43

Verjaardag! Hoe anders klonk dat woord in mijn jeugdige oren; en elke keer dat die dag weer langskomt kijk ik er minder naar uit dan tevoren.

–Thomas Moore

‘Zeg me alsjeblieft dat je een geintje maakt,’ schimpte Allison.

      ‘Hoezo? Waarom zou hij niet met me meegaan?’

      ‘Ben je gek geworden, meis? Otto is daar nog helemaal niet klaar voor. En de rest ook niet, wat dat aangaat. Ik bedoel, ik weet wel dat ik zei dat jullie lekker uit moesten gaan en jullie leven moesten leven, maar naar de galeríé? Waarom moet je er zo mee te koop lopen? Hou de relaties gescheiden,’ instrueerde Allison terwijl ze op een parkbankje het haar van haar dochter Kate vlocht.

      ‘Tante Eden, heb je een vriendje?’

      Allisons mond viel open en Eden lachte.

      ‘Waar haal je dat vandaan, dametje?’ vroeg haar moeder.

      ‘Mama zei tegen papa dat je zo verlie-hiefd bent...’ kirde Edens peetdochter.

      ‘Misschien ben ik dat wel,’ zei Eden met een glimlach en ze klopte op Kates haar. ‘Ik weet het nog niet.’

      ‘Wéét je dat dan niet gewoon?’ was Kates reactie, met frivole visioenen van Doornroosje, De Kleine Zeemeermin en Assepoester die op slag verliefd werden. ‘Dat zeggen ze altijd, dat je dat gewoon weet.’

      ‘Niet echt. Dat kost tijd,’ antwoordde Allison. ‘Je danst niet in een wei met vogeltjes en konijntjes en wordt verliefd omdat jullie zangstemmen zo goed klinken samen.’

      ‘Niet?’ vroeg Kate en ze keek neerslachtig.

      ‘Wel, hoor,’ corrigeerde Eden Allison met haar blik op haar peetdochter. Toen fluisterde ze tegen Allison: ‘Jezus, kun jij even goed dromen verpesten, B-I-T-C-H!’

      ‘Wat voor woord krijg je met B-I-T-C-H?’ vroeg Kate.

      ‘Geen een, lieverd. Luister, E, wat weet ik nu helemaal. Doe maar wat je wilt.’

      ‘Ik moet hem meenemen, Alli. Niet om met hem te pronken of ook maar iets wat daarop lijkt. Otto heeft zijn hele, zwijmelende entourage, waarom mag ik dan niet een metgezel meebrengen?’

      ‘Dat mag wel. Je hebt gelijk. Je hebt het zeker verdiend.’

 

Het geflits van de camera’s verlichtte de natte straat met kinderkopjes voor Otto’s galerie. Hordes fashion victims dromden samen en woorden als ‘doorbraak’, ‘verbluffend’, en ‘oorspronkelijk’ gonsden rond terwijl ze naar binnen keken door de enorme ruiten naar de lichamen en heldere vierkante doeken. Van buitenaf aanschouwde Eden de gedempte waanzin van slijmjurken en modepoppen en kneep met een diepe zucht in Chase’ hand toen ze de straat overstaken. De buiten te hoop gelopen persmensen stonden met het gezicht naar de auto’s die bij de stoep tot stilstand kwamen en probeerden te raden wie eruit zou stappen.

      Bij het openen van elk portier stonden de grote ogen en lange lenzen klaar om de nieuwste kunstkenner te observeren. Zou het een actrice zijn? Oud geld? Een Wall Street-magnaat? Of een andere kunstenaar die aan het altaar van Clyde zijn eerbied kwam betonen? Of, bah, het ergste: een nobody. Als een of andere anonieme sufferd uit een arriverende auto stapte, was er een teleurgestelde stilte. Maar toen, terwijl de fotografen zich suf klikten om een jonge erfgename vast te leggen die zichzelf graag als verzamelaar zag, bespeurde één enkele glimworm met een zwarte baret de overstekende bijenkoningin.

      EDEN! EDEN! EDEN!’

      De erfgename werd onmiddellijk aan de kant geschoven toen de massa zich verdrong om Eden op de foto te krijgen. En wie was die knappe jonge man aan haar arm? KON HET WAAR ZIJN? Patrick McMullan, de man die álle beroemdheden al eens voor zijn lens had gehad, zag het als eerste.

      CHASE LYDON? Chase! Chase! Hier! Chase!’

      Terwijl de dringende paparazzi uit hun dak gingen, kregen in de Lyle Spence Gallery de mensen die in vervoering waren over de lome beeltenissen van liggende Edens in de gaten dat het echte schepsel zich buiten voor de deur bevond. Het geprevel en de kakofonie die de enorme zolderruimte vulden namen plotseling af tot een gedempt gemompel toen het publiek door het raam naar de scène op straat keek. Otto Clyde, die zich te midden van alle actie bevond, realiseerde zich langzaamaan dat de oorverdovende complimenten en starende blikken op zijn werk waren verminderd nu steeds meer hoofden zich van de muren naar de straat draaiden. Zijn hoofd draaide als laatste. En toen hij zijn voormalige vlam arm in arm zag met de jonge en superknappe telg, was hij niet blij.

      Eden poseerde een poosje, duidelijk een pro, terwijl Chase glimlachte met op elkaar geklemde lippen zoals zijn moeder altijd had gedaan. Hij besefte ineens dat dit spervuur van foto’s van het nieuwe stel onmiddellijk overal zou zijn, en dat Brookes BlackBerry roodgloeiend zou staan van het gepiep van haar kletsgrage vriendinnen. En het enige wat hem hierover verbaasde was het feit dat het hem helemaal niets kon schelen. Hij had de meest sexy vrouw op aarde aan zijn zij. Hij voelde de negentig straten lange leiband uiteenvallen in de nacht terwijl hij vrijelijk de vochtige lucht inademde en zich klaarmaakte om de overvolle galerie binnen te gaan.

      ‘Bedankt,’ zei Eden liefjes tegen de fotografen om aan te geven dat ze uitgeposeerd was. Terwijl geroep om meer achter hen weerklonk, haalden Chase en Eden diep adem en stapten de kolossale ruimte binnen. Alle vierhonderd ogen waren op hen gericht, maar ze knepen in elkaars hand en liepen door, er helemaal klaar voor.