62

Hij ging met de kinderen in de huiskamer zitten, zij samen op de bank tegenover de enorme tv, Nick in de grote fauteuil die Lucas anders altijd in beslag nam, de fauteuil die Nick als zijn Archie Bunker-stoel beschouwde. De pa-stoel. Hij wist niet meer wanneer ze voor het laatst met zijn allen naar de televisie hadden gekeken, maar toen ze dat nog deden, ging Lucas altijd vlug op de Archie Bunkerstoel zitten. Nick had zich daaraan geërgerd, maar nooit iets gezegd.

Op een schraagtafel naast de televisie zag Nick het hoekje dat Julia en Lucas voor Barney hadden ingericht: een verzameling foto’s van hun dierbare hond, zijn halsband en naamplaatje. Zijn favoriete speelgoed, waaronder een verfomfaaid pluchen lammetje – zijn eigen knuffel – waarmee hij sliep en die hij overal in zijn kwijlende bek met zich mee naartoe nam. Er was een brief die Julia hem met markers van verschillende kleuren had geschreven en die begon met: ‘Barney – we missen je zo ERG!!!’ Julia had hem verteld dat het herdenkings-hoekje een idee van Cassie was geweest.

Lucas zat in zijn kolossale wijde spijkerbroek op de bank, zijn benen wijd gespreid. De band van zijn boxershorts was te zien. Hij droeg een zwart T-shirt met het woord amerikan in witte letters op de voorkant. Nick had geen idee wat hij daarmee wilde zeggen. De veters van zijn zware Timberland-schoenen hingen los. Hij droeg die doek weer om zijn hoofd. Mijn eigen rijke, in een omheinde enclave wonende, gangsta, dacht Nick.

Lucas, die voor zich uit staarde, zei: ‘Ga je ons nog vertellen wat de smerissen hier doen?’

‘De politie, bedoel je.’

Lucas keek door het erkerraam naar de rechercheurs op het gazon.

‘De politie is hier vanwege die man van wie we denken dat hij hier steeds terugkwam en dingen in ons huis schreef,’ zei Nick. ‘“Geen Schuilplaats,”’ reciteerde Julia.

‘Ja. Die dingen. Er zat iets niet goed in het hoofd van die man.’ Met een klein stemmetje zei ze: ‘Is hij de man die Barney heeft doodgemaakt?’

‘We weten het niet zeker, maar we denken van wel.’

‘Cassies vader,’ zei Lucas. ‘Andrew Stadler.’

‘Ja.’ Cassies vader.

‘Hij was fucking gek,’ zei Lucas.

‘Let op je woorden waar je zusje bij is.’

‘Ik heb dat woord al eerder gehoord, pa,’ zei Julia. ‘Ongetwijfeld. Ik wil alleen niet dat jullie zulke taal gebruiken.’ Lucas schudde grijnzend zijn hoofd, een en al geamuseerde minachting.

‘Die man, Andrew Stadler, is een paar weken geleden gestorven,’ ging Nick verder, ‘en de politie denkt dat hij in de nacht dat hij werd vermoord, toen hij op weg was naar waar hij ook maar heen ging, heeft geprobeerd bij ons huis te komen.’

‘Ze denken dat jij het hebt gedaan,’ zei Lucas. Een triomfantelijke glimlach.

Nicks binnenste trok zich samen. Misschien had Lucas iets gehoord, die avond dat Eddie er was. Of had hij alleen maar dingen met elkaar gecombineerd.

‘Hé!’ zei Julia verontwaardigd.

‘Ze zijn hier om te proberen na te gaan waar hij geweest is, Luke.’

‘Waarom verzamelen ze dan bewijsmateriaal? Ik kan ze door mijn raam zien. Ze hebben wat aarde uit het gazon opgegraven en in een bakje gedaan, en ze lopen steeds heen weer over het gazon, alsof ze iets zoeken.’

Nick knikte en ademde in en uit. Ze hadden aarde verzameld? Wat betekende dat? Hadden ze aarde op Stadlers lichaam gevonden? Hij herinnerde zich dat Eddie de schoenen van Stadler had schoongeveegd.

Konden ze aarde op Stadlers lichaam hebben gevonden dat hem met het huis in verband bracht? Waren ze tot zoiets in staat? Dat was het afschuwelijke: Nick had geen idee hoever de forensische wetenschap al was, of hoe achterlijk.

‘Luke,’ zei hij rustig, ‘ze zoeken naar alles waaruit ze kunnen afleiden of die man hier die nacht is geweest of niet.’ Nick wist dat hij zich op glad ijs begaf. Zijn kinderen waren te intelligent en ze hadden te veel televisieseries en films gezien. Ze wisten alles van rechercheurs en moorden en verdachten.

‘Waarom willen ze dat weten?’ vroeg Julia.

‘Heel eenvoudig,’ zei hij. ‘Ze moeten weten wat hij die nacht deed, nagaan of hij echt hier is geweest en niet ergens anders. Dan kunnen ze nagaan waar hij daarna heen is gegaan, dus waar hij vermoord is.’

‘Hebben de camera’s dat niet vastgelegd?’ vroeg Lucas.

‘Zou kunnen,’ zei Nick. ‘Ik weet niet meer wanneer het nieuwe beveiligingssysteem is geïnstalleerd en wanneer die man precies is vermoord.’

‘Ik wel,’ zei Lucas meteen. ‘Die camera’s zijn er gekomen op de dag voordat Stadler werd vermoord.’ Hoe had hij dat nou weer onthouden?

‘Nou, als je gelijk hebt, ja, dan vinden ze misschien camerabeelden. Ik heb geen idee. O ja, de politie wil jullie vingerafdrukken hebben nu ze hier toch zijn.’

‘Cool,’ zei Lucas.

‘Waarom? Ze denken toch niet dat wij die man hebben vermoord?’ zei Julia bezorgd.

Nick lachte overtuigend. ‘Maak je daar maar geen zorgen over. Als ze in en buiten het huis naar vingerafdrukken zoeken, vinden ze onze afdrukken – die van jou en mij en Marta…’

‘En waarschijnlijk ook van Emily,’ zei Julia.

‘Ja.’

‘En van die Digga, hè, Luke?’

Luke rolde met zijn ogen en keek een andere kant op.

‘Wie is “Digga”?’ vroeg Nick.

Lucas gaf geen antwoord, schudde nog steeds zijn hoofd.

‘Dat is een jongen met een do-rag net als Luke. Hij draait heel harde muziek als jij er niet bent en hij ruikt altijd naar rook. Hij stinkt.’

‘Wanneer komt hij hier?’ vroeg Nick.

‘Hij is een of twee keer geweest,’ zei Lucas. ‘Jezus christus. Dit is idioot. Hij is een vriend van me, ja? Mag ik vrienden hebben of is dit een gevangenis waar je geen bezoek mag krijgen? Nou je zin, Julia? Verdomde klikspaan.’

‘Hé!’ zei Nick.

Julia, die het niet gewend was dat haar oudere broer tegen haar schreeuwde, rende huilend de kamer uit.

‘Eh, meneer Conover?’

Rechercheur Rhimes stond aarzelend in de deuropening van de huiskamer.

‘Ja?’

‘Kan ik u even spreken?’

Bedrijfsongeval
Cover.xhtml
Backcover.xhtml
Halftitle.xhtml
Titlepage.xhtml
Copyright.xhtml
Dedication.xhtml
Part0001.xhtml
Section0001.xhtml
Section0002.xhtml
Section0003.xhtml
Section0004.xhtml
Section0005.xhtml
Section0006.xhtml
Section0007.xhtml
Section0008.xhtml
Section0009.xhtml
Section0010.xhtml
Section0011.xhtml
Section0012.xhtml
Section0013.xhtml
Section0014.xhtml
Part0002.xhtml
Section0015.xhtml
Section0016.xhtml
Section0017.xhtml
Section0018.xhtml
Section0019.xhtml
Section0020.xhtml
Section0021.xhtml
Section0022.xhtml
Section0023.xhtml
Section0024.xhtml
Section0025.xhtml
Section0026.xhtml
Section0027.xhtml
Section0028.xhtml
Section0029.xhtml
Section0030.xhtml
Section0031.xhtml
Section0032.xhtml
Section0033.xhtml
Section0034.xhtml
Section0035.xhtml
Section0036.xhtml
Part0003.xhtml
Section0037.xhtml
Section0038.xhtml
Section0039.xhtml
Section0040.xhtml
Section0041.xhtml
Section0042.xhtml
Section0043.xhtml
Section0044.xhtml
Section0045.xhtml
Section0046.xhtml
Section0047.xhtml
Section0048.xhtml
Section0049.xhtml
Section0050.xhtml
Section0051.xhtml
Section0052.xhtml
Section0053.xhtml
Section0054.xhtml
Section0055.xhtml
Section0056.xhtml
Section0057.xhtml
Section0058.xhtml
Section0059.xhtml
Section0060.xhtml
Part0004.xhtml
Section0061.xhtml
Section0062.xhtml
Section0063.xhtml
Section0064.xhtml
Section0065.xhtml
Section0066.xhtml
Section0067.xhtml
Section0068.xhtml
Section0069.xhtml
Section0070.xhtml
Section0071.xhtml
Section0072.xhtml
Section0073.xhtml
Section0074.xhtml
Section0075.xhtml
Section0076.xhtml
Section0077.xhtml
Section0078.xhtml
Section0079.xhtml
Section0080.xhtml
Section0081.xhtml
Section0082.xhtml
Section0083.xhtml
Section0084.xhtml
Section0085.xhtml
Section0086.xhtml
Section0087.xhtml
Part0005.xhtml
Section0088.xhtml
Section0089.xhtml
Section0090.xhtml
Section0091.xhtml
Section0092.xhtml
Section0093.xhtml
Section0094.xhtml
Section0095.xhtml
Section0096.xhtml
Section0097.xhtml
Section0098.xhtml
Section0099.xhtml
Section0100.xhtml
Section0101.xhtml
Section0102.xhtml
Section0103.xhtml
Section0104.xhtml
Section0105.xhtml
Section0106.xhtml
Section0107.xhtml
Section0108.xhtml
Section0109.xhtml
Epilogue.xhtml
Acknowledgements.xhtml