Drank
De zon scheen. Omdat ik geen tuin heb zat ik op het dichtstbijzijnde terrasje in het park tussen de munttheemoeders, werkloze acteurs, mislukte schrijvers en andere onrendabelen. Zelf dronk ik geen muntthee, maar sinaasappelsap uit een meegebracht flesje.
Vroeger was het ‘nuttigen van medegebrachte etenswaren en dranken’ hier nadrukkelijk verboden. Dat is het waarschijnlijk nog steeds, maar tegenwoordig kraait er geen haan meer naar: als je iets wilt nuttigen moet je dat binnen halen, waar het personeel zich, ook bij stralend weer, in het duister angstvallig achter de bar verschanst. Vaak staan er zóveel hongerigen en dorstigen in een lange rij te wachten dat de moed mij in de schoenen zinkt. Soms neem ik zelfs mijn eigen bammetjes mee van thuis. Dat jullie het maar weten, Vondelpark-horecaffers! Ik wíl wel geld bij jullie uitgeven, maar het lukt niet!
Vanachter mijn gedoogpicknickje had ik goed zicht op een groepje scholieren in het gras. Een jaar of veertien waren ze, met brave rugzakjes. Ze hadden elk een blikje bier en dronken er wat onwennig van. Hoe waren ze aan die drank gekomen? De buurtsupermarkten dekken zich op alle mogelijke manieren in tegen drankzuchtige kinderen. ‘Geen 16? Geen druppel!’ staat er streng bij elke kassa. En: ‘Samen alcohol kopen, samen legitimeren!’ Dat laatste lijkt me trouwens niet houdbaar: als scholieren drank willen kopen sturen ze natuurlijk die éne notoire zittenblijver naar binnen die wél zestien is. ‘Tot 21 jaar legitimatie verplicht!’ roept Albert Heijn bovendien heel stoer op grote stickers. Maar voor een béétje eloquente scholier valt ook daar wel een mouw aan te passen. ‘Mag ik je legitimatie zien?’ vroeg zo’n caissière laatst aan een inderdaad wat kinderlijk uitziende jongen met een fles prosecco. ‘Ik ben 22 hoor!’ lachte hij. ‘Nou, laat maar zien dan,’ ging de caissière voort. ‘Nee hoor, hier staat “tot 21 legitimatie verplicht”. En ik ben 22, dus ik hoef niet!’ sprak de knaap triomfantelijk. Vást een gymnasiastje. In opperste verwarring schoof het kassameisje, zelf nog jong, hem zijn aankoop toe.
Toen ik nog in Amerika woonde moest ik mij in elke bar legitimeren, terwijl ik toch zichtbaar 45 was. Ook bij de slijter, waar ik jarenlang wekelijks kwam, bleven ze naar mijn paspoort vragen. Mijn kinderen, die wel eens mee waren, mochten de drank niet naar mijn auto helpen dragen. Dat was de wet. Ik maakte vaak grappen tegen die slijter in het genre: ‘Ze zuipen het allemaal zelf op, dan mogen ze ook zelf sjouwen,’ maar daar werd nooit zelfs maar om geglimlacht. Amerikanen nemen hun wetten uiterst serieus. Niet dat het wat helpt, overigens. Als tieners het willen, zuipen ze toch wel, zowel hier als in Amerika. Tieners doen nu eenmaal wat ze willen, altijd en overal.
De kinderen in het gras hadden plezier. Het bier had hun puberale verlegenheid opzij helpen zetten. Een jongen trok zelfs aan het bh-bandje van een meisje. Giechelend liet ze het zich welgevallen. Aardige kinderen, met de leeftijd van mijn dochter. Zij drinkt trouwens niet. Maar hoe lang nog?
Zelf kreeg ik, ondanks het tamelijk vroege uur, inmiddels ook wel zin in een borrel. Gelukkig was er in de verste verte geen ober te bekennen.