96
De directeur Informatietechnologie van de Stratton Corporation leek geen computertype, vond Audrey. Het was een lange, gezette vrouw die Carly Lindgren heette en die haar mooie en erg lange kastanjebruine haar had opgestoken. Ze droeg een marineblauw pakje, een olijfgroene zijden blouse, een gevlochten gouden halssnoer en bijpassende oorhangers.
Audrey had maar één telefoontje hoeven plegen om een afspraak met mevrouw Lindgren te krijgen. Ze had haar alleen verteld dat het ‘een politiezaak’ betrof. Maar zodra Audrey het huiszoekingsbevel had laten zien, zag ze dat mevrouw Lindgren steigerde als een in het nauw gedreven tijgerin. Ze bestudeerde het bevel alsof ze naar fouten zocht, al wisten maar erg weinig mensen waar ze naar moesten zoeken, en trouwens, het stuk was zorgvuldig opgesteld. De termen waarin het was gesteld, waren zo ruim als Audrey van de officier van justitie gedaan had kunnen krijgen, al was ze eigenlijk alleen maar op zoek naar eventuele videobeelden die van Nicholas Conovers beveiligingssysteem afkomstig waren en in het Stratton-netwerk waren opgeslagen.
Mevrouw Lindgren liet Audrey en Kevin Lenehan in een wachtkamer zitten, terwijl ze een serie paniekerige telefoongesprekken voerde met haar superieuren – de directeur Informatie en de directeur Technologie. Audrey kon niet goed bijhouden wie het allemaal waren, maar in feite kon mevrouw Lindgren helemaal niets beginnen.
Na een minuut of twintig kreeg Kevin een stoel en een computer in een lege kamer. Audrey kon alleen maar toekijken. Ze keek om zich heen en zag een blauwe poster met witte letters. Het ging over ‘De Stratton-Familie’ en het was een soort mission statement. De stoelen waarin ze zaten, waren erg comfortabel; ze zag dat het Stratton-stoelen waren. Zoiets hadden ze bij Ernstige Delicten niet. Kevin stopte een cd in de computer en installeerde een programma. Hij legde haar uit dat het de viewer-software was die hij had gedownload van de website van de firma die de digitale videorecorder in Conovers huis had gemaakt. Met dat programma konden ze de videobeelden bekijken en opslaan.
‘Weet je waar je moet zoeken?’ vroeg Audrey zorgelijk.
‘Het zat in de settings van de videorecorder,’ antwoordde Kevin. ‘De map waarnaar geschreven werd, de datum en de tijd en zo. Geen probleem.’
Audrey voelde een lichte opwinding, die ze probeerde te temperen door nuchter te redeneren. Ze was er zeker van dat de moord op Andrew Stadler op die elf minuten camerabeelden zou staan. Als er hier al een back-up was.
Hoe vaak kon je in je politiecarrière hopen dat je op zo’n stukje bewijsmateriaal stuitte? Digitale beelden van een moord die werd gepleegd? Het was bijna te veel om te hopen. Ze wilde het niet hopen, want de teleurstelling zou verschrikkelijk zijn.
‘Kan ik u helpen, rechercheur?’
Ze keek op, zag Eddie Rinaldi in de deuropening staan en voelde dat er een schokje door haar hart ging. Vanaf de plaats waar zij zat leek Rinaldi groot en breed en sterk. Hij droeg een donkere blazer en een zwart shirt zonder boord. Hij glimlachte, en zijn ogen schitterden kwaadaardig.
‘Meneer Rinaldi,’ zei ze. Zelfs wanneer ze met moordverdachten sprak, bleef ze beleefd, maar ze weigerde hartelijk te doen tegen die man. Hij had iets wat ze niet kon uitstaan. Misschien was het zijn hooghartigheid, zijn arrogantie. Ze had het gevoel dat hij genoot van de spelletjes die hij met haar speelde.
‘Dus u hebt een huiszoekingsbevel voor het netwerk van de onderneming?’
‘U mag het zelf bekijken.’
‘Nee, nee, nee. Alle puntjes staan vast wel op de i. U gaat altijd grondig te werk. Dat kan ik merken.’
‘Dank u.’
‘Misschien is “grondig” een te beleefd woord. Is het misschien een obsessie van u? Blijkbaar zit u nog steeds achter de beveiligingsbeelden van mijn baas aan.’
‘O, we hebben de recorder al in bewaring.’ Ze zou hem kunnen vertellen dat ze wisten dat de opnamen gewist waren, alleen om zijn reactie te zien, maar daarmee zou ze hem informatie verstrekken die hij niet mocht hebben.
‘Bijna,’ mompelde Kevin.
Rinaldi keek Kevin nieuwsgierig aan, alsof hij hem nu pas opmerkte. Toen keek hij Audrey weer aan. De uitdrukking op zijn gezicht was volkomen blasé.
‘Ik begrijp nog steeds niet wat u hoopt te vinden,’ zei Rinaldi.
‘Ik heb het gevoel dat u het weet,’ zei Audrey.
‘U hebt gelijk. Ik weet het.’
‘O?’
‘Ja. Een paar beelden van een ouwe gek die midden in de nacht over het gazon van mijn baas strompelt. Maar wat schiet u daar nou eigenlijk mee op?’
Audrey boog zich naar de computer waaraan Kevin werkte. Hij hield de monitor naar Audrey toe. Ze tuurde ernaar, zag geen beeld, maar zag toen de woorden hier ook gewist op een document op het scherm.
‘Uitstekend.’ Audrey knikte. ‘Goed werk.’ Ze stak haar hand naar het toetsenbord uit en typte de woorden speel mee. Toen zei ze: ‘Erg mooi, Kevin. Kun je het nog wat scherper krijgen?’
‘Ja hoor,’ zei hij, ‘geen probleem. Ik heb geweldige digitale imaging-firmware. Daarmee kun je de bewegingsartefacten elimineren en de dot crawl reduceren. Een kamfilter moet de chrominantie van de luminantie scheiden. Een beetje lijnverdubbeling en wat de-interlacing, en we hebben een mooi helder beeld. Helemaal geen probleem.’
Kevin typte nog wat meer in, en het document verdween voordat Rinaldi naar de monitor kon lopen om zelf te kijken.
Maar dat was het nou juist. Eddie Rinaldi bleef gewoon op zijn plaats staan. Hij nam niet de moeite om naar de monitor te kijken. Zo te zien was hij volkomen ongeïnteresseerd.
Nee, zo was het niet, besefte Audrey.
Hij was volkomen zeker van zichzelf. Hij wist al wat Kevin zojuist ook had ontdekt: de back-upbeelden waren op de LAN van Stratton gewist, zoals ze ook gewist waren in de recorder van Conovers beveiligingsinstallatie.
En die zelfverzekerdheid had hem verraden.