29

Hij bleef niet; hij laadde alleen de koffers uit, zette ze in de grote gelambriseerde hal van Pandora’s nieuwe huis, volgde haar met een minimum aan enthousiasme, terwijl ze hem snel een rondleiding gaf en vertrok toen meteen weer, na haar plichtmatig een kus op de wang te hebben gegeven.

Toen er na nog geen vijf minuten alweer werd aangebeld, haastte Pandora zich naar de voordeur, in de stellige overtuiging dat het Joel was die zich kwam verontschuldigen.

Dat was echter niet het geval. Cass en Cleo stonden op de stoep, met een mooi ingepakte fles om de verhuizing te vieren.

‘Alweer een kind dat het nest heeft verlaten,’ verzuchtte Cass een uur later sentimenteel toen het derde glas Saint-Émilion begon te werken. ‘En ik dacht nog wel dat ze allemaal bij me zouden blijven tot ik negentig was. En moet je nou eens zien. Eerst Sophie en nu Sean...’

‘Je hebt mij toch nog?’ verklaarde Cleo liefdevol. ‘Ik ga echt niet weg.’

‘Dat kan maar zo, als je een leuke man tegenkomt en heel erg verliefd wordt,’ zei Cass. Ze glimlachte naar Pandora. ‘Net als Sean.’

‘Bah.’ Cleo trok een gezicht. ‘Ik haat mannen, dat weet je toch? Ik word echt niet verliefd.’ Met een zwierig gebaar dronk ze haar glas leeg. ‘En mocht ik al verliefd worden, dan is het zeker niet op iemand als Sean.’

Cass en Cleo vertrokken om tien uur. Sean had Pandora al gewaarschuwd dat ze hem niet voor halfeen kon terugverwachten uit de club. Gapend vroeg ze zich af hoe ze in vredesnaam tot die tijd wakker moest blijven.

Terwijl ze in de keuken stond te wachten tot het water kookte, dacht ze na over de beschuldigingen die Joel haar voor de voeten had geworpen.

Ze waren alleen maar pijnlijk omdat ze waar waren. Pandora wilde dat best erkennen, maar ze kon met de beste wil ter wereld niet bedenken hoe ze haar gedeukte zelfvertrouwen weer op kon vijzelen. Iedereen in de familie Mandeville was beroemd, en elk van hen op zijn eigen manier adembenemend glamoureus.

En ik ben zelfs geen serveerster meer, dacht ze, terwijl ze zich met de minuut kleiner voelde worden. Toen ze zichzelf vervormd in de roestvrijstalen fluitketel zag – bij haar vergeleken leek zelfs het michelinmannetje nog anorectisch – voelde ze tranen van zelfmedelijden in haar ogen prikken. Ze was grotesk, ze was werkeloos, dus hoe kon ze ooit concurreren met Sean en zijn blitse familie?

Maar...

Maar misschien kon ze dat toch.

Haar hart sloeg over. Ze liet de ketel voor wat hij was, liep de hal in, knielde neer en ritste de koffers een voor een open tot ze had gevonden wat ze zocht. Het was natuurlijk een gok, maar stel je voor dat het haar zou lukken.

Ze bleef op haar hurken zitten, glimlachend bij zichzelf, terwijl ze haar plannetje uitbroedde. Ze had nog twee maanden de tijd voordat de baby er was. Misschien dat ze tijdens die laatste twee maanden niet veel meer kon – Wimbledon zou ze bijvoorbeeld nooit kunnen winnen – maar als ze doorzette, kon dit haar nog best wel eens lukken.

Ik kan het in elk geval proberen, dacht ze opgetogen.

 

Het geluid van onderdrukt gelach wekte haar uit een diepe slaap. Verward, zich er vaag van bewust dat ze niet in haar eigen bed lag – in geen enkel bed om precies te zijn – hield ze haar ogen dicht. Het gelach klonk haar helemaal niet bekend in de oren, wat nogal verontrustend was. En er lag een onbekende arm over haar voorhoofd.

Maar zouden inbrekers echt brullen van het lachen, terwijl ze je huis aan het leegroven waren? En waarom zou een inbreker zijn loodzware arm op haar hoofd leggen?

Voorzichtig opende ze één oog. Degene aan wie de lach toebehoorde, was een grote West-Indische man met dreadlocks en met een blikje bier in zijn hand. In zijn andere extreem grote hand hield hij een A4’tje. Meteen daarna zag ze Sean opdoemen in de deuropening met nog zo’n vel papier. Hij moest zo hard lachen dat hij geen woord kon uitbrengen.

‘Dat is van mij.’ Pandora, die rechtop probeerde te gaan zitten, ontdekte tot haar schande dat de zware arm die over haar gezicht lag, haar eigen arm was, die in slaap was gevallen. Ze tilde de verdoofde arm op met haar goede hand en legde hem voorzichtig naast zich alvorens overeind te komen. Pas toen zag ze dat de man met de dreadlocks Donny Mulligan was, een goede vriend van Sean uit de club.

‘Dat mogen jullie niet lezen, dat is privé,’ protesteerde ze, zonder al te veel overtuiging. Ze moesten er in elk geval om lachen. Dat was vast een gunstig teken.

‘Hoe kan dat nou privé zijn?’ Sean gebaarde met zijn blikje bier naar de vellen papier op de vloer naast de bank, die daar waren blijven liggen toen ze in slaap was gevallen. ‘Ze lagen ons als het ware toe te lachen toen we binnenkwamen.’

‘En ze riepen: “Lees ons, lees ons.”’ Donny Mulligan schonk haar zijn befaamde goud-witte grijns. Schouderophalend vervolgde hij: ‘Dus toen moesten we wel.’

‘Hm.’ Ze masseerde haar arm, die inmiddels hevig tintelde, en overwoog even om de foto’s ter sprake te brengen. Het feit dat die foto’s uit het zicht achter een kandelaar hadden gestaan op haar schoorsteenmantel, had Sean er ook niet van weerhouden om ze eens goed te bekijken. Blijkbaar kon ze beter een kluis kopen als ze echt iets geheim voor hem wilde houden.

Toch kon ze niet kwaad op hen zijn. Ze waren nog steeds aan het lezen en lachen. En bovendien waren ze kenners.

Pandora was geattendeerd op Comedy Inc. door een artikel over scriptschrijven, dat ze vorig jaar had gelezen in de wachtkamer van de tandarts. Het had haar meteen leuk geleken om een script voor een tv-comedy te schrijven, en er waren allerlei ideeën in haar opgeborreld, die ze enthousiast op papier had gezet.

Dat eerste bezoekje aan de club in Jelahay Street had echter dramatische gevolgen gehad, en in de emotionele chaos daarna was ze niet meer aan schrijven toegekomen. Ze had het er ook nooit met iemand over gehad, vooral omdat er weinig over te zeggen viel. Pas door de gevoelens van ontoereikendheid die haar vanavond hadden overvallen, had het idee opnieuw gestalte gekregen. Het was ineens tot haar doorgedrongen dat schrijven iets was wat ze ook tijdens haar zwangerschap kon doen, en daarom had ze haar map met invallen, aantekeningen en half affe scripts tevoorschijn gehaald. Een daarvan, dat Donny en Sean nu aan het lezen waren, had ze zelf niet zo slecht gevonden.

Dus nu kwam de vuurproef. Eens zien wat echt grappige mannen van haar ideeën vonden. Ze kruiste haar vingers, probeerde niet al te bang te kijken en zei moedig: ‘Oké, jullie hebben het gelezen, dan wil ik ook horen wat jullie ervan vinden.’

‘O jeetje.’ Sean keek hulpzoekend naar Donny, die een rafelig gat in zijn spijkerbroek zat te bestuderen. Omdat Sean even niet wist wat hij moest zeggen, wierp hij nog maar eens een blik op het vel papier in zijn hand.

‘Zeg het nou maar gewoon,’ zei Pandora.

‘Oké dan. Het slaat helemaal nergens op.’

Donny kromp ineen.

‘Ja nou, sorry.’ Sean kreeg twee blosjes op zijn wangen; het was de eerste keer dat Pandora hem zag blozen. Afwerend vervolgde hij: ‘Dat is gewoon zo. Maar wat was eigenlijk het idee hierachter? Wilde je de concurrentie met me aangaan of zo?’

‘Nee, nee...’ Ze was bang dat hij zou denken dat ze hem als kruiwagen wilde gebruiken, en bovendien wilde ze niet dat hij zou merken dat zijn vernietigende oordeel hard aankwam. Dus zei ze snel: ‘Het is gewoon iets wat ik al tijden geleden heb geprobeerd. Maar het stelt niks voor. Gewoon onzin. Ik gooi het allemaal weg...’

‘Oké dan.’ Zichtbaar opgelucht liet Sean het vel papier weer op de grond vallen. ‘Ik schrok echt even. Ik bedoel, ik hoop niet dat je dacht dat we lachten omdat het grappig was.’

Ze voelde zich misselijk worden. Ze hadden om het script gelachen omdat het zo slecht was. In haar buik gaf de baby haar een meelevend schopje.

‘Geeft niks.’ Donny probeerde aardig te zijn. ‘Je weet pas of je iets kan als je het hebt uitgeprobeerd.’

‘Dat is zo.’ Ze wist er een lachje uit te persen.

Sean, weer helemaal opgevrolijkt, woelde met zijn hand door haar korte haar. ‘Je mag dan nog zo mooi zijn, je bent geen Jennifer Saunders.’