3
Vijftien maanden later
‘Heb je echt geen zin om mee te gaan naar de film?’ Het was vrijdagmiddag vijf uur en Paula was de rotzooi van haar bureau aan het opruimen. Ze propte haar make-upspullen weer in haar oversized tas, samen met haar werkschoenen plus een halfvol flesje grapefruitsap en een zak chips voor in de bus naar huis. ‘Want we zouden het echt heel leuk vinden als je meeging, hoor.’
Ellie was ontroerd. Het was net zoiets als twee ballonnen die een stekelvarken meevroegen op hun avondje uit. En dan twee pas verliefde ballonnen op een romantisch uitje ook nog. Het was natuurlijk attent van Paula om haar te vragen, maar ze peinsde er niet over om op het aanbod in te gaan. Paula en Dan hadden pas drie weken iets met elkaar, en hoewel Paula haar best deed om te doen alsof ze niet totaal stapelgek op hem was, was het overduidelijk dat ze straalverliefd was. Het was weer een van die ‘geheimen’ waar Ellie zogenaamd niets vanaf wist, zowel om haar eigen gevoelens als die van alle anderen te sparen.
‘Heel aardig aangeboden, maar ik wil even bij B&Q langs om het behang op te halen dat ik had besteld.’ Klonk dat saai? Nou ja, maakte niet uit, saai maar waar.
Paula bleef even staan en keek haar met de medelijdende blik aan die ze inmiddels zo goed kende. Toen zei ze opgewekt: ‘Nou, dat is leuk toch? Ik bedoel, als het af is. Is dat het behang voor de huiskamer?’
Ellie knikte. Er zat zwarte schimmel op de muren in de huiskamer. Aangezien boenen en schilderen niet had gewerkt, leek alles behangen de volgende logische stap.
‘Als je morgen soms hulp nodig hebt, dan kunnen Dan en ik je wel een handje komen helpen, hoor. Ik bedoel, ik heb nog nooit behangen, maar zo moeilijk zal dat toch niet zijn?’
Jezus, het lukte Paula zelfs nog niet om haar lippenstift goed op te doen.
‘Nee, dat hoeft niet. Het lukt me wel.’ Ellie hing haar tas over haar schouder en bedankte Paula met een kus voor het aanbod. ‘Ik ga het trouwens toch niet meteen morgen doen. Tony is een paar dagen hier en hij heeft me uitgenodigd voor de lunch.’
‘Echt waar? O, wat fantastisch!’ Opgelucht dat ze niet hoefde te helpen, zei Paula enthousiast: ‘Wat een bofkont ben je ook!’ Meteen sloeg ze geschrokken haar hand voor de mond. ‘God, sorry. Wat stom van me.’
Het was al tientallen keren gebeurd. Misschien wel honderden keren. Hoe vaak Ellie ook zei dat ze zich daar niet zo druk om moest maken en zich niet steeds hoefde te verontschuldigen, Paula bleef het doen. Op het werk gold dat voor iedereen; het was een soort pavlovreactie waar niemand controle over had.
‘Ik ben ook een bofkont. We hebben afgesproken in The Ivy.’
‘Wauw.’
‘Ja, en daarna eten bij McDonald’s.’
Paula keek haar met grote ogen aan. ‘Echt?’
Zo lief, zo vol goede bedoelingen, zo makkelijk in de maling te nemen. ‘Nee, niet echt,’ zei Ellie glimlachend. ‘We zullen ook wel in The Ivy lunchen, neem ik aan.’
‘Verdomme… Verdomme… Wat een klotetroep!’ Tegen middernacht kon Ellie het behang wel wurgen. Terwijl ze zich vastklampte aan de huishoudtrap en woest tegen de rechterbovenkant van de baan behang stompte waar ze al veertig minuten mee in de weer was, had ze geen handen vrij om de baan ernaast tegen te houden toen die weer losliet en van de muur rolde.
‘Nou heb ik er genoeg van!’ Een schreeuw slakend wierp ze zich tegen het eerste stuk, miste en sloeg toen zo hard tegen de muur dat haar hand ervan tintelde. Jezus, ze begon op Basil Fawlty te lijken. Tijd om te stoppen. Maar het was niet haar schuld, ze hadden haar gewoon niet mee te behangen of niet-plakkend behang verkocht of zo. Nou, van haar mocht de hele rotzooi er afvallen. Zij liet het slagveld voor wat het was en ging lekker een KitKat uit de koelkast pakken.
Weer terug in de kamer keerde ze het hopeloze tafereel de rug toe – het was er nu allemaal af gevallen – en liet zich op de bank zakken. Ze haalde de wikkel van de KitKat en begon te zappen. O leuk, Sleepless in Seattle, hoe lang was die al bezig?
Toen kwam Jamie de kamer binnen en ging naast haar op de bank zitten. Hij droeg zijn oude spijkerbroek en het roze overhemd dat hij niet had willen aantrekken naar de reünie. Hij droeg het tegenwoordig vaak. Ze vond het leuk als hij het aanhad en wist dat ze gelijk had gehad wat de kleur betreft, die stond hem echt fantastisch. Ze wist beter dan Jamie zelf wat bij hem paste.
‘Wat kun jij goed behangen, zeg.’ Hij keek haar grijnzend aan, met zijn ene been over het andere geslagen en zijn blote voet vlak bij haar blote knie.
‘Ja, goed ben ik, hè?’ Ze nam elk detail van zijn gezicht in zich op, de glinsterende blauwe ogen, het door de zon gebleekte blonde haar, zijn bruine teint.
‘Je zou beroeps moeten worden. Mensen hebben veel geld over voor deze look. Je weet toch wel hoe deze look heet?’ Hij knikte ernstig naar de kale muren en naar het verkreukelde behang op de grond. ‘Dat heet postmodern shabby chic.’
‘Als je me een handje had geholpen, was het me misschien wel gelukt,’ zei ze.
‘Maar het is veel leuker om naar jouw inspanningen te kijken.’
‘Je bedoelt dat je te lui bent om te helpen.’
Met een droevig lachje keek hij haar aan. ‘O schatje, als ik kon, zou ik je heus wel helpen. Dat weet je best.’
Ellie voelde de vertrouwde hete prikkeling achter haar ogen. Natuurlijk wist ze dat. Ze hadden samen zo hun best gedaan om iets van deze flat te maken. En ze zou niet huilen! ‘Oké, zo kan ie wel weer. Je mag wel weer gaan. Ik wil deze film zien.’
Hij wierp, niet ten onrechte, een achterdochtige blik op de tv. ‘Is dat zo’n jankfilm?’
Wat kende hij haar toch goed. Ze knikte. ‘Zeker weten.’
Vol afschuw stak hij zijn handen op. Hij was meer van de sciencefiction-, horror- en oorlogsfilms. ‘Nou, dan laat ik je maar in alle rust kijken. Dag schoonheid.’
‘Dag.’
Toch kon de film haar vanavond niet echt boeien. Na tien minuten staakte ze haar poging om erin te komen en zette de tv uit. Ze zou Jamie weer terug kunnen halen, maar dat deed ze niet. Ze begon zich een heel klein beetje zorgen te maken over wat ze het afgelopen jaar had gedaan. Want dat was niet helemaal normaal. Omdat Jamie er niet meer was. Maar hij was ook geen geestverschijning. Het enige wat ze deed, was hem voor haar geestesoog oproepen, met hem praten en hem laten terugpraten alsof hij echt was. Op school hadden haar leraren altijd al tegen haar gezegd dat ze een levendige fantasie had. Nou, dat hadden ze goed gezien. En nu maakte ze daar nuttig gebruik van. Want ze had ontdekt dat het echt heel troostend was om te doen alsof Jamie er nog steeds was. Net zoiets als duimzuigen of op een smoezelig babydekentje sabbelen. Ze voelde zich dan gewoon… beter. Tenminste, zolang ze het aan het doen was. Na afloop voelde ze zich soms rotter, eenzamer en verdrietiger dan ooit. Maar meestal voelde het goed. Kon Jamie maar eens als een echt spook aan haar verschijnen… Tja, dat zou natuurlijk fantastisch zijn, maar zo behulpzaam was hij nog niet geweest, en bovendien geloofde ze toch niet in spoken. En ze bleef zo ook mooi de baas over zijn kleren. Als ze wilde dat hij een smokingjasje of een tutu aantrok, dan kon hij daar niets aan doen, behalve zich beklagen.
Einde fragment