40

HET BUREAU AAN 77TH STREET, LOS ANGELES

De bureaustoel van Deke Matthews kraakt vervaarlijk terwijl hij heen en weer schommelt en nadenkt over Mitzi’s onverwachte verzoek om Karakandez naar Turijn te sturen.

      Als het lijk op het strand slechts een straatschooier was geweest, zou hij nee zeggen. Dan zou hij haar wegsturen met een standje omdat ze zoiets zelfs maar voorstelde. Maar een Hollywoodschrijfster, dat is iets anders. Héél iets anders, sinds de burgemeester hem vanmorgen op de huid zat. Hij moest en zou voortgangsrapporten zien en herinnerde hem eraan dat de verkiezingen naderden.

      Matthews gaat rechtop zitten en velt zijn oordeel. ‘Oké, stuur hem maar. Als het maar goedkoop is. Zet hem op een postvliegtuig of een charter. Stuur hem mee met een vlucht postduiven of laat hem zwemmen. Geen overuren, geen dure etentjes.’

      ‘Bedankt baas.’ Ze wil weggaan.

      ‘En stuur hem nu. Vandaag. Op zijn laatst vanávond. Ik moet in deze zaak een resultaat laten zien, Fallon, en snel ook.’

      ‘Begrepen.’ Ze loopt naar de deur.

      ‘Mooi. Doe het zelfs maar sneller dan snel.’

      Mitzi belt Nic terwijl ze naar haar auto loopt voor haar volgende afspraak, een katholieke deskundige op het gebied van de Wade.

      ‘Karakandez.’ Er is veel rumoer aan zijn kant van de lijn.

      ‘Waar ben jij?’

      ‘Ik loop de koffiebars bij het studiocomplex af.’ Geluidloos bedankt hij een jonge assistent die hij net heeft ondervraagd. ‘Dacht dat Tamara hierheen zou zijn gegaan voor haar brunch – of wat scenaristen ook eten.’

      ‘En?’

      Hij kijkt naar de wezenloze gezichten aan wie hij net zijn penning heeft laten zien. ‘Tot dusver niets.’

      ‘Ga dan naar huis om een koffer in te pakken. De administratie boekt een vlucht naar Turijn voor je, je gaat op zoek naar Craxi.’

      ‘Mooi niet, Mitz. Ik sta al met één been op straat. Het is te laat voor mij om nu nog de Atlantische Oceaan over te steken.’

      ‘Het is geen verzoek, het is een bevel – regelrecht van Matthews.’

      Even zwijgt hij, terwijl hij het nieuws tot zich laat doordringen. Hij weet dat Mitzi thuis voor twee kinderen en een dronkenlap moet zorgen. Zij kan onmogelijk gaan en er is niemand anders met genoeg ervaring die ze kunnen sturen. ‘Je staat bij me in het krijt, en niet zo’n beetje ook.’

      ‘Herinner mij daar nog maar eens aan als je de zeven zeeën af hebt gezeild.’

      Terwijl hij de koffiebar uitloopt, beëindigt hij het gesprek.

      Mitzi wou dat ze hem hier niet mee hoefde op te schepen Niet alleen omdat hij het verdient om zijn laatste dagen bij de politie rustig af te bouwen, maar ook omdat ze iemand anders helemaal bij zal moeten praten over alles wat Nic heeft gedaan als de zaak niet is opgelost tegen de tijd dat hij opstapt.

      Kort na de middag parkeert ze de auto en neemt ze een lift in een lelijke betonnen toren bij West Temple Street. De vloer van het kantoor dat ze binnenstapt is bekleed met oude bruine tapijttegels die al lang niet meer afveegbaar zijn zoals de garantie beloofde. Een grijs metalen bureau met drie laden en twee kunststofstoelen nemen de halve kamer in beslag. De andere helft wordt gedomineerd door een aan de muur opgehangen kruis van een meter met een verontrustend levensechte figuur van een bebloede Christus.

      Pater Patrick Majewski van het aartsbisdom Los Angeles staat op om haar een hand te geven. De geestelijke met het rode gezicht is het gedestilleerde product van felle generaties Ierse en Poolse grootouders die via Gdansk en Belfast naar Amerika zijn gekomen. Zijn korte maar dikke witte haar komt bijeen in een even korte maar dikke witte baard.

      ‘Gaat u alstublieft zitten.’ Hij nestelt zich weer in zijn stoel. ‘Ik hoop dat u het niet erg vindt dat ik even mijn lunch opeet.’ Hij gebaart naar een ondiepe kom met waterige bouillon op een oud houten dienblad op zijn bureau.

      ‘Helemaal niet. Ga uw gang. Eet smakelijk.’

      ‘Wilt u dat ik iets voor u laat komen?’

      Mitzi heeft spoelwater gezien dat er smakelijker uitzag. ‘Ik hoef niets, dank u.’

      ‘U weet niet wat u mist.’ Hij glimlacht minzaam naar haar en stopt een wit servet in de kraag van zijn zwarte soutane. Elke lepel wordt langzaam en met smaak geproefd. Geen gretig geslurp. Geen haast. Geen druppel gaat verloren.

      Schijnbaar een eeuwigheid later legt de goede vader de lepel geluidloos in de kom. Hij haalt het servet uit zijn kraag en dept zijn lippen. ‘Werkelijk verrukkelijk. U heeft een echte traktatie gemist.’

      ‘Ik heb gehoord dat onthouding goed is voor de ziel, eerwaarde vader.’

      ‘Maar niet zo goed voor de maag.’ Hij lacht. ‘Nou, u bent hier niet om over soep te praten. U zei over de telefoon dat u het wilde hebben over de Heilige Lijkwade van Turijn.’

      ‘Inderdaad.’ Ze leunt naar voren in haar stoel. ‘Volgens de persvoorlichter van het bisdom is dat uw specialisme.’

      ‘Dat is het zeker. Ik ben er al mijn hele leven door gefascineerd. Mij is verteld dat dit in verband is met het onderzoek naar een misdrijf. Mag ik vragen wat voor soort misdrijf?’

      ‘Het soort dat nog in onderzoek is. Ik wil niet onbeleefd zijn, maar ik kan op dit moment echt niet meer zeggen.’

      ‘Ik begrijp het. Wat wilt u precies weten?’

      ‘Of u gelooft dat de Wade authentiek is.’

      ‘Ik heb de Sacra Sindone gezien toen die voor het laatst in Turijn tentoon werd gesteld. Alleen al de aanwezigheid ervan deed mij beseffen dat dit de Wade van onze Heer was.’

      ‘Hoezo? Hoe kunt u daar zo zeker van zijn?’

      Zijn gezicht begint te stralen. ‘Als dienaar van Christus wist ik het gewoon.’

      Ze slaat haar notitieboekje open. ‘Een momentje. Ik heb wat dingen opgeschreven, dingen van het internet.’ Ze slaat een pagina om en dan nog een. ‘Daar gaan we – wetenschappers die de Wade met koolstof hebben gedateerd beweren met stelligheid dat hij niet van Christus kan zijn omdat hij uit de middeleeuwen stamt. Ik citeer: ‘‘onbetwistbaar tussen 1260 en 1390’’.’

      ‘Ze vergissen zich. Die datering is bijna dertig jaar geleden uitgevoerd. Destijds was de methode lang niet zo nauwkeurig als nu. Hij was wat gebrekkig.’

      ‘Werkelijk?’

      ‘Werkelijk. U zult diverse voorbeelden vinden waarbij de koolstofdatering er honderden jaren naast zat.’

      ‘Maar meer dan duizend jaar ernaast is toch onwaarschijnlijk, niet?’

      ‘Fout is fout, inspecteur.’ Hij likt wat soep van zijn voortanden. ‘Als u in de rechtszaal forensisch bewijsmateriaal presenteert – DNA, bloedtype, vingerafdrukken – waar ook maar iets niet aan klopte, verwerpt de rechter uw zaak, waar of niet?’

      ‘Ik neem aan van wel. Maar zelfs nu zeggen de academici die de Wade hebben onderzocht – allemaal kopstukken van Oxford, Arizona en Zürich – nog steeds dat het wel klopt.’

      ‘Natuurlijk zeggen ze dat. Ze beschermen hun reputatie. Luister, röntgenstralen zijn uitgevonden in de negentiende eeuw. Het was iets ongelooflijks, het vermogen om in het menselijk lichaam te kijken en te genezen wat er mis was. Maar die vroege apparaten waren bij lange na niet zo nauwkeurig als die van nu. Ze misten duizenden aandoeningen en ziekten. Met koolstofdatering is het net zo. Die staat in zijn kinderschoenen en in dit geval is zij even weinig accuraat als een negentiende-eeuws röntgenapparaat.’

      Het is Mitzi aan te zien dat ze nog steeds niet overtuigd is.

      ‘Er zijn ook andere factoren – vele,’ zegt Majewski.

      ‘Zoals?’

      ‘Om te beginnen hebben ze monsters genomen van het verkeerde gedeelte van de Wade.’

      ‘Hoe kan er überhaupt een verkeerd gedeelte zijn?’

      ‘Dat is makkelijk. De Wade is groot en oud. Vier meter vijftien bij één meter twintig. Mettertijd is hij versleten – beschadigd door vouwen, watervlekken en, met name, door een brand in de Sainte Chapelle van Chambéry in de Franse Alpen, waar hij vroeger bewaard werd. In de loop van al die eeuwen is de geschroeide, gevlekte en gerafelde stof dus hersteld – is er nieuw weefsel geïntegreerd in het oude. Ik vrees dat de koolstofdatering verricht is op een gerepareerd gedeelte en niet op de oorspronkelijke stof.’

      ‘De wetenschappers hebben daarbij niets van de oude stof meegepikt?’

      ‘Kennelijk niet.’

      ‘Het spijt me, volgens mij ben ik gewoon stom, maar ik snap niet hoe ze zo’n vergissing hebben kunnen maken.’

      Nu lijkt hij met stomheid geslagen. ‘Dat begrijp ik niet.’

      ‘Nou, te oordelen naar wat ik heb gelezen was het de Kerk, en niet de wetenschappers, die precies bepaalde waar de monsters moesten worden genomen. En als de Kerk weet had van die opgelapte stukken, waarom lieten ze de monsters dan niet nemen van een gedeelte van het oorspronkelijke weefsel?’

      Majewski kijkt geërgerd. ‘De Heilige Wade was niet ‘‘opgelapt’’. Hij is hersteld door vakmensen die nieuw garen naadloos en bijna onzichtbaar met het oude verweefden. De Kerk heeft niemand misleid. Zij had er van tevoren alleen niet bij stilgestaan dat die gedeeltes de herstelde waren.’

      Mitzi is geïntrigeerd. ‘U bedoelt dat er geen stukken zijn om te bewijzen dat die reparatie in de middeleeuwen is uitgevoerd?’

      ‘Nee.’

      ‘Ach, kom op.’ Ze kan haar ongeloof niet verbergen. ‘Dit is de beroemdste relikwie aller tijden en niemand heeft bijgehouden wat ermee gedaan is en wanneer?’

      ‘Als u mij wilt laten uitspreken.’ Hij werpt haar een boze blik toe. ‘Het gebrek aan documentatie is helemaal niet vreemd. In de loop van tweeduizend jaar raken dingen kwijt, worden ze vernietigd. Het is een droevig feit dat veel stukken en getuigenissen met betrekking tot de Wade, en andere belangrijke relikwieën, in de loop der eeuwen zijn verdwenen.’

      ‘Het is mijn ervaring, eerwaarde vader, dat belangrijke stukken alleen verloren gaan of vernietigd worden als mensen dat willen.’

      Hij klinkt beledigd. ‘Wij zijn geen ordinaire belastingontduikers, of fraudeurs, inspecteur.’

      Mitzi is niet onder de indruk van zijn verontwaardiging. ‘Vervalsers zijn vervalsers. Het maakt niet uit of het presidenten, politici of priesters zijn.’

      Hij zucht vermoeid. ‘Wij weten uit gezaghebbende gedocumenteerde rapporten dat na de Franse brand in 1532 vier nonnen van de orde van de arme clarissen flink wat herstelwerk hebben verricht. En we kunnen ook bewijzen dat er in 1694 nog meer aan is gewerkt.’

      ‘Ik wil u niet tegen de haren in strijken, eerwaarde vader, maar die zestiende- en zeventiende-eeuwse lappen hebben niets te maken met werk uit de dertiende eeuw.’

      Hij wendt zich van haar af en trekt de bovenste la van zijn bureau open. Zijn vingers glijden over de groene hangmappen en stoppen ergens halverwege. Hij pakt een dikke map. ‘Heeft u ooit goede kwaliteit foto’s van de Wade gezien?’

      ‘Alleen wat online staat.’

 

AHCHWA

 

‘Die zullen een lage resolutie hebben.’ Hij opent het dossier. ‘Alstublieft.’ Hij geeft haar een stel afdrukken. ‘Dit zijn afdrukken met een hoge resolutie, die met toestemming van de Kerk zijn gemaakt. Op de linker is de voorkant van de Wade te zien, op de rechter de achterkant.’

      Mitzi behandelt ze als een verzameling foto’s van een plaats delict. Ze bekijkt ze eerst globaal en gaat dan terug naar de eerste om ze een voor een in detail te bekijken.

      Majewski trekt zijn stoel erbij en volgt met zijn vinger de gekruiste armen van het stoffelijk overschot op de linkerfoto. ‘Dit litteken op de pols is waar ze er een van de ijzeren nagels in hebben geslagen – niet zoals velen dachten, in de handpalm van onze Heer, maar tussen de beenderen onder de richel waar de pols en de hand bij elkaar komen.’ De vinger van de geestelijke gaat naar het bovenlijf. ‘Deze vage, kruiselings lopende lijnen zijn waar de soldaten hem met hun flagrums hebben gegeseld...’

      Flagrums?’

      ‘Zwepen, leren riemen die van metalen weerhaken waren voorzien.’

      Mitzi kan alles waar hij het over heeft duidelijk zien. Het ongelofelijke detail is fascinerend.

      Majewski ziet dat ze geboeid is door het raadsel – het wonder. ‘Het is moeilijk te verklaren, vindt u niet?’

      ‘Inderdaad,’ geeft ze toe, terwijl ze zich op een nieuw beeld concentreert, een close-up van het hoofd en gezicht. Het lijkt allemaal angstaanjagend echt. Ze denkt diep na maar kan zich niet herinneren dat ze ooit heeft gezien of gehoord dat de eigenschappen van een lijk op een stof of weefsel werden afgedrukt.

      De oude priester buigt zich tot vlak bij zijn bezoekster. Zijn adem is warm en ruikt nog steeds naar soep. ‘Ik heb geen idee waar uw onderzoek over gaat, inspecteur, maar ik wil u dringend verzoeken om er de grootste voorzichtigheid bij te betrachten.’ Hij streelt de foto op haar schoot en spreekt met de gezaghebbende toon van de biechtstoel. ‘Uw ogen rusten op het gezicht van Onze Heer. Vergeet niet dat op een dag de Zijne op u zullen rusten. Ik bid dat Hij dan, in Zijn genade, over u zal oordelen naar hoe u nu over Hem oordeelt.’

In Zijn Naam
Christer_Naam-1.html
Christer_Naam-2.html
Christer_Naam-3.html
Christer_Naam-4.html
Christer_Naam-5.html
Christer_Naam-6.html
Christer_Naam-7.html
Christer_Naam-8.html
Christer_Naam-9.html
Christer_Naam-10.html
Christer_Naam-11.html
Christer_Naam-12.html
Christer_Naam-13.html
Christer_Naam-14.html
Christer_Naam-15.html
Christer_Naam-16.html
Christer_Naam-17.html
Christer_Naam-18.html
Christer_Naam-19.html
Christer_Naam-20.html
Christer_Naam-21.html
Christer_Naam-22.html
Christer_Naam-23.html
Christer_Naam-24.html
Christer_Naam-25.html
Christer_Naam-26.html
Christer_Naam-27.html
Christer_Naam-28.html
Christer_Naam-29.html
Christer_Naam-30.html
Christer_Naam-31.html
Christer_Naam-32.html
Christer_Naam-33.html
Christer_Naam-34.html
Christer_Naam-35.html
Christer_Naam-36.html
Christer_Naam-37.html
Christer_Naam-38.html
Christer_Naam-39.html
Christer_Naam-40.html
Christer_Naam-41.html
Christer_Naam-42.html
Christer_Naam-43.html
Christer_Naam-44.html
Christer_Naam-45.html
Christer_Naam-46.html
Christer_Naam-47.html
Christer_Naam-48.html
Christer_Naam-49.html
Christer_Naam-50.html
Christer_Naam-51.html
Christer_Naam-52.html
Christer_Naam-53.html
Christer_Naam-54.html
Christer_Naam-55.html
Christer_Naam-56.html
Christer_Naam-57.html
Christer_Naam-58.html
Christer_Naam-59.html
Christer_Naam-60.html
Christer_Naam-61.html
Christer_Naam-62.html
Christer_Naam-63.html
Christer_Naam-64.html
Christer_Naam-65.html
Christer_Naam-66.html
Christer_Naam-67.html
Christer_Naam-68.html
Christer_Naam-69.html
Christer_Naam-70.html
Christer_Naam-71.html
Christer_Naam-72.html
Christer_Naam-73.html
Christer_Naam-74.html
Christer_Naam-75.html
Christer_Naam-76.html
Christer_Naam-77.html
Christer_Naam-78.html
Christer_Naam-79.html
Christer_Naam-80.html
Christer_Naam-81.html
Christer_Naam-82.html
Christer_Naam-83.html
Christer_Naam-84.html
Christer_Naam-85.html
Christer_Naam-86.html
Christer_Naam-87.html
Christer_Naam-88.html
Christer_Naam-89.html
Christer_Naam-90.html
Christer_Naam-91.html
Christer_Naam-92.html
Christer_Naam-93.html
Christer_Naam-94.html
Christer_Naam-95.html
Christer_Naam-96.html
Christer_Naam-97.html
Christer_Naam-98.html
Christer_Naam-99.html
Christer_Naam-100.html
Christer_Naam-101.html
Christer_Naam-102.html
Christer_Naam-103.html
Christer_Naam-104.html
Christer_Naam-105.html
Christer_Naam-106.html
Christer_Naam-107.html
Christer_Naam-108.html
Christer_Naam-109.html
Christer_Naam-110.html
Christer_Naam-111.html
Christer_Naam-112.html
Christer_Naam-113.html
Christer_Naam-114.html
Christer_Naam-115.html
Christer_Naam-116.html
Christer_Naam-117.html
Christer_Naam-118.html
Christer_Naam-119.html
Christer_Naam-120.html
Christer_Naam-121.html
Christer_Naam-122.html
Christer_Naam-123.html
Christer_Naam-124.html
Christer_Naam-125.html
Christer_Naam-126.html
Christer_Naam-127.html
Christer_Naam-128.html
Christer_Naam-129.html
Christer_Naam-130.html
Christer_Naam-131.html
Christer_Naam-132.html
Christer_Naam-133.html
Christer_Naam-134.html
Christer_Naam-135.html
Christer_Naam-136.html
Christer_Naam-137.html
Christer_Naam-138.html
Christer_Naam-139.html
Christer_Naam-140.html
Christer_Naam-141.html
Christer_Naam-142.html
Christer_Naam-143.html
Christer_Naam-144.html
Christer_Naam-145.html
Christer_Naam-146.html
Christer_Naam-147.html
Christer_Naam-148.html
Christer_Naam-149.html
Christer_Naam-150.html
Christer_Naam-151.html
Christer_Naam-152.html
Christer_Naam-153.html
Christer_Naam-154.html
Christer_Naam-155.html
Christer_Naam-156.html
Christer_Naam-157.html
Christer_Naam-158.html
Christer_Naam-159.html
Christer_Naam-160.html
Christer_Naam-161.html
Christer_Naam-162.html
Christer_Naam-163.html
Christer_Naam-164.html
Christer_Naam-165.html
Christer_Naam-166.html
Christer_Naam-167.html
Christer_Naam-168.html
Christer_Naam-169.html
Christer_Naam-170.html
Christer_Naam-171.html
Christer_Naam-172.html
Christer_Naam-173.html
Christer_Naam-174.html
Christer_Naam-175.html
Christer_Naam-176.html
Christer_Naam-177.html
Christer_Naam-178.html
Christer_Naam-179.html
Christer_Naam-180.html
Christer_Naam-181.html
Christer_Naam-182.html
Christer_Naam-183.html
Christer_Naam-184.html
Christer_Naam-185.html
Christer_Naam-186.html
Christer_Naam-187.html
Christer_Naam-188.html
Christer_Naam-189.html
Christer_Naam-190.html
Christer_Naam-191.html
Christer_Naam-192.html
Christer_Naam-193.html
Christer_Naam-194.html
Christer_Naam-195.html
Christer_Naam-196.html
Christer_Naam-197.html
Christer_Naam-198.html