76

Een ogenblik wist hij niet wat hij moest zeggen.

Hij had haar niet verteld dat de politie zijn huis en tuin had doorzocht, en het was vreemd dat hij zo’n belangrijke gebeurtenis had verzwegen. Vooral omdat de zaak in verband stond met haar vader. Lucas en Julia wisten dat de politie naar sporen van Andrew Stadler had gezocht. Ze wisten alleen niet de echte reden daarvoor.

‘Lucas heeft het je verteld,’ zei Nick neutraal. Hij probeerde zijn hartslag en ademhaling kalm te houden. Hij nam een hap steak, al had hij eigenlijk geen trek meer.

‘Hij vond het opwindend.’

‘Ja, nou, hij schijnt het allemaal wel grappig te vinden. Cassie, ik had je erover moeten vertellen, maar ik wist dat het je van streek zou maken. Ik wilde niet over je vader…’

‘Ik begrijp het,’ zei ze. ‘Ik begrijp het. En ik stel het op prijs.’ Ze speelde met een lepel. ‘Denken ze echt dat mijn vader de stalker was?’

‘Het is maar één mogelijkheid,’ zei Nick. ‘Ik denk dat ze nog in het duister tasten.’ Hij slikte. ‘Waarschijnlijk vragen ze zich zelfs af of ik er iets mee te maken had.’ Die laatste woorden kwamen er snel uit, niet zoals hij ze zelf in zijn hoofd hoorde.

‘Met zijn dood,’ zei Cassie voorzichtig.

Nick bromde.

‘En is het mogelijk dat je er iets mee te maken had?’

Nick kon niet meteen iets zeggen. Hij keek haar niet aan, kon dat niet. ‘Wat bedoel je?’

Ze legde de lepel zorgvuldig naast het mes. ‘Als je dacht dat hij misschien al die gekke dingen deed, kun je op de een of andere manier tussenbeide zijn gekomen. Misschien heb je hem geholpen hulp te zoeken.’ Ze zweeg even. ‘Maar ja, dat zijn de vragen die ik mezelf ook stel. Waarom heb ik er niet voor gezorgd dat hij hulp zocht? Waarom ben ik niet tussenbeide gekomen? Ik vraag me steeds weer af of ik iets had kunnen doen wat de dingen had kunnen veranderen. Stratton schijnt een geweldig programma voor hulp bij psychische problemen te hebben, maar plotseling kwam hij daar niet meer voor in aanmerking – dat is een echte Catch-22-situatie, hè? Vanwege psychische problemen neem je ontslag en daarmee verlies je dan je recht op behandeling van je psychische problemen. Dat is niet goed.’

Behoedzaam: ‘Het is niet goed.’

‘En vanwege die beslissingen – beslissingen die jij en god mag weten hoeveel andere mensen hebben genomen – is mijn papa dood.’ Cassie huilde nu. De tranen liepen over beide wangen.

‘Cassie,’ zei Nick. Hij pakte haar hand vast en zweeg. Haar hand lag bleek en klein in de zijne. Toen kwam er een gedachte bij hem op, en het was of hij ijs had ingeslikt. Zijn hand, de hand waarmee hij haar probeerde te troosten, was de hand die het pistool had vastgehouden.

‘Maar weet je wat?’ zei Cassie haperend. ‘Toen ik het nieuws kreeg over… je weet wel…’

‘Ik weet het.’

‘Het was of ik tegen een muur was opgelopen. Maar, Nick, ik voelde ook iets anders. Ik voelde me opgelucht. Begrijp je dat?’

‘Opgelucht.’ Verdoofd herhaalde hij het woord.

‘Al die keren dat hij werd opgenomen, al die keren dat hij terugviel, al die ellende die hij had doorstaan. Pijn die niet fysiek is maar daardoor niet minder echt. Hij hield niet van de plaats waar hij was – de wereld waarin hij meer en meer moest leven. Het was niet jouw wereld of mijn wereld, het was zijn wereld, Nick, en het was daar koud en griezelig.’

‘Het moet een hel zijn geweest voor jullie beiden.’

‘En op een dag verdween hij. Opeens was hij dood. Vermoord – doodgeschoten, god mag weten waarom. Maar het was bijna een daad van genade. Denk jij ooit dat dingen om een reden gebeuren?’

‘Ik denk dat sommige dingen om een reden gebeuren,’ zei Nick langzaam. ‘Maar niet alles. Ik denk niet dat Laura om een bepaalde reden is gestorven. Het gebeurde gewoon. Met haar. Met ons. Als een piano die gewoon uit de lucht komt vallen en je verplettert.’

‘Alles kan gebeuren, bedoel je.’ Cassie streek de tranen van haar gezicht weg. ‘Maar dat is nooit het hele verhaal. Iets gebeurt, en het verandert je leven, en wat doe je dan? Ga je gewoon door alsof er niets gebeurd is? Of zie je het onder ogen?’

‘Ik kies voor optie A.’

‘Ja. Dat zie ik.’ Cassie maakte haar piekerige haar met haar hand in de war. ‘Er is een parabel van Schopenhauer. Het heet “Die Stachelschweine” – de stekelvarkens. Je hebt van die stekelvarkens, en het is winter, en dus kruipen ze voor de warmte tegen elkaar aan – maar als ze te dichtbij komen, doen ze elkaar natuurlijk pijn.’

‘Oei, een allegorie,’ zei Nick.

‘Inderdaad. Te ver van elkaar vandaan, en ze vriezen dood. Te dichtbij, en ze bloeden. Zo zijn wij allemaal. Het geldt ook voor jou en Lucas.’

‘Ja, nou, hij is inderdaad een stekelvarken.’

‘Dat moet ik jullie Conover-mannen nageven,’ zei Cassie. ‘Jullie hebben net zo’n goede verdediging als een middeleeuws kasteel. Jullie hebben een slotgracht, kokende olie boven de poort, een burchttoren. “Kom maar op”, hè? Ik hoop dat je provisiekast vol is.’

‘Goed, schat. Omdat je de dingen zoveel duidelijker ziet dan ik, wil ik je iets vragen. In hoeverre denk je dat ik me zorgen moet maken om mijn zoon?’

‘Nou, een beetje. Hij rookt wiet, zoals je weet. Waarschijnlijk is hij een paar keer per dag high. Dat kan je concentratievermogen aantasten.’

‘Een paar keer per dag? Weet je dat zeker?’

‘O, alsjeblieft. Hij heeft twee flesjes Visine op zijn kastje. Hij heeft Febreze-spray in zijn kast.’

Nick keek haar nietszeggend aan.

‘Textielverfrisser. Je spuit het op je kleren om de geur van het spul weg te krijgen. En dan heeft hij die leeggehaalde Dutch Master-sigaren in zijn prullenbak. Om een extra dikke joint te maken. Allemaal elementaire hasjkunde.’

‘Jezus,’ zei Nick. ‘Hij is nog maar zestien.’

‘En hij wordt zeventien. En dan achttien. En dat wordt ook moeilijk.’

‘Een jaar geleden zou je hem niet hebben herkend. Er was niets met hem aan de hand en hij was een populaire sportman.’

‘Net als zijn pa.’

‘Mijn moeder ging niet dood toen ik vijftien was.’

‘Het wordt nog erger als je er niet over kunt praten.’

‘Hij is een kind. Hij heeft er moeite mee om over zulke dingen te praten.’

Cassie keek hem aan.

‘Wat is er?’

‘Ik had het niet over Lucas,’ zei ze kalm. ‘Ik had het over jou.’ Hij haalde diep adem. ‘Je houdt van vergelijkingen? Dan heb ik er ook een. Ken je die van die tekenfilmcoyote die altijd over de rand van de afgrond rent?’

‘Ja, Nick. Wile E. Coyote. Een schoolvoorbeeld voor de president-directeur van Acme Industries, vond ik altijd.’

‘En dan hangt hij midden in de lucht, maar zijn benen rennen door en hij komt goed vooruit. Maar dan kijkt hij naar beneden en valt hij recht omlaag. Moraal van het verhaal? Nooit omlaag kijken!’

‘Prachtig,’ zei Cassie, haar stem zo scherp als toverhazelaar. ‘Prachtig.’ Haar ogen flikkerden. ‘Is het je ooit opgevallen dat Lucas je niet eens kan aankijken? En jij kunt hem amper aankijken. Hoe komt dat?’

‘Als je weer met die stekelvarkens komt aanzetten, ben ik vertrokken.’

‘Hij heeft zijn moeder verloren en hij heeft een wanhopige behoefte aan een band met zijn vader. Maar jij bent er niet, en als je er bent, ben je er toch niet. Je bent niet bepaald verbaal expressief, hè? Hij heeft het nodig dat je hem helpt, maar dat kun je niet – je weet niet hoe dat moet. En hoe geïsoleerder hij zich voelt, des te meer keert hij zich tegen jou, en des te kwader word jij.’

‘De leunstoelpsychologe,’ zei Nick. ‘Weer een van die fantasierijke “diagnoses” van jou. Maar het is geen slecht giswerk.’

‘Nee,’ zei ze. ‘Het is geen giswerk. Hij heeft het me min of meer zelf verteld.’

‘Heeft hij het je verteld? Dat kan ik me niet voorstellen.’

‘Hij was stoned, Nick. Hij was stoned, en hij huilde en toen kwam het eruit.’

‘Was hij stoned? Waar jij bij was?’

‘Hij stak een lekkere dikke joint op,’ zei Cassie met een vaag glimlachje. ‘We deelden hem. En we hadden een lang gesprek. Je had hem moeten horen. Hij heeft veel aan zijn hoofd. Veel dingen die hij jou niet kan vertellen. Veel dingen die je zou moeten horen.’

‘Heb jij marihuana gerookt met mijn zoon?’

‘Ja.’

‘Dat is enorm onverantwoordelijk. Hoe kon je dat doen?’

‘Goh, pap, nu ontgaat je het totaalbeeld.’

‘Lucas heeft een probleem met die troep. Je zou hem moeten helpen. Niet stimuleren, verdomme nog aan toe. Hij kijkt tegen je op!’

‘Ik heb tegen hem gezegd dat hij moet stoppen met wiet, in elk geval als hij de volgende dag naar school moet. Ik denk dat hij dat gaat doen.’

‘Verdomme nog aan toe! Jij hebt geen idee, hè? Het kan me niet schelen wat voor een rotjeugd je hebt gehad. Je hebt te maken met mijn zoon. Een zestienjarige jongen met een drugsprobleem. Welk gedeelte kun je niet snappen?’

‘Nick, voorzichtig,’ zei ze met een lage, hese stem. Haar gezicht brandde dieprood, maar de uitdrukking bleef merkwaardig strak, als een stenen masker. ‘We hadden een erg openhartig en eerlijk gesprek, Luke en ik. Hij heeft me van alles verteld.’ Nu keek ze hem nadrukkelijk aan.

Nick werd innerlijk verscheurd door woede en angst. Hij wilde haar verwijten wat ze had gedaan – high worden met Lucas – en tegelijk was hij bang voor wat ze van Lucas kon hebben gehoord.

Lucas die misschien – of misschien niet – schoten had gehoord in die nacht.

Die misschien – of misschien niet – zijn vader en Eddie had horen praten over wat er die nacht werkelijk was gebeurd.

‘Wat bijvoorbeeld?’ kon hij uitbrengen.

‘Allerlei dingen,’ fluisterde ze onheilspellend.

Nick deed zijn ogen dicht en wachtte tot zijn hart ophield met bonzen. Toen hij ze weer opendeed, was ze weg.

Bedrijfsongeval
Cover.xhtml
Backcover.xhtml
Halftitle.xhtml
Titlepage.xhtml
Copyright.xhtml
Dedication.xhtml
Part0001.xhtml
Section0001.xhtml
Section0002.xhtml
Section0003.xhtml
Section0004.xhtml
Section0005.xhtml
Section0006.xhtml
Section0007.xhtml
Section0008.xhtml
Section0009.xhtml
Section0010.xhtml
Section0011.xhtml
Section0012.xhtml
Section0013.xhtml
Section0014.xhtml
Part0002.xhtml
Section0015.xhtml
Section0016.xhtml
Section0017.xhtml
Section0018.xhtml
Section0019.xhtml
Section0020.xhtml
Section0021.xhtml
Section0022.xhtml
Section0023.xhtml
Section0024.xhtml
Section0025.xhtml
Section0026.xhtml
Section0027.xhtml
Section0028.xhtml
Section0029.xhtml
Section0030.xhtml
Section0031.xhtml
Section0032.xhtml
Section0033.xhtml
Section0034.xhtml
Section0035.xhtml
Section0036.xhtml
Part0003.xhtml
Section0037.xhtml
Section0038.xhtml
Section0039.xhtml
Section0040.xhtml
Section0041.xhtml
Section0042.xhtml
Section0043.xhtml
Section0044.xhtml
Section0045.xhtml
Section0046.xhtml
Section0047.xhtml
Section0048.xhtml
Section0049.xhtml
Section0050.xhtml
Section0051.xhtml
Section0052.xhtml
Section0053.xhtml
Section0054.xhtml
Section0055.xhtml
Section0056.xhtml
Section0057.xhtml
Section0058.xhtml
Section0059.xhtml
Section0060.xhtml
Part0004.xhtml
Section0061.xhtml
Section0062.xhtml
Section0063.xhtml
Section0064.xhtml
Section0065.xhtml
Section0066.xhtml
Section0067.xhtml
Section0068.xhtml
Section0069.xhtml
Section0070.xhtml
Section0071.xhtml
Section0072.xhtml
Section0073.xhtml
Section0074.xhtml
Section0075.xhtml
Section0076.xhtml
Section0077.xhtml
Section0078.xhtml
Section0079.xhtml
Section0080.xhtml
Section0081.xhtml
Section0082.xhtml
Section0083.xhtml
Section0084.xhtml
Section0085.xhtml
Section0086.xhtml
Section0087.xhtml
Part0005.xhtml
Section0088.xhtml
Section0089.xhtml
Section0090.xhtml
Section0091.xhtml
Section0092.xhtml
Section0093.xhtml
Section0094.xhtml
Section0095.xhtml
Section0096.xhtml
Section0097.xhtml
Section0098.xhtml
Section0099.xhtml
Section0100.xhtml
Section0101.xhtml
Section0102.xhtml
Section0103.xhtml
Section0104.xhtml
Section0105.xhtml
Section0106.xhtml
Section0107.xhtml
Section0108.xhtml
Section0109.xhtml
Epilogue.xhtml
Acknowledgements.xhtml