60
Toen Imogen haar ogen opende en iets zwarts zag, wist ze dat er iets mis was.
Zwart satijnen lakens.
‘Je moest eens weten hoe mooi je eruitziet...’ zei een zoetgevooisde mannenstem. ‘Echt verrukkelijk.’
Zwart satijnen lakens met gouden biesjes. Bijpassende kussenslopen. En een zwart-met-goud gestreept dekbed.
O god.
Imogen rook koffie en Aramis. Kreunend draaide ze zich om. Naast het bed stond Damien Maxwell-Horne met een vol dienblad in zijn handen. Op de borstzak van zijn ochtendjas, die van dezelfde stof was als het dekbed, waren zijn initialen geborduurd.
Waarschijnlijk om haar in herinnering te brengen met wie ze de nacht had doorgebracht. Terwijl de gebeurtenissen van gisteravond haar langzaam weer voor de geest kwamen, werd ze bekropen door een gevoel van moedeloosheid.
O ja, je hebt het gedaan, bevestigde haar geheugen haar voldaan. En niet één keer, maar twee keer. De eerste keer in Damiens huiskamer vol chroom en glas, en de tweede keer hier in bed.
Fantastisch. Ze tuurde op haar horloge. Jezus, halfelf al.
‘Hupsakee, wakker worden!’ Damien, die er walgelijk opgewekt uitzag, keek haar stralend aan. ‘Ik heb een van mijn specialiteiten voor je klaargemaakt, gerookte zalm met roerei. Wacht, dan help ik je even met de kussens. En dat mag je als een compliment opvatten.’ Nadat hij het dienblad op haar schoot had gezet, plantte hij een bedwelmende Aramis-kus op haar opeengeklemde lippen. ‘Ik maak mijn specialiteiten alleen maar voor heel speciale dames.’
Was het de koffie of de aftershave? Ze wist het niet, maar in elk geval werd ze kotsmisselijk. ‘Ik geloof niet dat ik dat naar binnen kan krijgen.’ Ze wees zwakjes naar het blad. ‘Eh... heb je ook thee?’
‘Wat je maar wilt.’ Hij knipoogde en woelde even door haar haren voordat ze de kans had weg te duiken. ‘Koffie, thee,’ vervolgde hij met een veelbetekenend lachje. ‘Of mij?’
Het was al meer dan twee jaar geleden dat Cass voor het laatst op de redactie was geweest waar Jack werkte. Toen ze op de vierde verdieping uit de lift stapte, zag ze een interessante verscheidenheid aan reacties op de gezichten van zijn collega’s. Onaangekondigde bezoekjes van ex-echtgenotes, dat voorspelde weinig goeds. Cass herinnerde zich het verhaal dat Jack haar had verteld over de laatste keer dat dat was voorgekomen. De adjunct-hoofdredacteur was toen met een hooggehakte Manolo Blahnik om zijn oren geslagen.
Glenda, Jacks secretaresse, had Imogen Trent nooit gemogen. Ze begroette Cass dan ook opgetogen. ‘Je bent net tien minuten te laat. En hij is pas tussen de middag weer terug.’
‘Is hij de deur uit?’ Verdomme, dacht Cass, ik had toch beter eerst kunnen bellen.
‘Niet echt de deur uit.’ Glenda wees naar het plafond. ‘Belangrijke directievergadering.’ Met een bedrukt gezicht vervolgde ze: ‘Er is nadrukkelijk gezegd dat ze niet gestoord mochten worden. Dus dat doe ik dan ook maar niet.’
‘Nou ja,’ zei Cass vrolijk. ‘Wie a zegt...’
‘Wat ga je doen?’ piepte Glenda toen Cass terugliep naar de lift.
‘Ik ga even bij hem langs.’
‘Jeetje!’ Geïntrigeerd vroeg Glenda: ‘Mag ik mee?’
‘Mrs. Mandeville.’ Tom, de oude bewaker kwam hen hijgend achterna toen ze naar de dubbele deuren van de directiekamer liepen. ‘Mrs. Mandeville, u kunt daar niet zomaar naar binnen gaan!’
Cass was echter niet meer te stuiten. Terwijl ze de zware eikenhouten deuren openduwde, zei ze: ‘Doe niet zo gek, Tom. Natuurlijk kan ik dat wel.’
Toen ze binnenkwam, keek iedereen aan de glanzende tafel tegelijkertijd op. De adjunct-hoofdredacteur verbleekte. Misschien dat het litteken van de schoen van zijn ex was vervaagd, zijn angst dat ze op een dag zou terugkomen om hem nog een keer om zijn oren te slaan, was nooit helemaal verdwenen.
‘Cass.’ Jack, in hemdsmouwen en met zijn zwarte haar over zijn voorhoofd, stond meteen op. Aan zijn verschrikte blik zag ze dat hij dacht dat er iets heel ergs was gebeurd. Wilde je onaangekondigd een belangrijke vergadering binnenstormen, dan moest er toch op zijn minst iemand dood zijn.
‘Er is niks.’ Cass voelde dat Glenda achter haar weg deinsde, uit angst voor de befaamde woedeaanvallen van hun opvliegende baas, de eigenaar van de krant. ‘Ik wilde je alleen even spreken.’
‘Goh, wat een toeval,’ zei de eigenaar van de Herald op barse toon. ‘Ik wilde hem ook spreken. Misschien is het ouderwets van me, maar daar heb ik deze bespreking voor op poten gezet.’
Jack negeerde hem. ‘Wat is er?’ vroeg hij, terwijl hij naar Cass toe liep.
‘Ik heb een besluit genomen. Ik wil weten wanneer je weer naar huis komt. Het heeft geen haast, hoor,’ zei ze luchtig, hoewel ze knikkende knieën had. ‘Als het maar vandaag nog is.’
‘Jongedame.’ De eigenaar zette een onheilspellend zware stem op. ‘Deze man is hier met een reden. Ik vind het niet prettig als mijn vergadering wordt verstoord. Wilt u alstublieft weggaan?’
‘Wil jij alsjeblieft bij Imogen weggaan?’ fluisterde Cass in Jacks oor.
Met zijn armen om haar heen zei hij: ‘Ik ben al bij haar weg.’ Omdat hij het gisteravond niet had aangekund om terug te gaan naar het huis in Wimbledon – het was natuurlijk veelzeggend dat hij dat altijd ‘het’ huis was blijven noemen in plaats van ‘mijn’ huis – had hij een hotelkamer genomen. Terwijl hij Cass op de mond kuste, wist hij dat hij nog nooit zo gelukkig was geweest.
‘Bah,’ verklaarde de eigenaar, inmiddels paars van verontwaardiging. Hij was al drie keer gescheiden, en zoiets als dit was hem nog nooit overkomen. Maar ja, die vervelende vrouwen van hem hadden ook geen van allen op Cass Mandeville geleken. ‘En waar denk jij dat je naartoe gaat?’ brulde hij tegen Jacks rug, hoewel het antwoord op de vraag zonneklaar was. Jezus, dit was nog erger dan die stomme Officer and a Gentleman...
‘Naar huis,’ antwoordde Jack.
‘Nou, dat werd tijd,’ zei Glenda, die hem op de hielen volgde.
Zo’n verzoening mocht dan knap lastig zijn, het bleef nieuws, dacht de eigenaar van de krant. Vermoeid wendde hij zich tot de adjunct-hoofdredacteur die tranen in zijn ogen had. ‘Ik weet dat we maar een krant zijn, Wilkins, maar hebben we hier niet ergens een camera liggen?’