11
In bepaalde opzichten kon Wye behoorlijk puriteins zijn. (Dit gold voor alle sectoren, al was men in de ene sector veel strenger dan in de andere.) De drankjes hier waren niet alcoholisch maar synthetisch gemaakt om op andere manieren te stimuleren. Raych vond ze niet lekker smaken, want hij was er helemaal niet aan gewend, maar dat betekende dat hij langzaam aan zijn glas kon nippen en rondkijken.
Hij ving de blik op van een vrouw die enkele tafels bij hem vandaan zat en het kostte hem moeite om weer de andere kant op te kijken. Ze was aantrekkelijk en het was duidelijk dat de gebruiken in Wye niet op èlk gebied even puriteins waren.
Even later glimlachte de jonge vrouw licht en stond op. Ze wandelde naar Raych' tafel, terwijl Raych haar peinzend bekeek. Hij kon zich nu geen avontuurtjes veroorloven, dacht hij met duidelijke spijt.
Ze bleef even staan toen ze bij Raych was en liet zich toen soepel op een stoel naast de zijne zakken. 'Hallo,' zei ze. 'Je ziet er niet uit als een vaste klant hier.'
Raych glimlachte. 'Nee. Ken je alle vaste klanten?'
'Zo'n beetje,' zei ze ongegeneerd. 'Ik heet Manella. Hoe heet jij?'
Het speet Raych meer dan ooit. Ze was vrij groot, groter dan hijzelf zonder zijn hoge hakken - iets wat hem altijd wel aanstond - had een melkkleurige gelaatskleur en lang, zacht golvend haar dat hier en daar duidelijk donkerrood opvlamde. Haar kleren waren niet al te opzichtig en als ze een klein beetje meer haar best deed, had ze misschien door kunnen gaan voor een respectabele vrouw uit de niet-al-te-hard-werkende klasse.
Raych zei: 'Mijn naam doet er niet toe. Ik heb niet veel kredieten.'
'O, jammer.' Manella trok een gezicht. 'Kun je er niet aan een paar komen?'
'Ik zou wel willen. Ik zoek werk. Weet jij iets?'
'Wat voor soort werk?'
Raych haalde zijn schouders op. 'Ik heb geen speciale ervaring, maar ik ben nergens te trots voor.'
Manella keek hem peinzend aan. 'Laat ik je wat zeggen, meneer Naamloos. Soms zijn er helemaal geen kredieten nodig.'
Raych verstijfde meteen. Hij had redelijk succes bij de vrouwen, maar met zijn snor... zijn snor. Wat zag ze in zijn baby-face?
Hij zei: 'Weet je, een vriend van me heeft hier een paar weken geleden gelogeerd, maar ik kan hem niet vinden. Omdat jij alle vaste klanten kent, ken je hem misschien. Hij heet Kaspalov.' Hij verhief zijn stem iets. 'Kaspal Kaspalov.'
Manella keek hem onbewogen aan en schudde met haar hoofd. 'Ik ken niemand die zo heet.'
'Jammer. Hij was een Joranumiet, net als ik.' Weer een onbewogen blik. Weet je wat een Joranumiet is?'
Ze schudde haar hoofd. 'N... nee. Ik heb het woord wel eens gehoord, maar ik weet niet wat het betekent. Is het een bepaald soort werk?'
Raych voelde zich teleurgesteld. Hij zei: 'Het zou te veel tijd kosten om het uit te leggen.'
Het had geklonken alsof hij haar wegstuurde en na een korte aarzeling stond Manella op en zwalkte weg. Ze glimlachte niet en het verbaasde Raych al enigszins dat ze zo lang was gebleven.
(Al had Seldon altijd wel gezegd dat Raych genegenheid wekte, maar toch niet bij zo'n zakelijke vrouw. Voor hen ging het alleen om het geld.)
Automatisch volgde hij Manella met zijn ogen toen ze bij een andere tafel, waar een man alleen zat, bleef staan. Hij was net van middelbare leeftijd, maar met botergeel haar dat glad achterover was gekamd. Hij was gladgeschoren, al vond Raych dat hij wel een baard kon gebruiken. Zijn kin was te vooruitstekend en enigszins asymmetrisch.
Kennelijk had Manella bij deze baardeloze man net zo weinig succes. Er werden een paar woorden gewisseld, waarna ze verder liep. Jammer, maar ze zou vast niet vaak een blauwtje lopen. Ze zag er onbetwistbaar heel aantrekkelijk uit.
Zonder er bij stil te staan betrapte Raych zichzelf erop dat hij eraan dacht wat het resultaat zou zijn geweest als hij nu toch had kunnen... En toen besefte Raych dat er iemand anders naar hem toe was gekomen. Dit keer was het een man. Het was zelfs de man met wie Manella zoeven had gesproken. Het verbaasde hem dat zijn eigen verstrooidheid hem zo had beziggehouden dat hij er niets van had gemerkt en hij zich had laten verrassen. Zulke dingen kon hij zich niet permitteren.
De man keek hem met een nieuwsgierige fonkeling in zijn ogen aan. 'U sprak daarnet met een vriendin van me.'
Raych kon niet voorkomen dat hij breeduit glimlachte. 'Ze is een aardige vrouw.'
'Ja, dat is ze. En een góede vriendin van me. Ik hoorde toevallig wat u tegen haar zei.'
'Daar was toch niets verkeerd aan?'
'Helemaal niet, maar u noemde uzelf een Joranumiet.'
Raych' hart sprong op. Zijn opmerkingen tegen Manella waren dus toch in de roos geweest. Voor haar had het niets betekend, maar voor haar 'vriend' scheen het wel iets te betekenen.
Hield dat in dat dat hij nu op de goede weg was? Of slechts dat hij grote problemen had?