30
Cass’ klacht dat iedereen het huis uit ging, strekte zich niet uit tot Terry Brannigan. Voor de vorm had hij een appartementje gehuurd in het nabije Kentish Town, maar eigenlijk was dat alleen om zijn schaarse bezittingen te stallen. Hij was voornamelijk in Cass’ huis te vinden, niet alleen omdat het daar honderd keer prettiger was dan in zijn eigen deprimerende flatje, maar vooral omdat Cass er was.
Terry hield nog net zoveel van haar als altijd, maar hij deed er niets mee, uit angst voor een afwijzing. Dat het leek alsof ze dol op hem was, zei helemaal niks, dacht hij somber, want Cass deed nu eenmaal altijd zo. Stel je voor dat ze niets voor hem voelde? Dan zette hij misschien hun vriendschap wel op het spel als hij zich uitsprak.
Hij liep al wekenlang met dit probleem rond. Het enige wat leek te helpen – het vrolijkte hem op en verdoofde tegelijkertijd het verdriet van de onzekerheid – waren grote hoeveelheden Johnnie Walker Red Label. Iedere avond een halve fles, en hij was weer gelukkig, ervan overtuigd dat Cass net zoveel van hem hield als ze van Jack had gehouden. En misschien nog wel meer.
Vanavond, na behoorlijk wat meer te hebben gedronken dan gewoonlijk, besloot Terry dat het tijd was om actie te ondernemen. Hij moest Cass vertellen wat hij voor haar voelde. Als hij nog langer wachtte, dan zou hij nog in het Guinness Book of Records eindigen als ‘de man met de langste onbeantwoorde liefde’.
Hij stond bij de voordeur te wachten toen Cleo en Cass thuiskwamen na een bezoekje aan Pandora.
‘Niet te geloven.’ Cleo, die achter het stuur zat, kwam even in de verleiding om nog een extra dot gas te geven. Hem daadwerkelijk aan te rijden, ging misschien wat ver, maar ze kon hem wel een lading grind in het gezicht spuiten. ‘Het is al bijna elf uur en je fanclub staat je op de stoep op te wachten. Kun je hem niet gewoon je handtekening geven en hem wegsturen?’
Cass zat echter al door het raampje naar Terry te zwaaien. ‘Hij is gewoon eenzaam.’
‘En saai.’ Cleo was ineens blij dat ze morgenochtend om vijf uur moest opstaan vanwege een shoot in Edinburgh. Ze gaapte. ‘Nou ja, je doet je best maar met die ouwe zuipschuit, ik ga naar bed.’
‘Koffie?’ vroeg Cass, terwijl ze twee blauw-met-gele kopjes uit de buffetkast pakte.
Terry friemelde aan het zakflesje whisky in de zak van zijn regenjas. Bij Cass leek de drankvoorraad altijd op te zijn, en nieuwe drank kopen schoot er blijkbaar ook steeds bij in. En het was nog erger dat ze soms nog wel drank in huis had, maar dan vond dat hij te veel had gedronken en hem vervolgens probeerde te ontnuchteren met koffie. Daarom had hij nu zelf maar een flesje meegebracht. Dan kon hij een scheut in zijn koffie doen als ze even niet oplette. Per slot van rekening heette het niet voor niets jezelf moed indrinken.
In eerste instantie dacht Cass dat hij een grapje maakte. Het afgelopen halfuur was alles volkomen normaal geweest. Het enige wat ze had gedaan, was hun lege koffiekopjes naar de keuken brengen, ze in de gootsteen zetten en op weg naar de huiskamer haar schoenen uitschoppen. Toen ze de kamer weer in kwam, stond de koektrommel nog steeds op de leuning van de bank, maar Terry, die op de bank had gezeten, was verdwenen.
En toen, bijna alsof hij achter de kamerdeur op de loer had gelegen, duwde hij de deur ineens stevig dicht, pakte Cass’ handen beet en zei dwingend: ‘Cass, zeg me dat je van me houdt. Alsjeblieft. Nu.’
‘Wat?’ Ze glimlachte en keek hem onderzoekend aan, in afwachting van de clou.
Terry stond haar echter met een indringende blik in zijn ogen aan te kijken. De geur van alcohol deed haar achteruitdeinzen.
‘Het is geen grap. Ik wacht al zo lang op die woorden.’ Hij kneep zo hard in haar handen dat ze haar knokkels tegen elkaar voelde schuren. ‘Lieveling, je weet toch wel wat ik voor je voel? Hoeveel langer denk je dat ik nog kan wachten? Zeg gewoon dat je van me houdt. Alsjeblieft.’
‘O, maar...’
Terwijl Cass geschrokken haar mond opende om te protesteren, trok Terry haar kreunend in zijn armen. Zijn mond, nat van de whisky, zoog zich aan de hare vast. Ze voelde zijn tanden langs haar onderlip strijken. Het was een onhandige kus, een wanhopige, en hoe graag ze Terry ook mocht, dit kon ze niet laten gebeuren.
‘Nee... mmmpppffff... Hou op!’
Nu Terry echter zover was gekomen, was hij niet van plan te stoppen. Het lichamelijk contact waar hij zo lang van had gedroomd, zette hem in vuur en vlam, en hij drukte opnieuw zijn mond op die van Cass, terwijl hij haar mee naar de bank probeerde te trekken. Hij was ervan overtuigd dat Cass, zodra tot haar doordrong dat hij het meende, dat hij echt van haar hield, haar verzet wel zou staken. Hij hoefde haar alleen maar te overtuigen van zijn liefde.
Hoewel Cass niet bang was, wist ze dat ze moest ingrijpen voordat het echt uit de hand liep. Terwijl Terry haar door de kamer trok, raakte de achterkant van haar benen de bank, en Terry had het zo druk met haar te kussen en haar te dwingen hem terug te kussen dat hij niet eens merkte dat ze iets van de leuning pakte.
De zwart-met-gouden koektrommel kwam met een smak neer op zijn achterhoofd, en Terry zag bijpassende zwart-met-gouden sterretjes. ‘Wat...’
Hij verloor zijn evenwicht en viel achterover op de bank, tussen een stapel kussens. Blijkbaar had hij de dop van het flesje whisky in zijn zak niet goed dichtgeschroefd, want aan de voorkant van zijn verkreukelde broek verspreidde zich een gelige vlek.
Cass keek van de vlek naar de koektrommel in haar hand en zag dat er een aanzienlijke deuk in zat.
Cleo, die toen ze naar beneden was gelopen om een glas water te halen, het geluid van de worstelpartij had gehoord, kwam de kamer in. ‘Nou, ik hoop maar dat de koekjes nog heel zijn.’
Terry was compleet van slag. Zijn grootste angst was bewaarheid. Niet alleen hield Cass niet van hem, hij had zichzelf ook nog eens vreselijk voor schut gezet.
Hij snapte zelf niet meer hoe hij zich zo had kunnen laten gaan. Maar hij had het wel gedaan. Ze had hem zelfs met een koektrommel op zijn kop moeten slaan om hem weer bij zinnen te brengen. Hij schaamde zich dood voor wat hij had gedaan en hij wist niet wat erger was, Cass’ begripvolle medelijden of Cleo’s zelfgenoegzame minachting.
Eén ding wist hij wel: zijn jarenlange vriendschap met Cass was voorbij. Misschien dat zij het hem wel kon vergeven, maar hij zou het zichzelf nooit kunnen vergeven.
Terwijl hij Cass voor de laatste keer aankeek, vulden zijn ogen zich met tranen. ‘Je hoeft heus niet zo beleefd te doen, hoor. Waarom zou je ook iets zien in iemand zoals ik? Ik ben gewoon een ouwe man die zijn beste tijd heeft gehad en die veel te veel drinkt.’
‘Doe niet zo raar.’ Cass maakte zich zorgen om hem en wist niet of ze hem zo wel weg kon laten gaan, maar toen ze een hand op zijn arm legde, deinsde hij achteruit alsof hij zich had gebrand. ‘Er is geen enkele reden om zo van streek te raken. Het was gewoon een vergissing, meer niet. Niks aan de hand,’ zei ze.
‘Niks aan de hand?’ Ondanks alles moest hij bijna lachen. ‘Je snapt het echt niet, hè? Je hebt geen idee hoe het voelt om van iemand te houden...’ Niet bij machte om verder te gaan, schudde hij zijn hoofd en deed de voordeur open. ‘Het spijt me. Het spijt me van alles. Maar maak je geen zorgen. Ik zal je nooit meer lastigvallen. Dat beloof ik je.’
Toen hij weg was, ging Cass op de onderste traptrede zitten en sloeg haar handen voor haar gezicht.
Cleo, die zich tijdens het emotionele afscheid met een voor haar ongebruikelijke tact had teruggetrokken in de keuken, kwam de hal in lopen. ‘Hoor eens, mam, het is maar goed dat hij weg is. Dit soort gedoe kun je missen als kiespijn.’
Cass slaakte een zucht. ‘Ja, maar wat zal die arme man zich rot voelen.’
‘Stel je voor hoe jij je zou voelen als hij je had verkracht,’ diende Cleo haar meteen van repliek.
‘Hij zou me niet hebben verkracht.’
‘Dat weet je niet.’
Vermoeid schudde Cass haar hoofd. ‘Terry is een goed mens. Hij is een aardige man. Gek hè, om te bedenken dat ik al die jaren totaal geen idee had van wat hij voor me voelde. En nu heb ik hem afgewezen en doodongelukkig gemaakt en...’
‘Daar kun jij toch niks aan doen?’ Cleo was meedogenloos. ‘Eigen schuld, had hij maar niet zo idioot moeten doen.’
‘Maar dit voelt bijna nog erger als toen je vader wegging,’ jammerde Cass. ‘Ik wil niet dat iemand zoveel verdriet om me heeft. Ik voel me zo schuldig. Toen Jack wegging, hoefde ik me in elk geval niet schuldig te voelen. O god, denk je dat het nog goed komt met Terry?’
‘Natuurlijk. Zodra hij weer nuchter is.’ Cleo, die trek had, haalde de koektrommel uit de huiskamer. ‘Moet je zien!’ riep ze vol afschuw uit. ‘Hoe kun je nou zeggen dat er niks ergs is gebeurd? Alle chocoladewafeltjes zijn gebroken!’