Gonzo
In een druk beklant café aan de gracht probeerde ik met koffie (het was pas vier uur) weer een beetje warm te worden, en dacht intussen na over mijn leven. Zoiets kun je beter niet doen. Op de koop toe kwamen er twee mooie, jonge meisjes binnen die dat hele leven nog vóór zich hadden. Ze waren lang, slank en toch stevig, met frisse rode wangen en allebei zo’n slordig bedoeld knotje waar in werkelijkheid nogal wat tijd en aandacht in zit. Studentes communicatiewetenschappen, dat type. Een blonde en een rossige.
‘Nou, ik héb er een, hoor,’ zei de rossige. Uit haar rugzak trok ze een handpop tevoorschijn. Gonzo was het, de wat sukkelige vogel met de kromme snavel uit de Muppetshow, die aan het eind van elke aflevering steeds weer vergeefs op een trompet probeert te blazen.
Ik heb ’m zelf ook. ’s Lands sluwste kruidenier verkoopt die Muppets voor één euro aan iedereen die, na investering van negentig euro aan boodschappen, de tegenwoordigheid van geest bezit die kleine rotstickertjes niet te verliezen, maar op een klein rotkaartje te plakken. En dit kaartje óók weer niet te verliezen, maar bij een volgend bezoek aan de caissière te overhandigen.
En dan heb je dus nog maar één Muppet, terwijl er acht verkrijgbaar zijn. Dat wil zeggen, verkrijgbaar zouden móéten zijn, want de populairste zijn meestal uitverkocht. Het is om gek van te worden, zeker als je kinderen hebt die de toevoer van stickers, kaartjes en poppen nauwlettend in de gaten houden. Dagelijks word ik bij thuiskomst uit de supermarkt gefouilleerd, en áls ik een nieuwe Muppet te pakken heb, is het altijd de verkeerde.
‘Gelukkig hoef ik alleen Animal nog,’ dacht ik, counting my blessings. Terwijl ik ongerust berekende dat ik de afgelopen weken dus voor een godsvermogen aan boodschappen had gedaan, greep het blonde meisje de pop en stak haar hand erin.
‘Hee Sanne,’ riep ze met een krakende Gonzo-stem terwijl ze de snavel van de Muppet open en dicht liet gaan. ‘Heee Sanne. Dat was niet zo best hè? Zoiets doe je niet bij je beste vriendin toch, Sanne?’ De rode keek gegeneerd om zich heen. ‘Doe niet zo flauw...’ siste ze. ‘Neeee, Sanne,’ kraste Gonzo voort, veel te hard, op verbeten opgewekte toon. ‘Neeee dat kun je Tessa niet zomaar aandoen! Tessa ligt er al nachten wakker van, als je dat maar weet!’ De rossige begon met haar ogen te rollen. ‘Jezus, Tess, hou nou effe op hee,’ kreunde ze. Maar Tessa wist van geen ophouden. ‘Sanne? Hee, Sanne? Kan het misschien zo zijn dat jij soms een heel klein beetje te veel aan jezelf denkt? En een heel klein beetje te weinig aan anderen?’ zanikte de pop.
De rossige stond met een ruk op en greep haar rugzak. ‘Ik heb hier nu echt even geen zin in,’ zei ze. ‘We bellen wel.’ Met grote stappen liep ze het café uit. De blonde keek haar geschrokken na. Zó was het blijkbaar nou ook weer niet bedoeld. Ze schudde de pop van haar hand, liep aarzelend naar de uitgang en verdween.
Gonzo lag nog op het tafeltje. Ik had ’m zó kunnen meenemen. Maar ik had hem al.