67

Noyce liet Audrey bij zich komen en vroeg haar te gaan zitten.

‘Ik ben gebeld door de directeur Beveiliging van Stratton,’ zei hij. ‘Die was vast niet erg blij.’

‘Hij was woedend, Audrey. Het ging over hem en Conover.’

‘Ik kan niet namens Roy spreken, maar ik weet dat mijn team zo voorzichtig is geweest als het maar kan. We hebben het huis niet overhoopgehaald. ’

‘Ik geloof niet dat Bugbee zo voorzichtig was.’

‘Dat verbaast me niet. Ik deed mijn huiszoeking met toestemming van Conover. Roger had een huiszoekingsbevel.’

‘En Roy is Roy. Maar luister.’ Hij boog zich naar voren, plantte zijn ellebogen op een leeg stukje bureau en liet zijn kin op zijn handen rusten. ‘Rinaldi zei iets wat we serieus moeten nemen.’

‘Ze dreigen met juridische actie,’ zei Audrey half voor de grap. ‘Hij weet van Leon.’

‘Van Leon.’

‘Eigenlijk verbaast het me dat hij er zo lang over heeft gedaan. Maar blijkbaar deed hij onderzoek naar jou en toen kwam Leons naam boven tafel.’

‘Je wist dat Leon bij Stratton is ontslagen. Dat heb ik niet voor je achtergehouden.’

‘Natuurlijk niet. Maar ik heb daar niet zo goed rekening mee gehouden als ik had moeten doen. Eerlijk gezegd heb ik er niet bij stilgestaan.’

‘Iedereen in deze stad heeft wel iemand in de familie die door Stratton is ontslagen.’

‘Zo ongeveer.’

‘Als je iedereen die een connectie met Stratton heeft van deze zaak afhaalt, hou je niemand over. Ik bedoel, technisch rechercheurs, laboranten…’

‘We moeten hier erg voorzichtig mee zijn.’

‘Jack, ik ben bij toeval op deze zaak gezet. Mijn naam stond bovenaan. Ik heb er niet om gevraagd.’

‘Dat weet ik.’

‘En toen ik hiermee begon, was er geen connectie met de Stratton Corporation.’

‘Zeker, maar…’

‘Laat me uitspreken. Leons werkloosheid heeft hier niets mee te maken. Ik volg gewoon de sporen. Het is geen heksenjacht. Dat weet je.’

‘Ik weet het, Aud. Natuurlijk weet ik dat. Maar als het tot een proces komt, wil ik niet dat er iets in de weg zit. Als ik naar de officier van justitie ga, zegt hij dat hij jou er niet bij wil hebben – dit moet helemaal zuiver blijven. En dan heeft hij gelijk. Hij zal bang zijn dat jij Conover iets betaald wilt zetten.’

Ze ging rechtop zitten in de oncomfortabele stoel en keek haar baas recht in de ogen. ‘Haal je me van de zaak af?’

Hij zuchtte. ‘Ik haal je niet van de zaak af. Dat is het niet. Ik bedoel, misschien zou ik het moeten doen. Die beveiligingsman van Stratton eist het. Maar je bent nu eenmaal een van onze besten.’

‘Dat is niet waar. Dat weet jij ook wel. Mijn oplossingspercentage zit ergens in de middenmoot.’

Hij lachte. ‘Je bescheidenheid is verfrissend. Daar kan iedereen hier wel wat van gebruiken. Nee, je oplossingspercentage zou hoger kunnen zijn, maar evengoed heb je talent. Maar je gebruikt vaak een microscoop als je eigenlijk een verrekijker nodig hebt.’

‘Pardon?’

‘Je verspilt soms tijd door van heel dichtbij naar sporen te kijken die nergens heen leiden. Je gaat doodlopende straatjes in, zoekt in verkeerde hoeken, dat soort dingen. Ik denk dat je dat wel afleert als je meer ervaring krijgt. Hoe meer zaken je doet, des te beter wordt je instinct. Je ontdekt welke sporen de moeite waard zijn en welke niet.’

Ze knikte.

‘Je weet dat ik je grootste fan ben.’

‘Dat weet ik,’ zei ze, en ze voelde voor die man opeens een genegenheid die in de buurt van liefde kwam. Misschien was het wel liefde.

‘Op mijn aandringen heb je naar deze baan gesolliciteerd, en ik heb je erdoor gekregen. Je weet hoeveel moeite ik daarvoor heb moeten doen.’

Een onbeschaamde glimlach. Ze herinnerde zich hoeveel sollicitatiegesprekken ze had moeten voeren. Wanneer ze had gedacht dat ze het voor elkaar had, was er steeds weer iemand geweest die haar wilde ondervragen. Noyce had dat alles in goede banen geleid. ‘De rassenkwestie,’ zei ze.

‘De vrouwenkwestie. Dat was het vooral. Maar weet je, veel mensen wachten erop dat je mislukt.’

‘Zo zie ik het niet.’

‘Ik wel, en geloof me, ik weet het. Veel mensen hier wachten tot je struikelt en op je bek gaat. En dat wil ik voorkomen.’

‘Ik ook.’

‘Om nog even op Leon terug te komen. Of je nu zegt dat het meespeelt of niet, we laten ons allemaal leiden door onbewuste vooroordelen. Beschermende instincten. Ik ken jou, en je hebt veel liefde in je hart, en je vindt het verschrikkelijk wat je man moet doormaken. Je vindt het verschrikkelijk dat hem iets wordt aangedaan.’ Audrey wilde protesteren, maar Noyce zei: ‘Laat me uitspreken. Nu is het mijn beurt, goed?’

‘Goed.’

‘Je hebt een woud van feiten, sporen en aanwijzingen. Je moet een pad door dat woud vinden. Ik bedoel, dat van dat hydroseed – dat is verdomd goed politiewerk.’

‘Dank je.’

‘Maar we weten niet wat het betekent, hè? Is Stadler bij het huis van Nicholas Conover geweest? Ja. Dat spreekt niemand tegen. Heeft hij over dat gras gekropen en kreeg hij aarde onder zijn nagels? Ja, dat ook. Maar wil dat zeggen dat Conover het heeft gedaan?’

‘Het is een stukje van de puzzel.’

‘Maar is het zo’n puzzel van vijfentwintig stukjes zoals kleine kinderen hebben? Of is het zo’n onmogelijke puzzel van duizend stukjes zoals mijn vrouw die graag doet? Daar gaat het om. Je hebt niet genoeg aan een gevoel en wat graszaad.’

‘Het lichaam was te schoon,’ zei ze. ‘Het meeste sporenmateriaal was weggehaald door iemand die wist wat hij deed.’

‘Misschien.’

‘Rinaldi is vroeger rechercheur geweest. Hij deed moordzaken.’

‘Je hoeft geen politieman te zijn om te weten dat je sporen moet verwijderen.’

‘We hebben Conover op een leugen betrapt,’ ging ze verder. ‘Hij zei dat hij de hele nacht had geslapen, de nacht waarin Stadler werd vermoord. Maar om twee uur die nacht belde hij Rinaldi. Dat blijkt uit de telefoongegevens.’

‘Ze vertellen verhalen die niet overeenkomen?’

‘Nou, toen ik Conover ernaar vroeg, zei hij dat hij misschien in de war was geweest met de dagen, dat het misschien de nacht was geweest waarin zijn alarm afging. Hij heeft Rinaldi toen gebeld om het uit te zoeken, want Rinaldi’s mensen hadden dat alarm geïnstalleerd.’

‘Nou, misschien was hij inderdaad in de war met de dagen.’

‘Het komt erop neer,’ zei Audrey geërgerd, ‘dat ze wisten dat Stadler de stalker was die Conover lastigviel. Hij heeft die hond doodgemaakt. En dan is hij opeens dood. Dat kan geen toeval zijn.’

‘Zo te horen ben je vrij zeker van je zaak.’

‘Het is mijn instinct.’

‘Je instinct, Aud? Begrijp me nu niet verkeerd, maar je instinct is nog niet goed ontwikkeld.’

Ze knikte weer, hoopte dat haar ergernis niet op haar gezicht te lezen stond.

‘Dat kogelfragment,’ zei hij. ‘Bij Conovers huis. Hoe zat dat?’

Ze aarzelde. ‘We hebben geen kogelfragment gevonden.’

‘Je hebt tegen Conover iets anders gezegd. Je zei tegen hem dat jullie een stukje metaal hadden gevonden. Je zei dat het een fragment van een projectiel was.’ Dat had Rinaldi hem blijkbaar verteld. Hoe kon hij het anders weten?

‘Dat heb ik niet gezegd.’

‘Nee, maar je hebt het hem laten denken.’

‘Ja,’ gaf ze toe.

‘Dat was nogal een stukje toneel wat je voor Conover opvoerde, nietwaar?’ zei hij bedroefd. ‘Het was allemaal bluf, bedoeld om Conover te laten instorten en bekennen. Heb ik gelijk of niet?’

Ze knikte, ernstig in verlegenheid gebracht. ‘Ik ben vast niet de eerste rechercheur die het met bluf probeert.’

‘Nee, dat ben je niet. Verre van dat. Ik heb ook mijn portie gedaan. Maar we hebben te maken met de president-directeur van de Stratton Corporation. Dat betekent dat we in de schijnwerpers staan. Alles wat je doet, alles wat wij doen, wordt kritisch gevolgd.’

‘Dat weet ik. Maar als mijn beetje bluf hem dichter bij een bekentenis brengt, is het de moeite waard.’

Noyce zuchtte. ‘Audrey. Goed, dus de crack die we op Stadlers lichaam vonden, was in werkelijkheid snoepgoed. We weten gewoon niet of de man bezwendeld werd of dat het allemaal doorgestoken kaart is. Maar als een schizofrene kerel midden in de nacht door het hondenhok loopt, is het toch niet zo vreemd dat hij wordt doodgeschoten?’

‘Geen van de informanten wist er iets van.’

‘Er gebeuren daar zoveel dingen. Onze informanten weten daar maar een klein beetje van.’

‘Maar, baas…’

‘Ik wil je niet vertellen hoe je het moet doen, maar voordat je de president-directeur en beveiligingsdirecteur van een grote onderneming – twee mannen die ontzaglijk veel te verliezen hebben – van de moord op een krankzinnige gaat beschuldigen, moet je er zeker van zijn dat je niet in de ban raakt van het mooie verhaal dat zoiets vormt. Jouw theorie is veel interessanter dan een drugsmoord, maar het gaat niet om de amusementswaarde. Het gaat om nuchter politiewerk. Begrepen?’

‘Begrepen.’

‘In je eigen belang. En in ons belang.’

‘Ik begrijp het.’

‘Ik kan je niet helpen als je me niet volledig op de hoogte houdt. Ik wil dat je me voortaan alles vertelt. Jij helpt mij; ik help jou. Ik wil niet dat je je vingers hieraan brandt.’

Bedrijfsongeval
Cover.xhtml
Backcover.xhtml
Halftitle.xhtml
Titlepage.xhtml
Copyright.xhtml
Dedication.xhtml
Part0001.xhtml
Section0001.xhtml
Section0002.xhtml
Section0003.xhtml
Section0004.xhtml
Section0005.xhtml
Section0006.xhtml
Section0007.xhtml
Section0008.xhtml
Section0009.xhtml
Section0010.xhtml
Section0011.xhtml
Section0012.xhtml
Section0013.xhtml
Section0014.xhtml
Part0002.xhtml
Section0015.xhtml
Section0016.xhtml
Section0017.xhtml
Section0018.xhtml
Section0019.xhtml
Section0020.xhtml
Section0021.xhtml
Section0022.xhtml
Section0023.xhtml
Section0024.xhtml
Section0025.xhtml
Section0026.xhtml
Section0027.xhtml
Section0028.xhtml
Section0029.xhtml
Section0030.xhtml
Section0031.xhtml
Section0032.xhtml
Section0033.xhtml
Section0034.xhtml
Section0035.xhtml
Section0036.xhtml
Part0003.xhtml
Section0037.xhtml
Section0038.xhtml
Section0039.xhtml
Section0040.xhtml
Section0041.xhtml
Section0042.xhtml
Section0043.xhtml
Section0044.xhtml
Section0045.xhtml
Section0046.xhtml
Section0047.xhtml
Section0048.xhtml
Section0049.xhtml
Section0050.xhtml
Section0051.xhtml
Section0052.xhtml
Section0053.xhtml
Section0054.xhtml
Section0055.xhtml
Section0056.xhtml
Section0057.xhtml
Section0058.xhtml
Section0059.xhtml
Section0060.xhtml
Part0004.xhtml
Section0061.xhtml
Section0062.xhtml
Section0063.xhtml
Section0064.xhtml
Section0065.xhtml
Section0066.xhtml
Section0067.xhtml
Section0068.xhtml
Section0069.xhtml
Section0070.xhtml
Section0071.xhtml
Section0072.xhtml
Section0073.xhtml
Section0074.xhtml
Section0075.xhtml
Section0076.xhtml
Section0077.xhtml
Section0078.xhtml
Section0079.xhtml
Section0080.xhtml
Section0081.xhtml
Section0082.xhtml
Section0083.xhtml
Section0084.xhtml
Section0085.xhtml
Section0086.xhtml
Section0087.xhtml
Part0005.xhtml
Section0088.xhtml
Section0089.xhtml
Section0090.xhtml
Section0091.xhtml
Section0092.xhtml
Section0093.xhtml
Section0094.xhtml
Section0095.xhtml
Section0096.xhtml
Section0097.xhtml
Section0098.xhtml
Section0099.xhtml
Section0100.xhtml
Section0101.xhtml
Section0102.xhtml
Section0103.xhtml
Section0104.xhtml
Section0105.xhtml
Section0106.xhtml
Section0107.xhtml
Section0108.xhtml
Section0109.xhtml
Epilogue.xhtml
Acknowledgements.xhtml