72

Nick was meer dan moe. Al dat gedoe met Todd en Scott, al die dingen die hij niet begreep: het putte hem uit. En dan ook nog Eddie met zijn waarschuwingen over Cassie: maak daar een eind aan voordat het een eind aan jou maakt. En: waar denk je dat ze op uit is? Zou er iets waar zijn van wat Eddie zei?

Was het mogelijk, vroeg hij zich af, dat hij er onbewust naar strééfde om ontmaskerd te worden?

Het ergste was nog dat fragment van een patroonhuls dat de politie op zijn gazon had gevonden. Dat was zo verschrikkelijk dat hij de gedachte niet kon verdragen.

Hij was er altijd trots op geweest dat hij tegen grotere druk bestand was dan de meeste anderen. Misschien kwam dat door de ijshockeytraining, waar je leerde de rust in jezelf te vinden en daar in moeilijke situaties op terug te vallen. Hij raakte vroeger nooit in paniek. Laura, die altijd gespannen was geweest, had dat niet begrepen. Ze had gedacht dat hij onverschillig was, dat de dingen niet tot hem doordrongen. En hij had alleen maar zijn schouders opgehaald en nuchter geantwoord: ‘Wat heeft het voor zin om in paniek te raken? Dat helpt niet.’

Maar sinds de moord was alles veranderd. Zijn pantser was gebarsten of poreus geworden. Of misschien had alle stress van de afgelopen weken zich opgehoopt; misschien hadden de zorgen zich zo hoog op zijn schouders opgestapeld dat zijn spieren trilden en in een kramp raakten. Hij kon nu elk moment in elkaar zakken.

Maar dat kon hij niet doen. Nog niet.

Want wat het ook was wat Todd en Scott in hun schild voerden al die manoeuvres, die geheime reizen, die telefoongesprekken en die versleutelde e-mails – het had een lont in hem aangestoken die vonkte en knetterde.

Je zou er een tijdje tussenuit kunnen gaan. Een beetje vakantie zou je goed doen.

Alsof Todd zich ook maar een seconde druk zou maken om zijn emotionele welzijn.

Todd wilde dat hij vrij nam, niet dat hij ontslag nam. Dat was interessant. Als Todd en de jongens van Fairfield van hem af wilden, hadden ze hem al lang geleden ontslagen. Waarom hadden ze dat niet gedaan? Had dat echt te maken met de vertrekpremie van vijf miljoen dollar die ze hem moesten betalen als ze hem zonder gegronde reden ontsloegen? Met al die miljarden die Fairfield in beheer had?

Hij typte iets in om de ondernemingsgids op zijn scherm te krijgen, en klikte op MARTIN LAI. Er verscheen een foto – een flegmatisch type met een vlezig gezicht – met daaronder de namen van zijn directe ondergeschikten, zijn e-mailadres en zijn telefoonnummer.

Nick keek op zijn horloge. Er was dertien uur tijdverschil met Hongkong. Hier bij hem was het halftien ’s morgens, dus daar was het halfelf ’s avonds. Hij pakte de telefoon en toetste Martin Lais privénummer in. Het toestel ging een tijdje over, en toen hoorde hij een ingesproken boodschap in het Chinees, gevolgd door enkele plichtmatige woorden in Engels met een zwaar accent. ‘Martin,’ zei hij. ‘Met Nick Conover. Ik moet je dringend spreken.’ Hij sprak de gebruikelijke serie telefoonnummers in.

Toen sprak hij in de intercom en vroeg Marge om Martin Lais mobiele nummer te zoeken, dat niet op het intranet van Stratton stond. Een minuut later verscheen er een lang nummer op zijn scherm.

Hij belde het, kreeg weer een ingesproken tekst en liet dezelfde boodschap achter. Hij keek in Lais Meeting Maker, zijn online-agenda, en de man bleek geen afspraken buiten het Stratton-kantoor in Hongkong te hebben.

Hij hoorde het Todd weer zeggen: Je zou er een tijdje tussenuit kunnen gaan. Een beetje vakantie zou je goed doen.

Wat voerden Todd Muldaur en Fairfield Equity toch in hun schild? Wie zou dat weten?

Het antwoord kwam zo snel bij hem op dat hij zich afvroeg waarom hij er niet eerder aan had gedacht. Een ‘neef’ in de familie Fairfield: die zou het weten.

Hij maakte zijn middelste bureaula open en vond een beduimeld kaartje met KENDALL RESTAURANT GROUP en daaronder RONNIE KENDALL, DIRECTEUR.

Ronnie Kendall was een gewiekste ondernemer, scherpzinnig en vechtlustig en met een vet Texaans accent. Hij was de Kendall Restaurant Group begonnen met een kleine Texaans/Mexicaanse eettent in Dallas en had daar een bloeiende restaurantketen en uiteindelijk een welvarende holding company van gemaakt. Vooral een keten van tex-mex-restaurants was populair in het zuidwesten van het land, maar zijn concern bezat ook een kaastaartketen, een gegrilde-kipketen die het niet zo goed deed, een smakeloze keten van Japanse restaurants waar de koks als samoerais gekleed gingen en je eten aan je tafel voorsneden, en een ‘nostalgische’ bar-en-grillketen die bekendstond om zijn kleine ribbetjes en gigantische ijskoude margarita’s. Tien jaar geleden had hij alles aan Willard Osgood verkocht.

Nick had hem op een congres in Tokio ontmoet, en ze hadden meteen goed met elkaar kunnen opschieten. Ronnie Kendall bleek een grote ijshockeyliefhebber te zijn die zelfs Nicks sportcarrière op de Michigan State University had gevolgd. Nick had bekend dat hij in de Japanse restaurantketen van Kendalls concern had gegeten en dat hij er niet veel aan had gevonden, en Kendall had meteen gezegd: ‘Meen je dat nou? Elke keer dat ik daar kom, krijg ik diarree. Ik eet daar nooit, maar de mensen zijn er gek op. Kun je nagaan.’

Nick werd een tijdje onder de knop gezet voordat Ronnie Kendall opnam. Ronnie klonk zo uitbundig als altijd en praatte een kilometer per minuut. Nick beging de fout om te vragen hoe het met de zaken ging, en Ronnie begon aan een opgewonden monoloog over de expansie van de gegrilde-kipketen in Georgia en South Carolina, en liet daar om de een of andere reden een tirade tegen de light-rage op volgen. ‘Man, ben ik blij dat die bevlieging voorbij is! We werden er gek van! De caloriearme kaastaart liep niet, en de caloriearme margarita’s – vergeet het maar! En toen we net een contract met ons nieuwe boegbeeld hadden getekend’ – hij noemde de naam van een beroemde footballer – ‘en we zelfs een stel spotjes van vijftien en dertig seconden hadden opgenomen, werd hij opeens opgepakt voor verkrachting!’

‘Ronnie,’ onderbrak Nick hem ten slotte. ‘Hoe goed ken je Todd Muldaur?’

Ronnie praatte in één ruk door. ‘Ik heb de pest aan die gladjanus en dat is helemaal wederzijds. Maar ik blijf uit zijn vaarwater, en hij uit het mijne. Hij en die vriendjes van hem probeerden zich met mijn zaken te bemoeien. Dat werd zo erg dat ik Willard zelf belde. Ik zei tegen hem dat hij die poedeltjes van hem een wurgketting moest omdoen of dat ik anders zou vertrekken. Ik was te oud en te rijk voor die onzin. Willard zal Todd er wel van langs hebben gegeven, want ik had daarna niet veel last meer van hem. Natuurlijk had hij zijn handen vol aan het chipfiasco.’

‘Het chipfiasco?’

‘Zo noem je die dingen toch? Microchips of zo? Halfgeleiders, ja?’

‘Ja?’

‘Je leest de Wall Street Journal toch wel? De zeepbel van de halfgeleiderindustrie, al die investeerders die gek waren op chips, en toen spatte de zeepbel plotseling uiteen?’ Hij praatte maar door. ‘Wat was dat goed, al die kerels die op de fles gingen!’

‘Wacht even, Ronnie. Heeft Fairfield Equity Partners te veel in microchips geïnvesteerd?’

‘Niet heel Fairfield, alleen de fondsen die door onze vriend Todd worden beheerd. Hij gokte enorm op die chips. Zette al zijn chips op chips, vat je hem?’

Nick lachte niet met Ronnie mee. ‘Ik dacht dat er grenzen waren aan de hoeveelheid geld die ze in één particuliere sector mogen steken.’

‘Todd is een arrogante kerel. Dat weet je toch? Dat ruik je aan hem. Toen de halfgeleideraandelen begonnen te dalen, dacht hij een stel van die bedrijven goedkoop op de kop te kunnen tikken. Op die manier wilde hij een vette winst maken. Nou, dat is hem lelijk opgebroken. Zijn fondsen zitten aan de grond. Willard Osgood moet wel zowat uit zijn vel springen. Als Todds fondsen instorten, gaat het hele moederschip ook naar de haaien.’

‘Echt waar?’

‘Ik denk dat Todd Muldaur heel blij met jou mag zijn. Ik weet dat Stratton het moeilijk heeft, maar jullie zijn tenminste solvent. Vergeleken met sommige van zijn andere investeringen zijn jullie een melkkoe. Hij kan met jullie naar de beurs gaan en dan grof geld verdienen. Natuurlijk gaat daar tijd in zitten, en misschien heeft hij niet meer zoveel tijd.’

‘Dat zou minstens een jaar kosten.’

‘Minstens. Hoezo, willen ze jullie loslaten?’

‘Nee. Daar heb ik niets over gehoord.’

‘Nou, Fairfield moet een manier vinden om aan liquide middelen te komen. En gauw ook.’

‘Je bedoelt dat ze geld nodig hebben.’

‘Zo is het.’

‘Ja, nou, ze voeren wel iets in hun schild,’ zei Nick. ‘Ze zetten alles op alles om kosten te besparen.’

‘Vergeet dat maar. Je weet wat ik altijd zeg: als je huis in brand staat, ga je geen garageverkoop houden.’

‘Huh?’

‘Ik bedoel dat Todd zo diep in de stront zit dat hij waarschijnlijk alleen nog maar snel geld wil binnenhalen. Hij wil Stratton in zijn geheel verkopen om zijn hachje te redden. Als ik jou was, zou ik Todd heel goed in de gaten houden.’

Zodra hij ophing, kwam er een ander telefoontje binnen, ditmaal van Eddie.

‘De kleine vergaderkamer op jouw verdieping,’ zei Eddie zonder inleiding. ‘Nu meteen.’

Bedrijfsongeval
Cover.xhtml
Backcover.xhtml
Halftitle.xhtml
Titlepage.xhtml
Copyright.xhtml
Dedication.xhtml
Part0001.xhtml
Section0001.xhtml
Section0002.xhtml
Section0003.xhtml
Section0004.xhtml
Section0005.xhtml
Section0006.xhtml
Section0007.xhtml
Section0008.xhtml
Section0009.xhtml
Section0010.xhtml
Section0011.xhtml
Section0012.xhtml
Section0013.xhtml
Section0014.xhtml
Part0002.xhtml
Section0015.xhtml
Section0016.xhtml
Section0017.xhtml
Section0018.xhtml
Section0019.xhtml
Section0020.xhtml
Section0021.xhtml
Section0022.xhtml
Section0023.xhtml
Section0024.xhtml
Section0025.xhtml
Section0026.xhtml
Section0027.xhtml
Section0028.xhtml
Section0029.xhtml
Section0030.xhtml
Section0031.xhtml
Section0032.xhtml
Section0033.xhtml
Section0034.xhtml
Section0035.xhtml
Section0036.xhtml
Part0003.xhtml
Section0037.xhtml
Section0038.xhtml
Section0039.xhtml
Section0040.xhtml
Section0041.xhtml
Section0042.xhtml
Section0043.xhtml
Section0044.xhtml
Section0045.xhtml
Section0046.xhtml
Section0047.xhtml
Section0048.xhtml
Section0049.xhtml
Section0050.xhtml
Section0051.xhtml
Section0052.xhtml
Section0053.xhtml
Section0054.xhtml
Section0055.xhtml
Section0056.xhtml
Section0057.xhtml
Section0058.xhtml
Section0059.xhtml
Section0060.xhtml
Part0004.xhtml
Section0061.xhtml
Section0062.xhtml
Section0063.xhtml
Section0064.xhtml
Section0065.xhtml
Section0066.xhtml
Section0067.xhtml
Section0068.xhtml
Section0069.xhtml
Section0070.xhtml
Section0071.xhtml
Section0072.xhtml
Section0073.xhtml
Section0074.xhtml
Section0075.xhtml
Section0076.xhtml
Section0077.xhtml
Section0078.xhtml
Section0079.xhtml
Section0080.xhtml
Section0081.xhtml
Section0082.xhtml
Section0083.xhtml
Section0084.xhtml
Section0085.xhtml
Section0086.xhtml
Section0087.xhtml
Part0005.xhtml
Section0088.xhtml
Section0089.xhtml
Section0090.xhtml
Section0091.xhtml
Section0092.xhtml
Section0093.xhtml
Section0094.xhtml
Section0095.xhtml
Section0096.xhtml
Section0097.xhtml
Section0098.xhtml
Section0099.xhtml
Section0100.xhtml
Section0101.xhtml
Section0102.xhtml
Section0103.xhtml
Section0104.xhtml
Section0105.xhtml
Section0106.xhtml
Section0107.xhtml
Section0108.xhtml
Section0109.xhtml
Epilogue.xhtml
Acknowledgements.xhtml