87
HET CENTRUM VAN LOS ANGELES
JJ is niet verbaasd als hij Jenny Harrison nog in de fabriek rond ziet hangen nadat de rest van de menigte vrijdags in het donker is verdwenen om aan het weekend te beginnen.
Ze loopt tussen de machines door en kijkt hem hoopvol aan. ‘Kon u iets te weten komen over Kim?’
Zijn gezicht zegt van niet. ‘Het was zoals jij zei, Jenny. Niemand op het bureau heeft een proces-verbaal waaruit blijkt dat ze gearresteerd was.’
Ze bijt nerveus op een nagel. ‘Wie heeft u gesproken?’
Die vraag overvalt hem. Hij heeft niemand gesproken en is dat ook niet van plan. ‘Sorry, ik kan me de namen niet meer herinneren. Er was die vrouw die de telefoon opnam, een arrestantenbewaker en toen nog iemand anders bij de onderzoekseenheid. Ze zijn niet erg vriendelijk of behulpzaam, hè?’
Ze lacht sarcastisch snuivend. ‘Dat zijn juten nooit. Heeft u East First Street gebeld? Was het een agent die Reed heette?’
‘Kan wel. Ik heb zijn naam niet opgeschreven. Ik wilde niet te veel vragen om je vriendin niet in de problemen te brengen.’
Die opmerking snoert haar de mond. Kim Bass zit aan alle kanten in de sores. Ze heeft er zeker niets aan wanneer iemand als Vissenkop alles nog erger maakt door aan de verkeerde mensen de verkeerde vragen te stellen. Harrison slingert haar tas over haar schouder en ritst haar jack dicht. ‘Bedankt.’
Hij kijkt hoe ze naar de deur loopt. Die gaat voor problemen zorgen. Hij weet het. Dat doen vrouwen zoals zij. ‘Jenny, wacht.’
Ze draait zich om.
‘Ik zal vanavond nog een paar telefoontjes plegen. Geef me jouw mobiele nummer. Als ik iets hoor, zal ik je bellen.’
Ze aarzelt. ‘Zoals u al zei, misschien is het beter om niet te veel rond te snuffelen.’
‘Best, maar geef me je nummer, voor het geval iemand me terugbelt en zegt dat ze ergens wordt vastgehouden.’
Ze draait haar tas op haar buik, haalt er een pen uit en krabbelt het nummer op de onderkant van een pakje sigaretten. ‘U kunt me altijd bellen. Het maakt niet uit hoe laat.’
‘Dat zal ik doen.’ Hij laat het daar bijna bij, maar bedenkt dan dat hij het anders moet aanpakken. ‘Hier heb je mijn nummer ook. Laat het me weten als jij iets hoort.’ Hij haalt een kaartje uit zijn achterzak.
‘Bedankt.’ Ze kijkt ernaar, en loopt dan weer weg.
Ditmaal laat hij haar gaan. God heeft hem geholpen. Het is een gezegende verrassing dat hij haar telefoonnummer heeft. Als hij dat belt als hij in dat grote oude huis van haar is, weet hij precies waar ze zit. Eén telefoontje en dan zal Jenny Harrison geen probleem meer zijn.