic wil niet liegen. ‘Niet echt. Roberto wordt vermist – volgens ons leeft hij nog wel. Maar Erica is in veiligheid. Daar heb ik zelf voor gezorgd.’
Ursula houdt haar hand voor haar mond en zegt zachtjes iets in het Frans wat Nic niet kan verstaan.
Maar Édouard wel. Édouard heeft veel domme dingen in zijn leven gedaan, meestal voor geld, maar hij negeert zelden of nooit de raad van de vrouw met wie hij dertig jaar getrouwd is. Zonder iets te zeggen loopt hij naar een houten muurpaneel achter de rechercheur, waar hij hard met zijn rechterhand op drukt. Een deur springt open. Als hij hem helemaal opentrekt, verschijnt er een vierkante zwarte safe van een halve meter bij een halve meter, met een roterend combinatieslot. De gedistingeerde wetenschapper moet bijna een halve minuut draaien om een complexe reeks cijfers in te voeren. Ten slotte trekt hij een zware stalen hendel naar beneden en gaat de deur open.
Nic kijkt op zijn horloge. Hij is al bijna tien minuten in het huis. Zeshonderd seconden waarin de moordenaar van Mario Sacconi dichterbij heeft kunnen komen.
De Fransman haalt het enige wat in de safe ligt eruit – een A4-envelop, verzegeld en met tape dichtgeplakt. ‘Dit is het.’ Hij houdt het op. ‘Alles. Alle resultaten. Het oorspronkelijke transparant. Het bestand met de gegevens en de laatste resten van het monster.’
Nic neemt de envelop aan en scheurt hem aan de bovenkant open. Er zit een glimmend A4’tje in met iets wat op een gigantische barcode lijkt. Het is een genetische vingerafdruk. Misschien de belangrijkste in de wereld. Misschien het DNA van God. Het kan ook gewoon dat van een onbekende zijn. Er is ook een plastic envelopje met donker schraapsel en een usb-stick van 8 gigabyte voor een USB-poort. Er zijn ook aantekeningen en brieven. Getypt en met de hand geschreven in het Italiaans en het Frans. Nog eentje in het Engels. Van Tamara Jacobs aan Roberto Craxi.
Nic kijkt op. Niet naar Édouard. Het is hem nu duidelijk wie de belangrijke beslissingen neemt in huize Broussard. ‘Madame, we moeten hier weg – nu meteen.’
‘Dan gaan we.’ Ursula Broussard opent de deur van de studeerkamer. ‘Onze levens liggen in uw handen, monsieur.’