23
Op kerstavond werd er om halftwaalf aangebeld. Cleo en Sean waren allebei weg en Sophie lag al in bed. Cass, in haar ochtendjas, met haar haren in een staartje en haar gezicht glanzend van de nachtcrème, was druk bezig het laatste cadeautje voor Sophies kous in te pakken en zat tot aan haar oren in het plakband en de linten.
Toen ze door het spionnetje keek om te zien wie het was, viel ze bijna flauw van schrik. ‘Terry!’ Ze was zo verbaasd dat haar vingers wel boetseerklei leken, en het duurde even voordat ze het slot open kreeg. ‘Niet te geloven!’
‘Een kerstspook uit een grijs verleden.’ Terry Brannigan sloeg zijn armen om haar heen, tilde haar op en draaide haar in het rond. Het leek een eeuwigheid te duren voordat hij haar weer op de grond zette.
‘Oeps, mijn ochtendjas is opengevallen.’ Lachend trok ze de ceintuur weer aan alvorens Terry nog een keer te omhelzen. Toen stak ze haar arm door de zijne en nam hem mee naar de huiskamer waar het vuur in de open haard nog brandde. ‘Je bent ijskoud. Let maar niet op de rommel, ik ben nog bezig met Sophies cadeaus... Jemig, ik kan nauwelijks geloven dat je hier echt bent... Ik zal er wel heel verbijsterd uitzien.’
‘Je ziet er prachtig uit,’ verzekerde Terry haar. Hij meende het. Wat hem betrof, was Cass altijd al het mooiste meisje ter wereld geweest. En nu, op haar negenendertigste, was ze de mooiste vrouw. Van hem mocht haar ochtendjas wel vaker openvallen.
‘Drie dagen geleden kreeg ik je kaart,’ legde hij uit, terwijl Cass, na hem een enorm glas Jack Daniel’s in te hebben geschonken, zich naast hem op de bank voor de open haard nestelde. ‘Ik kon het nauwelijks geloven. Uitgerekend jij en Jack... na al die jaren. Wat is er gebeurd? Heb je hem eruit gegooid?’
Hoewel het zestien jaar geleden was dat ze elkaar voor het laatst hadden gezien, voelde het weer net zo vertrouwd als altijd.
Ze knikte. ‘Maar alleen omdat hij het met een bimbo had aangelegd.’
‘Dat meen je niet!’ Terry was oprecht geschokt. ‘Heeft hij zijn verstand verloren of zo? Een echte bimbo?’
Vroeger hadden ze elkaar ook altijd alles verteld. ‘Nou nee,’ erkende Cass met tegenzin. Ze vertelde hem over Imogen.
‘... maar het leven gaat door,’ eindigde ze een poosje later schouderophalend en met een flauw lachje. ‘Ik dacht dat het het einde van de wereld zou zijn, maar dat is niet zo. We gaan gewoon door. De kinderen hebben fantastisch gereageerd, iedereen heeft fantastisch gereageerd. De luistercijfers van mijn programma zijn zelfs omhooggeschoten, en ze blijven hoog. God mag weten waarom.’
‘Misschien omdat niet alleen de kinderen en iedereen fantastisch zijn.’ Hij deed alsof hij haar terechtwees, hoewel hij haar bescheidenheid juist een van haar innemendste eigenschappen vond. Het zou nooit bij haar opkomen dat de luistercijfers misschien omhoog waren geschoten omdat ze goed was in wat ze deed.
‘Het is eerste kerstdag!’ Om twintig over twaalf zag Cass ineens hoe laat het was. Ze nam Terry’s stoppelige gezicht tussen haar handen en plantte een kus op zijn vermoeide wang. ‘Zo, prettig kerstfeest. Ik weet niet eens waarom je hier bent, maar dat kan me ook niet schelen. Het is gewoon heerlijk om je weer te zien,’ zei ze eenvoudigweg. ‘Ik ben er helemaal van opgevrolijkt.’
‘Ik ook,’ reageerde Terry. Hij wees naar de kaart die hij had gestuurd en die prominent boven de schoorsteenmantel hing. ‘Zie je die ongelukkige dj daar? Dat was ik de afgelopen vijf jaar. Gisteren heb ik besloten dat ik er genoeg van had en heb ik gezegd dat ze die rotbaan mogen houden.’ Hij kneep in haar hand. ‘Het drong ineens tot me door dat het tijd was om naar huis te gaan en wat oude vrienden op te zoeken.’
‘Prettige kerst, mam.’ Sophie, die om acht uur de volgende ochtend al gewassen en aangekleed was, maakte Cass wakker met een kus en een kop thee. ‘Trouwens, is er een inbreker in huis of weet jij soms wie die onbekende man is die ik net voor de badkamer tegen het lijf liep?’
Cass rekte zich uit en wreef in haar ogen. Toen ging ze rechtop zitten. ‘Terry, bedoel je? Dat is Terry Brannigan, schat. Hij stond gisteravond ineens op de stoep, toen je al in bed lag. Hij blijft een paar dagen logeren. Je vindt hem vast aardig.’
‘Ik vind hem echt wel aardig,’ fluisterde Sophie later die ochtend tegen Cleo toen ze samen onhandig aardappelen stonden te bakken voor de lunch. ‘Maar lang niet zo aardig als hij mama vindt. Ik hoop niet dat hij verliefd op haar is.’ Sophie keek bezorgd. ‘Want hij is hartstikke oud.’
‘En hartstikke doorzichtig.’ Cleo keek door het keukenraam naar buiten. Na de koude nacht was de hele tuin bedekt met een laagje rijp. Cass drentelde gearmd met Terry achter in de tuin, ze wees hem dingen aan, terwijl ze elkaar bijpraatten over de afgelopen zestien jaar.
‘Ik heb aan mama gevraagd hoe oud hij is,’ ging Sophie verder. ‘Ze zei tweeënvijftig, maar hij ziet er stukken ouder uit. Stel je voor dat ze gaan trouwen!’
‘Rustig maar.’ Cleo grinnikte. Het was niets voor Sophie om zo snel in paniek te raken. ‘Hij is hier net.’
‘Zomaar ineens.’ Somber schoof Sophie het bakblik de oven in en prikte daarna voorzichtig in de kalkoen. ‘Volgens mij ziet mama niet wat er aan de hand is. Hij heeft weet ik hoe lang in New York gewoond. En drie dagen geleden kreeg hij mama’s kerstkaart waarin stond dat papa ervandoor was, en heel toevallig zegt Terry de volgende dag zijn goeie baan op, vliegt hiernaartoe en belt midden in de nacht bij mama aan.’
‘Dus wat je eigenlijk zegt, is dat we eens goed met mama moeten praten om haar te waarschuwen dat ze niet iets met een foute man begint,’ reageerde Cleo ernstig.
‘Dat is heus niks om een grapje over te maken, hoor. Nou... eh... ja dus.’ Sophies bril was beslagen door de hitte uit de oven. Ze veegde hem droog met de mouw van haar nieuwe blauwe blouse, een cadeau van Cleo. ‘En je weet best wat ik bedoel,’ hield ze koppig vol. ‘Mama is zo aardig, die kan geen nee zeggen, omdat ze hem niet wil kwetsen.’
Sean, die de afgelopen twintig minuten in de studeerkamer had zitten telefoneren, kwam met een grijns van oor tot oor de keuken in lopen. ‘Wat hoor ik nou? Ze kan geen nee zeggen? Wil je soms beweren dat onze moeder een slettenbak is?’
‘Ik wil beweren dat jij een luilak bent,’ zei Cleo. ‘Wij hebben ons de hele ochtend afgebeuld en jij hebt geen flikker uitgevoerd.’
Sophie trok haar wenkbrauwen op. Het enige wat ze Cleo vanochtend had zien doen, was een pak sinaasappelsap openmaken bij het ontbijt.
‘Ik heb toevallig wel iets gedaan.’ Seans donkere ogen glansden. Hij leek zeer ingenomen met zichzelf. ‘Je kunt maar beter nog een extra bord op tafel zetten. Pandora komt lunchen.’
‘Nou, dat werd hoog tijd,’ verkondigde Cleo.
Sophie stond naar buiten te staren. Terry had grijs haar, duizend rimpels en zag eruit alsof hij wel een glaasje lustte. Ze hoopte maar dat hij niet al met een verlovingsring in zijn zak rondliep.
Cleo vroeg belangstellend aan Sean: ‘En ga je mama eerst inlichten of wordt dit een verrassing voor haar?’
‘Wie is Pandora?’ wilde Sophie weten.
‘Je moest eens weten hoe eng ik dit vind.’ Pandora hield zich aan de stoel vast toen Sean een scherpe bocht nam. Hoewel de verwarming in de auto hoog stond, zat ze te klappertanden.
‘Ik kan hartstikke goed rijden,’ protesteerde Sean.
‘Dat bedoel ik niet. Ik vind het eng om je moeder te ontmoeten.’ Omdat ze haar twijfels bleef houden, vroeg ze voor de vijfde keer: ‘Weet je zeker dat dit een goed idee is? Ik bedoel, uitgerekend op eerste kerstdag...’
Ze waren er bijna. Sean keek haar van opzij lachend aan. ‘Dat vond ik juist zo toepasselijk. Net Jozef en Maria die bij de herberg aankomen.’
‘Maar die werden weggestuurd,’ bracht ze hem met een bedroefd lachje in herinnering. Ze trok een gezicht. ‘Trouwens, ik ben pas vijf maanden zwanger en ik was niet van plan om tijdens de kersttoespraak van de koningin te bevallen.’
Thuis besloot Cleo Cass op de hoogte te brengen van wat haar te wachten stond. Ze vond het niet eerlijk van Sean om zijn moeder op deze manier te verrassen. Cass dacht dat hij alleen maar een nieuwe vriendin voor de lunch had uitgenodigd.
‘Mam, die nieuwe vriendin van Sean. Ik heb haar ontmoet en ze is echt heel leuk, maar er is iets wat je over haar moet weten voordat ze hier zijn.’
Cass wierp een bezorgde blik op de glanzende goudbruine kalkoen omringd door in bacon gewikkelde worstjes. ‘Ze is toch niet vegetarisch?’
‘Nee. Ze is zwanger.’
‘Hemeltjelief.’
Cleo onderdrukte een lachje. ‘En zwart.’