Storm
Mijn zoontje dacht dat hij kon zeilen, zijn vader dacht op zíjn beurt dat híj kon zeilen en ze dachten allebei van elkaar óók dat ze konden zeilen. Geen probleem natuurlijk, zolang je maar niet daadwerkelijk gaat zeilen. ‘Het waait wel érg hard. Ik zie verder helemaal niemand varen...’ zei ik nog, maar na enig gehoon van ‘oud wijf’ en ‘juist een lekker briesje’ stapte ik toch in het gehuurde bootje, een zogenaamde Valk.
Valken hebben vleugels, dit bootje had een zeil. Een heel groot zeil. Nog vóór ik goed en wel zat, koos de Valk met een noodgang het ruime sop, dat aanmerkelijk ruimer bleek dan strikt noodzakelijk. Daar stoven we een onafzienbaar, woest kolkend meer op. Het ‘lekkere briesje’ bleek een ordinaire storm. De boot kapseisde.
‘Bukken. Ik ga gijpen,’ riep mijn zoontje. Wij bukten, het zeil flapperde razend, de boot maakte opnieuw zware slagzij, ik hoorde geschreeuw en zag bloed langs de mast druipen. Tot dusver niks aan de hand, want schreeuwen en bloeden zijn in mijn gezin aan de orde van de dag. Pas toen huisgenoot P. riep: ‘Ik heb alles onder controle!’ raakte ik in paniek. Dat zeggen mannen namelijk alleen als ze helemaal níéts onder controle hebben.
In stripverhalen roepen mensen voortdurend ‘Help!’ maar voor mij was het de eerste keer. Niemand hoorde het, alleen een paar ganzen die na een laatdunkende blik op de stuurloos zwiepende Valk gewoon verder gingen met wat ganzen zoal doen. Door de razende storm en het binnenklotsende water heen hoorde ik mijn zoontje piepen dat hij óók alles onder controle had. ‘Niks aan de hand, even overstag,’ sprak hij beverig. Toen verging de wereld.
Nou ja, het liep goed af. Een engel die plat Amsterdams praatte langs een peukje in zijn mondhoek hielp ons op het droge en bekeek de ravage van lappen zeil en stukken touw met een al even laatdunkende blik als die ganzen. ‘Kún je zeilen?’ vroeg hij achterdochtig aan P., die het gore lef had ‘In principe wel...’ te antwoorden. Zijn hand bloedde nog steeds. ‘Hm. Ik breng je gezin toch maar even met de auto,’ besliste de engel.
‘Geen zwemvesten. Met kleine kinderen in een Valk in de storm. En dan gíjpen,’ concludeerde de man spottend achter het stuur van zijn heerlijk warme auto. ‘Joh, in dat ijskoude water was je in drie minuten verzopen. Doe me een lol en huur de volgende keer een stukkie lánd.’
Toen ik onthutst en afgepeigerd thuiskwam stak er overigens weer een ándere storm op. Een storm in een glas oranjebitter. Maar dit geheel terzijde.