Tas

Bij de bloemenkraam op de markt kocht ik een bos rozen, toen de vrouw naast me zenuwachtig om zich heen begon te kijken. We hadden elkaar juist toegeknikt, goh, mooie bloemen, géén geld, maar nu riep ze angstig: ‘Mijn tas, waar is mijn tas!’

Rampspoed. Alledaagse rampspoed, maar toch. In je tas zit alles. Je bankpasjes, die éne mascararoller die nergens meer is te krijgen, de bon van de stomerij, en natuurlijk je telefoon, je rechterhand, waarmee je gisteren bovendien juist iets heel schattigs van je kinderen hebt gefilmd.

‘Ik had ’m nét nog,’ ging ze wanhopig voort. Zelf ben ik in de loop van mijn slordige leven zó frequent beroofd dat ik tegenwoordig mijn tas meestal maar thuis laat. Nooit meer wil ik het meemaken, de schrik, de spijt, de hete drift jegens de klootzak die, zodra hij dat lullige beetje geld eruit heeft geplukt, de rest van mijn dierbare spulletjes ergens achter een schutting flikkert; het lange wachten in oververhitte politiebureaus en stadsdeelraadkantoren om aangifte te doen c.q. een nieuw paspoort/rijbewijs aan te vragen, plus het ongemakkelijke besef dat er inmiddels over de hele aardkloot beroepsmisdadigers rondflaneren met míjn gestolen identiteitspapieren, zodat ik elk moment in de kraag gevat kan worden voor afpersing, drugssmokkel, mensenhandel of andere slechte dingen die ik nooit gedaan heb en ook nooit zal doen, omdat ik daar gelukkig te schijterig voor ben.

De vrouw zocht panisch achter de kerstrozen, inmiddels met bevende onderlip. ‘Ja, je moet hier natuurlijk wel een beetje opletten,’ zei de bloemenman tactloos. ‘Van de week nog, hè Jos? Liep hier een meisje met een kinderwagen, komen twee van die rotjongens op een scooter, trekken zó de tas van d’r schouder, en weg. Marokkaantjes, hè. Altijd die Marokkaantjes weer. Thuis goed schuin afsnijden!’ sprak hij, terwijl hij mij de rozen toestak. Ik begon te lachen, want ik zag mezelf al een stel Marokkaantjes, de bontkraagjes nog om, schuin afsnijden en zorgzaam in een vaas rangschikken. Toen kwam er een zware, donkere man met een bloederig wit schort tevoorschijn uit de poelierswinkel schuin achter de bloemenkraam. Hij had een glimmende damestas in zijn handen en keek zoekend om zich heen.

Voorspelbare gebeurtenissen ontrolden zich. De vrouw sloeg haar hand voor haar mond, kreten werden geslaakt, vrouw en tas werden herenigd. ‘Voortaan niet vergeten,’ lachte de poelier nog, met een onmiskenbaar Arabisch accent en verdween zijn nering in.

De bloemenman keek een beetje schuldig. ‘Nou, nee, dat is natuurlijk wat anders,’ sprak hij haastig. ‘Dat is Hassan. Die spreekt gewoon Nederlands. En hij heb héle lekkere kip.’

De troost van een warm visje
x97890388983151.xhtml
x97890388983152.xhtml
x97890388983153.xhtml
x97890388983154.xhtml
x97890388983155.xhtml
x97890388983156.xhtml
x97890388983157.xhtml
x97890388983158.xhtml
x97890388983159.xhtml
x978903889831510.xhtml
x978903889831511.xhtml
x978903889831512.xhtml
x978903889831513.xhtml
x978903889831514.xhtml
x978903889831515.xhtml
x978903889831516.xhtml
x978903889831517.xhtml
x978903889831518.xhtml
x978903889831519.xhtml
x978903889831520.xhtml
x978903889831521.xhtml
x978903889831522.xhtml
x978903889831523.xhtml
x978903889831524.xhtml
x978903889831525.xhtml
x978903889831526.xhtml
x978903889831527.xhtml
x978903889831528.xhtml
x978903889831529.xhtml
x978903889831530.xhtml
x978903889831531.xhtml
x978903889831532.xhtml
x978903889831533.xhtml
x978903889831534.xhtml
x978903889831535.xhtml
x978903889831536.xhtml
x978903889831537.xhtml
x978903889831538.xhtml
x978903889831539.xhtml
x978903889831540.xhtml
x978903889831541.xhtml
x978903889831542.xhtml
x978903889831543.xhtml
x978903889831544.xhtml
x978903889831545.xhtml
x978903889831546.xhtml
x978903889831547.xhtml
x978903889831548.xhtml
x978903889831549.xhtml
x978903889831550.xhtml
x978903889831551.xhtml
x978903889831552.xhtml
x978903889831553.xhtml
x978903889831554.xhtml
x978903889831555.xhtml
x978903889831556.xhtml
x978903889831557.xhtml
x978903889831558.xhtml
x978903889831559.xhtml
x978903889831560.xhtml
x978903889831561.xhtml
x978903889831562.xhtml
x978903889831563.xhtml
x978903889831564.xhtml
x978903889831565.xhtml
x978903889831566.xhtml
x978903889831567.xhtml
x978903889831568.xhtml
x978903889831569.xhtml
x978903889831570.xhtml
x978903889831571.xhtml
x978903889831572.xhtml
x978903889831573.xhtml
x978903889831574.xhtml
x978903889831575.xhtml
x978903889831576.xhtml
x978903889831577.xhtml
x978903889831578.xhtml
x978903889831579.xhtml
x978903889831580.xhtml
x978903889831581.xhtml
x978903889831582.xhtml
x978903889831583.xhtml
x978903889831584.xhtml
x978903889831585.xhtml
x978903889831586.xhtml
x978903889831587.xhtml
x978903889831588.xhtml
x978903889831589.xhtml
x978903889831590.xhtml
x978903889831591.xhtml
x978903889831592.xhtml
x978903889831593.xhtml
x978903889831594.xhtml
x978903889831595.xhtml
x978903889831596.xhtml
x978903889831597.xhtml
x978903889831598.xhtml
x978903889831599.xhtml
x9789038898315100.xhtml
x9789038898315101.xhtml
x9789038898315102.xhtml
x9789038898315103.xhtml
x9789038898315104.xhtml
x9789038898315105.xhtml
x9789038898315106.xhtml
x9789038898315107.xhtml
x9789038898315108.xhtml
x9789038898315109.xhtml
x9789038898315110.xhtml
x9789038898315111.xhtml
x9789038898315112.xhtml
x9789038898315113.xhtml
x9789038898315114.xhtml
x9789038898315115.xhtml
x9789038898315116.xhtml
x9789038898315117.xhtml
x9789038898315118.xhtml
x9789038898315119.xhtml