22
Dat ik nou uitgerekend steeds dat stomme ‘Jingle Bells’ in mijn kop moet hebben, dacht Cass geërgerd. En het was voorlopig nog niet voorbij ook, want het was dit jaar de kerstjingle van Kingdom Radio. Cass, die het stomme liedje in de afgelopen weken al wel duizend keer moest hebben gehoord, vroeg zich af of ze het ooit nog uit haar hoofd zou krijgen. Ze hoopte echt dat alle luisteraars van Kingdom Radio er last van hadden. Waarom zou zij er als enige onder moeten lijden?
Maar ach, nog twee dagen en dan was het kerst en dan was alles weer voorbij. Toen ze door het toegangshek haar oprijlaan op reed, moest ze onwillekeurig denken aan de weken waarin er continu fotografen op de loer hadden gelegen, wachtend tot er iemand in- of uitging van wie ze een foto konden maken. Jack die zijn spullen verhuisde, Cleo die op een ochtend haar geduld had verloren en had geschreeuwd dat ze allemaal moesten oprotten, Sophie die met een bleek gezicht geschrokken het vertrek van haar vader had gevolgd... alles was gefotografeerd.
Dat hadden ze gelukkig allemaal achter de rug. Tegen het eind van de zomer had iedereen langzaam zijn belangstelling verloren, de fotografen waren vertrokken en alles was weer bij het oude.
Behalve dan dat er helemaal niks bij het oude was, want Jack was er niet meer. Hij was weg. Hij was gaan samenhokken met die rooie slet van hem. Ze waren haar onderling zelfs Het Sletje gaan noemen. Cass deed net alsof dat hielp, maar dat was natuurlijk niet echt zo. Ze snapte nog steeds niet hoe ze een kerst zonder Jack kon overleven.
Toen ze de voordeur opende, was het eerste wat ze rook zijn aftershave.
Ze ademde zijn pijnlijk vertrouwde geur in, die was vermengd met de dennengeur van de twee meter hoge, glinsterende boom in de hal, en vroeg zich af of ze soms hallucineerde. Ze had Jacks auto nergens zien staan. Volgens Sophie gingen Jack en Het Sletje met kerst naar Parijs. Natuurlijk was hij er niet.
Jack was er echter wel. Hij had het niet kunnen laten. Omdat hij gewoonlijk niet veel dronk, hadden de paar glazen chablis op de kerstborrel van kantoor al zijn remmingen weggenomen, en dus had hij toegegeven aan zijn aandrang om naar Hampstead te gaan. De taxichauffeur die hem hiernaartoe had gebracht, had recht voor zijn raap, zoals alleen taxichauffeurs dat kunnen, gezegd: ‘Ga je het goedmaken met het vrouwtje? Dat krijg je met kerst, hè? Ik zou maar oppassen als ik jou was. Cass ziet er goed uit, die krijgt zo een ander, dus als je haar terug wilt, kun je maar beter opschieten.’
Het ging er echter niet om of Jack haar terug wilde of niet; hij wilde haar gewoon zien. Hij wilde zijn gezin zien, hij wilde met eigen ogen zien of alle kerstversieringen netjes waren opgehangen en of de kerstboom op zijn gebruikelijke plek stond.
Tot zijn opluchting was alles als vanouds. De kerstballen die Cass en hij in de loop der jaren hadden gekocht, hingen in de boom, en boven de keukendeur hingen, aan rode en zilveren linten, samen met een bos mistletoe ter grootte van een voetbal, zoals altijd de ballen van papier-maché die Cleo op de kleuterschool had gemaakt.
Sean was niet thuis, maar Sophie was ontroerend blij geweest om hem te zien. Zelfs Cleo, die net terug was van een weekje Seychellen waar ze een fotoshoot had gehad, was vergevingsgezinder gestemd dan anders en had hem geplaagd dat hij lang niet zo bruin was als zij, en daarna had ze een pasteitje voor hem opgewarmd in de magnetron.
Jack, die zijn gezin vreselijk miste, had ervan genoten om aan de keukentafel te zitten luisteren naar de laatste nieuwtjes van zijn dochters, terwijl Cleo haar nagels rood lakte en haar naam zette op een stapel kerstkaarten die – Cleo kennende – nooit op de bus zouden worden gedaan. Sophie, die haar kerstkaarten al drie weken geleden had verstuurd, was tegelijkertijd bezig met cadeautjes inpakken, hem vertellen hoeveel vorderingen ze had gemaakt in Swahili en in sneltreinvaart snoepen uit een grote trommel Quality Street.
Het was warm en gezellig in de keuken, en iedereen was even spraakzaam. In de oven stond een van de specialiteiten van Mrs. Bedford, een pastei met rundvlees en niertjes. Cleo zong nu en dan even mee met een bandje met kerstliedjes van Phil Spector. Toen Jack Cass’ auto hoorde, ging zijn hart als een razende tekeer.
En daar was ze dan eindelijk. Toen zijn vrouw in de deuropening verscheen, met haar blonde haar glinsterend van de regen, stond Jack op. Ze droeg een witte angorajurk die hij niet kende. Ze zag er prachtig uit, zelfs al was haar grijze oogschaduw een beetje uitgelopen en had ze geen lippenstift meer op na een dag hard werken in de studio.
‘Je hoeft niet op te staan.’ Cass gooide haar jas over een stoel en knikte dankbaar naar Sophie die water opzette. ‘Het is geen sollicitatiegesprek.’ Ze keek hem snel even aan. ‘Ik dacht trouwens dat je in Frankrijk zat.’
‘Ik vlieg vanavond.’ Hij keek naar haar terwijl ze haar leren laarzen uittrok en dacht aan de vele keren dat hij haar vermoeide voeten had gemasseerd. ‘Om elf uur pas. Het leek me gewoon leuk om even te kijken hoe het met jullie ging.’
‘Nou, nog ongeveer hetzelfde als vier dagen geleden.’
Vier dagen geleden was hij langs geweest om zijn kerstcadeaus af te geven.
Cass, die zich vooroverboog in haar stoel om haar voeten te masseren, vroeg: ‘En hoe gaat het met jou?’
Het was niet haar bedoeling geweest om formeel te klinken, maar zo kwam het er wel uit. Zijn onverwachte aanwezigheid maakte haar van streek, want ze had veel meer dan goed voor haar was gefantaseerd over zijn kerst in Parijs, samen met Imogen, in een chic hotel. Hoewel ze er niet naar had gevraagd, ging ze ervan uit dat ze of in het Georges Cinq of in de Ritz zouden zitten. Toen Sean en Cleo nog klein waren geweest en Jack en zij nog straatarm, hadden ze de kinderen naar haar moeder gebracht en waren ze ertussenuit geknepen voor een weekendje Parijs, iets waar ze allebei erg veel behoefte aan hadden gehad. Hun hotel, ergens in een nevelig achterafstraatje in Montmartre, was een armoedige bedoening geweest waar het naar Gauloises stonk en het vocht van de muren droop, en de manager was voortdurend dronken geweest van de pernod. Toch was het een van de meest romantische, idyllische, sprookjesachtige weekends uit haar leven geweest.
Maar ja, wat koop je voor al die romantiek, dacht ze, terwijl ze haar voetzolen bleef masseren.
‘Ik doe het wel.’ Toen het water kookte, stond Jack weer op. ‘Wil je thee of koffie?’
‘Koffie. En jij kunt ook maar beter even een kop sterke koffie nemen.’ Ze merkte natuurlijk dat hij wat te veel had gedronken en kon het niet nalaten een steek onder water te geven. ‘Je wilt je vliegtuig vast niet missen.’
‘De kaarten, mama.’ Sophie schoof de kaarten, die die ochtend waren bezorgd, naar haar moeder toe voordat het gekat kon escaleren in een echte ruzie.
De derde kaart die Cass bekeek, was van Terry Brannigan uit New York. ‘Voor Cass, Jack en de kinderen’ stond er in zijn jachtige handschrift op de binnenkant van de kaart te lezen. ‘Ik wens jullie een fijne kerst en een goed nieuwjaar! Liefs, Terry.’
‘Onze kaarten moeten elkaar ergens boven de Atlantische Oceaan hebben gekruist.’ Cass moest glimlachen om de tekening op de voorkant van de kaart: een depressieve radiopresentator die ‘Lonely This Christmas’ draaide. Ze gaf de kaart aan Jack. ‘Ik heb die aan hem vorige week verstuurd en daarin heb ik geschreven dat je hier niet meer woont.’
De telefoon ging. Cleo nam op.
‘Mam? De Daily Mail wil weten wat je het allerliefst voor kerst wilt.’
Jack, die Terry’s tekening had zitten bekijken, wierp een blik op Cass. Ze keken elkaar even aan. Jacks hart maakte een hoopvol sprongetje.
‘Dat is niet zo moeilijk,’ zei Cass zonder enige emotie. ‘Een echtscheiding.’
Toen Jack een uur later thuiskwam, stond Imogen hem boven aan de trap op te wachten. ‘Wat ben je laat. Ik heb je werk gebeld, en daar zeiden ze dat je al uren geleden was vertrokken. Jezus, we moeten om acht uur naar het vliegveld,’ eindigde ze kwaad.
‘Ik wilde de kinderen zien.’ Jack was inmiddels weer nuchter. Na het schitterend versierde huis in Hampstead maakte dat van Imogen een sombere indruk. Imogen, die niet van de kerstversieringen was, had het onnodig gevonden om flink uit te pakken, aangezien ze toch naar Parijs gingen. Haar enige concessie was een klein, sierlijk namaakboompje dat ze bij Harrods had gekocht en waarin ze zeven matte donkerblauwe glazen ijspegels en negen olijfkleurige had gehangen.
Ze was al helemaal bepakt en bezakt en zat nu een gin-tonic te drinken. ‘Waarom? Je bent een paar dagen geleden ook al geweest.’
‘Het is kerst.’ Met een vermoeid gebaar haalde hij een hand door zijn haar. ‘Ik wilde ze gewoon nog even zien.’
‘En echt kinderen kun je ze ook niet meer noemen.’ Ze vroeg niet of Cass ook thuis was geweest. Hoewel ze wist dat het geen zin had om jaloers te zijn, bleef ze dat toch.
‘Sophie is pas vijftien.’
‘Ja, maar ze is volwassener dan ik,’ zei ze stijf. Ze wierp een blik op haar horloge. ‘Hoor eens, ik wil niet zeuren, maar zou je niet eens gaan pakken?’
Toen Jack zich niet verroerde, greep de angst haar bij de keel. Meteen liet ze haar hautaine houding varen. ‘Wat is er?’ vroeg ze, terwijl ze hem angstig aankeek. ‘Je hebt geen zin om naar Parijs te gaan, hè? Je zou liever bij hen zijn.’
Jack zag dat ze begon te huilen, en hij voelde zich vreselijk. Verscheurd. Hoeveel eerlijkheid kon Imogen verdragen? ‘Hoor eens, het spijt me. Maar het zijn mijn kinderen... ze zíjn Kerstmis.’
‘En je wilt bij hen zijn.’ Imogen zocht koortsachtig naar een zakdoek in haar zak.
Ja, natuurlijk wil ik dat, dacht hij. Maar zo eenvoudig lag het allemaal niet. Hij wilde kerst vieren met zijn gezin, en Cass wilde scheiden. ‘Niet huilen. We gaan gewoon naar Parijs.’ Hij nam haar in zijn armen en kuste haar natte, sproetige gezicht. ‘Ik hou van je. Het wordt vast ontzettend leuk.’ Hij pakte haar hand. ‘Kom, dan kun jij me helpen pakken.’