1

Mandell Gruber was een blij man. Dat dacht Hari Seldon in elk geval. Seldon onderbrak zijn ochtendwandeling om hem te bekijken.

Gruber, die misschien achterin de veertig was, een paar jaar jonger dan Seldon, was een beetje misvormd door zijn permanente werk in de tuinen van het keizerlijk paleis, maar hij had een vrolijk, gladgeschoren gezicht en een roze schedel, die maar nauwelijks bedekt werd door zijn dunne, zandkleurige haar. Hij floot zacht in zichzelf toen hij de bladeren van de struiken onderzocht op tekenen van aantasting door insecten.

Hij was natuurlijk niet de hoofdtuinier. De hoofdtuinier van de tuinen van het keizerlijk paleis was een hoge functionaris die in een van de gebouwen van het enorme keizerlijke complex een paleisachtig kantoor had en een leger van mannen en vrouwen onder zich had staan. Waarschijnlijk inspecteerde hij de paleistuinen hoogstens één of twee keer per jaar.

Gruber maakte slechts deel uit van dat leger. Zijn functie, wist Seldon, was tuinier eersteklas, en die had hij wel verdiend met dertig jaar trouwe dienst.

Seldon riep naar hem toen hij op het perfect gladgewalste grindpad bleef staan. 'Het is weer een prachtige dag, Gruber.'

Gruber keek op en zijn blik fonkelde. 'Inderdaad, premier, en ik heb medelijden met degenen die binnen zitten opgesloten.'

'Je bedoelt mij straks.'

'Er is weinig aan u, premier, waar mensen medelijden mee kunnen hebben, maar als u op een dag als vandaag in die gebouwen verdwijnt, kunnen de paar gelukkigen als wij een klein beetje medelijden voor u opbrengen.'

'Bedankt voor je medeleven, Gruber, maar je weet dat er veertig miljard Trantorianen onder de koepel wonen. Heb je ook medelijden met hen?'

'Dat zeker. Ik ben er dankbaar voor dat ik zelf niet van Trantoriaanse afkomst ben, zodat ik als tuinman kan werken. Er zijn er slechts weinigen van ons op deze wereld die in de open lucht kunnen werken, maar hier ben ik, een van de paar gelukkigen.'

'Het weer is niet altijd zo mooi.'

'Dat is waar. En ik heb hier buiten in de stromende regen en de gierende wind gestaan. Toch, zolang je je goed aankleedt... Kijk...' En Gruber spreidde zijn armen even breed uit als zijn glimlach, alsof hij de hele, uitgestrekte paleistuin wilde omvatten. 'Ik heb mijn vrienden. De bomen, het gras en alle dierlijke levensvormen die me gezelschap houden, en gewassen die ik in geometrische vormen laat groeien, zelfs in de winter. Hebt u ooit de geometrie van de tuinen gezien, premier?'

'Ik kijk er nu toch naar?'

'Ik bedoel de hele plattegrond, zodat u echt de opbouw ervan kunt waarderen... en die ook kunt bewonderen. Hij is meer dan honderd jaar geleden door Tapper Savand ontworpen en sindsdien maar weinig veranderd. Tapper was een groot tuinarchitect, de grootste, en hij kwam van mijn planeet vandaan.'

'Dat was Anacreon, is het niet?'

'Inderdaad. Een ver weg gelegen wereld aan de rand van de Galaxis, waar nog wildernis bestaat en het leven zoet kan zijn. Ik ben hierheen gekomen toen ik nog nat achter de oren was en de huidige hoofdtuinier onder de oude keizer aan de macht kwam. Er wordt nu natuurlijk over gesproken om de tuinen her in te delen.' Gruber zuchtte diep en schudde zijn hoofd. 'Dat zou verkeerd zijn. Zoals ze nu zijn, zijn ze precies goed en in de juiste proporties, goed uitgebalanceerd, een genot voor het oog en de geest. Maar het is waar dat de tuinen in het verleden zo nu en dan opnieuw zijn aangelegd. Keizers krijgen genoeg van het oude en zijn altijd op zoek naar het nieuwe, alsof nieuw altijd beter zou zijn. Onze huidige keizer, moge hij lang leven, heeft de herindeling met de hoofdtuinier besproken. Dat fluisteren de tuinmannen althans tegen elkaar.' Dit laatste voegde hij er snel aan toe, alsof hij zich ervoor schaamde paleisroddels te verspreiden.

'Dat zal niet snel gebeuren.'

'Ik hoop het niet, premier. Alstublieft, als u de kans krijgt om u even vrij te maken van al dat hartvernietigende werk dat u moet doen, bekijkt u het ontwerp van de tuinen dan eens. Dat is van een zeldzame schoonheid en, als het aan mij lag, zou er geen blaadje van zijn plaats mogen komen, geen bloem, geen konijn, waar dan ook op al die honderden vierkante kilometers.'

Seldon glimlachte. 'Je bent een toegewijd man, Gruber. Het zou me niet verbazen als je eens hoofdtuinier werd.'

'Moge het Lot me daarvoor behoeden. De hoofdtuinier ademt geen frisse lucht, heeft geen natuurlijk uitzicht en vergeet alles wat hij over de natuur heeft geleerd. Die woont daar' - Gruber wees minachtend - 'en ik denk dat hij een struik niet meer van een stroom kan onderscheiden, tenzij een van zijn ondergeschikten hem mee naar buiten neemt en zijn hand op het ene legt of in het andere doopt.'

Even leek het of Gruber zijn gal zou spuien, maar hij kon het niet over zijn hart verkrijgen om ergens op te spuwen.

Seldon lachte zacht. 'Gruber, het is fijn om met jou te praten. Als ik mijn dagelijkse taken heb vervuld is het fijn om het er even van te nemen en naar jouw levensfilosofie te luisteren.'

'O, premier, ik ben geen filosoof. Ik heb nauwelijks onderwijs genoten.'

'Je hoeft geen onderwijs te genieten om een filosoof te zijn. Gewoon een actieve geest en levenservaring. Kijk maar uit, Gruber, straks promoveer ik je nog.'

'Als u me maar laat waar ik ben, premier. Dan ben ik u eeuwig dankbaar.'

Seldon glimlachte toen hij verder liep, maar zijn glimlach vervaagde toen zijn gedachten zich weer aan zijn huidige problemen wijdden. Tien jaar premier en als Gruber wist hoe door en door genoeg Seldon van zijn positie had, zou zijn medelijden tot enorme hoogten stijgen. Zou Gruber kunnen begrijpen dat Seldons vooruitgang met de technieken van de psychohistorie erop begon te duiden dat hij voor een ondraaglijk dilemma zou komen te staan?

De Foundation: voorwaarts
Section0001.xhtml
Section0002.xhtml
Section0003.xhtml
Section0004.xhtml
Section0005.xhtml
Section0006.xhtml
Section0007.xhtml
Section0008.xhtml
Section0009.xhtml
Section0010.xhtml
Section0011.xhtml
Section0012.xhtml
Section0013.xhtml
Section0014.xhtml
Section0015.xhtml
Section0016.xhtml
Section0017.xhtml
Section0018.xhtml
Section0019.xhtml
Section0020.xhtml
Section0021.xhtml
Section0022.xhtml
Section0023.xhtml
Section0024.xhtml
Section0025.xhtml
Section0026.xhtml
Section0027.xhtml
Section0028.xhtml
Section0029.xhtml
Section0030.xhtml
Section0031.xhtml
Section0032.xhtml
Section0033.xhtml
Section0034.xhtml
Section0035.xhtml
Section0036.xhtml
Section0037.xhtml
Section0038.xhtml
Section0039.xhtml
Section0040.xhtml
Section0041.xhtml
Section0042.xhtml
Section0043.xhtml
Section0044.xhtml
Section0045.xhtml
Section0046.xhtml
Section0047.xhtml
Section0048.xhtml
Section0049.xhtml
Section0050.xhtml
Section0051.xhtml
Section0052.xhtml
Section0053.xhtml
Section0054.xhtml
Section0055.xhtml
Section0056.xhtml
Section0057.xhtml
Section0058.xhtml
Section0059.xhtml
Section0060.xhtml
Section0061.xhtml
Section0062.xhtml
Section0063.xhtml
Section0064.xhtml
Section0065.xhtml
Section0066.xhtml
Section0067.xhtml
Section0068.xhtml
Section0069.xhtml
Section0070.xhtml
Section0071.xhtml
Section0072.xhtml
Section0073.xhtml
Section0074.xhtml
Section0075.xhtml
Section0076.xhtml
Section0077.xhtml
Section0078.xhtml
Section0079.xhtml
Section0080.xhtml
Section0081.xhtml
Section0082.xhtml
Section0083.xhtml
Section0084.xhtml
Section0085.xhtml
Section0086.xhtml
Section0087.xhtml
Section0088.xhtml
Section0089.xhtml
Section0090.xhtml
Section0091.xhtml
Section0092.xhtml
Section0093.xhtml
Section0094.xhtml
Section0095.xhtml
Section0096.xhtml
Section0097.xhtml
Section0098.xhtml
Section0099.xhtml
Section0100.xhtml
Section0101.xhtml
Section0102.xhtml
Section0103.xhtml
Section0104.xhtml
Section0105.xhtml
Section0106.xhtml
Section0107.xhtml
Section0108.xhtml
Section0109.xhtml
Section0110.xhtml
Section0111.xhtml
Section0112.xhtml
Section0113.xhtml
Section0114.xhtml
Section0115.xhtml
Section0116.xhtml
Section0117.xhtml
Section0118.xhtml
Section0119.xhtml
Section0120.xhtml
Section0121.xhtml
Section0122.xhtml
Section0123.xhtml
Section0124.xhtml
Section0125.xhtml