36
De manier waarop Scott zijn deprimerende presentatie hield – zijn droge, monotone, sombere commentaar bij de PowerPoint-dia’s die op de plasmaschermpjes voor iedereen werden vertoond – was bijna provocerend, vond Nick. Alsof hij heel goed wist dat hij aas naar de hyena’s gooide.
Natuurlijk hadden ze zijn praatje niet nodig, want ze hadden allemaal de grafieken in hun zwarte losbladige kwartaalverslagen zitten. Die waren de vorige dag per FedEx naar iedereen toegestuurd of door een koerier naar hun hotel gebracht. Maar het was nu eenmaal een bestuursritueel, het moest in de notulen komen, en trouwens, je mocht niet aannemen dat ze het materiaal allemaal hadden doorgelezen.
Nick wist dat in elk geval Todd Muldaur de financiële gegevens grondig had bestudeerd zodra hij ze in Boston had binnengekregen zoals sommige mannen zich op het sportkatern van de krant storten om de honkbaluitslagen te verslinden. Todd wachtte waarschijnlijk niet eens op de uitdraaien; hij had de Adobe pdf-bestanden en Excel-spreadsheets natuurlijk al doorgenomen zodra Scott ze had gemaild.
Want zijn vragen klonken alsof ze waren ingestudeerd. En eigenlijk waren het niet eens vragen. Het waren frontale aanvallen.
‘Ik kan mijn ogen niet geloven,’ zei hij. Hij keek de andere bestuursleden aan – Dorothy, Davis Eilers, Dan Finegold – en ook de twee ‘gasten’, die altijd bij de eerste helft van de bestuursvergadering aanwezig waren: Scott en de juridisch adviseur van Stratton die als secretaris van de raad van bestuur fungeerde. Stephanie Alstrom was een kleine, serieuze vrouw met voortijdig grijs haar en een zuinig mondje dat zelden glimlachte. Ze maakte een uitgedroogde indruk. Scott had haar eens een ‘rozijn van spanning’ genoemd, en die beschrijving was bij Nick blijven hangen.
‘Dit is rampzalig,’ ging Todd verder.
‘Todd, het is duidelijk dat die cijfers er slecht uitzien,’ probeerde Nick naar voren te brengen.
‘Er slecht uitzien?’ zei Todd meteen. ‘Ze zijn slecht.’
‘Het is een problematisch kwartaal – ja zelfs een problematisch jaar – voor de hele sector geweest,’ zei Nick. ‘Kantoormeubilair is conjunctuurgevoelig, dat weten we allemaal. Als de economie terugloopt, houden bedrijven vaak van de ene op de andere dag op met het kopen van dingen.’
Todd staarde hem aan en bracht Nick daarmee even uit zijn evenwicht. ‘Ik bedoel, eh…’ ging hij aarzelend verder. ‘Er worden opeens veel minder kantoren opnieuw ingericht. Er zijn veel minder nieuwe bedrijven, en er wordt ook minder uitgebreid,’ ging Nick verder. ‘De laatste twee jaar hebben we een grote overcapaciteit in de kantoormeubilairsector. Daar komt nog bij dat de vraag over de hele linie is afgenomen. Dat alles heeft tot gevolg dat de prijzen en winstmarges fors omlaag zijn gegaan.’
‘Nick,’ zei Todd. ‘Als ik het woord “sector” hoor, grijp ik naar mijn kotszak.’
Nick moest zijns ondanks glimlachen. ‘Het is de realiteit,’ zei hij.
Hij sloeg zijn armen over elkaar en voelde dat er iets verkreukeld werd in de borstzak van zijn pak.
‘Mag ik Willard Osgood citeren?’ ging Todd verder. “‘Een verklaring is geen excuus.” Er is een verklaring voor alles.’
‘Eh, misschien is het redelijk om op te merken dat Nick deze cijfers nu voor het eerst ziet,’ zei Scott.
‘Wat?’ zei Todd. ‘Vandaag? Je bedoelt dat ik deze cijfers eerder te zien heb gekregen dan de president-directeur?’ Hij keek Nick aan. ‘Heb je iets belangrijkers aan je hoofd? Bijvoorbeeld de balletvoorstelling van je dochter of zoiets?’
Nick keek Scott woedend aan. Ja, ik zie de echte cijfers nu voor het eerst, dacht hij. Niet de vervalste cijfers waarmee jij ze wilde afschepen. Nick kwam sterk in de verleiding om zich te laten gaan, maar wie wist wat dat voor gevolgen zou hebben? Nerveus viste hij in het borstzakje van zijn pak. Hij vond een stukje papier en trok het eruit. Het was een geel Post-it-briefje. Laura’s handschrift: Ik hou van je, schat. Je bent de beste. Een hartje en drie X-en. De tranen sprongen hem in de ogen. Hij droeg dit pak zo zelden dat hij het blijkbaar niet had laten stomen toen hij het de vorige keer had gedragen, nog voor Laura’s dood. Hij schoof het briefje zorgvuldig in het borstzakje terug.
‘Kom op, Todd,’ zei Davis Eilers. ‘We zijn hier allemaal vaders.’ Hij keek Dorothy aan en zei: ‘Of moeders.’ Hij negeerde Stephanie Alstrom, die geen kinderen had en niet getrouwd was en die nu, terwijl ze op haar laptop zat te tikken, nog kleiner leek te worden dan ze al was.
Rustig, zei Nick tegen zichzelf, terwijl hij de tranen weg knipperde. Rustig blijven. Het leek wel of de kamer langzaam om hem heen draaide. ‘Scott bedoelt de definitieve cijfers, Todd, maar geloof me, dit is geen verrassing voor mij. Ik put moed uit het feit dat onze winstmarges nog positief zijn.’
‘Geen verrassing?’ zei Todd. ‘Geen verrassing? Laat me je wat vertellen. Eigenlijk kan het me helemaal niet schelen hoe de rest van de sector het doet. We hebben Stratton niet gekocht omdat we dachten dat jullie een doorsneebedrijf waren, net als alle andere. We hebben jullie gekocht omdat jullie aan de top stonden. Daarom zijn de stoelen en scheidingswanden en dat soort dingen in onze kantoren in Boston ook van Stratton, terwijl we ook iets anders hadden kunnen kopen. Omdat jullie de beste in jullie branche waren. Niet zomaar goed genoeg. Zoals Willard altijd graag mag zeggen: “Goed genoeg” is niet goed genoeg.’
‘We zijn nog steeds de beste,’ zei Nick. ‘Vergeet niet dat we in een vroeg stadium tot onze ontslagen zijn overgegaan – op jouw aandrang, laat me je daaraan herinneren. Alle andere bedrijven hebben gewacht. Wij zijn de curve vóór geweest.’
‘Mooi, maar jullie maken jullie plan niet waar.’
‘De eerlijkheid gebiedt te zeggen,’ merkte Scott op, ‘dat Nick er met zijn plan niet van uitging dat de economie nog slechter zou worden.’
‘Scott,’ zei Todd met een dodelijk kalme stem. ‘Nick is de president-directeur. Hij had rekening moeten houden met ontwikkelingen in de economie. Hoor eens, Nick, we laten onze topmanagers altijd de vrije teugel.’ Zijn blauwe ogen keken Nick strak aan. Wat betekende dat eigenlijk? De teugel zo vrij dat hij erin verstrikt kon raken? ‘We willen jouw bedrijf niet leiden – we willen dat je zelf je bedrijf leidt,’ ging Todd verder. ‘Maar niet als je het bedrijf naar de bliksem helpt. Uiteindelijk werk je voor ons. Dat betekent dat het je taak is om het kapitaal van onze investeerders te beschermen.’
‘En om dat kapitaal te beschermen,’ zei Nick, die zijn best deed om beleefd te blijven, ‘moeten we nu in het bedrijf investeren, juist nu het minder goed gaat. Dit is het moment om in nieuwe technologie te investeren. Dan geven we de concurrentie op hun flikker als de economie weer aantrekt.’ Hij keek Dorothy aan. ‘Sorry.’ Ze reageerde niet. Haar ijzige blauwe ogen staarden voor zich uit.
Todd, die in het kwartaalverslag bladerde, keek op. ‘Bijvoorbeeld die dertig miljoen dollar die je de afgelopen drie jaar in de ontwikkeling van een nieuwe stoel hebt gestoken?’
‘Een koopje,’ zei Nick. ‘Ontwerp- en machinekosten, zesentwintig patenten, twee afzonderlijke ontwerpteams. Het is minder dan wat ze bij Steelcase aan hun Leap-stoel hebben uitgegeven, en dat bleek een geweldige investering te zijn. En minder dan wat ze bij Herman Miller aan de ontwikkeling van de Aeron-stoel hebben uitgegeven. Vergeet niet: productontwerp en -ontwikkeling is een kernwaarde bij Stratton.’ Todd zweeg een ogenblik. Doelpunt voor het verdedigende team. Voordat hij iets kon zeggen, ging Nick verder: ‘Als je deze discussie wilt voortzetten, stel ik voor dat we overgaan tot een besloten zitting.’ Het voorstel werd gesteund en bij mondelinge stemming aangenomen. Dit was het moment waarop Scott, die een gast maar geen lid van de raad van bestuur was, gewoonlijk opstond om de kamer te verlaten. Nick keek hem aan, maar Scotts gezicht was volkomen ondoorgrondelijk. Hij pakte zijn spullen niet bij elkaar, stond niet op.
‘Nick, we gaan Scott vragen te blijven,’ zei Todd.
‘O ja?’ was het enige wat Nick kon bedenken. ‘Dat is… Dat is in strijd met het protocol.’
Davis Eilers, die amper een woord had gezegd, zei nu: ‘Nick, we vinden het tijd worden dat Scott formeel lid van de raad van bestuur wordt. We vinden dat Scott zo’n belangrijk lid van het directieteam is geworden dat we hem graag officieel in de raad van bestuur willen opnemen. We denken dat hij veel waarde kan toevoegen.’
Nick was stomverbaasd. Hij slikte en zocht koortsachtig naar iets wat hij kon zeggen. Hij probeerde Scott weer aan te kijken, maar die ontweek zijn blik. Nick knikte en dacht na. Het was al ongehoord dat ze opeens met Dan Finegold waren komen aanzetten. Maar nu Scott ook nog in de raad van bestuur werd opgenomen zonder dat ze het zelfs maar van tevoren aan hem hadden verteld, laat staan hem om zijn mening hadden gevraagd? Hij wilde hun dat voor de voeten werpen, zijn verontwaardiging uitspreken, maar hij zei alleen: ‘Nou, hij kan zeker waarde toevoegen.’
‘Dank je voor je begrip,’ zei Eilers.
‘Eh, Nick, we gaan een paar dingen veranderen om vooruit te gaan,’ zei Todd.
In tegenstelling tot wat? dacht Nick. Tot achteruitgaan? ‘O?’ zei hij.
‘We vinden dat deze raad van bestuur niet elk kwartaal maar elke maand bijeen moet komen,’ zei Todd.
Nick knikte. ‘Dat is veel reizen naar Fenwick,’ zei hij.
‘Nou, we kunnen de bijeenkomsten beurtelings in Boston en Fenwick houden. En we willen de financiële gegevens graag wekelijks hebben in plaats van maandelijks.’
‘Dat kan vast wel geregeld worden,’ zei Nick langzaam. ‘Zolang Scott geen bezwaar heeft.’ Scott hield zijn blik strak op zijn kwartaalverslag gericht.
‘Nick,’ zei Davis Eilers. ‘We vinden ook dat je toestemming van de raad van bestuur zou moeten vragen voordat je een van je directe ondergeschikten, dus directieleden, ontslaat.’
‘Nou, zo staat het niet in mijn contract.’ De huid van zijn gezicht prikte.
‘Nee, maar het is een wijziging die ons gewenst lijkt. Op die manier zorgen we ervoor dat we allemaal op dezelfde golflengte zitten wat de personele bezetting betreft. Zoals ze zeggen: de enige constante is verandering.’
‘Jullie hebben mij in dienst genomen om me mijn beste werk te laten leveren,’ zei Nick. ‘De vrije teugel, zoals jullie altijd zeggen. En je zei daarnet dat je wilt dat ik het bedrijf leid – jullie willen het niet zelf leiden.’
‘Natuurlijk,’ zei Eilers.
‘We willen alleen geen verrassingen,’ zei Todd. ‘We willen dat alles soepel verloopt.’ Hij sprak nu op redelijke toon, niet strijdlustig meer. Dat betekende dat hij wist dat hij had gewonnen. ‘Dit is een onderneming van bijna twee miljard dollar. Het leiden daarvan is een grote klus voor iedereen, zelfs voor iemand die er met al zijn aandacht bij is. Hé, het is net football, weet je? Jij mag dan de quarterback zijn, maar je hebt geen winnend team zonder linesmen en receivers en running backs – en coaches. Wij zijn een soort coaches, nietwaar?’
Nick glimlachte vaag. ‘Coaches,’ zei hij. ‘Ja.’
Toen er anderhalf uur later een eind aan de bestuursvergadering kwam, was Nick de eerste die de kamer verliet. Hij moest daar weg voordat hij zich liet gaan. Dat zou niet goed zijn. Ik ga geen ontslag nemen, zei hij tegen zichzelf. Ze moeten mij maar ontslaan. Als je zelf ontslag neemt, krijg je niets. Als je zonder reden wordt ontslagen, kan dat je heel wat opleveren. Vijf miljoen dollar. Dat was een van de condities die hij in de wacht had gesleept toen hij het bedrijf aan Fairfield verkocht. Het idee dat hij zou worden ontslagen, was toen zoiets als sciencefiction geweest. Hij was toen een grote ster; ze zouden hem nooit laten vallen.
Toen hij wegging, zag hij twee mensen bij de deur van de bestuurskamer zitten, een blonde man, type straatvechter, in een lelijk pak en een goed geklede, aantrekkelijke zwarte vrouw.
De vrouw over wie Eddie hem had verteld.
De vrouwelijke rechercheur van Ernstige Delicten.
De vrouw die hij op Stadlers begrafenis had gezien.
‘Meneer Conover,’ riep ze naar hem. ‘Kunnen we u een paar minuten spreken?’