·44·

Toen Jean Trent en Randy Cole The Crib binnenkwamen, keek iedereen hun kant op. Jean Trent droeg een korte donkerblauwe rok, een witte mouwloze blouse en schoenen met zeven centimeter hoge hakken. Haar haar zag er ondanks de open Mercedes geweldig uit en ze was vakkundig opgemaakt. Een golf van glamour stroomde The Crib binnen. Alle aanwezigen, van de arbeiders tot en met de kantoormensen, werden er een beetje duizelig van. Het leek wel alsof een filmster om de een of andere reden had besloten in Drake, West Virginia, te gaan ontbijten.

Ze glimlachte en wuifde naar mensen aan verschillende tafels. Randy’s arrogante houding van de vorige avond was helemaal verdwenen. Hij liep een beetje krom en had zijn ogen neergeslagen. Hij droeg een vuile spijkerbroek, een wit T-shirt met een zeefdrukafbeelding van Aerosmith en had een belabberde uitdrukking op zijn gezicht.

Puller keek even naar het tweetal, stond toen op en zwaaide naar hen.

‘Jean? Hier bij ons is plaats.’

‘Allemachtig, Puller,’ fluisterde Cole.

Hij keek haar aan. ‘Wil je niet dat je familie gezellig bij je komt zitten?’

Jean en Randy liepen naar hen toe. Puller stond op om Jean in de nis te laten en ging toen weer zitten. Randy nam plaats naast zijn andere zus.

Cole zei: ‘Was je gisteravond op de begraafplaats? Ik ben er vrij zeker van dat ik je daar heb gezien.’

‘Is dat verboden?’ mompelde haar broer.

Jean zei: ‘Ik heb onze afgedwaalde broer opgepikt toen ik naar de stad reed. Ik heb hem ervan overtuigd dat een maaltijd met zijn grote zus niet het einde van de wereld was.’ Ze keek hem aan. ‘En je ziet eruit alsof je wel wat vlees op je botten kunt gebruiken,’ voegde ze eraan toe. ‘Je hebt gisteravond bijna niets gegeten.’

‘Wat deed je op de begraafplaats?’ vroeg Cole.

‘Wat deed jij daar?’ was zijn wedervraag.

‘Het graf van mijn ouders bezoeken.’

‘Ik ook. Heb je daar een probleem mee?’

‘Rustig maar. Je hoeft je niet zo kwaad te maken.’

Hij keek om zich heen. ‘Kunnen we een ontbijt bestellen? Ik heb honger.’ Hij wreef over zijn hoofd.

‘Heb je weer hoofdpijn?’ vroeg Puller.

‘Wat gaat jou dat aan?’ snauwde Randy.

‘Ik vroeg het alleen. Misschien helpt het als je iets eet.’

Puller bracht zijn hand omhoog en wenkte de serveerster.

Terwijl Jean en Randy bestelden, bracht Puller zijn koffie naar zijn lippen. Hij nam een slokje en zette het kopje neer. ‘Je ziet eruit alsof je wel een paar uur slaap kunt gebruiken.’

Randy keek hem over de tafel aan. ‘Bedankt voor je zorgen.’

‘Geen zorgen. Ik merk het maar op. Je bent een grote jongen. Je kunt op jezelf passen.’

‘Ja, zeg dat maar tegen mijn zussen hier.’

‘Zo zijn zussen nu eenmaal,’ zei Puller. ‘Ze maken zich zorgen. Ze maken zich zorgen om hun broers, en als ze getrouwd zijn, maken ze zich zorgen om hun man.’

Cole zei tegen haar broer: ‘Ik weet niet eens waar je woont. Heb je zelfs wel een eigen woonruimte of logeer je gewoon bij de ene vriend na de andere?’

Randy lachte met een hol geluid. ‘Zoveel vrienden heb ik niet in Drake.’

‘Vroeger wel,’ zei Jean.

‘Ze zijn allemaal volwassen geworden. Ze zijn getrouwd en hebben kinderen,’ zei Randy.

‘En dat had jij ook kunnen doen,’ zei Jean.

Randy keek haar aan. ‘Ja, Jean, je hebt gelijk. Ik had met een rijke, dikke vrouw kunnen trouwen, en dan hadden we lang en gelukkig kunnen leven in een groot huis en in een dure wagen kunnen rondrijden.’

Jean gaf geen krimp. Puller dacht dat ze datzelfde waarschijnlijk al duizend keer van een heleboel verschillende mensen had gehoord.

‘Ik geloof niet dat er rijke, dikke vrouwen in Drake zijn, Randy,’ zei ze. ‘En als je erover denkt van een ander walletje te eten: de enige rijke, dikke man in de stad is bezet.’

‘Alsof we dat niet allemaal weten,’ snauwde haar broer.

Jean glimlachte. ‘Soms weet ik niet waarom ik me druk maak. Echt niet.’

‘Ik heb het je nooit gevraagd.’

‘Kom nou, Randy. Je zorgt ervoor dat we ons allemaal schuldig voelen. Je sluipt door de stad zonder dat we weten waar je bent, je duikt op en ziet er dan beroerd uit, je pakt wat geld aan en verdwijnt weer. We wachten tot je belt, en als je dat doet, doen we alles voor je. Je kwam gisteravond alleen eten omdat Roger er niet was. En je flapt er van alles uit, maakt sarcastische opmerkingen waarvan je denkt dat ze grappig zijn. Arme Randy. Ik durf te wedden dat je het allemaal prachtig vindt. Het vervangt een leven dat je toch al niet hebt.’

Puller had dat niet zien aankomen, en Cole blijkbaar ook niet.

‘Jean!’ zei ze verwijtend.

Puller keek even naar Randy, die zijn blik geen moment van Jean wegnam. ‘Ga door, zus, ik geniet ervan.’

Jean zei: ‘Ik zag hem als een zielig zwerfhondje door de straat lopen. Ik gaf hem een lift met mijn auto. Ik bracht hem hierheen om hem te eten te geven. Ik heb aangeboden hem aan werk te helpen. Ik heb aangeboden hem op alle mogelijke manieren te helpen. En ik krijg stank voor dank. Daar heb ik genoeg van.’

Ze was harder gaan praten, zodat mensen aan andere tafels in hun richting keken. Puller zag dat mensen onderling begonnen te mompelen.

Cole legde haar hand op Randy’s arm. ‘Dat meende ze niet.’

Jean riep uit: ‘Natuurlijk meende ik dat wel. En jij zou het ook menen, als je je kop niet langer in het zand stak.’

Plotseling veranderde Randy’s houding. De grijns en het zelfvertrouwen kwamen in alle hevigheid terug. ‘Hé, Jean, betaalt Roger je voor elke keer dat je met hem neukt? Of krijgt hij kwantumkorting? En toen hij pa en ma had vermoord, heb je hem toen dubbel tarief in rekening gebracht om je te naaien? Je weet wel, om te laten zien hoe kwaad je op hem bent omdat hij onze ouders heeft gedood zonder dat het hem wat kon schelen?’

Jean reikte over de tafel en gaf haar broer zo’n harde klap dat Puller haar zelf ineen zag krimpen van de schok. Randy vertoonde geen reactie, al werd de huid waar ze hem had geraakt eerst roze en toen dof rood.

‘Is dat het beste wat je in huis hebt?’ zei Randy. ‘Al dat geld heeft je slap gemaakt.’

Hij stond op. ‘Ik heb dingen te doen. Hé, Jean, bedankt voor de lift. Of misschien moet je Roger namens mij bedanken. Per slot van rekening is het zijn auto. Hij is eigenaar van de auto, van het huis, van het bedrijf en van jóú.’ Hij keek door het raam naar de Mercedes. ‘Een beetje een oud modelletje, zus. Rog moet hem eens inruilen. Hij is zo vaak weg dat je je afvraagt wat hij allemaal doet. Ik wist niet dat steenkoolmannen zo vaak met hun privévliegtuig van hot naar her moesten vliegen. En je mag dan nog zoveel trainen en op dieet zijn, je drinkt ook een beetje te veel en je hebt twee kinderen gebaard. Zulke dingen eisen hun tol. En begrijp me nu niet verkeerd. Je ziet er nog steeds goed uit. En Roger is dik en lelijk. Maar de regels zijn anders voor mannen dan voor vrouwen. Het zijn geen eerlijke regels, maar het zijn de regels. En wie het goud heeft, maakt de regels. En dat zal Roger zijn. Nou, een prettige dag nog, grote zus.’

Randy draaide zich om en liep weg. Puller zag dat hij twee mannen aan een tafel met een high five begroette en op weg naar buiten de deur achter zich dicht smeet.

Puller keek naar Jean, die er zo verbijsterd uitzag als ze zich waarschijnlijk voelde.

Cole zei: ‘Jullie zeiden allebei dingen die jullie niet meenden.’

‘Ik meende elk woord dat ik zei,’ antwoordde Jean. ‘En Randy ook,’ voegde ze er zachtjes aan toe. Ze keek weer uit het raam, naar de auto. Puller zag dat de gedachten als filmfragmenten door haar hoofd gingen. Waar was Roger op dat moment? Zou hij er werkelijk over denken haar in te ruilen?

Cole pakte haar hand vast. ‘Jean, wat Randy zei, was onzin.’

‘O ja?’ snauwde haar zus.

Cole sloeg haar ogen neer.

Jean keek Puller aan. ‘Wat denk jij? Jij bent hier de grote detective.’

Puller haalde zijn schouders op. ‘Ik kan niet in het hoofd van andere mensen kijken, Jean. Maar als je man je bedriegt, moet je een scheiding aanvragen en tegen hem procederen tot hij blauw ziet. Je moet zien dat je zoveel van het goud krijgt als je advocaten maar te pakken kunnen krijgen. Omdat je met hem getrouwd bent voordat hij rijk werd, neem ik aan dat jullie in gemeenschap van goederen getrouwd zijn.’

‘Ja.’

‘Dan zou ik me maar geen zorgen maken. Dat is de beste raad die ik kan geven.’

Toen het eten van Jean en Randy kwam, keek de serveerster om zich heen en vroeg: ‘Komt hij terug?’

‘Dat betwijfel ik ten zeerste,’ zei Jean vriendelijk. ‘Maar als je het warm kunt houden en voor me kunt inpakken, ga ik naar hem op zoek om het hem te geven.’

‘Oké.’ De serveerster liep weg.

Jean sneed in haar omelet en wilde net iets zeggen toen Puller opstond.

‘Ga je ergens heen?’ vroeg ze.

‘Ik ben zo terug.’ Puller had zojuist Bill Strauss aan een tafel in de hoek zien zitten. Hij liep weg.

Jean keek Cole aan. ‘Gaan jullie al met elkaar naar bed?’

‘Jean, waarom hou je niet gewoon je mond? Eet nou maar door.’

Cole kwam de nis uit en liep vlug achter Puller aan, die al naast Strauss stond.

‘Hallo, meneer Strauss. John Puller, cid, weet u nog wel?’

Strauss knikte. Hij droeg weer een duur driedelig pak en een overhemd met monogram en dubbele manchetten.

‘Jazeker, agent Puller. Hoe gaat het met u?’

‘Heel goed,’ zei Puller.

‘Zit er schot in het onderzoek?’

‘Het komt op gang,’ zei Cole, die naast Puller kwam staan.

‘Wanneer verwacht u uw baas terug?’ vroeg Puller.

‘Dat weet ik niet.’

‘De baas houdt zijn nummer twee niet op de hoogte?’ vroeg Puller.

‘Waarom moet u weten wanneer hij terug is?’

Puller zei: ‘Dat is iets tussen Trent en ons.’ Hij klopte Strauss op de schouder. ‘Doe uw baas de groeten van me.’

Hij draaide zich om en liep terug naar Jeans tafel. ‘Ik moet nog een keer met je man praten. Zeg tegen Roger dat we hem moeten spreken als hij weer in de stad is.’

Ze legde haar vork neer. ‘Waarom?’

‘Geef de boodschap nou maar aan hem door. Alvast bedankt.’

Hij liep naar de deur.

Cole legde geld voor hun eten neer, nam vlug afscheid van Jean en liep haastig achter Puller aan. Hij was al buiten en stond naar de zilverkleurige Mercedes te kijken.

‘Wat probeerde je daarbinnen met Strauss te doen?’ vroeg Cole.

‘Ik wilde wat informatie hebben. Heeft Strauss de dagelijkse leiding van Trents onderneming?’

‘Ja, hij is de directeur bedrijfsvoering.’

‘Hoe lang?’

‘Zo lang als Roger dit doet.’

‘Strauss is ouder.’

‘Ja, maar Roger is ambitieuzer, denk ik.’

‘Of hij neemt meer risico’s.’

Ze liepen naar de auto terug.

‘Ga je nog steeds naar Washington?’

‘Ja, daar kom ik niet onderuit.’

‘Denk je dat de poppen hier binnenkort aan het dansen zijn?’

Puller zei: ‘Er zijn al zeven mensen vermoord. Ik denk dat de poppen al een tijdje dansen.’

 

De Provocatie
titlepage.xhtml
de_provocatie-ebook_split_000.xhtml
de_provocatie-ebook_split_002.xhtml
de_provocatie-ebook_split_003.xhtml
de_provocatie-ebook_split_004.xhtml
de_provocatie-ebook_split_005.xhtml
de_provocatie-ebook_split_006.xhtml
de_provocatie-ebook_split_007.xhtml
de_provocatie-ebook_split_008.xhtml
de_provocatie-ebook_split_009.xhtml
de_provocatie-ebook_split_010.xhtml
de_provocatie-ebook_split_011.xhtml
de_provocatie-ebook_split_012.xhtml
de_provocatie-ebook_split_013.xhtml
de_provocatie-ebook_split_014.xhtml
de_provocatie-ebook_split_015.xhtml
de_provocatie-ebook_split_016.xhtml
de_provocatie-ebook_split_017.xhtml
de_provocatie-ebook_split_018.xhtml
de_provocatie-ebook_split_019.xhtml
de_provocatie-ebook_split_020.xhtml
de_provocatie-ebook_split_021.xhtml
de_provocatie-ebook_split_022.xhtml
de_provocatie-ebook_split_023.xhtml
de_provocatie-ebook_split_024.xhtml
de_provocatie-ebook_split_025.xhtml
de_provocatie-ebook_split_026.xhtml
de_provocatie-ebook_split_027.xhtml
de_provocatie-ebook_split_028.xhtml
de_provocatie-ebook_split_029.xhtml
de_provocatie-ebook_split_030.xhtml
de_provocatie-ebook_split_031.xhtml
de_provocatie-ebook_split_032.xhtml
de_provocatie-ebook_split_033.xhtml
de_provocatie-ebook_split_034.xhtml
de_provocatie-ebook_split_035.xhtml
de_provocatie-ebook_split_036.xhtml
de_provocatie-ebook_split_037.xhtml
de_provocatie-ebook_split_038.xhtml
de_provocatie-ebook_split_039.xhtml
de_provocatie-ebook_split_040.xhtml
de_provocatie-ebook_split_041.xhtml
de_provocatie-ebook_split_042.xhtml
de_provocatie-ebook_split_043.xhtml
de_provocatie-ebook_split_044.xhtml
de_provocatie-ebook_split_045.xhtml
de_provocatie-ebook_split_046.xhtml
de_provocatie-ebook_split_047.xhtml
de_provocatie-ebook_split_048.xhtml
de_provocatie-ebook_split_049.xhtml
de_provocatie-ebook_split_050.xhtml
de_provocatie-ebook_split_051.xhtml
de_provocatie-ebook_split_052.xhtml
de_provocatie-ebook_split_053.xhtml
de_provocatie-ebook_split_054.xhtml
de_provocatie-ebook_split_055.xhtml
de_provocatie-ebook_split_056.xhtml
de_provocatie-ebook_split_057.xhtml
de_provocatie-ebook_split_058.xhtml
de_provocatie-ebook_split_059.xhtml
de_provocatie-ebook_split_060.xhtml
de_provocatie-ebook_split_061.xhtml
de_provocatie-ebook_split_062.xhtml
de_provocatie-ebook_split_063.xhtml
de_provocatie-ebook_split_064.xhtml
de_provocatie-ebook_split_065.xhtml
de_provocatie-ebook_split_066.xhtml
de_provocatie-ebook_split_067.xhtml
de_provocatie-ebook_split_068.xhtml
de_provocatie-ebook_split_069.xhtml
de_provocatie-ebook_split_070.xhtml
de_provocatie-ebook_split_071.xhtml
de_provocatie-ebook_split_072.xhtml
de_provocatie-ebook_split_073.xhtml
de_provocatie-ebook_split_074.xhtml
de_provocatie-ebook_split_075.xhtml
de_provocatie-ebook_split_076.xhtml
de_provocatie-ebook_split_077.xhtml
de_provocatie-ebook_split_078.xhtml
de_provocatie-ebook_split_079.xhtml
de_provocatie-ebook_split_080.xhtml
de_provocatie-ebook_split_081.xhtml
de_provocatie-ebook_split_082.xhtml
de_provocatie-ebook_split_083.xhtml
de_provocatie-ebook_split_084.xhtml
de_provocatie-ebook_split_085.xhtml
de_provocatie-ebook_split_086.xhtml
de_provocatie-ebook_split_087.xhtml
de_provocatie-ebook_split_088.xhtml
de_provocatie-ebook_split_089.xhtml
de_provocatie-ebook_split_090.xhtml
de_provocatie-ebook_split_091.xhtml
de_provocatie-ebook_split_092.xhtml
de_provocatie-ebook_split_093.xhtml
de_provocatie-ebook_split_094.xhtml
de_provocatie-ebook_split_095.xhtml
de_provocatie-ebook_split_096.xhtml
de_provocatie-ebook_split_097.xhtml
de_provocatie-ebook_split_098.xhtml
de_provocatie-ebook_split_099.xhtml
de_provocatie-ebook_split_100.xhtml
de_provocatie-ebook_split_101.xhtml
de_provocatie-ebook_split_102.xhtml