6
Pandora had nog nooit in The Blue Goose gegeten, maar het was duidelijk dat Sean Mandeville hier vaker kwam. In elk geval de laatste tijd, nu hij steeds meer succes had en het zich kon veroorloven, want de ober begroette hem enthousiast, terwijl hij Pandora van haar trenchcoat probeerde te ontdoen.
‘Laat maar, ze wil hem graag aanhouden,’ zei Sean tegen hem. Toen ze zaten en het menu hadden gekregen, pakte hij zijn portefeuille uit zijn broekzak, rommelde er onder tafel wat in en duwde haar vervolgens een briefje van twintig in haar hand.
‘Voordat ik het vergeet,’ mompelde hij. ‘Voor de stomerij. Ik weet niet precies hoeveel... Dat zal toch wel genoeg zijn?’
‘Genoeg?’ Ze moest glimlachen om zijn bezorgde blik. Buiten de club en zonder die grappen makende vrienden van hem bleek hij een stuk minder zelfverzekerd dan hij zich voor wilde doen. ‘Daar kan ik wel twee nieuwe jurken van kopen.’ Ze schoof het geld terug over tafel. ‘Maak je geen zorgen. Namaakbloed kun je er vast wel uitwassen.’
Haar eerlijkheid raakte hem. ‘Of anders doe je alsof het de laatste mode is.’ Hij grijnsde. ‘De Psycho-net-onder-de-douche-vandaanlook. Of heeft Vivienne Westwood dat idee vorig jaar soms al gebruikt?’
Tijdens het eten kreeg Sean te horen dat ze voluit Pandora Jacintha Grant heette. Ze was vierentwintig en deelde een klein, gehuurd rijtjeshuis in Kilburn met haar broer Joel. Ze maakte lange dagen als serveerster in een bistro, The Moon and Sixpence, ook in Kilburn. Het verdiende slecht, maar het was een leuke zaak met een leuke sfeer, en als ze eenmaal de laatste gast eruit gebonjourd hadden, at het personeel altijd gezellig samen. Op maandag was de bistro gesloten, en daarom was ze samen met de andere meisjes die er werkten naar Comedy Inc. gekomen.
Heel doorsnee allemaal. Niet echt het opwindendste verhaal dat Sean ooit had gehoord, maar toch intrigeerde het meisje hem op de een of andere manier.
Hij begreep zelf niet goed waarom, want Pandora Grant was het tegenovergestelde van de meisjes waar zijn belangstelling gewoonlijk naar uitging. Hij viel op blond, en dan nog op langharig blond ook. Hij viel op lange, magere, langharige blondines met blauwe ogen en veel make-up. Zijn ideale vrouwen waren Cameron Diaz, Gwyneth Paltrow en het kortgerokte meisje met wie hij vanavond had willen aanpappen, totdat het noodlot in de vorm van een bloedcapsule daar een stokje voor had gestoken.
Zijn ideale vrouw was beslist niet koffiekleurig en onopgemaakt, en ze had ook geen intelligente bruine ogen en zwart kort haar. Bovendien was zijn ideale vrouw niet van top tot teen gehuld in een beige trenchcoat à la inspecteur Clouseau.
Dus wat was er verdomme dan toch zo intrigerend aan haar, vroeg hij zich enigszins wanhopig af.
Toen Pandora tussen twee gangen door naar de wc ging, nam ze haar tas niet mee. Sean, die niet eens had gemerkt dat ze hem op haar stoel had neergezet, strekte zijn benen even en raakte meteen met zijn voet verstrikt in de bungelende leren schouderriem. Toen hij gauw rechtop ging zitten, trok hij de tas mee. Het slotje sprong open, en de hele inhoud viel op de grond.
Met geschrokken blik volgde Sean een paar tampons die vrolijk over de houten vloer rolden om vervolgens tot stilstand te komen tegen de glanzend gepoetste schoen van een bankmanagerachtige man aan het tafeltje naast hem. Een potje lipbalsem met kiwismaak van de Body Shop was de andere kant uit gerold. Een sleutelbos, een agenda, het stratenboekje van Londen en een afrokam – voor zulk kort haar? – bleven gelukkig vlak naast de tas liggen.
Terwijl hij alles weer in de tas propte, viel zijn oog op iets wat er niet uit was gevallen. Het was zowel een schokkende als een betoverende ontdekking, een ontdekking die zo onverwacht was dat er een adrenalinestoot door hem heen schoot. Nu wist hij waarom hij zich onbewust tot haar aangetrokken had gevoeld. Pandora was anders dan je zo op het eerste gezicht zou vermoeden.
Ineens werd hij verteerd door begeerte, alsof ze een of ander geheimzinnig afrodisiacum door zijn drankje had gedaan. Het drong tot hem door dat hij nog nooit zo hevig naar iemand had verlangd.
‘Dank je.’ Haar grote onschuldige ogen keken hem aan. Even was het alsof ze haar vingers op zijn arm wilde leggen, maar toen bedacht ze zich blijkbaar. ‘Het was echt heel aardig van je. Ik vond het erg leuk.’
‘Je zou kunnen vragen of ik zin heb om nog een kop koffie bij je te komen drinken,’ stelde hij luchtig voor. Haar lichaamstaal was veelbelovend. En de gedachte aan wat zich in haar schoudertas bevond, was nog opwindender nu ze voor haar huis stonden. Ze had hem al verteld dat haar broer de stad uit was.
Pandora schudde echter haar hoofd. ‘Sorry, dat gaat niet. Ik moet morgen vreselijk vroeg opstaan... Maar nogmaals bedankt voor het etentje en de lift.’
Sean kon zijn oren nauwelijks geloven. De afgelopen twee uur had hij zijn best gedaan om zo charmant en onweerstaanbaar mogelijk te doen tegen een meisje dat hij normaal gesproken geen tweede blik had waardig gekeurd, en nu had zij het gore lef om hem af te wijzen! Wat bezielde haar? Wat, dacht hij verward, bezielde hem?
Sinds zijn twaalfde was hij door geen enkel meisje meer afgewezen.
Uit trots had hij haar niet naar haar telefoonnummer gevraagd of een tweede afspraak proberen te maken, maar in de week die op het etentje volgde, bleef Pandora Grant hem door het hoofd spoken.
Het was hopeloos, om niet te zeggen raadselachtig. Had hij soms alleen maar belangstelling voor haar omdat ze iemand bleek te zijn die nee kon zeggen? Wat de reden ook was, Sean merkte dat hij continu aan haar moest denken. Hij zat uren over het telefoonboek gebogen en belde uiteindelijk zelfs inlichtingen om daar te horen te krijgen dat ze een geheim nummer had. Iedere avond liet hij vanaf het podium zijn blik door de zaal glijden, tegen beter weten in hopend dat ze zou komen.
Op zondag had hij er genoeg van. Pandora – of beter gezegd, het wegblijven van Pandora – begon hem op de zenuwen te werken. Het publiek had net nog harder voor Donny geapplaudisseerd dan voor hem. Donny zelf had na het optreden bij de bar aan hem gevraagd: ‘Wat heb je toch, man? Je bent helemaal niet scherp meer. Hé kijk, daar heb je dat blondje weer waar je vorige week een oogje op had.’
Toen de blondine bij Sean kwam staan, kon hij het niet eens opbrengen om met haar te flirten, hoewel ze veelbetekenend naar hem grijnsde en zo dicht tegen hem aan ging staan dat het zachte roze leer van haar rokje langs zijn dij streek.
Ze stonk naar Obsession. En van dichtbij zag hij bovendien dat haar lichtbruine foundation bij haar neusvleugels was samengeklonterd. Haar gezicht was aan het smelten in de hitte.
Misselijk bij de aanblik alleen al, tikte hij zijn vriend even tegen de arm. ‘Don, ik ga ervandoor.’
Terwijl hij wegliep, hoorde hij de blondine gefrustreerd mompelen: ‘Nou ja, zeg.’
The Moon and Sixpence lag in een smalle zijstraat van Kilburn High Road. Tegen de tijd dat Sean er aankwam, leken de laatste klanten net te vertrekken. Omdat hij niet het lef had om gewoon naar binnen te benen en Pandora in zijn armen te nemen, zoals Richard Gere in An Officer and a Gentleman – hij voorvoelde dat de kans groot was dat ze voet bij stuk zou houden en weer ‘nee’ zou zeggen – parkeerde hij zijn BMW zo’n tien meter verderop en wachtte. Mocht ze hem voor schut zetten, dan zou dat in elk geval uit het zicht gebeuren van haar grijnzende vriendinnen. Het was kwart over elf. Ze zou zo vast wel komen.
In zijn haast om haar weer te zien, was hij echter vergeten dat ze had verteld dat het personeel iedere avond samen at. De lampen in de bistro bleven fel branden. Door het open autoraampje kon hij het geroezemoes horen van geanimeerd gepraat, afgewisseld met gelach. Verveeld en hongerig doorzocht hij het handschoenenvakje. Hij vond een half zakje fruitgums, maar zelfs die stelden hem teleur: twee groene en drie gele.
Zuchtend slikte hij de laatste saaie fruitgum weg. Middernacht. Dit was belachelijk. Hij leek wel niet goed bij zijn hoofd.
Alsof zijn gebed werd verhoord, ging precies op dat moment de deur van de bistro open. Er kwamen twee meisjes naar buiten. Pandora was er niet bij, maar het betekende in elk geval dat hij nu vast niet lang meer zou hoeven wachten. Hij ging rechtop zitten, zette Radiohead uit en merkte dat hij vlinders in zijn buik had. Dit was echt belachelijk.
De deur ging weer open. Zijn hart maakte een sprongetje van opwinding toen hij zag dat het Pandora was. Even kon hij alleen maar staren naar het voorwerp van zijn hulpeloze fantasieën van de afgelopen week – een week die eindeloos lang had geleken. Tegen de achtergrond van de smalle deuropening zag hij de prachtige vorm van haar hoofd, de sierlijke hals, het slanke, maar welgevormde figuur. Ze had mooie gouden oorbellen in en droeg een zwart T-shirt en een combatbroek. Haar grote zwarte leren schoudertas rustte tegen haar heup. Ze zag er nog begeerlijker uit dan hij zich haar herinnerde. Voordat hij het portier opendeed, haalde hij een keer diep adem. Hij hoefde alleen maar heel cool te doen...
Net toen hij zijn hand op de kruk van het portier legde, werd de stilte doorbroken door een doordringend gefluit. Sean draaide zijn hoofd om om te kijken waar dat vandaan kwam. Een paar honderd meter verderop, in de schaduw tussen twee lantaarnpalen, zag hij iemand die begon te rennen.
Net toen hij dacht dat Pandora zou worden beroofd, zag hij haar arm ter begroeting omhooggaan. Zonder ook maar een blik op de geparkeerde auto’s te werpen, rende ze de lege straat op, inmiddels zwaaiend met beide armen. Met een misselijk gevoel liet Sean zich onderuitzakken, bang dat ze hem zou zien. Niet dat ze nog oog leek te hebben voor iets anders dan de lange, blonde, atletisch uitziende kerel die op haar af kwam stormen.
Het leek verdomme Hollywood wel. Toen de atleet voor Pandora stond, tilde hij haar op alsof ze zo licht als een veertje was en draaide haar drie keer in de rondte. Pandora, met haar armen om zijn nek geslagen, gilde van verrukking en begroef haar hoofd tegen zijn borst toen hij haar voorzichtig weer op de grond zette.
Kapot van jaloezie keek Sean hen na tot ze het eind van de straat hadden bereikt en gearmd links afsloegen, de straat in waardoor ze binnen nog geen vijf minuten Pandora’s huis zouden bereiken. Hij dwong zichzelf een paar minuten te wachten, startte de auto en nam toen dezelfde route. Hij had het zo goed getimed dat hij, toen hij langsreed, Pandora en haar grote blonde vriend de pas geschilderde blauwe voordeur achter hen kon zien sluiten.