9
Ze zeggen dat leeftijd in je hoofd zit. Het is de truc ervoor te zorgen dat leeftijd niet je lichaam in kruipt.
–Anoniem
Eventuele sluimerende schuldgevoelens over Wes werden overstemd door haar onmiddellijke vreugde toen Otto haar vertelde dat The New York Times Magazine haar wilde fotograferen voor een verhaal over zijn nieuwste werken. Haar hernieuwde ambitie overtroefde mogelijk verdriet. En toen liet Otto haar haar eigen kamer zien, ruim en schoon, glanzend wit, met een gigantische marmeren badkamer voor haar alleen.
Nu ging het dan echt gebeuren. Geen platenwinkel meer. Geen kakkerlakken. Ze kon de volgende stap al ruiken, proeven. Ze was een heel eind gekomen van haar roots als een briljante maar verveelde drop-out uit de verkeerde kant van het verkeerde dorp die stond te popelen om daar weg te komen. En nu was ze hier, poserend voor Otto Clyde en The New York Times.
Eden moest zichzelf knijpen. Terwijl iedereen over een eeuw dood en vergaan zou zijn, zou haar beeltenis nog steeds aan museummuren over de hele wereld te zien zijn en kijkers voor altijd doen watertanden. Na haar mistroostige jeugd en dromen van een groter en beter leven, was ze nu hier: ze had het hem geflikt.
Later die avond, nadat de studiovolgelingen en een van de kunsthandelaren bij het vallen van de avond waren vertrokken, werkten Eden en Otto door omdat hij een deadline moest halen voor zijn nieuwe tentoonstelling in de Lyle Spence Gallery, waar de eerste afgemaakte doeken van zijn nieuwe muze te zien zouden zijn. Eden, net single, zat vol adrenaline en was klaar voor de aanval. Terwijl de zon onderging en het stel een snack deelde in de industriële keuken met dakraam, stelde Eden voor weer aan het werk te gaan.
Ze maakte haar badjas open en liet hem op de grond vallen. Ze liep terug naar haar chaise longue en ging liggen terwijl Otto weer bij zijn ezel plaatsnam. De kunstenaar was geheel gekleed in kaki broek en een wit overhemd, mouwen een stukje opgerold, met klodders verf erop. Na een uur geschilderd te hebben en met Edens verhitte blik die de temperatuur eigenhandig deed stijgen, waren ze allebei nog flirteriger dan eerder. Eden zat met een holle rug en een sluwe uitdrukking op haar gezicht. Otto knoopte zijn overhemd een stukje open.
‘Is het hier zo warm?’ vroeg hij.
Zonder iets te zeggen zwaaide Eden sexy haar benen over de rand van de chaise longue. Ze stond op, liep nonchalant naar de ezel en keek hem aan. Ze pakte het penseel uit zijn hand en smeet dat op de vloer, waar rode verf van de natte haren de vloer bevlekte. Hij was duidelijk stomverbaasd. Hij was de seksuele jacht op mooie vrouwen gewend, maar gewoonlijk was híj het roofdier, niet de prooi. Eden stapte op hem af en duwde haar naakte lijf tegen zijn geklede lichaam en kuste hem krachtig. Otto sidderde en smolt daarna in haar greep, kuste haar koortsachtig terug. Toen de grote kunstenaar hijgde en zuchtte, herkende Eden de textuur onder haar vingertoppen. Die kende ze al vanaf de eerste jongen met wie ze ooit had gezoend op een flessendraaifeestje in de eerste klas: was.
Eden en Otto vielen tegen de grote witte muur achter hem toen ze een glad, jong been om hem heen sloeg. Hij draaide haar om tegen de muur en kuste haar terwijl haar hand zich langzaam naar beneden verplaatste. De normaal gesproken leidende Rembrandt was volkomen onderworpen. Zijn handen trilden en hij voelde zijn hartslag in elke porie van zijn huid. Hij moest haar nemen. Het was het seksuele equivalent van een hap lucht nadat je onder water was gehouden. Als hij haar niet onmiddellijk zou kunnen neuken, stierf hij.
Hij overleefde.
En helaas, die eerste keer dat Eden en Otto wilde seks hadden op de vloer van de studio, terwijl de rode verf van zijn handen haar borsten en middel besmeurde, kwam arme Wes die bijna anderhalf jaar haar geliefde was geweest niet eens bij haar op, nog geen gastrolletje in haar ontvouwende, kleurenkliederende, wellustige drama. Toen Otto haar op handen en voeten draaide, had Eden een mentale knop omgezet. Ze verslond Otto, wetende dat ze haar klauwen in hem had geslagen en niet meer los zou laten; ze zou deze trein naar de roem tot aan het eindpunt berijden, zonder om te kijken.
Op het moment dat Otto hijgend klaarkwam en Edens naam schreeuwde, waarbij het woord door de holle loft echode, was haar lot bezegeld. Het was haar gelukt: niet alleen was ze in het Oz waar ze van had gedroomd, ze bevond zich ook nog eens in de armen van de Tovenaar.
Hitsig nieuws!
Kunstenaar Clyde en nieuwe muze veroveren de stad stormenderhand
Dat hoeft toch niet in het openbaar! Vermaard schilder Otto Clyde deed woensdagavond verf opwaaien op een exclusief feest in het Plaza Hotel toen hij een spelletje huighockey speelde met een mysterieus model. Stomverbaasde toeschouwers keken toe hoe het schaamteloze paar elkaar betastte op de knalfuif. ‘Ze konden niet van elkaar afblijven!’ mijmerde een feestganger. ‘Hij at haar gezicht zowat op!’
Iemand uit de kliek van chronische hartenbreker Clyde, die in het begin van de jaren tachtig iets had met Debbie Harry, plus modellen Cheryl Tiegs en Tatjana Patitz, zei: ‘Een vos verliest zijn streken niet.’ Toch wel, zegt een bron van dicht bij de kunstenaar, wiens laatste show op de openingsavond al helemaal verkocht was, en dat met prijskaartjes met zes nullen: ‘Hij is smoorverliefd. Hij wil een kind van haar. Hij is bezeten door haar.’ En alle aanwezigen duidelijk ook; de feestgangers konden hun ogen niet van de schone met de reeënogen afhouden. Ze schijnt Eden te heten. ‘De lekkerste meid die ik ooit heb gezien,’ zei kunstverzamelaar Thor Quackenbush. ‘Volmaakter kan bijna niet.’