25
Parijs was volmaakt geweest. De meest romantische stad ter wereld, prachtig gehuld in mist en rijp en melkachtig wit zonlicht, was nog nooit zo mooi geweest.
En Imogen had zich nog nooit zo goed gevoeld. Jack en zij hadden dit uitstapje nodig gehad; eindelijk eens ergens samen waar niemand Jack herkende en waar ze van elkaars gezelschap konden genieten. Hun met zijde behangen suite in het Crillon was super-de-luxe geweest, de maaltijden waar ze uren over hadden gedaan, pure kunstwerkjes, en de après-diner-seks fantastisch.
Imogen had zich nog nooit zo relaxed en aantrekkelijk gevoeld. Hun kattige woordenwisseling bij haar thuis, die zo gemakkelijk uit de hand had kunnen lopen, leek te zijn vergeten. Ze waren samen, ze bestendigden hun liefde voor elkaar, en op een paar uurtjes op eerste kerstdag na, toen Jack heel geïrriteerd was geweest omdat het hem maar niet lukte om Sophie te bellen, en hij uiteindelijk concludeerde dat de hoorn wel van de haak zou liggen, had hij het geen enkele keer over zijn gezin gehad.
Mooi zo, dacht Imogen, blij dat hij blijkbaar over zijn schuldgevoel heen raakte. Ze had niet het idee van zichzelf dat ze onredelijk was. Ze was heus geen monster. Als zijn kinderen nog klein waren geweest, dan was het een ander verhaal, maar ze waren niet klein meer. Dus vanwaar al die drukte?
Londen, grijs en vol smeltende sneeuw tegen de tijd dat ze terugkwamen, zag er erg haveloos uit in vergelijking met Parijs, totaal niet romantisch. Het kon Imogen echter weinig schelen, ze had wel wat belangrijkers aan haar hoofd. En Londen had zo zijn voordelen, dacht ze met een geheimzinnig lachje toen Jack naar Fleet Street vertrok voor een vergadering met zijn hoofdredacteur. Hier was de gebruiksaanwijzing in elk geval in het Engels.
‘Je raadt het nooit!’
‘Je kunt eindelijk aan elkaar schrijven.’
Sophie probeerde snel haar muesli op te eten en haar chocolademilkshake op te drinken, want ze moest naar de bibliotheek. Het nieuwe boek dat ze had besteld over het leven bij de Masai was gearriveerd, en het laatste wat ze kon gebruiken, was een Jennifer Smith-Elliott die haar tot in details door de telefoon wilde vertellen dat ze met kerst had getongd met een of andere stomme vent. Jennifer, die bij haar in de klas zat, stond erom bekend dat ze continu mensen belde die dan vervolgens doodgingen van verveling. Net samaritanen, maar dan andersom, dacht Sophie, terwijl ze haar hoofd in haar nek gooide om het laatste beetje milkshake uit haar glas te krijgen.
‘Jen, de bibliotheek gaat tussen de middag dicht. Ik wil echt niet te laat...’
‘Wacht even.’ Jennifer giechelde. ‘Dit is echt heel leuk. Ik was vanochtend met mijn moeder boodschappen aan het doen. We moesten naar de apotheek, om medicijnen op te halen voor mijn oma. Ze heeft met kerst vreselijk last gehad van haar benen. Ze kan bijna niet meer lopen.’
Ik wou dat jij niet meer kon praten, dacht Sophie. Terwijl ze de hoorn tussen haar oor en schouder klemde, ging ze verder met muesli eten.
‘Hoe dan ook, we stonden in de rij bij die kleine apotheek in Islington en weet je wie er voor me stond?’
‘Geen idee.’ Sophie begon haar geduld te verliezen; het was al tien over halfeen. ‘Zeg het nou maar gewoon.’
‘Spelbreekster,’ riep Jennifer. ‘Vooruit dan, maar er is geen lol aan zo. Het was die vrouw bij wie je vader is ingetrokken. Imogen nog-wat,’ ging ze trots verder. ‘Mijn moeder en ik herkenden haar allebei, zelfs al had ze dan een jas aan en had ze haar haren verstopt onder een muts.’
Goh, het is me wat, dacht Sophie, van de ene voet op de andere springend. ‘Nou en?’ vroeg ze, een zucht onderdrukkend. ‘Wat deed ze daar? Condooms kopen?’
‘Niet echt.’ Jennifer giechelde. ‘Roze lippenstift van Max Factor, een tube Colgate, en een zwangerschapstest,’ eindigde ze zelfvoldaan.
‘Precies op tijd!’
Toen Imogen Jack de sleutel in het slot hoorde steken, rende ze de trap af. Dit nieuws kon ze gewoon niet voor zich houden. Als ze het hem niet nu meteen vertelde, zou ze nog uit elkaar barsten.
‘Wat is er?’ Opgewekt liet hij zich door haar de trap op slepen. Door de openstaande keukendeur zag hij een koud uitziende fles Taittinger en twee glazen boven op de koelkast staan. ‘Wat is er?’ vroeg hij opnieuw, zich verbazend over de energie waarmee ze hem de huiskamer in duwde. Imogen, die er belachelijk jong uitzag in haar zachtroze kasjmieren trui en verschoten spijkerbroek en met haar haren die alle kanten op dansten, straalde helemaal terwijl ze nadrukkelijk op zijn horloge keek hoe laat het was. Haar enthousiasme was gewoon aanstekelijk.
‘Laat me eens raden. Die ene presentator van In de hoofdrol komt zo de trap op, en dan blijk ik de hoofdrol te zijn.’ Hij grinnikte. ‘Ik hoop dat ze niet vergeten om mijn oude lerares Frans, Mademoiselle Dupont, uit te nodigen. Die leek precies op Bardot, echt waar. Ik denk dat heel veel jongens gefantaseerd hebben over...’
‘Nee, het is nog veel beter.’ Imogens ogen glansden. Voor de tweede keer keek ze op zijn horloge en toen op het hare. ‘O Jack, ik hou het bijna niet meer. Nog een minuutje. Zet je maar schrap, schat...’
In een flits wist Jack wat het was. De blik die ze in haar ogen had, had hij vaker gezien, het was een blik die hij ineens duidelijk herkende. Het probleem was echter dat hij die blik uit Cass’ blauwe ogen kende, niet uit de bruine van Imogen. ‘Je bent zwanger. Mijn god, je bent zwanger.’
Een gil van vreugde slakend sloeg ze haar armen om hem heen. ‘Hoe weet je dat? Kun je het al zien?’ Ze bedolf hem verrukt onder de kussen. ‘O Jack, ik kan het bijna niet geloven! Ik ben altijd zo regelmatig ongesteld dat ik meteen wist dat er iets aan de hand was. Ik heb net de test gedaan, hij ligt in de badkamer... Je hebt geen idee hoe ingewikkeld het allemaal is, je moet er zo’n beetje scheikunde voor hebben gestudeerd, en mijn handen trilden helemaal...’
Ze was zo druk aan het ratelen dat hij zich afvroeg waar de koele, beheerste Imogen die hij kende, was gebleven. Niet in staat om ook maar een woord uit te brengen, liet hij zich door haar meetronen naar de zwart-wit betegelde badkamer, waar de test in alle glorie op het zwarte marmeren schapje lag te wachten.
Jack was niet vertrouwd met zwangerschapstesten die je thuis kon doen. In zijn tijd was Cass naar de dokter gegaan en had dan een week later gebeld voor de uitslag.
‘Toen ik een dag te laat ongesteld werd, wist ik het al, maar dit bewijst het,’ zei Imogen stralend. ‘O Jack, het is zo raar, maar ik voel me nu al anders!’
‘Hoe kun je het precies zien?’ Hij tuurde naar het witte staafje in het testbuisje. ‘Wat gebeurt er precies?’
‘Het ene uiteinde wordt roze. O nee, wacht, je moet het eerst onder de kraan houden.’
‘Het ziet er niet roze uit.’
‘Maar dat moet.’ Fronsend keek ze naar het staafje onder de koude kraan. ‘Toen ik het in het buisje stak, zag ik het meteen al van kleur veranderen. Jack, pak de gebruiksaanwijzing eens uit de pedaalemmer, er is vast iets fout gegaan. Het moet gewoon roze zijn...’
Het staafje bleef echter koppig wit. De uitslag was negatief. En Imogen, die tot voor drie dagen geleden niet eens had geweten dat ze een kind wilde, was ontroostbaar. Toen ze om negen uur die avond ongesteld werd, overwoog Jack in alle ernst om de dokter te bellen. Ze ging totaal op in haar verdriet. En toen de tranenstroom eindelijk was opgedroogd, maakte haar verdriet plaats voor een vast voornemen...
‘Nou ja, dan maar volgende maand.’ Nadat ze bleek en met roodomrande ogen onder de douche vandaan was gekomen, bestudeerde ze een paar minuten haar agenda. ‘Ja, dit zijn de beste data,’ concludeerde ze toen. Nadat ze haar vruchtbare periode had uitgerekend aan de hand van een zwangerschapsboek dat ze in haar lunchpauze had gekocht, streepte ze met een rode viltstift vijf opeenvolgende data aan. ‘Van dinsdag tot donderdag zit ik in Boedapest, en jij gaat die vrijdag naar de eurotop. Dan zeg ik Boedapest wel af.’ Ze keek hem aan. ‘Of kun jij Brussel afzeggen?’
‘Niet zo snel.’ Jack had zijn best gedaan om haar te troosten, maar zijn geduld raakte langzamerhand op. Hij wist dat vrouwen wanhopig naar een kind konden verlangen, maar dit kwam zo onverwacht dat het gewoon bizar was. Hij pakte haar handen beet en dwong haar naar hem te luisteren.
‘Liefje, ik weet dat je van slag bent, maar we hebben het er al eerder over gehad. Ik heb al drie kinderen. Ik heb dat allemaal meegemaakt. En jij zei dat je helemaal geen kinderen wilde. Dat wist je zelfs zo zeker dat je je wilde laten steriliseren,’ bracht hij haar in herinnering.
Nieuwe tranen – waar kwamen ze in godsnaam allemaal vandaan? – stroomden over haar witte gezicht. Ze wist best dat ze onlogisch bezig was, maar ze kon er gewoon niets aan doen. Dat was toen geweest, en dit was nu. Hij had gelijk; ze had nooit naar kinderen verlangd. Maar nadat ze drie dagen lang oprecht had geloofd dat ze zwanger was van Jack, was alles wat haar betrof helemaal veranderd. Hun kind zou Jacks donkere ogen erven, zijn mooie uiterlijk; hun kind zou intelligent, atletisch, liefdevol en grappig zijn. Een jongen of meisje, dat maakte haar niet uit; in haar dagdromen had geen van beiden de voorkeur.
Behalve dat het nu noch het ene noch het andere was. Het staafje was niet roze geworden. Er was geen baby aan wie ze zich de rest van haar leven kon wijden, geen schattig klein ding dat hun liefde zou bezegelen.
Imogen was niet gewend aan dit soort bittere teleurstellingen. Haar hele leven lang had ze gekregen wat ze wilde. Dat haar nu iets simpels en natuurlijks als een baby werd ontzegd, terwijl er overal op de wereld iedere dag duizenden ongewenste kinderen werden geboren, was gewoon te wreed voor woorden.
‘Ik ben van gedachten veranderd.’ Ze klampte zich aan Jack vast; de voorkant van zijn overhemd raakte doorweekt van haar tranen. ‘Ik wil een kind... jouw kind! Ik dacht echt dat het zover was. God, waarom is het leven zo oneerlijk?’