7
Eddie ging voor Nicks computer zitten alsof die van hemzelf was en typte met twee vingers. Hij was verrassend snel voor iemand die nooit had leren typen. Terwijl hij door het intranet van Stratton ging om bij de beveiligingssectie te komen, zei hij: ‘De jongens in het wachthokje van je kleine concentratiekamp waren natuurlijk buitengewoon behulpzaam.’
‘Je hebt het over Fenwicke Estates.’ Eddie rook naar sigaretten en Brut, de eau de toilette die hij al op de middelbare school gebruikte. Nick wist niet eens dat Brut nog steeds werd gemaakt.
‘Ze hebben het daar goed voor elkaar – high-definition, high-resolution digitale videocamera’s van Sony, gemonteerd bij de in- en uitgang. Backlight compensation. Dertig beelden per seconde. Weet je dat de politie niet eens naar de beelden op de harde schijf heeft gevraagd?’
‘Zoals je voorspelde.’
‘Shit, ze deden niet eens het absolute minimum om de schijn op te houden. Nou.’ Op het scherm verscheen een kleurenfoto van een lang persoon met een bril. Eddie klikte een paar keer met de muis om op hem in te zoomen. Het was een man van een jaar of zestig met een diep doorgroefd gezicht, een kleine, strakke mond, gemillimeterd grijs haar en ogen die grotesk vergroot werden door de glazen van zijn bril, die een grof zwart montuur had. Nicks hart bonsde. Nog een paar muisklikken en het grimmige gezicht van de man nam bijna het hele scherm in beslag. De resolutie was niet slecht. Het gezicht van de man was duidelijk te zien.
‘Ken je hem?’ vroeg Eddie.
‘Nee.’
‘Nou, hij weet wel wie jij bent.’
‘Ongetwijfeld. Kon hij zomaar doorlopen? Mooie beveiliging.’
‘Nou, hij klom over de omheining in het bos. Er zijn daar camera’s die door bewegingssensoren in werking worden gesteld. Er is daar geen alarm – er zou te vaak vals alarm zijn met al die dieren en zo – maar het stikt er van de camera’s.’
‘Geweldig. Wie is het?’
‘Hij heet Andrew Stadler.’
Nick haalde zijn schouders op. Hij had die naam nooit eerder gehoord.
‘Ik beperkte me bij het zoeken tot ontslagen mannelijke personeelsleden van vijftig jaar en ouder, vooral degenen bij wie het outplacement niet goed was gelukt. Man, ik heb het grootste deel van de ochtend naar portretten zitten kijken. Ik ben er scheel van. Maar ja, daar krijg ik al dat geld voor, hè?’
Eddie dubbelklikte met de muis, en in een venster naast het beeld van de bewakingscamera verscheen een andere foto. Het was dezelfde man, maar dan een beetje jonger: dezelfde grote zwarte bril met uitpuilende ogen, dezelfde strakke mond. Onder deze foto stond de naam ANDREW M. STADLER met een sofïnummer, een geboortedatum, een personeelsnummer van Stratton en een datum van indiensttreding. ‘Ontslagen?’ vroeg Nick.
‘Ja en nee. Ze riepen hem op voor de ontslagbespreking en hij nam ontslag. Je kent dat wel. Hij zei: “Na alles wat ik voor dit bedrijf heb gedaan?” En: “Jullie kunnen verrekken.” Dat soort dingen.’
Nick schudde zijn hoofd. ‘Ik heb hem nooit eerder gezien.’
‘Kom je veel op de modellenwerkplaats?’
Op de modellenwerkplaats bouwde een kleine groep personeelsleden – lassers en metaal- en houtbewerkers – prototypen van nieuwe Stratton-producten in oplagen van twee of drie. Ze werkten aan de hand van tekeningen die door ontwerpers waren gemaakt. Het was een apart stel dat daar werkte, had Nick altijd gevonden. Ze kwamen allemaal van de fabrieksvloer, waar ze metaal hadden bewerkt, en ze waren goed met hun handen. Het waren vaak ook eenlingen en perfectionisten.
‘Andrew Stadler,’ zei Nick. Hij luisterde naar de klank van de naam en keek naar de gegevens van de man. ‘Hij heeft vijfendertig, zesendertig jaar voor Stratton gewerkt.’
‘Ja. Hij begon als monteur van die oude verticale archiefkasten en werd lasser. Daarna werd hij specialist niveau twee – hij werkte in zijn eentje op de stoelenfabriek, waar hij geretourneerde exemplaren repareerde. Hij weigerde aan de nieuwe assemblagelijnen te werken, omdat hij niet naar andermans muziek wilde luisteren, zoals hij het zei. Had steeds ruzie met zijn chef. Ze leerden hem met rust te laten en hem zijn werk te laten doen. Toen er vijf jaar geleden een plaats vrijkwam op de modellenwerkplaats, solliciteerde hij daarnaar. Ze waren blij dat ze van hem af waren.’ Met nog een paar klikken riep Eddie de personeelsgegevens van Stadler op. Nick boog zich dichter naar het scherm om de kleine lettertjes te kunnen lezen. ‘Wat staat daar over een ziekenhuisopname?’
Eddie draaide zich om in Nicks stoel en keek met zijn half wilde ogen naar hem op. ‘Hij is knettergek, jongen. Een maniak. Hij was vaste klant op de gesloten afdeling van het County Medical.’
‘Jezus. Waarvoor?’
‘Schizofrenie. Hij krijgt medicijnen. Die slikt hij een paar jaar en dan houdt hij ermee op.’
Nick liet langzaam zijn adem ontsnappen.
‘Wel, Nick, nu komt het ergste. Ik heb met de politie van Fenwick gebeld. Zo’n vijftien jaar geleden werd Stadler ondervraagd over de mogelijke moord op een heel gezin dat bij hem in de straat woonde.’
Er ging opeens een huivering door Nick heen. ‘Wat betekent dat?’
‘Dat gezin heette Stroup. Het waren buren van hem en hij deed wel eens klusjes voor ze. Hij is een technisch genie; hij kan alles repareren. Misschien kregen ze ergens ruzie over, misschien keken ze hem verkeerd aan, wie zal het zeggen, maar op een nacht ontstond er een gaslek in hun kelder. Er kwam een vonk bij en het hele huis ging in de fik.’
‘Jezus.’
‘Het is nooit bewezen of het een ongeluk was geweest of dat die gek het had gedaan, maar de politie vermoedde dat hij erachter zat. Al konden ze het nooit bewijzen. Ze moesten hem laten gaan bij gebrek aan bewijs. Het was niet meer dan een sterke verdenking. Nick, die Stadler is een gevaarlijke klootzak. En ik zal je nog wat vertellen wat je niet graag wilt horen. Die mafkees heeft een pistool.’
‘Wat?’
‘Er staat een oud veiligheidscertificaat op zijn naam. Dat heb ik in het gemeentearchief gevonden. Zo’n twintig jaar oud. En geen verkoopgegevens. Dat betekent dat hij het nog heeft.’
‘Jezus. Kunnen we om een straatverbod vragen?’
Eddie maakte weer een smalend pfft-geluid. ‘Kom nou, man, zo’n straatverbod is flauwekul. Een vodje papier.’
‘Maar als hij nog eens bij mijn huis probeert te komen…’
‘Dan kun je hem voor huisvredebreuk laten arresteren. Niet voor stalking. Dat stelt niks voor. Denk je dat zo’n verrekte psychopaat zich daardoor laat tegenhouden? Een kerel die de ingewanden uit je hond heeft getrokken? Een kerel die stemmen hoort, die met molentjes loopt?’
‘Jezus christus, Eddie. We hebben beelden met tijdweergave. Ongeveer op het moment dat mijn hond werd doodgemaakt, zie je die kerel over het hek klimmen. De politie heeft een mes waar misschien vingerafdrukken op zitten. Ze hebben genoeg om die kerel op te pakken voor het doodmaken van mijn hond.’
‘Ja, en wat hebben ze gedaan? Helemaal niks.’
‘Hoe kunnen we ervoor zorgen dat ze in actie komen?’
‘Ik weet het niet, man. Daarvoor zou je grote druk moeten uitoefenen. Reken maar niet dat ze meteen voor je klaarstaan; ze willen zich eerst indekken. Ik stel voor dat we die mafkees de stuipen op het lijf jagen. Als de politie eenmaal serieus bij de zaak betrokken is, moeten we van Stadler afblijven. Maar tot het zover is, moeten we ervoor zorgen dat jij en je gezin veilig zijn.’
Nick dacht daar even over na. ‘Goed. Maar doe niets waardoor ik in de problemen kan komen. Dus geen geweld tegen hem. Ik wil alleen dat die rotzak ergens opgesloten wordt.’
‘Mij best. Ik spoor hem op. Intussen gaat die Freddie van mij vanmiddag naar je huis om aan het nieuwe systeem te werken. Ik laat hem er vaart achter zetten.’
Nick keek op zijn horloge. Hij moest naar de maandelijkse bijeenkomst van de commissie Arbeidsvoorwaarden. ‘Prachtig.’
‘En hé, als niets werkt, denk dan aan dat stukje ijzerwaar van mij.’ Nick dempte zijn stem. Hij wist dat Marjorie achter haar bureau aan de andere kant van de scheidingswand zat en misschien hun stemmen kon horen. ‘Ik heb geen vergunning, Eddie.’
Eddie schudde langzaam met zijn hoofd. ‘Vergunning? Kom nou, man. Weet je hoe lang het duurt om door de ambtelijke molens te gaan? Zo lang kun je niet wachten. Als je zonder vergunning met een wapen rondloopt, is dat toch maar een licht delict? Honderd dollar boete. En dat alleen als je betrapt wordt. En dat word je niet, want je hoeft het niet te gebruiken. Is het je dat niet waard om je gezin tegen die psychopaat te beschermen? Honderd dollar?’
‘Goed. En ga nu weg. Ik moet mijn e-mail checken, en dan heb ik nog drie afspraken op een rij.’
Eddie stond op. ‘Man, wat heb je hier een dure computerspullen. Ik zou op mijn afdeling ook wel zulke monitoren kunnen gebruiken.’
‘Daar ga ik niet over,’ zei Nick. ‘Ik ben maar een stroman.’