Kat

Er gebeuren voortdurend dingen die mij hinderlijk van mijn werk houden. Zo las ik het volgende nieuwsbericht: ‘In Buenos Aires is een 85-jarige vrouw in coma geraakt nadat zij op straat was geraakt door een vallende kat. Een buurman had het beest van de vierde verdieping per ongeluk uit een raam gegooid. De man probeerde met de kat zijn vrouw te raken vanwege een echtelijke ruzie. Zijn vrouw dook weg en de kat vloog door het open raam. De gewonde vrouw, een bejaarde operazangeres, liep door de vallende kat een schedelbreuk op.’

Het voorval was natuurlijk tóch al van een Monty Python-achtige absurditeit, maar het feit dat die vrouw ook nog operazangeres is, maakt het echt af. Je ziet het voor je: een zwoele avond in Buenos Aires. De straat ruikt naar koffie en geroosterd vlees. De oude dame, een zwarte mantilla over haar frêle schouders, staat nog fier rechtop in haar tangoschoentjes. Ze zingt een aria die weergalmt tegen de vrolijk gekleurde gevels van de romantisch-armoedige volkswijk. Straatjochies met witte tanden ravotten om haar heen, een passerend verliefd paar lacht vertederd. Ze hebben uren gedanst en gaan nu naar huis, naar bed, maar allerminst om te slapen... een idylle. En dan lazert die kat naar beneden. Pats. Prachtig.

Zowat elke (nooit ‘zichzelf respecterende’ zeggen) nieuwssite voorzag het intrigerende bericht van een foto. Niet van de kat in kwestie, want omtrent diens identiteit blijven wij in het ongewisse, maar van willekeurige archiefkatten. Ieder had een andere: er waren rode, zwarte, witte, lapjes... Spitsnieuws, de hemel mag weten waarom, had er zelfs een heel nest jonge poesjes bij, en bnr beeldde, ik verzin dit beslist niet, een kat af in een roodgeruit jurkje met een wit kraagje en een rood capuchonnetje, zijn gezicht begrijpelijkerwijs vertrokken van machteloze woede. Sommige honden zijn weliswaar stompzinnig genoeg om zoiets gelaten te ondergaan, maar de meeste katten zullen zich liever van om het even welke verdieping op een bejaarde operazangeres laten smijten dan dat ze een jurk aantrekken. Het idéé.

Met die kat schijnt het trouwens slecht te zijn afgelopen. Ja, ze komen op hun pootjes terecht, maar te hoog is te hoog. Op het bovenhuis waar ik woon, heb ik het balkon dan ook beveiligd met netten, om mijn achterlijke poes Lola voor een wisse dood te behoeden. Ik weet hoe ze is: als ze een vogeltje ziet, kan ze al helemáál niet meer nadenken.

Dat arme beest in Buenos Aires zag trouwens helemaal geen vogeltje. Hij zag het hoofd van die operazangeres in vliegende vaart op zich afkomen en daarna zag hij niets meer. Nee, als huisgenoot P. ooit op het idee komt om Lola naar mijn hoofd te smijten, dan duik ik niet weg, al helemáál niet als ik voor een open raam sta en er net een bejaarde operazangeres langsloopt. Trouwens, wat die oude dame betreft: zeker, het is een tragische gebeurtenis, maar, zoals de Engelsen dat zo aardig weten te zeggen: she never knew what hit her. En, laten we nou wel wezen: ééns valt voor ons allemaal onherroepelijk de kat van Damocles. Als dat pas op je 85ste is, heb je niks te reclameren.

Sterker nog: ik téken ervoor.

De troost van een warm visje
x97890388983151.xhtml
x97890388983152.xhtml
x97890388983153.xhtml
x97890388983154.xhtml
x97890388983155.xhtml
x97890388983156.xhtml
x97890388983157.xhtml
x97890388983158.xhtml
x97890388983159.xhtml
x978903889831510.xhtml
x978903889831511.xhtml
x978903889831512.xhtml
x978903889831513.xhtml
x978903889831514.xhtml
x978903889831515.xhtml
x978903889831516.xhtml
x978903889831517.xhtml
x978903889831518.xhtml
x978903889831519.xhtml
x978903889831520.xhtml
x978903889831521.xhtml
x978903889831522.xhtml
x978903889831523.xhtml
x978903889831524.xhtml
x978903889831525.xhtml
x978903889831526.xhtml
x978903889831527.xhtml
x978903889831528.xhtml
x978903889831529.xhtml
x978903889831530.xhtml
x978903889831531.xhtml
x978903889831532.xhtml
x978903889831533.xhtml
x978903889831534.xhtml
x978903889831535.xhtml
x978903889831536.xhtml
x978903889831537.xhtml
x978903889831538.xhtml
x978903889831539.xhtml
x978903889831540.xhtml
x978903889831541.xhtml
x978903889831542.xhtml
x978903889831543.xhtml
x978903889831544.xhtml
x978903889831545.xhtml
x978903889831546.xhtml
x978903889831547.xhtml
x978903889831548.xhtml
x978903889831549.xhtml
x978903889831550.xhtml
x978903889831551.xhtml
x978903889831552.xhtml
x978903889831553.xhtml
x978903889831554.xhtml
x978903889831555.xhtml
x978903889831556.xhtml
x978903889831557.xhtml
x978903889831558.xhtml
x978903889831559.xhtml
x978903889831560.xhtml
x978903889831561.xhtml
x978903889831562.xhtml
x978903889831563.xhtml
x978903889831564.xhtml
x978903889831565.xhtml
x978903889831566.xhtml
x978903889831567.xhtml
x978903889831568.xhtml
x978903889831569.xhtml
x978903889831570.xhtml
x978903889831571.xhtml
x978903889831572.xhtml
x978903889831573.xhtml
x978903889831574.xhtml
x978903889831575.xhtml
x978903889831576.xhtml
x978903889831577.xhtml
x978903889831578.xhtml
x978903889831579.xhtml
x978903889831580.xhtml
x978903889831581.xhtml
x978903889831582.xhtml
x978903889831583.xhtml
x978903889831584.xhtml
x978903889831585.xhtml
x978903889831586.xhtml
x978903889831587.xhtml
x978903889831588.xhtml
x978903889831589.xhtml
x978903889831590.xhtml
x978903889831591.xhtml
x978903889831592.xhtml
x978903889831593.xhtml
x978903889831594.xhtml
x978903889831595.xhtml
x978903889831596.xhtml
x978903889831597.xhtml
x978903889831598.xhtml
x978903889831599.xhtml
x9789038898315100.xhtml
x9789038898315101.xhtml
x9789038898315102.xhtml
x9789038898315103.xhtml
x9789038898315104.xhtml
x9789038898315105.xhtml
x9789038898315106.xhtml
x9789038898315107.xhtml
x9789038898315108.xhtml
x9789038898315109.xhtml
x9789038898315110.xhtml
x9789038898315111.xhtml
x9789038898315112.xhtml
x9789038898315113.xhtml
x9789038898315114.xhtml
x9789038898315115.xhtml
x9789038898315116.xhtml
x9789038898315117.xhtml
x9789038898315118.xhtml
x9789038898315119.xhtml