54

Leon sliep natuurlijk lang door, en dus was het die zaterdagochtend niet moeilijk voor Audrey om veel eerder op te zijn dan hij. Ze genoot van de stilte van de ochtend, de eenzaamheid, de rust in haar hoofd. Ze zette een pot hazelnootkoffie voor zichzelf – de koffie waaraan Leon zo’n hekel had, maar ze zou echte koffie zetten als hij opstond – en las de ochtendkranten.

De weekends waren vroeger hun eilandjes van intimiteit geweest, totdat… totdat hij zijn baan kwijtraakte en zij overuren ging maken om zoveel mogelijk van huis te zijn. Op zaterdag hadden ze altijd uitgeslapen, dicht tegen elkaar aan, en bedreven ze de liefde. Ze maakten samen een laat ontbijt klaar, lazen samen de kranten en bedreven soms opnieuw de liefde. Deden samen een dutje. En daarna gingen ze uit en genoten van het weekend; ze gingen winkelen of maakten een wandeling. Op zondag sliep hij tot zij terug was van de kerk, en dan gingen ze misschien ergens ontbijten of maakten thuis iets klaar, en ook dan bedreven ze de liefde.

Die tijd was zoiets als het oude Mesopotamië. Ze was bijna vergeten hoe het was. Die tijd was weggezakt in een ver en versluierd verleden.

Deze zaterdagmorgen dacht ze er na het zetten van haar koffie over om haar zaakdossiers te pakken en aan het werk te gaan. Maar toen lichtte er in haar hoofd een glimp van het oude Mesopotamië op.

Iemand moest de blokkade doorbreken, zei ze tegen zichzelf. Ze waren allebei vastgeroest. Geen van beiden wilde de eerste stap zetten om te proberen de dingen te veranderen.

Ze ging met zichzelf in discussie, zoals ze zo vaak deed. Hoe vaak blijf je het proberen? vroeg ze aan zichzelf. Hoe vaak loop je met je hoofd tegen de muur voordat je beseft dat het beter is om daarmee op te houden? De andere stem – de verstandiger, edelmoediger stem zei: Maar hij is degene die beschadigd is. Hij is gekwetst. Jij moet het voortouw nemen.

Deze ochtend – misschien kwam het door de stille schoonheid van de ochtend, misschien door de verrukkelijke koffie, misschien doordat ze een tijdje alleen was – besloot ze het voortouw te nemen.

Ze liep zachtjes door de donkere slaapkamer, lette erop dat ze hem niet wakker maakte. Ze trok de onderste la van haar kast open en haalde er de licht abrikooskleurige zijden teddy uit die ze uit de Victoria’s Secret-catalogus had gekocht en nooit had gedragen.

Ze deed de slaapkamerdeur dicht en liep door de gang naar de badkamer, waar ze een lekker warme douche nam en de badspons gebruikte. Ze bracht lotion op haar hele lichaam aan – als ze dat niet deed, werd haar huid een beetje asgrijs – en maakte zich daarna op, iets wat ze nooit deed als ze niet uitging. Ze bracht parfum aan op alle juiste geheime plaatsen – Opium, het enige parfum waarover Leon haar ooit een compliment had gemaakt.

Met alleen haar teddy aan, zodat ze zich eerst een beetje belachelijk voelde, ging ze de keuken in en maakte het ontbijt klaar. Geroosterd brood, bacon, zelfs wat meloenballetjes. Zijn favoriete ontbijt: hij hield nog meer van geroosterd brood dan van omelet. Een verse pot koffie, de soort die hij lekker vond. Een wit porseleinen roomkannetje in de vorm van een koe, gevuld met koffiemelk.

Toen zette ze alles zorgvuldig op een dienblad – het duurde even voor ze het in een kastje van de kleine bijkeuken had gevonden, ze moest het stof eraf spoelen – en ging naar de slaapkamer om Leon wakker te maken.

Omdat hij het grootste deel van het afgelopen jaar een slecht humeur had gehad, werd ze aangenaam verrast door zijn blije glimlach toen hij haar en het ontbijt zag.

‘Hé, Shorty,’ zei hij schor. ‘Wat is dat allemaal?’

‘Het ontbijt, schat.’

‘Geroosterd brood. Het is toch niet mijn verjaardag?’

Ze stapte het bed in en kuste hem. ‘Ik had daar gewoon zin in.’

Hij nam een slokje koffie en maakte een tevreden geluid. ‘Ik moet even pissen.’ Het dienblad wankelde gevaarlijk toen hij uit het bed probeerde te komen.

Ze hoorde het geluid van zijn urine die in de toiletpot klaterde, het toilet dat werd doorgetrokken, en toen hoorde ze hem zijn tanden poetsen, iets wat hij anders nooit voor het ontbijt deed. Een goed teken. Hoewel hij net zo dik werd als zijn zus, was hij nog steeds een erg sexy man.

Hij kwam het bed weer in; ze verplaatste het dienblad om hem erin te laten stappen zonder dat er iets omviel. Tot haar verbazing kuste hij haar opnieuw. Ze schoof naar hem toe, legde zijn hand op zijn bovenarm… maar toen trok hij zich los en nam weer een slok koffie.

‘Je bent de siroop vergeten,’ zei hij.

Ze tikte tegen de witte porseleinen juskom.

Hij hield hem ondersteboven over het geroosterd brood, dat letterlijk doorweekt werd, en nam toen mes en vork en sneed er een flink stuk af. Ze had er zelfs poedersuiker over gestrooid, omdat hij dat zo lekker vond.

‘Mmm-mmm. Je hebt het verwarmd.’

Audrey glimlachte blij. Zeiden ze niet altijd dat de liefde van de man door de maag ging? Misschien was dit genoeg om de ijsschotsen die zich in hun huwelijk hadden opgehoopt te doorbreken.

Toen hij de stapel geroosterd brood en de reepjes bacon op twee na had verslonden, keek hij haar aan. ‘Waarom eet jij niet?’

‘Ik heb wat in de keuken gegeten.’

Hij knikte, at nog een stuk bacon, nam nog een slok koffie. ‘Ik dacht dat je vandaag moest werken.’

‘Ik neem vandaag vrij.’

‘Waarom?’

‘Nou, ik dacht dat we wat tijd met elkaar konden doorbrengen.’

Hij richtte zijn aandacht weer op het geroosterde brood. ‘Hmpf.’

‘Misschien heb je straks zin een eindje te gaan wandelen?’ vroeg ze.

Na een korte stilte zei hij: ‘Ik dacht dat we het geld nodig hadden.’

‘Eén dag niet werken brengt ons niet tot de bedelstaf. We kunnen een ritje gaan maken, de stad uit.’

Weer een stilte, en toen sprak hij met zijn mond vol meloen: ‘Als je maar niet tegen me gaat zeggen dat ik een baan als nachtwaker moet nemen.’

Ze ergerde zich, maar liet dat niet blijken. ‘We hoeven nu niet over die dingen te praten, schat.’

‘Goed.’

Haar mobieltje ging. Ze aarzelde. Het apparaat onderbrak niet alleen hun gesprek, maar herinnerde haar ook op een onaangename manier aan het werk dat zij wel en hij niet had. Ze wist dat het geen privégesprek kon zijn. Het apparaat ging opnieuw.

‘Ik werk het snel af,’ zei ze, en ze pakte de mobiele telefoon van haar nachtkastje.

Leon wierp haar een waarschuwende blik toe.

Het was Roy Bugbee. Dat was ongewoon, een telefoontje van Bugbee op zaterdagmorgen. Hij was niet vriendelijk, maar ook niet zo grof als anders. ‘De telefoongegevens,’ zei hij.

‘Wacht even.’ Ze liep de slaapkamer uit zodat Leon zich niet aan haar gesprek zou storen. ‘De gegevens van Rinaldi’s mobiele telefoon?’

‘Een van de nummers duikt steeds weer op. Er zat geen naam bij, en ik heb hem opgezocht in Bresser.’ Dat was een retrograde telefoonboek. Ze was onder de indruk van Bugbees eigen initiatief en blij dat hij eindelijk bereid was deze zaak serieus te onderzoeken. Misschien was er nog hoop voor hem.

Bugbee zweeg even, misschien om te wachten tot zij iets zei, of misschien voor het dramatisch effect, en daarom zei ze: ‘Goed idee.’

‘Ja. En nou mag jij driemaal raden door wie Rinaldi om 2:07 uur ’s nachts werd gebeld, op de dag dat Stadler overhoop werd geschoten.’

‘Stadler,’ probeerde ze.

‘Nee,’ zei Bugbee. ‘Nicholas Conover.’

‘Twee uur ’s nachts? De nacht voor de ochtend waarop Stadlers lichaam werd gevonden, bedoel je.’

‘Ja.’

‘Maar… maar Conover zei dat hij die hele nacht sliep.’

‘Hmpf. Blijkbaar niet, hè?’

‘Nee,’ zei Audrey. Ze voelde zich opgewonden. ‘Blijkbaar niet.’ Weer een korte stilte. ‘Is dat het?’

‘Is dat het?’ zei Bugbee smalend. ‘Heb jij wat beters op een zaterdagmorgen?’

‘Nee, ik bedoel… goed werk,’ zei ze. ‘Goed gedaan.’

Ze maakte een eind aan het telefoongesprek en ging naar de slaapkamer terug, maar Leon lag niet meer in bed. Hij zat in de stoel, had zich al aangekleed en strikte de veters van zijn sportschoenen.

‘Wat doe je?’ zei ze.

Leon stond op, en toen hij de slaapkamer uit liep en langs het bed kwam, haalde hij met zijn hand naar het ontbijtdienblad uit en gooide het op de vloer. De meloenballetjes rolden over de vloerbedekking, het geroosterd brood kwam als een stapel neer, met de plas ahornsiroop op de grijze wol. De koffie trok er meteen in, net als de melk. Audrey slaakte onwillekeurig een gilletje van schrik.

Ze liep achter hem aan de kamer uit en riep: ‘Leon, schat, het spijt me… Ik wilde niet…’

‘Maar wat wilde ze niet? Dat telefoontje was toch belangrijk?’

‘Je zou het snel afwerken, hè?’ zei Leon verbitterd, terwijl hij door de gang stampte. ‘Natuurlijk. Je hebt werk te doen en je gaat het doen, en dan maakt het niet uit wat wij aan het doen zijn. Jij weet wat prioriteit heeft, hè?’

Ze voelde zich verdrietig, bijna moedeloos. ‘Nee, Leon, nu ben je onredelijk,’ zei ze. ‘Ik kan niet meer dan een minuut aan de telefoon zijn geweest. Het spijt me…’

Maar de hordeur viel dicht, en hij was weg.

Audrey was nu alleen in het huis. Ze voelde zich eenzaam en ook een beetje bang. Ze had geen idee waar Leon met zijn kwaaie kop naartoe was gegaan, alleen dat hij zijn auto had meegenomen.

Ze belde Bugbee terug en bereikte hem op zijn mobiel.

Hij was zo te horen niet zo blij haar te horen, maar dat was hij nooit. ‘Je zei dat Conover op woensdagmorgen om 2:07 naar Rinaldi belde. Was dat zijn enige telefoongesprek van die nacht?’

‘Van die ochtend,’ verbeterde Bugbee haar. Ze hoorde verkeersgeluiden op de achtergrond. Waarschijnlijk zat hij in zijn auto.

‘Zijn er die nacht of die ochtend nog meer telefoontjes tussen Conover en Rinaldi geweest?’

‘Nee.’

‘Dat betekent dat Rinaldi niet eerst naar Conover had gebeld om hem wakker te maken of zoiets. Met andere woorden, Conover belde Rinaldi niet terug.’

‘Zo is het. Laat ik het zo stellen: Rinaldi heeft Conover niet met zijn vaste telefoon of zijn mobiele telefoon gebeld. Het is denkbaar dat hij Conover vanuit een telefooncel belde, maar om daarachter te komen zouden we Conovers telefoongegevens moeten hebben.’

‘Ja. Ik vind dat we nog eens met beide heren moeten praten.’

‘Dat vind ik ook. Wacht even, ik raak je kwijt.’ Ze wachtte een paar seconden, een halve minuut, en toen was hij er weer. ‘Ja, we moeten ze allebei onder druk zetten. Ik denk dat we ze op een tegenstrijdigheid hebben betrapt.’

‘Ik wil graag morgen met ze praten.’

‘Morgen is het zondag. Moet je niet naar de kerk of zoiets?’

‘Zondagmiddag.’

‘Dan golf ik.’

‘Nou, ik ga kijken of ik morgenmiddag met Nicholas Conover kan praten.’

‘Op zondag?’

‘Op zondag heeft hij het vast niet zo druk met zijn werk.’

‘Maar dat is de dag voor zijn gezin.’

‘Stadler had ook een gezin. Weet je, Roy, ik vind dat we tegelijk met die heren moeten praten. En we moeten ze op het laatste moment bellen, vlak voordat we naar ze toe gaan. Ik wil niet dat ze elkaar bellen om hun verhalen op elkaar af te stemmen.’

‘Ja, maar morgen ga ik golfen, zoals ik al zei.’

‘Wat de tijd betreft, ben ik flexibel,’ zei ze. ‘Zeg jij maar wat jou het beste uitkomt. Ik ben meestal om elf uur de kerk uit.’

‘Jezus. Nou, ik doe liever Conover. Ik wil die rotzak te grazen nemen. Praat jij maar met Rinaldi.’

‘Ik denk dat Rinaldi beter op een mannelijke rechercheur reageert.’

‘Het kan me geen moer schelen wat hij prettiger vindt.’

‘Daar gaat het niet om,’ zei Audrey. ‘Het gaat erom wat het best werkt, wat ons helpt de informatie uit hem te krijgen die we willen hebben.’

Bugbee verhief zijn stem een paar decibellen. ‘Als je informatie uit Nicholas Conover wilt krijgen, moet je hem hard aanpakken. Dat betekent dat ik het moet doen. Met mijn stijl. Niet jij. Jij bent een doetje, dat merkt hij meteen.’

‘O, ik ben niet zo’n doetje als jij denkt, Roy,’ zei ze.

Bedrijfsongeval
Cover.xhtml
Backcover.xhtml
Halftitle.xhtml
Titlepage.xhtml
Copyright.xhtml
Dedication.xhtml
Part0001.xhtml
Section0001.xhtml
Section0002.xhtml
Section0003.xhtml
Section0004.xhtml
Section0005.xhtml
Section0006.xhtml
Section0007.xhtml
Section0008.xhtml
Section0009.xhtml
Section0010.xhtml
Section0011.xhtml
Section0012.xhtml
Section0013.xhtml
Section0014.xhtml
Part0002.xhtml
Section0015.xhtml
Section0016.xhtml
Section0017.xhtml
Section0018.xhtml
Section0019.xhtml
Section0020.xhtml
Section0021.xhtml
Section0022.xhtml
Section0023.xhtml
Section0024.xhtml
Section0025.xhtml
Section0026.xhtml
Section0027.xhtml
Section0028.xhtml
Section0029.xhtml
Section0030.xhtml
Section0031.xhtml
Section0032.xhtml
Section0033.xhtml
Section0034.xhtml
Section0035.xhtml
Section0036.xhtml
Part0003.xhtml
Section0037.xhtml
Section0038.xhtml
Section0039.xhtml
Section0040.xhtml
Section0041.xhtml
Section0042.xhtml
Section0043.xhtml
Section0044.xhtml
Section0045.xhtml
Section0046.xhtml
Section0047.xhtml
Section0048.xhtml
Section0049.xhtml
Section0050.xhtml
Section0051.xhtml
Section0052.xhtml
Section0053.xhtml
Section0054.xhtml
Section0055.xhtml
Section0056.xhtml
Section0057.xhtml
Section0058.xhtml
Section0059.xhtml
Section0060.xhtml
Part0004.xhtml
Section0061.xhtml
Section0062.xhtml
Section0063.xhtml
Section0064.xhtml
Section0065.xhtml
Section0066.xhtml
Section0067.xhtml
Section0068.xhtml
Section0069.xhtml
Section0070.xhtml
Section0071.xhtml
Section0072.xhtml
Section0073.xhtml
Section0074.xhtml
Section0075.xhtml
Section0076.xhtml
Section0077.xhtml
Section0078.xhtml
Section0079.xhtml
Section0080.xhtml
Section0081.xhtml
Section0082.xhtml
Section0083.xhtml
Section0084.xhtml
Section0085.xhtml
Section0086.xhtml
Section0087.xhtml
Part0005.xhtml
Section0088.xhtml
Section0089.xhtml
Section0090.xhtml
Section0091.xhtml
Section0092.xhtml
Section0093.xhtml
Section0094.xhtml
Section0095.xhtml
Section0096.xhtml
Section0097.xhtml
Section0098.xhtml
Section0099.xhtml
Section0100.xhtml
Section0101.xhtml
Section0102.xhtml
Section0103.xhtml
Section0104.xhtml
Section0105.xhtml
Section0106.xhtml
Section0107.xhtml
Section0108.xhtml
Section0109.xhtml
Epilogue.xhtml
Acknowledgements.xhtml