101
Een auto kwam diep grommend over het pad aanrijden.
Leon? Nee, zo klonk Leons auto niet. Die was de hort op. En dat nog wel op zondag. Er ging een golf van walging door haar heen. Haar besluit stond vast.
Ze trok de gordijnen van de voorkamer opzij. Het was Bugbee. Die grijns van hem. ‘Eindelijk de knoop doorgehakt, hè?’
Ze nodigde hem in de voorkamer uit, waar hij Leons stoel nam en Audrey tegenover hem op de bank ging zitten. Bugbees voet kwam tegen iets aan, en er rinkelden een paar bruine flesjes.
Hij keek omlaag. ‘Aan de zuip, Aud? Wordt de druk je te groot?’
‘Ik vind bier niet eens lekker,’ zei ze gegeneerd. ‘Nou, wat is er?’
‘Eén complicatie.’
‘O nee.’
‘Een gunstige complicatie. Onze vriend Eddie laat Conover barsten.’
‘Wat bedoel je precies?’
‘Hij wil een deal maken.’
‘Hoeveel heeft hij je verteld?’
‘Helemaal niks. Alleen dat hij misschien interessante informatie voor ons heeft.’
‘Hij moet eerst laten zien wat hij te koop heeft.’
‘Hij wil eerst een deal. Ik wed dat hij de mededader is.’
Ze dacht even na. ‘En als hij nu eens de schutter is, en niet Conover?’
‘Dan zitten we helemaal goed. Als hij verklaart dat Conover medeplichtig was, hebben we ze allebei.’
‘Hij weet dat die pistolen overeenkomen.’ Weer een automotor. Zou dat Leon zijn?
‘Heb jij het hem verteld? Ik niet.’
Ze schudde haar hoofd en vertelde hem over het telefoontje uit Grand Rapids.
‘Die verrekte Noyce,’ zei Bugbee. ‘Heb ik het niet gezegd?’
‘Wat heb je gezegd?’
‘Ik mocht hem nooit.’
‘Nee, omdat hij jou niet mag.’
‘Oké. Maar dat bedoel ik niet. Rinaldi en hij weten iets over elkaar. Nu lijkt het erop dat wij iets over Noyce weten.’
‘Ik speel dat spelletje niet mee,’ zei Audrey op besliste toon. ‘Jezus,’ zei Bugbee. ‘Moet je nou altijd de kerkganger uithangen, ook op een moment als dit?’
‘Zal ik het eens zeggen in termen die jij begrijpt? Als jij open kaart tegen Noyce wilt spelen, heb ik daar geen moeite mee. Maar ik wed dat hij weet dat wij het weten.’
‘Denk je dat?’
‘Hij weet dat ik met Grand Rapids heb gepraat. Hij weet dat ik diep graaf. Maar goed, als jij later spelletjes met hem wilt spelen, kan me dat niet schelen. Ik ben diep geschokt, maar op dit moment wil ik alleen de zaak tot een goed eind brengen. Ik stel voor dat we hem negeren, achter zijn rug om werken, de papieren van de arrestatie zo laat mogelijk afwerken, zodat hij niet de kans krijgt om Rinaldi een tip te geven.’
Bugbee haalde zijn schouders op. Hij gaf zich gewonnen.
‘En ik zal je nog wat anders vertellen. Ik wil geen deal maken met Rinaldi.’
‘Dat moet wel,’ protesteerde Bugbee. ‘Via hem komen we binnen.’
‘Zeg jij niet steeds dat onze bewijsvoering goed genoeg is? Waarom wil je het nu zo gauw opgeven?’
‘Het is geen opgeven,’ zei Bugbee.
‘Nee, hè? Ik wil ze allebei beschuldigen van moord. Op die manier hebben we de maximale onderhandelingsruimte. We zoeken later wel uit hoe het precies zat.’
‘Dus nu denk jij dat we de bewijsvoering rond hebben?’
‘Zo ongeveer. Morgenvroeg ga ik weer met Stadlers psychiater praten.’
‘Is het daar niet een beetje laat voor?’
‘Helemaal niet. We kunnen de officier van justitie veel gemakkelijker overtuigen als die psychiater verklaart dat Stadler gestoord en zelfs gevaarlijk was. Als we dat voor elkaar hebben, krijgen we de arrestatiebevelen vast en zeker.’
‘Ik dacht dat hij al had geweigerd met je te praten.’
‘Ik geef het niet op.’
‘Je kunt hem niet dwingen.’
‘Nee, maar ik kan hem overhalen. Of ik kan het tenminste proberen.’
‘Geloof jij het?’
‘Wat?’
‘Dat Stadler gevaarlijk was.’
‘Ik weet niet wat ik moet geloven. Ik denk dat Conover en Rinaldi het geloofden. Als de psychiater wil meewerken, kunnen we een motief aantonen. Daar zal ook de gladste advocaat die Nick Conover kan vinden een hele kluif aan hebben. En dan hoeven we echt geen deal meer te maken met Eddie, nietwaar?’
‘Je bedoelt dat je de dobbelsteen wilt laten rollen?’
‘Soms moet je wel,’ zei ze.
‘Jij hoeft niet zo nodig Noyces ballen boven een kampvuurtje te roosteren, zoals ik dat wil, hè?’
Ze schudde haar hoofd. ‘Ik ben niet kwaad. Ik ben…’ Ze dacht even na. ‘Ik ben teleurgesteld. Ik ben verdrietig.’
‘Weet je wat, ik heb altijd gedacht dat jullie jezusfreaks het niet echt meenden. Maar ik denk nu dat je serieus goed wilt doen. Dat je echt goed wilt zijn. Dat is toch zo?’
Ze lachte. ‘Het gaat er niet om dat je goed wilt zijn, Roy. Je moet probéren goed te zijn. Denk je dat Jezus…’ Ze zocht naar het woord. ‘Dat Jezus een watje is? Nee. Hij was bikkelhard. Dat moest hij wel zijn.’
Bugbee glimlachte; er kwamen lijntjes bij zijn ogen. Ze probeerde iets van zijn gezicht af te lezen en wist niet zeker of ze een glimp van bewondering opving. ‘Jezus die bikkelhard was. Die is goed.’
‘Wanneer ben je voor het laatst naar de kerk geweest, Roy?’
‘O, nee. Kom daar niet mee aanzetten. Laat één ding duidelijk zijn: dat gaat niet gebeuren.’ Hij zweeg even. ‘Trouwens, ik denk dat Jezus zijn handen vol heeft aan jouw eigen huishouden.’
Audrey voelde zich gekwetst. Ze zei niets.
‘Sorry,’ zei Bugbee even later. ‘Dat had ik niet moeten zeggen.’
‘Het geeft niet,’ zei ze. ‘Misschien heb je wel gelijk.’