180
Veertig procent kans.
De kansen rollen als dobbelstenen in Mitzi’s hoofd. Nic heeft op straat toch zeker wel met kleinere kansen gewonnen? Ze bijt op een nagel en staart uit het raampje aan de bijrijderskant terwijl Amy terugrijdt naar het bureau. Als zij hem niet naar Italië had gestuurd, was dit alles niet gebeurd. Maar ze weet dat het geen zin heeft om zichzelf voor haar kop te slaan – daar wordt hij niet beter van. Ze trekt het laatste stukje van de loshangende nagel eraf en wendt zich tot haar vriendin. ‘Die vent die Nic heeft neergeschoten, heb jij die onderzocht?’
‘Terri Jones heeft hem. Ik was Emma Varley nog aan het afronden toen de melding binnenkwam.’
‘Heb je hem wel gezien? Gezien hoe hij eruitzag?’
Ze weet waarom Mitzi het vraagt. ‘Niet meer dan een glimp. Hij was niets bijzonders. Arabisch. Atletisch. Achter in de dertig, denk ik. Ik heb er niet al te veel aandacht aan besteed.’
Mitzi kan het niet laten om het te vragen. ‘Waar heeft Nic hem geraakt?’
‘In zijn hoofd.’ Ze tikt met een vinger vlak boven haar neus.
‘Jammer. Een snelle dood voor die hufter.’
Ze parkeren de auto en openen de deur met hun pasje. ‘Ik bel je later,’ zegt Amy. ‘Ik heb nog werk te doen. Ik heb dat rapport af, over de Wade. Laat het me weten of en wanneer je het wilt hebben.’
‘Dank je. Het lijkt op dit moment niet belangrijk.’
‘Dat is het ook niet. Hoe dan ook, ik stuur het je wel toe via intranet.’
‘Dank je.’ Mitzi glimlacht. ‘Wat denk jij? Vervalsing of niet?’
‘Als je niet let op wat alle sceptici en gekken beweren – en geloof me, er zijn er honderden die hierover geschreven hebben – zou ik zeggen dat de sporen op de Wade consistent zijn met iemand die gekruisigd en gestoken is.’
‘Zou je dat voor de rechter ook verklaren?’
‘Waarschijnlijk wel – maar alleen voor een flink honorarium.’
Ze lachen allebei. Amy wuift als ze zich omdraait. ‘Niet naar huis gaan zonder me te bellen.’
‘Ik zou het niet in mijn hoofd halen.’ Mitzi loopt terug naar Moordzaken en door naar Carters kantoor. Ze gaat zichzelf druk bezighouden. Niet denken aan die monitoren, slangen en geringe kansen.
Carter is met Tom Hix, zijn handen op zijn bureau, gebogen over een stel papieren en transparanten. Hij kijkt op zodra Mitzi binnenkomt. ‘Wat is het laatste nieuws?’
‘Ze zeggen dat hij stabiel is maar nog steeds kritiek.’
‘Uit het coma?’
‘Nee. Amy Chang denkt dat de komende paar uur de doorslag zullen geven.’
Hix knikt. ‘Wij dachten vroeger altijd dat al het hersenletsel ontstaat op het moment van de verwonding. Nu weten we dat de tijd erna nog gevaarlijker is. Dan heb je het over hersenzwelling en complicaties zoals spastische hemiplegie, hyperreflexie, spastische quadriplegie...’
‘Nee, daar hebben we het niet over, Tom,’ onderbreekt Carter hem. ‘Over dat soort ellende hebben we het absoluut níét.’
‘Sorry, Tyler, ik dacht niet na.’
Mitzi gebaart naar het bureau. ‘Waar kijken jullie naar?’
Carter geeft niet meteen antwoord. ‘Tom heeft iets opmerkelijks ontdekt. Opmerkelijk en verontrustend.’ Hij spreidt drie reeksen DNA-codes uit. ‘Jij bent de wetenschapper, Tom, leg jij het uit.’
Dat doet Hix maar al te graag. ‘Het eerste transparant is een uitdraai van het DNA van de dader die sporen heeft achtergelaten in het huis van Tamara Jacobs en in de gehuurde Lexus. We hebben het bloed al vergeleken met dat van de man die Nic gisteravond heeft doodgeschoten. Het is van dezelfde man.’
Mitzi kijkt voldaan. ‘Dan hebben we de moordenaar van Tamara dus.’
‘En die van Édouard Broussard,’ zegt Carter.
Tom preciseert: ‘Ja, we moeten nog wel een meer uitgebreide DNA-test doen, maar dat is eigenlijk slechts een formaliteit. Kijk nu eens naar dit tweede profiel.’ Hij haalt het transparant uit de map. ‘Dit is het monster dat Nic ons uit Italië heeft gestuurd – een spoor van de moordenaar van de wetenschapper Mario Sacconi.’ Hij legt het over de eerste uitdraai. ‘Eén en dezelfde.’
‘Zijn vingerafdrukken komen ook overeen,’ voegt Carter daaraan toe. ‘We hebben gedeeltelijke afdrukken van de tape die is gebruikt op het vrouwelijke slachtoffer in Italië – die zijn goed genoeg om een overtuigende overeenkomst aan te tonen. Deze vent was een professional. Een beroepsmoordenaar.’
Hix pakt nog drie transparanten. ‘Laten we doorgaan met de zaak van de Sluiper. Dan worden de zaken nog intrigerender. Weet je van wie dit een genetische vingerafdruk is?’
‘Geen idee.’
‘De eerste is het DNA-profiel van de Sluiper. We hadden het al meer dan een jaar in ons dossier. De tweede is van uitstrijkjes die John James ons gisteren vrijwillig heeft laten maken. De derde is van haarwortels die op het stoffelijk overschot van Emma Varley zijn aangetroffen.’ Hij legt ze alle drie bovenop elkaar.
‘Ze komen exact overeen,’ zegt Carter. ‘Als we de officier van justitie zo ver krijgen dat hij als aanklager optreedt, hebben we de zaak van James rond.’
Carter en Hix kijken elkaar aan.
‘Wat?’ vraagt Mitzi. ‘Dat is goed nieuws, nietwaar? We hebben twee verschillende moordenaars en twee verschillende DNA-profielen die hen in verband brengen met hun misdaden. Is er nog meer dan?’
‘Laat het haar maar zien,’ zegt Carter.
De wetenschapper haalt voorzichtig een transparant uit een plastic map. ‘Dit is DNA van het bloed dat Nic naar ons gestuurd heeft en waarvan hij zei dat het afkomstig is van de Wade van Turijn, monsters die Erica Craxi hem heeft gegeven in een medaillon van Sint Christoffel.’
Ze kijkt naar de uitdraai. Het is niet meer dan een verzameling gearceerde kolommen, maar zelfs zij ziet dat hij anders is dan de andere. ‘Ja, en? Wat is het verband?’
Hix trekt twee van de andere transparanten weg. ‘Die hier links is de man die Nic heeft neergeschoten. De rechtse is John James alias de Sluiper.’ Hij zwijgt even en laat Carter en Mitzi aandachtig kijken. ‘De uitdraai in mijn hand is van het DNA van de Wade.’ Hij legt hem eerst boven op het linkse profiel, de man die Nic heeft gedood. ‘Hier, je ziet overeenkomsten. Geen volledige overeenstemming in alle kolommen, alleen familieovereenkomsten. Verre verwanten, verwaterd in de loop der generaties, misschien zelfs in de loop der eeuwen, maar niettemin overeenkomsten.’ Hij licht hem op en legt hem dan over het tweede profiel, dat van de Sluiper. ‘Weer zie je overeenkomsten. Geen volledige overeenkomsten maar niettemin afdoende aanwijzing voor verre verwantschap.’
Mitzi weet niet zeker of ze het begrijpt. ‘Je bedoelt dat de Sluiper en de man die Nic heeft doodgeschoten van dezelfde lijn afstammen als de Man in de Wade?’
‘Dat is precies wat ik bedoel.’ Hix legt de twee profielen over elkaar. ‘Hier, in deze kolommen zie je het. Verre relaties van vaders kant, een genetische keten die over landen en eeuwen heen gaat.’
‘Het criminele gen,’ schimpt Carter bij het idee. ‘Dit is een geschenk voor alle weldoeners die geloven dat koelbloedige moordenaars zoals de Sluiper er niets aan kunnen doen – o nee, die zijn slechts de arme slachtoffers van een genetisch gebrek, dat onvermijdelijk en onontkoombaar van vader op zoon wordt doorgegeven – ze kunnen domweg niets doen aan hun aandrang om te moorden.’ Hij pakt een prullenbak op. ‘Onze zaak tegen James is zojuist veranderd in waardeloze troep.’