63

‘We hebben iets op uw gazon gevonden,’ zei ze.

‘O?’

Ze was met hem naar de hal gegaan, buiten gehoorsafstand van de kinderen.

‘Een vervormd stukje metaal.’

Nick haalde zijn schouders op. Nou en? betekende dat. Wat had hij daarmee te maken?

‘Het kan een kogelfragment zijn, of een stukje van een patroonhuls.’

‘Van een vuurwapen?’ Hij hield zijn adem in. Hij probeerde zich nonchalant, maar geïnteresseerd voor te doen, zoals je van iemand in zijn positie zou verwachten. Iemand die onschuldig was en wilde dat de politie de moordenaar vond.

‘Dat is moeilijk te zeggen. Ik ben geen expert.’

‘Mag ik eens kijken?’ zei hij, en hij had daar meteen spijt van. Hij moest niet te veel belangstelling tonen. Het moest in evenwicht blijven.

Ze schudde haar hoofd. ‘De technische recherche heeft het. Ik wilde u alleen vragen – misschien lijkt het een belachelijke vraag – maar u zei dat u geen vuurwapen bezit, nietwaar?’

‘Dat klopt.’

‘Dan hebt u natuurlijk nooit op uw terrein met een wapen geschoten. Maar heeft voor zover u weet iemand anders op uw terrein met een vuurwapen geschoten?’

Hij probeerde laatdunkend te lachen, maar het klonk hol. ‘We doen hier niet aan schijfschieten,’ zei hij.

‘Dus voor zover u weet heeft niemand ooit buiten uw huis met een vuurwapen geschoten.’

‘Nee. Niet voor zover ik weet.’

‘Nooit.’

‘Nooit.’ Er liep een koel straaltje zweet over de achterkant van zijn oor en over zijn hals. Het werd opgenomen door de boord van zijn overhemd.

Ze knikte weer, ditmaal langzaam. ‘Interessant.’

‘De technische recherche – is die er zeker van dat het metaal uit een kogel of zoiets afkomstig is?’

‘Nou, weet u, ik denk niet dat ik het verschil zou kunnen zien tussen een flessendop en een… een Remington Golden Saber 9mm-patroonhuls,’ zei ze. Nick kromp onwillekeurig ineen en hoopte dat ze het niet had opgemerkt. ‘Maar die technisch rechercheurs zijn ongelooflijk goed in hun werk, en ik moet het aan hen overlaten. Ze zeggen dat het er echt wel uitziet als een fragment van een projectiel.’

‘Vreemd,’ zei Nick. Hij probeerde verbaasd te kijken op een neutrale, ongeïnteresseerde manier, zonder te laten blijken dat hij helemaal van zijn stuk was – doodsbang en bevend en misselijk.

Eddie had hem verzekerd dat hij alles had verzameld, alle patroonhulzen, en dat hij had gekeken of er verder nog sporen op het gazon te vinden waren. Natuurlijk kon hij gemakkelijk een klein stukje lood of koper of zoiets over het hoofd zien, bijvoorbeeld een weggevlogen stukje metaal dat zich in de grond had geboord. Dat had hem gemakkelijk kunnen ontgaan.

Per slot van rekening had Nick die nacht een dranklucht in Eddies adem geroken. Waarschijnlijk was hij zijn roes aan het uitslapen toen Nick belde. Hij was nog niet helemaal bij zijn positieven geweest. Misschien had hij niet zo grondig gezocht.

Rechercheur Rhimes wilde weer iets zeggen, maar op dat moment zag Nick iemand voorbijlopen met een rechthoekig zwart metalen voorwerp in een doorzichtige plastic zak. De brandkraanvrouw, de technisch rechercheur met het brede achterwerk in de nieuwe spijkerbroek, had daar iets wat Nick meteen herkende als de digitale videorecorder die met de beveiligingscamera’s was verbonden. Blijkbaar hadden ze die uit de kast gehaald waarin het alarmsysteem was geïnstalleerd.

‘Hé, wat is dat?’ riep Nick uit. De vrouw, die volgens het naamplaatje op haar denimshirt Trento heette, bleef staan en keek rechercheur Rhimes aan.

De rechercheur zei: ‘Dat is het opnameapparaat van uw beveiligingssysteem.’

‘Dat heb ik nodig,’ zei Nick.

‘Dat begrijp ik. We zullen ervoor zorgen dat u het zo gauw mogelijk terugkrijgt.’

Nick schudde geërgerd met zijn hoofd. Hij hoopte, bad, dat de lichte huivering van schrik die door hem heen was gegaan niet te zien was geweest. Eddie had de schijf gewist, had hij gezegd. Opnieuw geformatteerd. Er was daar niets van die nacht op te zien.

Nick kon er alleen maar over fantaseren hoe de camerabeelden er zouden uitzien. Een wankelende man in een te grote, flapperende jas, plotseling opduikend in het felle schijnsel van de buitenverlichting. De wild bewegende handen. Zoals de man op de grond was gezakt. Of had een van de camera’s de daad zelf in beeld gebracht, Nick met het pistool, zijn gezicht verwrongen van angst en woede, zijn vinger die de trekker overhaalde? Het wapen dat omhoog en naar achteren schokte, de rookwolk. De moord zelf.

Maar dat was allemaal weg.

Dat had Eddie hem verzekerd. Eddie, wiens adem naar drank had geroken. Die altijd arrogant maar nooit oplettend en grondig was, zeker niet op de ijshockeybaan. Die altijd haastig, impulsief had gehandeld.

Die misschien iets over het hoofd had gezien.

Het verkeerd had gedaan. De schijf niet goed opnieuw had geformatteerd.

Die het misschien had verknoeid.

‘En verder, meneer Conover, willen we graag de sleutels van uw beide auto’s hebben.’

‘Mijn auto’s?’

‘De Chevrolet Suburban waar u in rijdt, en het busje. We willen daarin naar vingerafdrukken en dergelijke zoeken.’

‘Waarom?’

‘Voor het geval Stadler probeerde in een van de auto’s te komen om hem te stelen of zoiets.’

Nick knikte traag en versuft. Hij stak zijn hand in zijn broekzak om zijn sleutelring te pakken. Toen hij dat deed, zag hij allerlei activiteit in zijn studeerkamer, een eindje verderop. ‘Ik moet naar mijn e-mail kijken,’ zei hij.

Rechercheur Rhimes hield haar hoofd schuin. ‘Sorry?’

‘Mijn studeerkamer. Ik moet daarheen. Ik heb werk te doen.’

‘Het spijt me, meneer Conover, maar dit kan even duren.’

‘Over hoeveel tijd hebben we het?’

‘Moeilijk te zeggen. Je weet het nooit met die technisch rechercheurs.’ Ze glimlachte en haar gezicht straalde, zodat ze er heel mooi uitzag. ‘O, nog één vraag, als u geen bezwaar hebt.’

‘Gaat uw gang.’

‘Over uw directeur Beveiliging – meneer Rinaldi?’

‘Wat is er met hem?’

‘O,’ zei ze met een zacht lachje. ‘Het lijkt wel “wie bewaakt de bewakers?” of zoiets, maar u hebt vast wel achtergrondonderzoek naar hem gedaan voordat u hem in dienst nam.’

‘Natuurlijk,’ zei Nick. Een achtergrondonderzoek: dat was nou precies wat hij niet had gedaan. Eddie was een oude vriend. Nou ja, een maatje. Wat dat ook mocht betekenen.

‘Wat weet u van zijn carrière bij de politie?’ vroeg ze.

Er was een geel lint voor de deur van zijn studeerkamer gespannen. Daarop stond: Plaats DelictNiet Passeren.

Plaats delict, dacht hij.

Nou en of.

De technisch rechercheurs waren in de kamer aan het werk; ze droegen rubberen handschoenen. Een van hen strooide fluorescerend oranje poeder op de vloer, de deurkozijnen, de plaatjes van de lichtschakelaars, het bureau, het houten kozijn en de ruiten van de tuindeuren. De ander stofzuigde de vloerbedekking met een vreemde stofzuiger die hij in zijn hand hield, een ding met een zwarte loop, een lange rechte snuit.

Nick keek er even naar, schraapte zijn keel om hun aandacht te trekken en zei: ‘Dat hoeft u niet te doen. We hebben een huishoudster.’

Een flauw grapje, erg flauw. Waarschijnlijk zelfs kwetsend. Zij hadden geen huishoudsters.

De technisch rechercheur met de stofzuiger keek hem strak aan. Nick hield zijn mond maar. Ze zochten naar vingerafdrukken, maar ze zouden nooit iets belastends vinden. Stadler was in de nacht van de moord niet in het huis geweest. Hij was een kleine tien meter van de tuindeuren vandaan op de grond gezakt.

Daar maakte hij zich niet druk om.

Waar hij zich wel druk om maakte, was dat ze zich blijkbaar op de studeerkamer concentreerden. Er waren veel andere kamers in het huis waar Stadler ook geweest kon zijn. Waarom de studeerkamer?

Wisten ze iets?

‘Meneer Conover, hebt u een sleutel van deze la?’

Een zelfverzekerde baritonstem. Een van de technisch rechercheurs wees naar de afgesloten la waar hij het pistool had bewaard dat Eddie hem had gegeven.

Hij voelde dat zijn hele lichaam in opstand kwam.

‘De sleutel ligt in de middelste la aan de bovenkant,’ zei Nick rustig. ‘Perfecte beveiliging.’

Hij dacht aan de doos met patronen die naast het pistool in de la had gelegen. Een groene en goudkleurige kartonnen doos met de woorden remington en golden saber in witte letters.

Eddie had hem toch weggehaald?

Toen hij het pistool meenam?

Nick kon het zich niet herinneren. Die nacht was zo’n waas.

Alsjeblieft God o alsjeblieft God laat de kogels weg zijn laat ze weg zijn.

Hij wachtte. Hij hield zijn adem in. De technisch rechercheur maakte de grote bureaula in het midden open, vond de sleutel meteen en knielde neer om de onderste la open te maken.

De achterkant van zijn overhemdboord was nu erg vochtig. Ja, zelfs nat.

Op dit moment lag zijn leven in de handen van die anonieme man. Die had de macht om hem voor altijd op te sluiten.

Er is geen doodstraf in Michigan, dacht hij nu. Hij had daar nooit eerder aan gedacht, had nooit een reden gehad om erover na te denken. Geen doodstraf.

Maar wel de rest van zijn leven in de gevangenis.

Dat hing hem nu boven het hoofd.

De la gleed open en de technisch rechercheur boog zich eroverheen.

Er ging een seconde voorbij, twee seconden, drie.

De stofzuiger werd uitgezet.

Nick dacht dat hij moest overgeven. Hij stond daar als een willekeurige omstander, een toerist, aan de andere kant van het gele afzettingslint, en wachtte.

De technisch rechercheur stond op. Hij had niets in zijn handen.

Misschien was de la leeg.

Als er één kogel naar de achterkant van de la was gerold

Nee, als de man iets had gevonden, zou hij zijn camera hebben gepakt en een foto hebben genomen.

De la moest leeg zijn.

Nick was opgelucht. Tijdelijk, misschien. Voorlopig.

Hij stond daar naar de technisch rechercheur te kijken die aan het stofzuigen was geweest. De man had nu een plastic flesje met een pistoolgreep en spoot daarmee op een deel van de met de hand gestucte muur rond de lichtschakelaar.

Een Decora-tuimelschakelaar, dacht Nick onwillekeurig. Laura had alle lichtschakelaars in het huis vervangen door Decora-tuimelschakelaars, want die waren volgens haar veel stijlvoller. Nick had geen mening over Decora-tuimelschakelaars. Hij had nooit veel over lichtschakelaars nagedacht.

De man begon de onderkant van de tuindeuren te bespuiten, en daarna de vloerbedekking.

Hij hoorde de twee technisch rechercheurs mompelen, hoorde die met het plastic flesje iets zeggen dat klonk als ‘Ik mis mijn Luminol’.

De ander zei iets op gedempte toon, iets over zoeken bij daglicht, en toen zei de eerste: ‘Maar, jezus, die Lcv-shit is een puinhoop.’

Nick wist niet waar ze het over hadden. Hij voelde zich een idioot, zoals hij daar voor de deuropening van zijn eigen studeerkamer stond te kijken en te luisteren.

De eerste zei: ‘Die vlek zal voor een deel afgebroken zijn.’

De tweede zei iets over dna.

Nick slikte. Met die ‘vlek’ bedoelden ze natuurlijk bloed. Ze zochten naar bloedvlekken op de deurkrukken, de deur, de vloerbedekking. Bloedvlekken die niet zichtbaar waren voor het blote oog en die misschien waren weggeveegd, maar niet goed genoeg.

Nou, wat dat betreft, loop ik tenminste geen gevaar, dacht Nick. Stadler was het huis niet in geweest.

Maar zijn hersenen werkten niet mee. Ze produceerden een gedachte waardoor de adrenaline nog sneller door zijn bloed ging en het zweet hem weer uitbrak.

Stadler had gebloed, en nog rijkelijk ook.

Die zwarte plas bloed.

Nick was naar hem toe gelopen en had met zijn blote voeten tegen het lichaam gepord. Misschien had hij zelfs in het bloed gestaan, hij wist het niet meer.

En toen was hij weer naar binnen gegaan.

Hij had over de vloerbedekking gelopen. Om Eddie te bellen.

Hij had nooit bloedvlekken op de vloerbedekking gezien, en Eddie ook niet, maar hoeveel was daarvoor nodig? Welk spoortje van bewijsmateriaal, afkomstig uit de plas bloed naast Stadlers lichaam en door hem de studeerkamer binnengebracht met zijn blote voetzolen? Kleine druppeltjes misschien, onzichtbaar voor het blote oog, onzichtbaar op de kamerbrede vloerbedekking geplakt, opgenomen in de wollen vezels, wachtend tot ze hun aanwezigheid kenbaar konden maken?

De technisch rechercheur die niet op de vloerbedekking spoot, draaide zich om naar Nicks bureau en zag dat Nick nog voor de deuropening stond.

Nick zei zachtjes iets, opdat ze niet zouden denken dat hij met de angst in zijn hart naar hen keek. ‘Krijg ik dat spul weer uit mijn vloerbedekking ? ’

De technisch rechercheur die aan het spuiten was, haalde zijn schouders op.

‘En hoe moet het met al dat poeder?’ ging Nick met gespeelde verontwaardiging verder. ‘Hoe krijg ik dat er nou weer uit?’

De technisch rechercheur met de spuitfles draaide zich om en knipperde een paar keer met zijn ogen. Hij had een lome, vijandige grijns op zijn gezicht. ‘U hebt een huishoudster,’ zei hij.

Bedrijfsongeval
Cover.xhtml
Backcover.xhtml
Halftitle.xhtml
Titlepage.xhtml
Copyright.xhtml
Dedication.xhtml
Part0001.xhtml
Section0001.xhtml
Section0002.xhtml
Section0003.xhtml
Section0004.xhtml
Section0005.xhtml
Section0006.xhtml
Section0007.xhtml
Section0008.xhtml
Section0009.xhtml
Section0010.xhtml
Section0011.xhtml
Section0012.xhtml
Section0013.xhtml
Section0014.xhtml
Part0002.xhtml
Section0015.xhtml
Section0016.xhtml
Section0017.xhtml
Section0018.xhtml
Section0019.xhtml
Section0020.xhtml
Section0021.xhtml
Section0022.xhtml
Section0023.xhtml
Section0024.xhtml
Section0025.xhtml
Section0026.xhtml
Section0027.xhtml
Section0028.xhtml
Section0029.xhtml
Section0030.xhtml
Section0031.xhtml
Section0032.xhtml
Section0033.xhtml
Section0034.xhtml
Section0035.xhtml
Section0036.xhtml
Part0003.xhtml
Section0037.xhtml
Section0038.xhtml
Section0039.xhtml
Section0040.xhtml
Section0041.xhtml
Section0042.xhtml
Section0043.xhtml
Section0044.xhtml
Section0045.xhtml
Section0046.xhtml
Section0047.xhtml
Section0048.xhtml
Section0049.xhtml
Section0050.xhtml
Section0051.xhtml
Section0052.xhtml
Section0053.xhtml
Section0054.xhtml
Section0055.xhtml
Section0056.xhtml
Section0057.xhtml
Section0058.xhtml
Section0059.xhtml
Section0060.xhtml
Part0004.xhtml
Section0061.xhtml
Section0062.xhtml
Section0063.xhtml
Section0064.xhtml
Section0065.xhtml
Section0066.xhtml
Section0067.xhtml
Section0068.xhtml
Section0069.xhtml
Section0070.xhtml
Section0071.xhtml
Section0072.xhtml
Section0073.xhtml
Section0074.xhtml
Section0075.xhtml
Section0076.xhtml
Section0077.xhtml
Section0078.xhtml
Section0079.xhtml
Section0080.xhtml
Section0081.xhtml
Section0082.xhtml
Section0083.xhtml
Section0084.xhtml
Section0085.xhtml
Section0086.xhtml
Section0087.xhtml
Part0005.xhtml
Section0088.xhtml
Section0089.xhtml
Section0090.xhtml
Section0091.xhtml
Section0092.xhtml
Section0093.xhtml
Section0094.xhtml
Section0095.xhtml
Section0096.xhtml
Section0097.xhtml
Section0098.xhtml
Section0099.xhtml
Section0100.xhtml
Section0101.xhtml
Section0102.xhtml
Section0103.xhtml
Section0104.xhtml
Section0105.xhtml
Section0106.xhtml
Section0107.xhtml
Section0108.xhtml
Section0109.xhtml
Epilogue.xhtml
Acknowledgements.xhtml