Naaiwerk
Nog even over instortende textielfabrieken in arme landen. Op zich is dat natuurlijk de verantwoordelijkheid van de regering van zo’n land en niet van ons, kom op zeg. Maar feit is wel: we kopen allemaal belachelijk veel kleren.
Dat was nog niet zo heel lang geleden wel anders. In mijn prille jeugd, zo’n veertig jaar geleden, bezat ik nooit meer dan een stuk of vijf kledingstukken tegelijk. Je had in die tijd of C&A, of de peperdure boetiek. Daartussenin was er niets. C&A gold in onze kringen als ordinair en voor boetieken waren we te arm. Mijn moeder (ver)maakte dus regelmatig kleren zelf, op de naaimachine. Wat betreft haar werkomstandigheden: betaald kreeg ze er niet voor en al stortte ons huis nooit echt helemaal in, het lekte en schimmelde wel aan alle kanten.
De kleren die ze maakte konden trouwens best door de beugel. Niet iedereen had die mazzel. De tweelingzusjes Sandra en Maartje G., op school, hadden ook een naaiende moeder, maar zij liepen hun hele, helse jeugd rond in veel te ruim op de groei gemaakte overgooiers met het geelgeruite dessin dat je ook wel zag bij caravangordijntjes en vage poncho’s, met op het front een door hun moeder ten onrechte als ‘hip’ aangeprezen applicatie van een dom, dik vogeltje.
Ook kan ik me een jongetje herinneren dat een rare onderlip had omdat de tandarts daar een keer in was uitgeschoten met de boor. Een niet geringe claim to fame, die helaas teniet werd gedaan door zijn ook alweer in huisvlijt vervaardigde broek: lindegroene stretch-terlenka, zo strak als de maillot van Peter Pan, en zonder zakken. Broekzakken had zijn moeder ‘nergens voor nodig’ gevonden, lees ‘te moeilijk’.
Aan broeken waagde mijn moeder zich goddank niet: wij hadden elk een échte spijkerbroek, maar die ging dan ook je hele jeugd mee, eerst als broek, dan als short, vervolgens als rokje en uiteindelijk als onderdeel van het indertijd niet ongebruikelijke verschijnsel ‘collage’ of wandkleed.
Er zijn vast een heleboel mensen die nu de inhoud van hun ‘foute’ klerenkast weggooien om een berg nieuwe spullen in te slaan bij merken met een ‘schoon geweten’. Tsja. Veel logischer is het om de kleren díé je hebt af te dragen, te ruilen met vrienden, te vermaken en in geval van ernstige slijtage een kunstlederen appeltje op de knie te naaien. Dat is pas duurzaam!
Ik heb dus een naaimachine aangeschaft. Een spotgoedkope naaimachine. Hoe zou het zijn met de arbeidsomstandigheden in de fabriek waar hij gemaakt is?
Nee, ik wil het niet weten.