2

DONDERDAGOCHTEND, MANHATTAN BEACH, LOS ANGELES

Het is november maar in de duinen is het nog steeds 32 graden. Dat heb je soms zo in Californië. Een gouden herfst om een slechte zomer goed te maken. Nic Karakandez, een dertigjarige rechercheur bij Moordzaken, maakt een zonneklep van zijn rechterhand en kijkt met zijn blauwgrijze ogen samengeknepen naar de schitterende stromingen van de Stille Oceaan. In zijn vaalblauwe spijkerbroek en zijn zwarte leren bomberjack is hij duidelijk zichtbaar boven op de zandheuvels.

      Hij kijkt goed en ziet meer dan alle anderen. In elk geval meer dan het zandige lijk waar de patholoog-anatoom en de technische recherche zich overheen buigen. Veel meer dan de deinende hoofden van zwemmers die er zich vanuit het water aan vergapen.

      Nic ziet de toekomst.

      Over een maand, om precies te zijn. Zijn boot die het ruime sop kiest, de wind die de zeilen doet bollen, een paar hengels die over de achterplecht hangen en een tijd dat klussen zoals dit jammerlijke aangespoelde lijk niet meer zijn dan verre herinneringen.

      Nic!! Kom als de sodemieter hier.’

      Er is maar één vrouw ter wereld die zo tegen hem spreekt. Hij laat zijn hand zakken en tuurt naar zijn collega en baas, inspecteur Mitzi Fallon. ‘Ik kom – momentje.’

      De negenendertigjarige moeder van twee kinderen staat twintig meter verderop, in een kuil in het zachte Californische zand. ‘Hé, ouwe reus – ben jij die snelle moordagent die ik heb opgeleid of verwar ik je met een drievingerige luiaard?’

      Hij schiet in de lach. ‘Ik ben die snelle moordagent, mevrouw. Wat is een drievingerige luiaard eigenlijk?’

      ‘Een zoogdier met een korte nek en een dikke reet. Het bestaat al zestig miljoen jaar en slaapt het merendeel van zijn tijd.’

      ‘Was het maar waar.’

      Mitzi zit hem al op zijn huid sinds zijn eerste dag bij de politie, meer dan vijf jaar geleden. Hij loopt met haar mee in de richting van het fladderende lint tien meter van de branding van de oceaan. Spoedig zal de plaats delict verdwenen zijn. Weggespoeld door Vrouwe Vloed, die oeroude medeplichtige aan zovele moorden.

      Ze tonen hun penning aan de agenten in uniform die daar wachtlopen, trekken overschoenen aan en gaan naar de patholoog-anatoom, Amy Chang, een Chinese van de tweede generatie die arts is en een stel hersenen heeft ter grootte van de staatsschuld.

      ‘Goeiemiddag, dokter,’ zegt Mitzi joviaal. ‘Is er een kans dat die arme dame van jou een natuurlijke dood is gestorven? Ik moet vanavond naar een voetbalwedstrijd.’

      De patholoog-anatoom kijkt niet op. Ze kent hen allebei goed. Maar al te goed. ‘Daar ziet het niet naar uit. Tenzij je het normaal vindt om met al je kleren aan te gaan zwemmen nadat er net twee tanden bij je zijn getrokken, een oog van je is uitgerukt en je keel is doorgesneden.’

      ‘Wauw, wat een slordige tandarts,’ voegt Mitzi daaraan toe. Nic buigt zich over het stoffelijk overschot.

      ‘Obama heeft heel wat uit te leggen. Hij had zich nooit met de gezondheidszorg moeten bemoeien.’

      ‘Maar hij heeft wel Bin Laden te pakken gekregen – dat geeft hem wat mij betreft een vrijbriefje.’

      Amy kijkt op en schudt haar hoofd met gespeelde verontwaardiging. ‘Hebben jullie grappenmakers dan geen greintje respect voor wat hier aan de hand is?’

      Nic kijkt haar aan. Er slaat een vonk over tussen hen. Een klein vonkje, maar het is er wel. Hij blaast het uit voordat ze zelfs maar met haar ogen kan knipperen. ‘Bakken vol,’ zegt hij. ‘We weten het alleen goed te verbergen. Galgenhumor is de enige manier die wij kennen om ons tere gemoed te beschermen.’

      Amy neemt hem van top tot teen op. ‘Eerder jullie zieke géést.’

      De rechercheur laat iemand van de technische recherche het zand afspeuren naar resten die van het stoffelijk overschot afkomstig kunnen zijn en begraven of vertrapt zijn geraakt. Ze loopt om het lijk heen en staart er vanuit verschillende hoeken naar, alsof het een modern kunstwerk is waarvan de betekenis nog niet duidelijk is. ‘Had ze een identiteitsbewijs bij zich?’

      ‘Niets,’ zegt Amy. ‘Je wist toch wel dat je niet zó veel mazzel zou hebben?’

      ‘Ik hoopte het alleen maar.’ Mitzi loopt er nogmaals omheen, langzamer ditmaal. Ze gaat op haar hurken zitten om de handen en voeten van het slachtoffer te bestuderen. ‘Enig idee hoe lang ze in het water heeft gelegen?’

      Amy kijkt weer op. ‘Kom op, Mitzi. Ik moet haar lichaamstemperatuur en het getij nog verifiëren – je bent veel te vroeg voor een beleefd antwoord.’

      Amy duwt een thermometer door de oogkas in de hersenen. Die zal haar het tijdstip van overlijden vertellen met een marge van zo’n drie uur. Ze kijkt op naar de aanzwellende en wegebbende branding naast haar. Als ze een getijdendeskundige heeft geraadpleegd, zal ze een goed idee hebben waar en wanneer het slachtoffer aan haar einde is gekomen. Ze noteert de lichaamstemperatuur, knipt de vingernagels en doet die in een zakje.

      Mitzi hangt nog steeds over haar heen, en Amy voelt zich verplicht om de diender iets te vertellen. ‘Ze heeft enkele uren in het water gelegen, nog geen dag. Daar zul je het voorlopig mee moeten doen.’ Ze staat op, veegt wat zand van zich af en gebaart naar twee broeders die hebben staan wachten met een lijkzak van de marine, het soort waar water uit kan stromen maar dat eventueel bewijsmateriaal binnenhoudt. ‘Oké, pak haar maar in.’

      ‘Wat voor gek heeft dit kunnen doen?’ Nic kijkt onderzoekend naar het rauwe, verminkte vlees.

      ‘Dat is duidelijk.’ Amy trekt haar paarse rubberhandschoenen uit en klikt haar metalen koffertje dicht. ‘Een levensgevaarlijke gek – weet je wel, het type dat het al eerder heeft gedaan en het binnenkort allemaal nog een keer zal doen.’

In Zijn Naam
Christer_Naam-1.html
Christer_Naam-2.html
Christer_Naam-3.html
Christer_Naam-4.html
Christer_Naam-5.html
Christer_Naam-6.html
Christer_Naam-7.html
Christer_Naam-8.html
Christer_Naam-9.html
Christer_Naam-10.html
Christer_Naam-11.html
Christer_Naam-12.html
Christer_Naam-13.html
Christer_Naam-14.html
Christer_Naam-15.html
Christer_Naam-16.html
Christer_Naam-17.html
Christer_Naam-18.html
Christer_Naam-19.html
Christer_Naam-20.html
Christer_Naam-21.html
Christer_Naam-22.html
Christer_Naam-23.html
Christer_Naam-24.html
Christer_Naam-25.html
Christer_Naam-26.html
Christer_Naam-27.html
Christer_Naam-28.html
Christer_Naam-29.html
Christer_Naam-30.html
Christer_Naam-31.html
Christer_Naam-32.html
Christer_Naam-33.html
Christer_Naam-34.html
Christer_Naam-35.html
Christer_Naam-36.html
Christer_Naam-37.html
Christer_Naam-38.html
Christer_Naam-39.html
Christer_Naam-40.html
Christer_Naam-41.html
Christer_Naam-42.html
Christer_Naam-43.html
Christer_Naam-44.html
Christer_Naam-45.html
Christer_Naam-46.html
Christer_Naam-47.html
Christer_Naam-48.html
Christer_Naam-49.html
Christer_Naam-50.html
Christer_Naam-51.html
Christer_Naam-52.html
Christer_Naam-53.html
Christer_Naam-54.html
Christer_Naam-55.html
Christer_Naam-56.html
Christer_Naam-57.html
Christer_Naam-58.html
Christer_Naam-59.html
Christer_Naam-60.html
Christer_Naam-61.html
Christer_Naam-62.html
Christer_Naam-63.html
Christer_Naam-64.html
Christer_Naam-65.html
Christer_Naam-66.html
Christer_Naam-67.html
Christer_Naam-68.html
Christer_Naam-69.html
Christer_Naam-70.html
Christer_Naam-71.html
Christer_Naam-72.html
Christer_Naam-73.html
Christer_Naam-74.html
Christer_Naam-75.html
Christer_Naam-76.html
Christer_Naam-77.html
Christer_Naam-78.html
Christer_Naam-79.html
Christer_Naam-80.html
Christer_Naam-81.html
Christer_Naam-82.html
Christer_Naam-83.html
Christer_Naam-84.html
Christer_Naam-85.html
Christer_Naam-86.html
Christer_Naam-87.html
Christer_Naam-88.html
Christer_Naam-89.html
Christer_Naam-90.html
Christer_Naam-91.html
Christer_Naam-92.html
Christer_Naam-93.html
Christer_Naam-94.html
Christer_Naam-95.html
Christer_Naam-96.html
Christer_Naam-97.html
Christer_Naam-98.html
Christer_Naam-99.html
Christer_Naam-100.html
Christer_Naam-101.html
Christer_Naam-102.html
Christer_Naam-103.html
Christer_Naam-104.html
Christer_Naam-105.html
Christer_Naam-106.html
Christer_Naam-107.html
Christer_Naam-108.html
Christer_Naam-109.html
Christer_Naam-110.html
Christer_Naam-111.html
Christer_Naam-112.html
Christer_Naam-113.html
Christer_Naam-114.html
Christer_Naam-115.html
Christer_Naam-116.html
Christer_Naam-117.html
Christer_Naam-118.html
Christer_Naam-119.html
Christer_Naam-120.html
Christer_Naam-121.html
Christer_Naam-122.html
Christer_Naam-123.html
Christer_Naam-124.html
Christer_Naam-125.html
Christer_Naam-126.html
Christer_Naam-127.html
Christer_Naam-128.html
Christer_Naam-129.html
Christer_Naam-130.html
Christer_Naam-131.html
Christer_Naam-132.html
Christer_Naam-133.html
Christer_Naam-134.html
Christer_Naam-135.html
Christer_Naam-136.html
Christer_Naam-137.html
Christer_Naam-138.html
Christer_Naam-139.html
Christer_Naam-140.html
Christer_Naam-141.html
Christer_Naam-142.html
Christer_Naam-143.html
Christer_Naam-144.html
Christer_Naam-145.html
Christer_Naam-146.html
Christer_Naam-147.html
Christer_Naam-148.html
Christer_Naam-149.html
Christer_Naam-150.html
Christer_Naam-151.html
Christer_Naam-152.html
Christer_Naam-153.html
Christer_Naam-154.html
Christer_Naam-155.html
Christer_Naam-156.html
Christer_Naam-157.html
Christer_Naam-158.html
Christer_Naam-159.html
Christer_Naam-160.html
Christer_Naam-161.html
Christer_Naam-162.html
Christer_Naam-163.html
Christer_Naam-164.html
Christer_Naam-165.html
Christer_Naam-166.html
Christer_Naam-167.html
Christer_Naam-168.html
Christer_Naam-169.html
Christer_Naam-170.html
Christer_Naam-171.html
Christer_Naam-172.html
Christer_Naam-173.html
Christer_Naam-174.html
Christer_Naam-175.html
Christer_Naam-176.html
Christer_Naam-177.html
Christer_Naam-178.html
Christer_Naam-179.html
Christer_Naam-180.html
Christer_Naam-181.html
Christer_Naam-182.html
Christer_Naam-183.html
Christer_Naam-184.html
Christer_Naam-185.html
Christer_Naam-186.html
Christer_Naam-187.html
Christer_Naam-188.html
Christer_Naam-189.html
Christer_Naam-190.html
Christer_Naam-191.html
Christer_Naam-192.html
Christer_Naam-193.html
Christer_Naam-194.html
Christer_Naam-195.html
Christer_Naam-196.html
Christer_Naam-197.html
Christer_Naam-198.html