75

Ze liepen hand in hand over het parkeerterrein van het Grand Fenwick Hotel. Het was een koele, wolkeloze avond en de sterren twinkelden. Toen ze de luifel naderden, bleef Cassie even staan en keek naar boven.

‘Weet je, toen ik zes of zeven was, zei mijn beste vriendin, Marcy Stroup, tegen me dat elke ster in werkelijkheid de ziel was van iemand die was doodgegaan.’

Nick kreunde.

‘Ik geloofde het ook niet. Toen hoorden we op school dat elke ster een bal van vuur is en dat sommige sterren waarschijnlijk hun eigen zonnestelsel hebben. Ik weet nog dat ze ons ook leerden dat sterren sterven, dat in enkele duizendsten van een seconde de kern van een ster bezwijkt en de hele ster uit elkaar vliegt – een grote supernova, gevolgd door niets. En ik huilde. Daar in mijn schoolbank in de zesde klas. Gek, hè? Die avond praatte ik er met mijn vader over, en hij zei dat het in het universum nu eenmaal zo gaat. Dat mensen doodgaan, en sterren ook – ze moeten wel, om ruimte te maken voor nieuwe.’

‘Huh.’

‘Papa zei dat als er nooit iemand stierf er op de planeet geen ruimte meer zou zijn voor de baby’s die geboren werden. Hij zei dat als er nooit een eind aan iets kwam, er nooit iets kon beginnen. Hij zei dat het in de ruimte ook zo was – dat er soms een eind aan een wereld moest komen opdat nieuwe werelden geboren konden worden.’ Ze gaf een kneepje in zijn hand. ‘Kom, ik heb honger.’

In de hal van het Grand Fenwick Hotel lag vloerbedekking die ouderwets Engels aandeed, en er stonden veel grote leren meubelen in ‘conversatiekuilen’, alsof er tien huiskamers naast elkaar waren gezet. Fluwelen koorden op stangen scheidden het restaurant van de hal. Op het menu stonden favorieten uit de jaren vijftig, zoals canard a l’orange en saumon hollandaise, maar vooral ook steaks voor gasten van de oude school die de namen van de verschillende soorten nog kenden: Delmonico, Porterhouse, Kansas City Strip. Het rook naar sigaren, en niet zulke dure: de rook was in alles doorgedrongen, als dressing in een salade.

‘Ze hebben vis,’ zei Nick verontschuldigend, toen ze naar een hoektafel werden geleid.

‘Waarom zeg je dat? Denk je dat meisjes geen rood vlees eten?’

‘Dat is waar ook – jij wel. Zolang het maar niet echt rood is.’

‘Precies.’

Cassie bestelde een goed doorbakken ribsteak, Nick een sirloin medium rare. Ze bestelden allebei ook salade.

Toen Nick zijn salade had opgegeten, keek hij Cassie aan. ‘Hersenstoring. Ik bestel altijd een salade. Maar ik besef net iets: ik houd helemaal niet zo van salade.’

‘Niet bepaald de oplossing van het laatste theorema van Fermat,’ zei Cassie, ‘maar we kunnen ermee leven. Je houdt niet van salade. Zo is het ook met thee.’

‘Ja. Ik drink thee. Laura zette het en ik dronk het. Dat is net zoiets. Ik bestel salade. Maar weet je, ik heb nooit van thee gehouden, en ik heb nooit van salade gehouden.’

‘Dat besef je nu pas.’

‘Ja. Het was altijd al zo, maar ik was me er gewoon niet van bewust. Het is ook zo met… Chinees eten. Ik houd er niet echt van. Ik heb er geen hekel aan. Ik heb er gewoon geen speciale voorkeur voor.’

‘Nu je toch bezig bent: wat nog meer?’

‘Wat nog meer? Goed. Aubergines. Wie heeft ooit bedacht dat aubergines eetbaar zijn? Niet-giftig, oké. Maar is alles wat niet-giftig is ook voedsel? Als ik een holbewoner was, en ik was niet uitgehongerd, en ik nam een hap van een aubergine, gekookt of niet, dan zou ik niet zeggen: goh, een nieuwe smaaksensatie – ik heb een soort voedsel ontdekt. Ik zou zeggen: nou, daar ga je beslist niet dood van. Daar hoef je je pijlpunt niet in te dopen. Het is net zoiets als – weet ik veel – esdoornbladeren. Waarschijnlijk kun je ze wel eten, maar zou je dat doen?’

Cassie keek hem aan.

‘Jij klaagde dat ik een vreemde voor mezelf was,’ zei Nick, en hij plukte peinzend aan het tafellaken.

‘Dat bedoelde ik niet zo.’

‘Je moet ergens beginnen.’

Ze lachte. Hij voelde haar hand op zijn dij onder het tafellaken. Ze streelde hem met genegenheid, niet seksueel. ‘Vergeet die aubergines nou maar. Geef jezelf wat eer: jij weet wat het belangrijkste voor je is. Dat weet niet iedereen. Je kinderen. Je gezin. Ze zijn alles voor je, nietwaar?’

Nick knikte. Er bleef een brok droefheid in zijn keel steken. ‘Toen ik ijshockeyde, kon ik mezelf ervan overtuigen dat hoe harder ik werkte, hoe harder ik trainde, hoe harder ik speelde, des te beter ik het zou doen. Dat was waar, of waar genoeg. Het geldt voor veel dingen. Als je harder werkt, gaat het beter met je. Bij ijshockey zeggen ze altijd dat je met heel je hart moet spelen – je moet alles geven. Maar dat geldt niet voor een gezin. Het geldt niet voor het vaderschap. Hoe meer ik mijn best doe om tot Lucas door te dringen, des te meer verzet hij zich tegen me. Jij kunt door dat krachtenveld heen komen. Ik niet.’

‘Dat komt doordat je altijd met hem in discussie gaat, Nick. Je probeert altijd je standpunt duidelijk te maken, en hij wil dat niet horen.’

‘Als ik hem naar me zie kijken, denk ik wel eens dat het hem niet kan schelen of ik levend of dood ben.’

‘Zo is het helemaal niet. Heeft Lucas ooit met jou over Laura’s dood gepraat?’

‘Nooit. Wij Conover-mannen doen niet aan gevoelens.’ Nick keek in het donkere restaurant om zich heen en zag tot zijn verbazing Scott McNally op een paar tafels afstand zitten. Hun blikken kruisten elkaar, en Scott wuifde. Hij was in het gezelschap van een lange, slungelige man met een smal gezicht en een vooruitstekende kin. Nick zag dat Scott nogal gejaagd tegen zijn tafelgenoot praatte en gebaren in zijn richting maakte. Het leek wel of Scott zich afvroeg of hij pas bij het dessert naar hen toe zou komen of het nu meteen zou afwerken. Blijkbaar besloot hij tot het laatste, want de twee mannen stonden op en kwamen naar Nicks tafel toe.

‘Dat ik jou hier zie!’ zei Scott, terwijl hij Nick op zijn schouder klopte. ‘Ik had geen idee dat dit een van jouw vaste stekken was.’

‘Dat is het ook niet,’ zei Nick. ‘Scott, dit is mijn vriendin Cassie.’

‘Aangenaam kennis te maken, Cassie,’ zei Scott. ‘En dit is Randall Enright.’ Hij zweeg even. ‘Randall helpt me met de juridische aspecten van financiële herstructurering. Saaie, technische dingen. Natuurlijk tenzij je mij bent, want in dat geval is het net Conan the Barbarian met spreadsheets.’

‘Aangenaam kennis te maken, Randall,’ zei Nick.

‘Insgelijks,’ zei de lange man vriendelijk. De knopen van zijn jasje waren los en hij stopte zijn bril in zijn borstzakje voordat hij hun een hand gaf.

‘Laten we dat contract met de Fisher Group analyseren?’ vroeg Nick.

‘Ik weet niet of we dat moeten overhaasten,’ zei Scott.

‘Hoe eerder, hoe beter, zou ik zeggen.’

‘Nou…’ zei Scott. Hij wendde zijn ogen af en speelde met een haarlok boven zijn linkeroor. ‘Jij bent de baas.’

‘Veel plezier in Fenwick,’ zei Cassie tegen de advocaat. ‘Wanneer gaat u naar Chicago terug?’

De lange man wisselde een blik met Scott. ‘Morgen pas,’ zei hij. ‘Smakelijk eten,’ zei Nick, een hint dat ze weg moesten gaan. Even later kwamen er zware witte borden met hun steaks, die elk vergezeld werden door een schep gepureerde spinazie en een aardappel. Nick keek Cassie aan. ‘Hoe wist je dat hij naar Chicago terugging?’

‘Het Hart, Schaffner & Marx-etiket aan de binnenkant van zijn jasje. Het voor de hand liggende feit dat hij wel een belangrijke figuur moet zijn, als hij een werkdiner heeft met jouw financieel directeur.’ Ze zag hem vragend kijken en zei: ‘Hij stopte zijn bril weg omdat het een leesbril was. En ze hadden hun menu’s nog niet gekregen. Het is duidelijk een werkdiner.’

‘O.’

‘En Scott had eigenlijk geen zin om hem voor te stellen. Hij deed het strategisch, maar hij heeft voor dit restaurant gekozen om dezelfde reden als jij. Omdat het een heel goede gelegenheid is waar je niet verwacht dat je iemand tegenkomt die je kent.’

Nick grijnsde. Hij kon het niet ontkennen.

‘En dan die opmerking dat jij de baas bent. Woorden vol rancune. Zo’n frase gaat altijd vergezeld van een sterretje. En dat betekent: “Voorlopig nog.”’

‘Nu ben je een beetje melodramatisch. Zou je niet te veel aan het interpreteren zijn?’

‘Zou jij niet blind zijn voor dingen die je pal voor je ziet?’

‘Daar zit misschien wat in,’ gaf Nick toe. Hij vertelde haar over Scotts geheime reis naar China, en hoe hij die had proberen te camoufleren met een leugen over een vakantieranch in Arizona.

‘Zie je wel?’ zei ze schouderophalend. ‘Hij belazert je.’

‘Daar lijkt het wel op.’

‘Maar je mag hem graag, nietwaar?’

‘Ja. Of misschien kan ik beter zeggen: ik mocht hem graag. Hij is grappig, en hij is fenomenaal met cijfers. We zijn vrienden.’

‘Dat is jouw probleem – dat maakt je blind. Ondanks je zogenaamde “vriendschap” met Scott heeft hij je een dolkstoot in de rug toegediend, nietwaar?’

‘Ja.’

‘Hij is niet bang voor jou.’

‘Zou hij dat moeten zijn?’

‘Jazeker. Hij moet bang voor jou zijn, niet voor hoe-heet-hij-ook-weer, die Yale-man uit Boston.’

‘Todd Muldaur. Todd heeft het in werkelijkheid voor het zeggen, en Scott weet dat. Ik verbaas me nogal over hem. Ik heb hem hier binnengehaald. Ik zou een zekere mate van loyaliteit verwachten.’

‘Jij bent een probleem voor Scott. Een verkeersdrempel. Een obstakel. Hij vindt dat jij een deel van het probleem bent, niet een deel van de oplossing. Bij hem komt Scott Incorporated op de eerste plaats.’

‘Ik weet niet of je daar gelijk in hebt – hij is niet hebzuchtig of materialistisch.’

‘Mensen als Scott McNally gaat het er niet om dat ze iets opbouwen, een zekere mate van comfort bereiken. Je zei dat hij de overhemden is blijven dragen die hij als student ook al droeg.’

‘Het gaat hem dus niet precies om geld. Dat begrijp ik.’

‘Mis. Je begrijpt het niet. Hij is een type. Mensen als hij genieten niet van de dingen die voor geld te koop zijn. Ze kicken niet op zeldzame wijnen of Lamborghini’s. Tegelijk zijn ze ongelooflijk competitief ingesteld. En dat is het juist. Met geld houden ze de score bij.’ Nick dacht aan Michael Milken, Sam Walton en die andere eenvoudig gebleven miljardairs. Ze woonden in gewone huizen en waren er helemaal op gefixeerd dat hun Dagobert Duck-kluizen elke dag weer een beetje voller waren dan de vorige dag. Hij had eens gehoord dat de vrekkige miljardair Warren Buffett nog in hetzelfde nieuwbouwhuis in Omaha woonde dat hij in 1958 voor dertigduizend dollar had gekocht. Hij dacht aan Scotts onopvallende huis en aan al het geld dat Scott had. Misschien had ze gelijk.

‘Scott McNally wil deze ronde winnen, want dan kan hij aan het spel met grote inzetten deelnemen,’ ging Cassie verder.

‘Leren ze je dit na de lotushouding of daarvoor?’

‘Goed, laat me je dan iets vragen. Wat denk je dat Scott McNally wil worden als hij groot is?’

‘Wat bedoel je?’

‘Wil hij stoelen en archiefkasten verkopen, of wil hij financieel directeur bij Fairfield Partners worden? Wat is meer zijn stijl?’

‘Ik begrijp het.’

‘In dat geval moet je je afvragen: voor wie werkt hij echt?’

Nick keek haar met een scheef glimlachje aan.

Ze stond op. ‘Ik ben zo terug.’

Nick zag haar naar de damestoiletten gaan en keek bewonderend naar de ronding van haar achterste. Ze bleef daar niet lang. Op de terugweg liep ze langs Scotts tafel en bleef daar even staan. Ze zei iets tegen de advocaat en ging toen even naast hem zitten. Ze lachte; blijkbaar had hij iets grappigs gezegd. Even later zag hij de advocaat haar iets geven. Cassie lachte weer, stond op en kwam naar haar plaats terug.

‘Wat was dat?’ vroeg Nick.

Cassie gaf hem het kaartje van de advocaat. ‘Ga nu maar na wie hij is.’

‘Dat was snel werk.’ Nick keek naar het kaartje en las: ‘Abbotsford Gruendig.’

‘Ik help alleen maar een handje,’ zei Cassie.

‘Trouwens, ik ben niet zo blind,’ zei Nick. ‘Ik zie jou. Ik kan je heel goed zien, en wat ik zie, bevalt me.’

‘Maar zoals ik al zei: we zien dingen niet zoals ze zijn. We zien dingen zoals wij zijn.’

‘Geldt dat ook voor jou?’

‘Het geldt voor ons allemaal. We liegen tegen onszelf, want dat is de enige manier om ons overal doorheen te slaan. Maar op een gegeven moment krijgen de leugens er genoeg van en werken ze niet meer mee.’

‘Wat bedoel je daarmee?’

Cassie keek hem kalm en onderzoekend aan. ‘Vertel me de waarheid, Nick. Wat is de echte reden waarom de politie in je huis was?’

Bedrijfsongeval
Cover.xhtml
Backcover.xhtml
Halftitle.xhtml
Titlepage.xhtml
Copyright.xhtml
Dedication.xhtml
Part0001.xhtml
Section0001.xhtml
Section0002.xhtml
Section0003.xhtml
Section0004.xhtml
Section0005.xhtml
Section0006.xhtml
Section0007.xhtml
Section0008.xhtml
Section0009.xhtml
Section0010.xhtml
Section0011.xhtml
Section0012.xhtml
Section0013.xhtml
Section0014.xhtml
Part0002.xhtml
Section0015.xhtml
Section0016.xhtml
Section0017.xhtml
Section0018.xhtml
Section0019.xhtml
Section0020.xhtml
Section0021.xhtml
Section0022.xhtml
Section0023.xhtml
Section0024.xhtml
Section0025.xhtml
Section0026.xhtml
Section0027.xhtml
Section0028.xhtml
Section0029.xhtml
Section0030.xhtml
Section0031.xhtml
Section0032.xhtml
Section0033.xhtml
Section0034.xhtml
Section0035.xhtml
Section0036.xhtml
Part0003.xhtml
Section0037.xhtml
Section0038.xhtml
Section0039.xhtml
Section0040.xhtml
Section0041.xhtml
Section0042.xhtml
Section0043.xhtml
Section0044.xhtml
Section0045.xhtml
Section0046.xhtml
Section0047.xhtml
Section0048.xhtml
Section0049.xhtml
Section0050.xhtml
Section0051.xhtml
Section0052.xhtml
Section0053.xhtml
Section0054.xhtml
Section0055.xhtml
Section0056.xhtml
Section0057.xhtml
Section0058.xhtml
Section0059.xhtml
Section0060.xhtml
Part0004.xhtml
Section0061.xhtml
Section0062.xhtml
Section0063.xhtml
Section0064.xhtml
Section0065.xhtml
Section0066.xhtml
Section0067.xhtml
Section0068.xhtml
Section0069.xhtml
Section0070.xhtml
Section0071.xhtml
Section0072.xhtml
Section0073.xhtml
Section0074.xhtml
Section0075.xhtml
Section0076.xhtml
Section0077.xhtml
Section0078.xhtml
Section0079.xhtml
Section0080.xhtml
Section0081.xhtml
Section0082.xhtml
Section0083.xhtml
Section0084.xhtml
Section0085.xhtml
Section0086.xhtml
Section0087.xhtml
Part0005.xhtml
Section0088.xhtml
Section0089.xhtml
Section0090.xhtml
Section0091.xhtml
Section0092.xhtml
Section0093.xhtml
Section0094.xhtml
Section0095.xhtml
Section0096.xhtml
Section0097.xhtml
Section0098.xhtml
Section0099.xhtml
Section0100.xhtml
Section0101.xhtml
Section0102.xhtml
Section0103.xhtml
Section0104.xhtml
Section0105.xhtml
Section0106.xhtml
Section0107.xhtml
Section0108.xhtml
Section0109.xhtml
Epilogue.xhtml
Acknowledgements.xhtml