52

Toen de Chevrolet Surburban in de rij stond voor het poorthuis van de Fenwicke Estates, zat Cassie er zwijgend bij. Nick weerstond de aandrang om met zijn vingers op het stuur te trommelen.

‘Goedenavond, Jorge,’ zei Nick, toen ze langzaam langs het poorthuis reden.

Cassie boog zich opzij om hem te kunnen zien. ‘Hallo, Jorge, ik ben Cassie.’ Ze glimlachte en wuifde even naar hem. ‘Goedenavond,’ zei Jorge, levendiger dan gewoonlijk.

Zo, dacht Nick. Eén punt voor de menselijkheid van het meisje. Ze nam de mannen in uniform serieus. Zolang dat maar niet het begin was van algehele solidariteit met de werkende bevolking, was het waarschijnlijk een goed teken.

Hij vroeg zich af hoe zijn kinderen zouden reageren als hij met een vrouw naar huis kwam. Sterker nog, hij maakte zich daar zorgen over. Cassie was de eerste vrouw met wie hij na Laura’s dood iets had, en hij wist niet hoe ze zouden reageren. Lucas zou vijandig zijn, daar kon hij gerust van uitgaan. Die stelde zich automatisch vijandig op. Maar Julia? Dat was moeilijk te zeggen. Er was natuurlijk het freudiaanse verschijnsel dat een meisje haar papa helemaal voor zich alleen wil hebben, en daarnaast was er die krachtige, onbewuste trouw jegens haar moeder: hoe durft papa met iemand anders dan mama om te gaan?

Het zou onaangenaam kunnen worden. Maar Cassie zou degene zijn die daar het meest van te lijden had. Hij had medelijden met haar om wat ze straks zou doormaken. Toen hij naar het huis reed, had hij al spijt van zijn impulsieve uitnodiging. Het zou beter zijn geweest om haar geleidelijk met de kinderen in contact te laten komen.

Toen ze de oprijlaan van het huis naderden, floot Cassie zachtjes.

‘Mooi,’ zei ze. ‘Ik zou niet hebben gedacht dat het jouw stijl was. Dat moet ik toegeven.’

‘Misschien is het dat ook niet,’ gaf Nick toe, maar hij vond het niet prettig om dat te zeggen. Alsof hij Laura de schuld gaf.

Ze tuurde naar de gele puincontainer die onder een basketbalring stond. ‘Verbouwing?’

‘Altijd.’

Portoncini dei morti,’ zei ze.

‘Je bent nu in Amerika,’ zei Nick op luchtige toon. ‘Het wordt tijd dat je Engels leert spreken.’

‘Ik neem aan dat je nooit in Gubbio bent geweest.’

‘Als ze daar geen zwenkwieltjes maken, ben ik er waarschijnlijk nooit geweest.’

‘Het ligt in Italië, in Umbrië. Ik ben er een heel jaar geweest – schilderen, straatmuziek maken, noem maar op. Geweldige stad, maar ook een beetje griezelig. Als je door het oude centrum loopt, zie je dichtgemetselde vakken in de muren van veel huizen. Dat is een oude gewoonte, een soort sacrament. Ze metselden de deur dicht waardoor een dode uit het huis was gedragen. Dat noemen ze portoncini dei morti. Deuren van de doden. Geestendeuren.’

‘Dat moet veel metselaars aan het werk hebben gehouden,’ zei Nick. Het is de voordeur, Nick. Daar bezuinig je niet op. Deuren van de doden.

‘Dit was Laura’s huis, nietwaar?’ vroeg Cassie.

Zo zou Nick het niet hebben gesteld, maar het was min of meer waar. Het was Laura’s huis.

‘Min of meer,’ zei hij.

Marta was bij de deur toen ze binnenkwamen. ‘Ik zei dat we bezoek zouden hebben,’ zei Nick. ‘Nou, zij is het bezoek.’

Marta gaf Cassie geen hand, zag hij. Ze zei alleen ‘Aangenaam kennis te maken,’ en niet al te hartelijk. Een houding alsof ze met een telemarketeer te maken had.

‘Waar is Julia?’ vroeg Nick aan Marta.

‘Die kijkt tv in de huiskamer. Emily is net weg.’

‘En Luke?’

‘In zijn kamer. Achter de computer, misschien. Hij zei dat hij niet kan blijven eten.’

‘O ja? Nou, hij blijft eten,’ zei Nick ijzig. Jezus. Die schorsing – daar moesten ze een Ernstig Gesprek over hebben. Dat zou wel op een hooglopende ruzie uitdraaien.

Maar niet vanavond.

Nick ging met Cassie naar de huiskamer, waar Julia verdiept was in Slime Time Live op Nickelodeon.

‘Hé, schatje,’ zei Nick, ‘dit is mijn vriendin Cassie.’

‘Hallo,’ zei Julia, en ze keek weer naar de televisie. Niet bot, maar ook niet bepaald vriendelijk. Wat koeltjes.

‘Cassie komt bij ons eten.’

Julia draaide zich weer om. ‘Goed,’ zei ze behoedzaam. Tegen Cassie zei ze: ‘Meestal hebben we geen mensen te eten.’

Toen keek ze weer naar het flikkerende scherm. Er werd groene smurrie over iemand uitgegoten.

‘Maak je geen zorgen,’ zei Cassie. ‘Ik eet als een vogeltje.’

Julia knikte.

‘Tweeënhalf keer mijn lichaamsgewicht aan wormen,’ zei Cassie.

Julia giechelde.

‘Hou je van honkbal?’ vroeg Cassie.

‘Ja, tamelijk,’ zei Julia. ‘Je bedoelt, mijn trui?’

‘Ik ben gek op de Tigers,’ zei Cassie.

Julia haalde laatdunkend haar schouders op. ‘De meiden op school noemen me een jongen omdat ik die trui altijd aanheb.’

‘Ze zijn er alleen maar jaloers op,’ zei Nick, maar Julia luisterde niet naar hem.

‘Ooit in hun stadion geweest, Comerica Park in Detroit?’ vroeg Cassie haar.

Julia schudde haar hoofd.

‘O, dat is fantastisch. Je zou het prachtig vinden. We moeten er eens heen.’

‘Echt waar?’ zei Julia.

‘Absoluut. En hoor eens – ze noemden mij ook een jongen toen ik nog jong was,’ zei Cassie. ‘Alleen omdat ik niet van Barbie hield.’

‘O ja? Ik heb de pest aan Barbie,’ zei Julia.

‘Barbie is eng,’ beaamde Cassie. ‘Ik moest nooit veel van poppen hebben.’

‘Ik ook niet.’

‘Maar je hebt vast wel een heleboel pluchen beesten.’

‘Vooral Beanie Baby’s.’

‘Verzamel je ze?’

‘Zo’n beetje.’ Julia keek Cassie nu belangstellend aan. ‘Ze zijn erg waardevol, weet je. Maar alleen als je ze niet gebruikt en zo.’

‘Je bedoelt, nooit het etiket eraf halen en ze op de plank zetten?’ Julia knikte, ditmaal levendiger.

‘Dat begrijp ik niet,’ zei Cassie. ‘Het gaat er bij Beanie Baby’s toch juist om dat je met ze speelt? Heb je er veel of maar een paar?’

‘Ik weet het niet. Veel, denk ik. Wil je mijn verzameling zien?’

‘Echt waar? Graag.’

‘Niet nu,’ zei Nick. ‘Later. Nu is het etenstijd, en we hebben bezoek.’

‘Oké,’ zei Julia. Toen gilde ze: ‘Luke, eten! We hebben bezoek!’ Toen Nick met Cassie naar de hal terugliep, zei ze: ‘Ze is lief, hè?’

‘Ze is een echte Ma Barker,’ zei Nick. ‘Maar het zonnetje in huis is Lucas Conover.’ Hij ging met haar naar boven en wees naar de gang. Hij hoefde niet te vertellen welke kamer van Lucas was. Achter de deur vandaan kwam een lawine van stampende muziek, een daverend basritme waar iemand zo hard mogelijk bovenuit schreeuwde. Het ging over gek worden, over tot as vergaan, over pijn en ellende. Met veel onverstaanbaar geschreeuw daartussendoor.

‘Zoals je kunt horen, is hij een grote fan van Frank Sinatra,’ zei Nick. Hij besloot niet aan te kloppen. Marta moest hem beneden maar tegenhouden. Lucas luisterde toch beter naar haar.

‘Hoe weet je zoveel van Beanie Baby’s?’ vroeg Nick.

‘Mijn kennis van Beanie Baby’s is beperkt tot wat ik in Newsweek lees. Vlieg ik er nu uit?’

‘Nou, Julia gelooft dat je een echte Beanie Baby-expert bent.’

‘Hé, als het nou werkt? Al heb ik het gevoel dat je zoon niet zo’n Beanie Baby-fan is.’

‘Hij is een moeilijk geval, mijn zoon,’ zei Nick, die niet te lang over hem wilde praten. ‘Ik ga me verkleden. Ik zie je straks beneden.’

Toen hij weer beneden kwam, waren Cassie en Julia in een druk gesprek verwikkeld in de huiskamer. ‘En er was overal bloed,’ hoorde hij Julia met een gedempte, ernstige stem zeggen.

‘O nee,’ fluisterde Cassie.

‘En het was Barney.’ Julia’s ogen waren vochtig.

‘Wat erg.’

‘En pap zei dat hij ons zou beschermen. Hij zei dat hij alles zou doen wat hij moest doen.’

Nick schraapte zijn keel; dit was geen gesprek dat hij wilde stimuleren. ‘Hé, meiden,’ riep hij. ‘Etenstijd.’

‘Ik hoor net wat er met Barney is gebeurd,’ zei Cassie, opkijkend. ‘Klinkt verschrikkelijk.’

‘Het was een zware slag,’ zei Nick. ‘Voor ons allemaal.’ Hij probeerde een beetje bruusk te praten om Cassie te laten weten dat hij dat gespreksonderwerp wilde beëindigen.

Gelukkig kwam Marta op dat moment de keuken uit om te zeggen dat het eten klaar was.

‘Goed,’ zei Nick. ‘Laten we gaan, meiden. Marta, wil jij naar boven gaan om Sid Vicious te vragen bij ons te komen zitten?’

Toen Marta naar boven ging, vroeg Julia: ‘Wie is Sid Vicious?’

‘Ken jij de Sex Pistols?’ vroeg Cassie glimlachend aan Nick.

‘Ik geloof dat ik een stuk van een film over ze heb gezien, maar ik ben weggelopen,’ zei Nick. ‘Ik ben geen volslagen onbenul, weet je, al denkt mijn zoon daar misschien anders over.’

‘Maar wie is Sid Vicious?’ vroeg Julia opnieuw.

Lucas’ zware voetstappen daverden door het huis alsof er boven aan de trap een kist met kegelballen was leeggegooid. Op de overloop keek hij om en nam Cassies aanwezigheid met een onbewogen gezicht in zich op.

‘Luke, dit is mijn vriendin Cassie Stadler,’ zei Nick.

‘Cassie Stadler?’

Zoals hij het zei, verkilde het Nicks bloed in zijn aderen.

‘Ja,’ zei hij rustig. ‘Ze komt bij ons eten.’

‘Ik moet weg,’ zei Lucas.

‘Je moet hier blijven.’

‘Ik moet met een paar klasgenoten een werkstuk maken.’

Nick wilde met zijn ogen rollen, maar deed het niet. Een biologieproject natuurlijk, een onderzoek naar het effect van Cannabis sativa op de geest en het lichaam van de Amerikaanse zestienjarige. ‘Het staat niet ter discussie,’ zei hij. ‘Ga zitten.’

‘Ik hou van je muziek,’ zei Cassie tegen hem.

Lucas keek haar net niet vijandig aan. ‘O ja?’ Zoals hij het zei, klonk het als Nou en?

‘Als je dat muziek noemt,’ zei Nick, die vond dat hij Cassie in bescherming moest nemen. Hij keek haar aan en haalde verontschuldigend zijn schouders op. ‘En als we dat soort lawaai niet te horen krijgen, is het die gangstarap-herrie.’

‘Gangstarap-herrie.’ Cassies mimiek was perfect en vernietigend. Lucas snoof half, grinnikte half.

‘Je had zeker liever dat hij naar The Mama’s 8c The Papa’s luisterde?’ vroeg ze. ‘Net als zijn vader.’

Hé, dat is niet eerlijk, wilde Nick zeggen. ‘Ik luisterde niet eens naar The Mama’s & The Papa’s,’ zei hij.

Cassie negeerde hem. Ze concentreerde zich op Lucas. ‘Ik ben nieuwsgierig. Hoe lang luister je al naar Slasher?’

‘Een paar maanden,’ zei Lucas verrast.

‘Niet veel mensen van jouw leeftijd weten zelfs maar dat Slasher bestaat. Ik wed dat je al hun albums hebt.’

‘Ik heb downloads van dingen die ze nog niet hebben uitgebracht, en ik heb ook wat bootleg-demo’s.’

‘Slasher zal wel een rockband zijn,’ zei Nick, die zich buitengesloten voelde. ‘Zeg het maar, als ik warm ben.’

‘Een “slasher” is een beul, en zo noemen ze pa ook, weet je,’ zei Lucas opgewekt.

‘Dat heb ik gehoord. Hoe dan ook, Slasher is cool, maar John Horrigan is nogal een zak, moet ik je vertellen,’ zei Cassie, en ze kwam een stap naar Lucas toe.

Lucas’ ogen gingen wijd open. ‘Je kent hem? Echt waar?’ Er verscheen een heel andere Lucas op het toneel.

Ze knikte. ‘Heb je gehoord dat hij in Saratoga van het toneel viel, in de Sudden Death-tournee? Nou, hij had daarna last van zijn nek en zijn rug. Niets hielp. Ik gaf yogales in Chicago, waar hij woont. Op een dag kwam hij naar de les, en het was het eerste wat echt hielp. Toen vroeg hij me om een paar extra sessies. En toen…’ Ze liep dichter naar Lucas toe, legde haar hand op zijn arm en mompelde de rest.

Lucas giechelde en kreeg een kleur.

‘Dat is niet te geloven,’ zei hij. ‘Horrigan bónkt. En…’ Hij keek Nick even aan, en toen Julia, en dempte zijn stem. ‘Hoe was hij?’

‘Egoïstisch,’ zei Cassie. ‘Eerst dacht ik dat hij een slechte techniek had. Maar toen besefte ik dat het gewoon egoïsme was. Ten slotte beantwoordde ik zijn telefoontjes niet meer. Maar hij is wel een fantastische gitaarspeler.’

‘Horrigan bonkt.’

‘Wat bedoel je met “egoïstisch”?’ wilde Julia weten, met het onfeilbare instinct van een tienjarige voor ongepaste onderwerpen.

‘We hadden het erover wie hun gitaarsolo’s mag doen,’ zei Cassie.

Lucas begon geluidloos te schudden van het lachen.

Julia lachte ook, zij het zonder reden. Toen lachte Nick ook mee, en hij zou echt niet kunnen zeggen waarom. Behalve dat hij zich niet kon herinneren wanneer Lucas voor het laatst had gelachen.

Marta bracht een schaal karbonades naar de tafel, met een soort chili en koriander daarbovenop. ‘Er is meer in de keuken, als iemand nog wil,’ zei ze. Ze klonk een beetje gepikeerd, of misschien gewoon wat kregelig.

‘Het ruikt allemaal heerlijk, Marta,’ zei Nick.

‘En er is salade.’ Ze wees naar twee afgedekte aardewerken schalen. ‘En er is rijst en ratatouille.’

‘Dat is geweldig, Marta,’ zei Cassie. ‘Ik denk dat het ons heerlijk zal smaken.’

‘Ik heb geen toetje gemaakt, maar er is ijs,’ voegde Marta er somber aan toe. ‘En wat fruit. Wat bananen.’

‘Ik kan een geweldige banaan flambé maken,’ zei Cassie. ‘Liefhebbers?’

‘Maak er wat van,’ zei Lucas, en hij grijnsde.

Perfecte witte tanden, heldere blauwe ogen, een bijna smetteloze huid. Een mooie jongen. Nick voelde vaderlijke trots. Drie dagen geschorst. Ze zouden het Gesprek hebben. Maar niet nu. Het hing als een zwaard boven zijn hoofd.

‘Daar hebben we alleen bananen, wat boter, bruine suiker en rum voor nodig.’

‘Dat hebben we allemaal,’ zei Nick.

‘O, en een aansteker. Voor een prachtige vlam.’ Cassie keek Lucas aan. ‘Heb je een aansteker?’

Bedrijfsongeval
Cover.xhtml
Backcover.xhtml
Halftitle.xhtml
Titlepage.xhtml
Copyright.xhtml
Dedication.xhtml
Part0001.xhtml
Section0001.xhtml
Section0002.xhtml
Section0003.xhtml
Section0004.xhtml
Section0005.xhtml
Section0006.xhtml
Section0007.xhtml
Section0008.xhtml
Section0009.xhtml
Section0010.xhtml
Section0011.xhtml
Section0012.xhtml
Section0013.xhtml
Section0014.xhtml
Part0002.xhtml
Section0015.xhtml
Section0016.xhtml
Section0017.xhtml
Section0018.xhtml
Section0019.xhtml
Section0020.xhtml
Section0021.xhtml
Section0022.xhtml
Section0023.xhtml
Section0024.xhtml
Section0025.xhtml
Section0026.xhtml
Section0027.xhtml
Section0028.xhtml
Section0029.xhtml
Section0030.xhtml
Section0031.xhtml
Section0032.xhtml
Section0033.xhtml
Section0034.xhtml
Section0035.xhtml
Section0036.xhtml
Part0003.xhtml
Section0037.xhtml
Section0038.xhtml
Section0039.xhtml
Section0040.xhtml
Section0041.xhtml
Section0042.xhtml
Section0043.xhtml
Section0044.xhtml
Section0045.xhtml
Section0046.xhtml
Section0047.xhtml
Section0048.xhtml
Section0049.xhtml
Section0050.xhtml
Section0051.xhtml
Section0052.xhtml
Section0053.xhtml
Section0054.xhtml
Section0055.xhtml
Section0056.xhtml
Section0057.xhtml
Section0058.xhtml
Section0059.xhtml
Section0060.xhtml
Part0004.xhtml
Section0061.xhtml
Section0062.xhtml
Section0063.xhtml
Section0064.xhtml
Section0065.xhtml
Section0066.xhtml
Section0067.xhtml
Section0068.xhtml
Section0069.xhtml
Section0070.xhtml
Section0071.xhtml
Section0072.xhtml
Section0073.xhtml
Section0074.xhtml
Section0075.xhtml
Section0076.xhtml
Section0077.xhtml
Section0078.xhtml
Section0079.xhtml
Section0080.xhtml
Section0081.xhtml
Section0082.xhtml
Section0083.xhtml
Section0084.xhtml
Section0085.xhtml
Section0086.xhtml
Section0087.xhtml
Part0005.xhtml
Section0088.xhtml
Section0089.xhtml
Section0090.xhtml
Section0091.xhtml
Section0092.xhtml
Section0093.xhtml
Section0094.xhtml
Section0095.xhtml
Section0096.xhtml
Section0097.xhtml
Section0098.xhtml
Section0099.xhtml
Section0100.xhtml
Section0101.xhtml
Section0102.xhtml
Section0103.xhtml
Section0104.xhtml
Section0105.xhtml
Section0106.xhtml
Section0107.xhtml
Section0108.xhtml
Section0109.xhtml
Epilogue.xhtml
Acknowledgements.xhtml