Verf
Omdat mijn wc-bril kapot was (dat is een lang verhaal) belandde ik bij de Gamma, waar ik onderweg naar de wc-brillen op een grote hoeveelheid Histor-verf stuitte. In míjn tijd kon je aan de kleur van het deksel zien wat de kleur van de verf in de pot was: een waterdichte gang van zaken waaraan om God weet wat voor redenen een eind is gekomen.
De hedendaagse Histor-verven hebben námen gekregen, en dan niet ‘kersrood’ of ‘roestbruin’ maar, en ik zweer dat ik hier geen woord van verzin, ‘Behaaglijk’, ‘Vergeving’, ‘Ambitie’, ‘Criterium’, ‘Ongecompliceerd’, ‘Zaterdag’, ‘Tonijn’ en ‘Jazz’. Ik denk dat die mensen van Histor eerst zwaar hebben getafeld en toen bij de cognac darts zijn gaan gooien naar de Dikke Van Dale, tot die ene vent die het woordenboek omhoog moest houden zo’n pijltje in zijn oog kreeg. Terwijl ze naar de eerste hulp waren hebben de vijf- en zevenjarige dochtertjes Histor het karwei op goed geluk afgemaakt door geblinddoekt met hun vingertjes woorden te prikken in een oude Happinez van mevrouw Histor.
En daarom staat u nu in de verfwinkel te vragen om twee liter latex Achterdochtig en een potje hoogglans November. O, en doe ook nog maar een spuitbus metallic Leedvermaak voor het fietsje van mijn zoontje en drie rollen behang Quantummechanica.
Dat moet beter kunnen, Histor! Als het toch per se associatief moet wezen: er zit bij die verf een kleur geel die ik zou willen omschrijven als: ‘Het mengsel van agressie en wanhoop dat zich van de toeschouwer meester maakt als de kinderen een plas chocomel opdweilen met de laatste schone theedoek terwijl er nota bene een rol keukenpapier vlak naast lag’. Er is een vals, grauw groen bij dat doet denken aan: ‘Het soort kater dat men krijgt door op de nuchtere maag twaalf kopstoten te drinken en daarna de nacht door te brengen met een man die er op Facebook heel anders uitzag’ en ook een diepe tint paarsrood die men niet anders kan uitleggen dan: ‘De combinatie van ontroering en geilheid die de kijker overvalt bij de aanblik van een mooie, jonge stratenmaker of dakdekker in de tram, die in werkkleding zachtjes prevelend zit te studeren in het “theorieboek rijexamen”, waarbij zijn haar op een bepaalde manier in zijn gezicht valt, u weet wel wat ik bedoel: vroeger droegen zulke jongens een sigaret achter hun oor, maar kom daar nog maar eens om’.
Kijk, dat zijn omschrijvingen waar je wat aan hebt. En nou niet zeiken van ‘maar dat is toch veel te veel tekst,’ want daar is op zo’n blik verf plaats zát voor. Graag gedaan, heren van Histor! En voortaan niet meer zo veel zuipen.