Plantennamen met een bijsmaak
Het is frappant hoe woorden en namen soms door één gebeurtenis plotseling een andere, of een extra lading kunnen krijgen. Bij de naam Volendam dacht je vroeger aan paling of aan klederdracht, maar nu zie je door brand verminkte tieners voor je geestesoog. Bij het horen van de naam Enschede hoor je knallend vuurwerk. Natuurlijk kan zo’n associatie weer slijten doordat ingrijpende gebeurtenissen na verloop van tijd in de collectieve vergetelheid wegzinken. Associeert u Harmelen bijvoorbeeld nog steeds met die treinramp van lang geleden, en Borculo met een windhoos? Tijd laat alles slijten, maar toch zal het nog wel even duren voordat mensen hun dochters weer op uitgebreide schaal Rowena zullen noemen en zelf zal ik niet snel gaan pootjebaden op het strandje bij Nulde of een pilsje gaan drinken in Het Hemeltje in Volendam.
Ook in mijn eigen vak, de plantkunde, zie je dat namen van planten een onverhoedse bijklank kunnen krijgen; als ik aan het wieden ben in de buurt van de kerstrozen Helleborus croaticus en Helleborus serbicus bijvoorbeeld, dan hoor ik kogels in plaats van vogels fluiten in mijn tuin en bij het snoeien van de dwergsering Syringa afghanica zie ik bebaarde mannen met tulbanden in Toyota-pickups door stoffige woestijnen rijden. En misschien is dat wel de zin van tuinieren: dat je, als je alleen in de tuin aan het werk bent, je gedachten de vrije loop kunt laten en dat je naar hartenlust kunt fantaseren en associëren. Lichamelijke inspanning leidt tot geestelijke ontspanning.
En zo ging onlangs, toen ik de dode bloemen uit de dahlia’s aan het knippen was, mijn fantasie weer eens met mij op de loop. Terwijl ik mijn schaar zette in ‘Deuil de Roi Albert’ vroeg ik mij af of ik een bos dahlia’s met die naam wel met goed fatsoen aan een Vlaamse nationalist cadeau zou kunnen geven. Zou hij blij zijn met de prachtige wit-met-paarse bloemen, of zou hij in mijn gift een stille hint kunnen zien?
Op middeleeuwse schilderijen heeft iedere plant of bloem een betekenis: de anemoon staat voor vergankelijkheid en de anjelier voor het christelijke geloof. Zouden wij nog altijd even ontvankelijk voor symboliek zijn? Dan zou je een bos van de dahlia ‘Vesuvius’ kunnen zien als meer dan een simpel bosje bloemen – bijvoorbeeld als een symbool van een uitbarsting van vurige liefde. Een flierefluiter zou je een bosje fluitenkruid kunnen schenken, en een mondige kennis een boeket leeuwenbekken. Het aantal mogelijkheden is eindeloos: boeketten van vlambloemen, heideroosjes en bosviooltjes voor vrienden, en van schurftkruid en boerenwormkruid voor de vijand. Schaapskop en muizenoor; slaapbol en slangenkruid – voor wie de symboliek verstaat heeft iedere plant een boodschap.
Lang geleden had ik een Engelse schoonmoeder die bijna hysterisch werd toen ik een bosje hei haar huis binnenbracht. Wist ik dan niet dat ik op die manier het grootste ongeluk over haar en haar huis afriep? Ook meidoorn mocht onder geen voorwaarde over de drempel komen. Zij was nog op de hoogte van allerlei primitieve betekenissen en bijgeloven. En als je haar een sansevieria cadeau had gedaan, dan had ze dat zeker als een belediging opgevat, want die heet in het Engels mother in law’s tongue – schoonmoederstong. Ook met een apenboom of slangenden, voor haar voortuintje had je haar waarschijnlijk geen plezier gedaan.
En ik weet het – veel symboliek wordt tegenwoordig niet meer begrepen; we hebben de neiging om al die betekenissen van onze voorouders als ballast te zien. Bijgeloof verdwijnt; niemand schrikt meer bij het zien van een zwarte kat. Maar toch zou ik aarzelen voordat ik een inwoner van Enschede een vuurwerkplant cadeau gaf, of een politicus voor zijn tuin een kogeldistel.