16
Je weet dat je oud wordt als de kaarsjes meer kosten dan de taart.
–Bob Hope
Het was bijna halfzes toen Chase gebeld werd.
‘Chase, met je moeder.’
Brooke, die nooit huilde, sprak zijn naam door een muur van tranen en Chase wist het meteen. Hij was in de binnenstad bezig geweest met het afronden van de stapels werk op zijn bureau terwijl hij vanuit zijn ooghoek de klok in de gaten hield in de hoop weer naar zijn grootmoeder te kunnen. Maar het was te laat.
Hij wankelde naar het appartement van zijn ouders op Fifth Avenue, overspoeld door verdriet. Zoals altijd als er een crisis in De Familie was, verschansten neven, adviseurs en oude vrienden zich in het penthouse. Daar is iedereen weer, dacht Chase, terwijl hij keek naar oom Johnson, de tantes, de advocaten van de familie en Dewey Riley, het hoofd van het familiekantoor van de DuPrees dat de levens van Brooke en haar zussen runde en beheerde.
Nadat Chase iedereen met een sombere en geschokte toon van wanhoop had begroet, zag hij Liesel de kamer binnenkomen met een terneergeslagen gezicht.
‘Ik vind het zo erg voor je, liefje,’ zei ze terwijl ze hem omhelsde. ‘Ik weet hoeveel Ruthie voor je betekende.’
Hij omhelsde haar zwijgend en keek naar haar gezicht. Haar smetteloze bekakte schoonheid bleef intact in haar verdriet; haar schouderlange blonde haar met kleine golfjes zat in een korte staart en ze had een Hermès-sjaal om haar hals. Met achtentwintig had ze het aura van een volwassen veertiger, bedaard en beheerst. Nadat ze Chase had omhelsd, condoleerde ze zijn moeder beleefd en oprecht. Brooke omhelsde Liesel en greep de hand van haar zoon vast, zo deelden ze een moment van stilte om het verlies van Ruthie.
‘Nou, jullie zijn toch wel allemaal met de bus gekomen?’ vroeg Grant aan een stel gasten die moesten grinniken. Chase glimlachte toen hij eraan dacht dat zijn grootmoeder, die altijd een chauffeur had gehad, graag met de bus ging en er nog vaak mee reisde ter herinnering aan haar jeugd aan de Upper East Side, ook al kon ze in een stille en veel minder volle Denali met chauffeur zitten of, zoals zij het noemde: ‘een woonkamer op wielen’. Chase wist nog dat ze een keer had gezegd dat als ze in haar woonkamer wilde zijn, ze wel thuis zou blijven, maar dat ze zich liever in de buitenwereld begaf, onder de mensen. Brooke dreef er altijd de spot mee en zei dat het belachelijk was dat een vooraanstaande vrouw van een politicus voor het openbaar vervoer koos, maar ze werd in al die tijd nauwelijks aangesproken in de bus. Op latere leeftijd kwam ze amper nog buiten zonder haar verpleegster. Haar dagelijkse blokje om gaf haar het gevoel dat ze deel uitmaakte van de maatschappij, als wereldburger in plaats van een verborgen kluizenaar.
En nu was ze er niet meer. Chase was er kapot van, en terwijl hij het ook erg vond voor zijn moeder en tantes, had hij diep vanbinnen het gevoel dat niemand zo’n sterke band met Ruthie had gehad als hij. Niemand anders had haar oneerbiedige brutaliteit, haar zeemanstong, haar wens om echt te zijn, ongeredigeerd, onbezwaard door regels. En niemand kende hem zoals zijn geliefde grootmoeder hem kende. Ze hadden een speciale band gehad die niemand zou kunnen begrijpen.
Liesel pakte hem nog eens vast en opperde nietszeggende woorden van troost. ‘Ze heeft zo’n mooi leven gehad, liefje, je was echt de meest toegewijde kleinzoon.’
‘Dank je,’ zei hij zacht.
‘Tweeënnegentig is een respectabele leeftijd,’ ging ze verder. ‘Het is een zegen dat ze niet langer heeft hoeven lijden.’
Ze had gelijk; pijn is altijd relatief en een jong iemand verliezen is natuurlijk veel erger en tragischer. Chase wist dat Ruthie oud was en het had eraan zitten komen, maar dat veranderde niets aan het feit dat hij iemand had verloren die zo’n enorme en sturende kracht in zijn leven was.
‘Lieverd,’ zei Liesel later die avond in bed terwijl ze over zijn hoofd aaide toen hij tevergeefs probeerde de slaap te vatten. ‘Ze heeft een lang, bevredigend leven gehad! Het is een zegen dat ze niet heeft geleden. Je wist dat ze dat niet wilde.’ Chase drukte zijn emoties weg en slikte het groeiende brok in zijn keel door, draaide zich daarna om en deed alsof hij in slaap viel.