37

VATICAANSTAD

Andreas Pathykos verlaat het pauselijk paleis en maakt de wandeling van vijf minuten naar een café op de Piazza del Sant’Uffizio, ter hoogte van de zuidelijke bocht van de Piazza San Pietro. Hij komt hier al jaren. Evenals de man die hij zo zal zien.

      Hij bestelt een grote schaal met gebakjes, een espresso met water en houdt vervolgens de deur in de gaten. Hij hoeft niet lang op zijn gast te wachten. Pater Nabih Hayek doet de bel boven de deur rinkelen wanneer hij binnenkomt. Zijn smalle gezicht fleurt op als hij zijn oude vriend aan een tafeltje ziet zitten.

      Hayek is een Libanees van achter in de vijftig. Hij kan zijn familie terugvoeren tot de begintijd van de maronitisch-Syrische kerk van Antiochië, een unieke katholieke orde met zijn eigen liturgie, discipline en hiërarchie. In katholieke harten neemt Antiochië een bijzondere plaats in. Hier werden de volgelingen van Jezus voor het eerst christenen genoemd en na de verwoesting van Jeruzalem in 70 na Chr. werd het een centrum voor het geloof.

      ‘Het is nog steeds koud,’ moppert Hayek ter begroeting. Hij omhelst de pauselijk adviseur. ‘Ik snak naar de lente.’

      ‘Neem deze koffie. Ik bestel nog wat meer voor ons.’

      Grazie.’

      De bezoeker warmt zijn reumatische handen rond het kleine kopje, terwijl Pathykos de barman gebaart dat hij nieuwe moet brengen. Hij neemt een pasticcino van de berg met gebakjes en legt het op Hayeks bord. ‘Deze heb ik speciaal voor jou besteld.’

      ‘Wat zit erin?’ Hayek trekt het bord naar zich toe.

      ‘Vanille en chocola,’ verklaart hij bijna schuldbewust. ‘Geniet ervan.’

      Hayek bijt in het zachte bakje van pasta frolla en geniet van deze zeldzame uitspatting.

      De daaropvolgende tien minuten praten ze over eten, drinken en de frivoliteiten van het leven. Dan komt Pathykos ter zake. ‘Ik heb Zijne Heiligheid op de hoogte gebracht van de problemen in Los Angeles.’

      ‘En?’

      ‘Hij gaf te kennen dat hij bezorgd was.’

      ‘Expliciet?’

      De Griek antwoordt niet meteen. ‘Hij stelt dat ik mijn kennis met de autoriteiten moet delen als ik iets weet.’

      ‘Hoe zou Zijne Heiligheid “kennis” omschrijven?’

      ‘Waarachtig gegrond inzicht.’

      ‘Ha, de definitie van Plato.’ Hij likt slagroom van zijn vinger. ‘De grote man zei: Als iemand iets wil kennen, moet het waar zijn. Hij moet geloven dat het waar is en dat geloof moet gerechtvaardigd zijn.

      ‘Dat is wat de meeste epistemologen accepteren, en volgens die definitie heb ik kennis.’

      Hayek is daar niet helemaal van overtuigd. ‘Jij hebt vermóédens, beste vriend. Jij hebt vermoedens en geen ondubbelzinnige bevestiging, en daarom, omdat jij alleen vermoedens hebt, heb jij geen waarheid.’

      ‘Ik geloof dat je gelijk hebt.’

      ‘Ik weet dat ik gelijk heb.’ Hayek kijkt zelfvoldaan. ‘En Andreas, als jij accepteert dat jij de waarheid niet weet – als je toegeeft dat je niet onweerlegbaar weet wat er gebeurd is, moet je ook accepteren dat je geen waarachtig gegrond inzicht hebt en derhalve ook geen kennis.’

      De pauselijk adviseur nipt van zijn espresso en laat de redenering tot zich doordringen. Hij zet het kleine witte kopje neer. ‘Als het mij wordt gevraagd, zal ik tegen de Heilige Vader zeggen dat ik geen kennis heb in de strikte betekenis van dat woord. Als hij mij opdracht geeft om meer dan kennis te delen, zal ik het jou vertellen.’

      Hayek knikt instemmend. Meer zit er niet in. Hij gaat verder met zijn gebakje en vraagt zich af hoeveel hij de Griek verder nog moet vertellen. Tot vandaag is het makkelijk geweest om openhartig te zijn over deze ietwat gevoelige kwesties. Gezien de discussie van de afgelopen minuten is dat misschien niet meer het geval. ‘Jij hebt een contact in Los Angeles. Misschien is het beter als ik van nu af aan direct contact met hem heb?’

      Pathykos begrijpt wat het aanbod inhoudt. Zo kan hij vragen naar toekómstige kennis vermijden. Hij kan nu iets doen om zich van de zaak te distantiëren. Maar aan dat gemak hangt een prijskaartje. Controleverlies. De Griek weet dat als hij Hayek eenmaal het heft in handen geeft, hij het nooit meer terug zal kunnen krijgen.

      Enkele minuten lang drinken de twee mannen zwijgend van hun koffie. Allebei wegen ze de mogelijke consequenties van Hayeks verzoek af, niet alleen voor hun kerk maar ook voor zichzelf.

      Ten slotte vraagt Pathykos om de rekening. Hij betaalt contant en schrijft een naam en een telefoonnummer op een servetje, dat hij weifelend over de tafel schuift. ‘Je beseft dat we elkaar niet meer mogen zien. Jarenlang niet. Misschien wel nooit meer.’

      Hayek pakt het servetje. ‘Dat besef ik.’

      Beide mannen staan op. Ze omhelzen en kussen elkaar op de wangen, voordat ze vertrekken en allebei hun eigen weg gaan. De Griek loopt terug naar het pauselijk paleis in de wetenschap dat hij ooit vergiffenis zal moeten vragen voor wat hij zojuist heeft gedaan.

In Zijn Naam
Christer_Naam-1.html
Christer_Naam-2.html
Christer_Naam-3.html
Christer_Naam-4.html
Christer_Naam-5.html
Christer_Naam-6.html
Christer_Naam-7.html
Christer_Naam-8.html
Christer_Naam-9.html
Christer_Naam-10.html
Christer_Naam-11.html
Christer_Naam-12.html
Christer_Naam-13.html
Christer_Naam-14.html
Christer_Naam-15.html
Christer_Naam-16.html
Christer_Naam-17.html
Christer_Naam-18.html
Christer_Naam-19.html
Christer_Naam-20.html
Christer_Naam-21.html
Christer_Naam-22.html
Christer_Naam-23.html
Christer_Naam-24.html
Christer_Naam-25.html
Christer_Naam-26.html
Christer_Naam-27.html
Christer_Naam-28.html
Christer_Naam-29.html
Christer_Naam-30.html
Christer_Naam-31.html
Christer_Naam-32.html
Christer_Naam-33.html
Christer_Naam-34.html
Christer_Naam-35.html
Christer_Naam-36.html
Christer_Naam-37.html
Christer_Naam-38.html
Christer_Naam-39.html
Christer_Naam-40.html
Christer_Naam-41.html
Christer_Naam-42.html
Christer_Naam-43.html
Christer_Naam-44.html
Christer_Naam-45.html
Christer_Naam-46.html
Christer_Naam-47.html
Christer_Naam-48.html
Christer_Naam-49.html
Christer_Naam-50.html
Christer_Naam-51.html
Christer_Naam-52.html
Christer_Naam-53.html
Christer_Naam-54.html
Christer_Naam-55.html
Christer_Naam-56.html
Christer_Naam-57.html
Christer_Naam-58.html
Christer_Naam-59.html
Christer_Naam-60.html
Christer_Naam-61.html
Christer_Naam-62.html
Christer_Naam-63.html
Christer_Naam-64.html
Christer_Naam-65.html
Christer_Naam-66.html
Christer_Naam-67.html
Christer_Naam-68.html
Christer_Naam-69.html
Christer_Naam-70.html
Christer_Naam-71.html
Christer_Naam-72.html
Christer_Naam-73.html
Christer_Naam-74.html
Christer_Naam-75.html
Christer_Naam-76.html
Christer_Naam-77.html
Christer_Naam-78.html
Christer_Naam-79.html
Christer_Naam-80.html
Christer_Naam-81.html
Christer_Naam-82.html
Christer_Naam-83.html
Christer_Naam-84.html
Christer_Naam-85.html
Christer_Naam-86.html
Christer_Naam-87.html
Christer_Naam-88.html
Christer_Naam-89.html
Christer_Naam-90.html
Christer_Naam-91.html
Christer_Naam-92.html
Christer_Naam-93.html
Christer_Naam-94.html
Christer_Naam-95.html
Christer_Naam-96.html
Christer_Naam-97.html
Christer_Naam-98.html
Christer_Naam-99.html
Christer_Naam-100.html
Christer_Naam-101.html
Christer_Naam-102.html
Christer_Naam-103.html
Christer_Naam-104.html
Christer_Naam-105.html
Christer_Naam-106.html
Christer_Naam-107.html
Christer_Naam-108.html
Christer_Naam-109.html
Christer_Naam-110.html
Christer_Naam-111.html
Christer_Naam-112.html
Christer_Naam-113.html
Christer_Naam-114.html
Christer_Naam-115.html
Christer_Naam-116.html
Christer_Naam-117.html
Christer_Naam-118.html
Christer_Naam-119.html
Christer_Naam-120.html
Christer_Naam-121.html
Christer_Naam-122.html
Christer_Naam-123.html
Christer_Naam-124.html
Christer_Naam-125.html
Christer_Naam-126.html
Christer_Naam-127.html
Christer_Naam-128.html
Christer_Naam-129.html
Christer_Naam-130.html
Christer_Naam-131.html
Christer_Naam-132.html
Christer_Naam-133.html
Christer_Naam-134.html
Christer_Naam-135.html
Christer_Naam-136.html
Christer_Naam-137.html
Christer_Naam-138.html
Christer_Naam-139.html
Christer_Naam-140.html
Christer_Naam-141.html
Christer_Naam-142.html
Christer_Naam-143.html
Christer_Naam-144.html
Christer_Naam-145.html
Christer_Naam-146.html
Christer_Naam-147.html
Christer_Naam-148.html
Christer_Naam-149.html
Christer_Naam-150.html
Christer_Naam-151.html
Christer_Naam-152.html
Christer_Naam-153.html
Christer_Naam-154.html
Christer_Naam-155.html
Christer_Naam-156.html
Christer_Naam-157.html
Christer_Naam-158.html
Christer_Naam-159.html
Christer_Naam-160.html
Christer_Naam-161.html
Christer_Naam-162.html
Christer_Naam-163.html
Christer_Naam-164.html
Christer_Naam-165.html
Christer_Naam-166.html
Christer_Naam-167.html
Christer_Naam-168.html
Christer_Naam-169.html
Christer_Naam-170.html
Christer_Naam-171.html
Christer_Naam-172.html
Christer_Naam-173.html
Christer_Naam-174.html
Christer_Naam-175.html
Christer_Naam-176.html
Christer_Naam-177.html
Christer_Naam-178.html
Christer_Naam-179.html
Christer_Naam-180.html
Christer_Naam-181.html
Christer_Naam-182.html
Christer_Naam-183.html
Christer_Naam-184.html
Christer_Naam-185.html
Christer_Naam-186.html
Christer_Naam-187.html
Christer_Naam-188.html
Christer_Naam-189.html
Christer_Naam-190.html
Christer_Naam-191.html
Christer_Naam-192.html
Christer_Naam-193.html
Christer_Naam-194.html
Christer_Naam-195.html
Christer_Naam-196.html
Christer_Naam-197.html
Christer_Naam-198.html