30
Wanda Seldon trok de riem van haar unipak iets strakker om haar middel. Ze pakte een schoffel en viel aan op het onkruid dat in haar kleine bloementuin buiten het psychohistoriegebouw in Streeling was opgeschoten. Meestal zat Wanda het grootste deel van de tijd in haar kantoor en werkte ze aan haar primaire radiant. Ze vond troost in de precieze, statistische elegantie ervan; de onveranderlijke formules gaven een zekere geruststelling in dit Imperium dat zo op hol was geslagen. Maar als de herinnering aan haar geliefde vader, moeder en kleine zusje te veel voor haar werden, wanneer zelfs haar onderzoek haar gedachten niet kon afhouden van het vreselijke verlies dat ze zo kort geleden had moeten lijden, ging Wanda altijd naar buiten, hierheen, en krabde ze in de geterravormde grond, alsof het in leven houden van een paar planten haar verdriet misschien een heel klein beetje kon temperen.
Sinds de dood van haar vader, een maand geleden, en de verdwijning van Manella en Bellis, was Wanda, die altijd al slank was geweest, magerder geworden. Terwijl Hari Seldon zich een paar maanden geleden bezorgd zou hebben gemaakt als zijn geliefde kleindochter geen trek had, ging hij nu op in zijn eigen verdriet en leek het niet te merken.
Hari en Wanda Seldon waren flink veranderd... evenals de weinige nog resterende leden van het Psychohistorie Project. Hari scheen de moed te hebben opgegeven. Het grootste deel van de tijd zat hij nu in het Streelingsolarium in een leunstoel over het terrein van de universiteit te staren, verwarmd door de felle lampen boven zijn hoofd. Zo nu en dan vertelden projectleden Wanda dat zijn lijfwacht, een man genaamd Stettin Palver, Seldon probeerde over te halen tot een wandeling buiten onder de koepel of een gesprek met hem probeerde te beginnen over de toekomstige richting die het Project moest volgen.
Wanda trok zich steeds verder in haar studie van de fascinerende formules van de eerste radiant terug. Ze voelde dat de toekomst waaraan haar grootvader zo hard had gewerkt eindelijk vorm begon aan te nemen en hij had gelijk: de encyclopedisten moesten naar Terminus toe; zij zouden de Foundation zijn.
En sectie 33A2D17... daarin kon Wanda zien wat Seldon de Tweede, of geheime Foundation noemde. Maar waarom? Zonder Seldons actieve deelname wist Wanda niet hoe ze verder moest gaan. En het verlies na de dood van haar familie sneed zo diep, dat ze niet de kracht scheen te hebben het te verwerken.
De leden van het Project zelf, de ongeveer vijftig geharde zielen die resteerden, bleven hun werk zo goed mogelijk doen. De meesten waren encyclopedisten en onderzochten het bronmateriaal dat ze zouden moeten kopiëren en catalogiseren voor hun eventuele verhuizing naar Terminus... wanneer en indien ze volledige toegang tot de Galactische Bibliotheek kregen. In dat opzicht werkten ze slechts in goed vertrouwen. Professor Seldon was zijn privé-kantoor in de bibliotheek kwijtgeraakt, zodat het vooruitzicht dat andere leden van het project speciale toegang zouden krijgen slechts klein was.
De resterende leden van het Project (niet de encyclopedisten) waren historische analisten en mathematici. De historici interpreteerden het doen en laten van de mens in heden en verleden en gaven hun resultaten door aan de mathematici, die die stukjes op hun beurt in de grote, psychohistorische formule inpasten. Het was tijdrovend, moeizaam werk.
Veel projectleden waren vertrokken omdat het werk zo slecht betaalde - psychohistorici waren het onderwerp van vele grappen op Trantor en de beperkte financiële middelen hadden Seldon tot drastische kortingen op hun salaris gedwongen. Maar de constante, geruststellende aanwezigheid van Hari Seldon had - tot nu toe - een tegenwicht gevormd voor de moeilijke werkomstandigheden van het Project. Ja, de projectleden die waren gebleven, hadden dat allemaal gedaan uit respect voor en toewijding aan professor Seldon.
Maar nu, dacht Wanda Seldon bitter, wat voor reden hebben ze nog om te blijven? Een licht briesje blies een lok van haar blonde haar voor haar gezicht; gedachteloos duwde ze het weg en ging door met wieden.
'Juffrouw Seldon, mag ik even?' Wanda draaide zich om en keek op. Een jongeman - ze schatte hem vroeg in de twintig - stond naast haar op het grindpad. Meteen voelde ze zijn kracht en grote intelligentie. Haar grootvader had een verstandige keus gedaan. Wanda kwam overeind om met hem te praten. 'Ik herken u, u bent de lijfwacht van mijn grootvader, niet? Stettin Palver, is het niet?'
'Ja, dat klopt, juffrouw Seldon,' zei Palver, waarna zijn wangen iets begonnen te blozen, alsof hij blij was dat zo'n knap meisje acht op hem sloeg. 'Juffrouw Seldon, ik zou met u over uw grootvader willen praten. Ik maak me ernstig zorgen om hem. We moeten iets doen.'
'Wat doen, meneer Palver? Ik weet het ook niet meer. Sinds mijn vader' - ze slikte moeizaam, alsof het haar moeite kostte om iets te zeggen - 'is overleden en mijn moeder en zuster zijn verdwenen, kan ik niets anders doen dan hem 's morgens uit bed te halen. En om u de waarheid te zeggen, ik ben er ook flink door van slag geraakt. Dat begrijpt u toch wel?' Ze keek hem strak aan en wist dat het zo was.
'Juffrouw Seldon,' zei Palver zacht, 'ik voel vreselijk met u mee om uw verlies. Maar u en professor Seldon léven en u moet aan de psychohistorie blijven werken. De professor lijkt het te hebben opgegeven. Ik hoopte dat u misschien... wij... iets zouden kunnen verzinnen om hem weer hoop te geven. U weet wel, een reden om verder te gaan.'
Ach, meneer Palver, dacht Wanda, misschien heeft opa wel gelijk. Ik vraag me af of er wel een reden is om door te gaan. Maar ze zei: 'Het spijt me, meneer Palver, ik kan niets bedenken.' Ze gebaarde met haar schoffel naar de grond. 'En nu, zoals u ziet, moet ik weer verder met dat lastige onkruid.'
'Ik vind niet dat uw grootvader gelijk heeft. Ik vind dat er wel degelijk een reden is om door te gaan. Die moeten we gewoon zien te vinden.'
De woorden troffen haar in volle kracht. Hoe had hij geweten wat ze dacht? Tenzij... 'U kunt gedachten lezen, niet?' vroeg Wanda met ingehouden adem, alsof ze bang was om Palvers antwoord te horen.
'Ja, dat kan ik,' antwoordde de jongeman. 'Dat heb ik altijd al gekund, geloof ik. Ik kan me tenminste niet herinneren dat ik het niet kon. De helft van de tijd ben ik me er zelfs niet echt bewust van... Ik weet gewoon wat de mensen denken... of hebben gedacht.
Soms,' vervolgde hij, aangemoedigd door het begrip dat hij uit Wanda voelde stralen, 'voel ik flitsen van iemand anders komen. Maar dat gebeurt altijd in een menigte en ik kan niet thuisbrengen wie het is. Maar ik weet dat er anderen als ik... wij... zijn.'
Opgewonden pakte Wanda Palvers hand, haar tuingereedschap lag vergeten op de grond. 'Heb je er enig idee van wat dit kan betekenen? Voor opa, voor de psychohistorie? Eén van ons kan slechts een beperkte hoeveelheid werk aan, maar twee van ons, wij samen...' Wanda begon naar het psychohistoriegebouw te lopen en liet Palver achter op het grindpad. Toen ze bijna bij de ingang was bleef ze staan en draaide zich om. Kom, meneer Palver, we moeten het mijn grootvader vertellen, zei Wanda zonder haar mond open te doen. Ja, misschien wel, antwoordde Palver toen hij zich bij haar voegde.